Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Betalen en om een tas vragen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.
Dialoog
I forgot my shopping bag.
ai fer-GOT mai SJOP-ping beg Ik ben mijn boodschappentas vergeten.You can buy a bag here.
joe ken bai e beg hier U kunt hier een tas kopen.A shopping bag would help.
e SJOP-ping beg woed help Een boodschappentas zou helpen.Will you pay by card or cash?
wil joe pee bai kaard or kesj? Wilt u met de kaart of contant betalen?I'll pay by card.
ail pee bai kaard Ik betaal met de kaart.Do you need a receipt?
doe joe niid e ri-SIET? Heeft u een bon nodig?Please put the receipt in the bag.
pliiz poet dhe ri-SIET in dhe beg Doe de bon alstublieft in de tas.Here are your groceries.
hier aar jor GROU-suh-riez Hier zijn uw boodschappen.I can carry them now.
ai ken KERR-ie dhem nau Ik kan ze nu dragen.Uitleg van de zinnen
I forgot my shopping bag.
Ik ben mijn boodschappentas vergeten.
- I
- ik
- forgot
- vergat
- my
- mijn
- shopping bag
- boodschappentas
Uitgebreide uitleg
I is het persoonlijke voornaamwoord voor de spreker als onderwerp. Het blijft in het Engels I, ook wanneer de spreker naar zichzelf verwijst in een andere tijd. Voorbeeld: I remember. — “Ik herinner het me.” forgot is hier de verleden tijd van forget (“vergeten”). De vormketen is forget — forgot — forgotten: tegenwoordige tijd, verleden tijd en voltooid deelwoord. In deze zin zegt forgot dat het vergeten in het verleden plaatsvond. Voorbeeld: I forgot my keys. — “Ik ben mijn sleutels vergeten.” my is een bezittelijk bepalend woord: het geeft aan dat de tas bij de spreker hoort. Het verwijst niet op zichzelf naar een aantal. Vergelijk my bag (“mijn tas”) met your bag (“jouw/uw tas”); de keuze hangt af van de bezitter. shopping bag is een woordgroep waarin shopping het soort tas nader bepaalt: een tas die voor boodschappen wordt gebruikt. Het hoofdwoord is bag (“tas”); shopping staat ervoor als bepaling. In andere combinaties kan bag ook met een andere bepaling voorkomen, bijvoorbeeld school bag (“schooltas”). Samen vormen I forgot my shopping bag het patroon [onderwerp] + [verleden tijd van een werkwoord] + [bezittelijke bepaling] + [zelfstandig naamwoordgroep]. De spreker zegt dat die persoon in het verleden de eigen boodschappentas vergat. De vaste Nederlandse vertaling gebruikt hiervoor ben ... vergeten, maar de Engelse vorm in de bron is de eenvoudige verleden tijd forgot.
You can buy a bag here.
U kunt hier een tas kopen.
- You can
- je kunt
- buy
- kopen
- bag
- tas
- here
- hier
Uitgebreide uitleg
You can drukt hier uit dat de aangesprokene de mogelijkheid of gelegenheid heeft om iets te doen. You is de tweede persoon; can blijft hetzelfde bij andere onderwerpen: I can, she can, they can. Na can komt het werkwoord in de basisvorm, zonder to. Voorbeeld: She can swim. — Zij kan zwemmen. buy betekent hier ‘kopen’. Het is de basisvorm die na can nodig is. Belangrijke vormen zijn buy — tegenwoordige basisvorm, bought — verleden tijd, en bought — voltooid deelwoord. Voorbeeld: I bought a book. — Ik kocht een boek. bag betekent hier ‘tas’. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. Daarom staat er in deze zin a bag: a markeert hier een enkelvoudige, niet nader bepaalde tas, maar drukt op zichzelf geen specifiek aantal uit. Het meervoud is bags. Voorbeeld: These bags are heavy. — Deze tassen zijn zwaar. here betekent ‘hier’ en verwijst naar de plaats van de spreker of naar de plaats die in de situatie als ‘hier’ geldt. Het woord verandert niet voor persoon of aantal. Voorbeeld: You can sit here. — Je kunt hier zitten. Samen vormen de delen You can + buy + a bag + here de betekenis: de aangesprokene kan hier een tas kopen. De modale vorm can staat vóór de basisvorm buy; a bag is wat gekocht kan worden en here geeft de plaats van het kopen aan.
A shopping bag would help.
Een boodschappentas zou helpen.
- shopping bag
- boodschappentas
- would
- zou
- help
- helpen
Uitgebreide uitleg
shopping bag betekent hier een tas om gekochte spullen in mee te nemen. Het is een samenstelling: shopping bepaalt het soort tas, terwijl bag het hoofdwoord is. Het meervoud is shopping bags. Voorbeeld: “I need a shopping bag.” = “Ik heb een boodschappentas nodig.” would geeft hier een voorwaardelijke of hypothetische mogelijkheid weer: de spreker zegt dat iets in de situatie nuttig zou zijn. In deze zin is het niet de gewone verleden-tijdbetekenis van will, maar een modale vorm. Een vergelijkbaar patroon is X would help = “X zou helpen”. help is het werkwoord “helpen”. De vorm is hier de basisvorm, omdat die na het modale hulpwerkwoord would komt; er staat dus niet helps of helped. Voorbeeld: “A map would help.” = “Een kaart zou helpen.” Samen betekent A shopping bag would help: “Een boodschappentas zou helpen.” Het onbepaalde a introduceert een niet nader bepaalde boodschappentas; op zichzelf legt het niet de nadruk op een numerieke hoeveelheid. De constructie A + zelfstandig naamwoord + would help is herbruikbaar wanneer je aangeeft dat een bepaald hulpmiddel in de situatie nuttig zou zijn.
Will you pay by card or cash?
Wilt u met de kaart of contant betalen?
- Will you
- Wilt u …?
- pay
- betalen
- card
- kaart
- cash
- contant geld
Uitgebreide uitleg
Will you vormt hier samen het begin van een vraag: will staat vóór you en vraagt naar een keuze of voorgenomen handeling. In deze zin past de vaste vertaling Wilt u daarbij. Will is het hulpwerkwoord; het hoofdwerkwoord blijft daarna in de basisvorm: Will you pay ...? Een vergelijkbaar patroon is Will you wait? — Wilt u wachten? pay betekent hier dat iemand geld geeft voor iets. De basisvorm is pay; de vorm verandert bijvoorbeeld in pays bij he/she/it, terwijl na will de basisvorm blijft staan: Will you pay? — Wilt u betalen? Het zelfstandig naamwoord payment is een verwant woord voor een betaling, niet de vorm die in deze zin staat. card betekent hier een betaalkaart. Het is een zelfstandig naamwoord; het meervoud is cards. In by card benoemt card de betaalmethode: I’ll pay by card. — Ik betaal met de kaart. cash betekent hier contant geld, als andere betaalmethode dan een kaart. Het woord wordt in deze betekenis meestal als niet-telbaar zelfstandig naamwoord gebruikt; cash krijgt dus niet zomaar een meervoudsuitgang. pay in cash is een andere veelgebruikte combinatie voor contant betalen. De volledige vraag bestaat uit Will you pay plus de twee alternatieven by card en cash, verbonden door or: Will you pay by card or cash? betekent Wilt u met de kaart of contant betalen? De vraag vraagt dus welke van de twee genoemde betaalmethoden de aangesprokene zal gebruiken.
I'll pay by card.
Ik betaal met de kaart.
- I'll
- ik zal / ik ga
- pay
- betalen
- by card
- met de kaart
Uitgebreide uitleg
I'll is de verkorte vorm van I will: I is het onderwerp “ik” en will drukt hier een beslissing of toezegging uit. In deze context betekent de hele vorm natuurlijk “ik betaal” of “ik zal betalen”; de vaste vertaling kiest voor “Ik betaal.” Voorbeeld: I'll help. = “Ik zal helpen.” pay is de basisvorm van het werkwoord “betalen”. Na will blijft het werkwoord in de basisvorm: I will pay, niet I will pays. In de tegenwoordige tijd krijgt het werkwoord bij he, she of it de vorm pays: She pays by card. = “Zij betaalt met de kaart.” by card geeft de betaalmethode aan: met een kaart. Het patroon pay by + betaalmiddel is herbruikbaar bij betaalmiddelen zoals pay by card en pay by phone. Voor contant betalen gebruikt het Engels gewoonlijk pay in cash, niet pay by cash. Samen vormen I'll pay by card de betekenis “Ik betaal met de kaart.” I'll geeft de beslissing of toezegging aan, pay benoemt de handeling en by card beschrijft de gekozen betaalmethode.
Do you need a receipt?
Heeft u een bon nodig?
- Do you
- vraagbegin met ‘jij/u’
- need
- nodig hebben
- receipt
- bon
Uitgebreide uitleg
Do you staat aan het begin van een ja/nee-vraag. In de tegenwoordige tijd gebruikt het Engels hier do als hulpwerkwoord vóór het onderwerp you; you kan zowel één persoon als meerdere personen aanduiden en maakt zelf geen formeel/informeel onderscheid. In deze vaste vertaling is de aangesproken persoon met Nederlands u weergegeven. need betekent hier ‘nodig hebben’. Na het hulpwerkwoord do blijft het hoofdwerkwoord in de basisvorm: Do you need ...? Vergelijk: Do you need a bag? — ‘Heeft u een tas nodig?’ In een bevestigende zin zonder do is de vorm bijvoorbeeld You need a receipt. receipt is een telbaar zelfstandig naamwoord voor een bon of betalingsbewijs. Het meervoud is receipts. In a receipt staat a bij een onbepaald enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord en wordt een niet nader bepaalde bon geïntroduceerd. Het lidwoord zelf is geen afzonderlijke uitspraak over een numerieke hoeveelheid. Samen vormen de delen Do you need + a receipt de vraag of de aangesproken persoon een bon nodig heeft. De vaste Nederlandse vertaling is daarom: ‘Heeft u een bon nodig?’
Please put the receipt in the bag.
Doe de bon alstublieft in de tas.
- Please
- alstublieft
- put
- doen; ergens leggen of stoppen
- receipt
- bon
- in
- in
- bag
- tas
Uitgebreide uitleg
Please staat hier aan het begin als beleefde verzachter van een verzoek. Het betekent in deze zin niet dat er iets wordt gevraagd als zelfstandig naamwoord, maar maakt de opdracht vriendelijker. Voorbeeld: “Please wait.” = “Wacht alstublieft.” put is hier de gebiedende wijs van put: “doen” of “leggen”. Het onderwerp “you” wordt in een Engelse gebiedende wijs meestal niet uitgesproken. Put heeft als veelgebruikte werkwoordsvorm dezelfde vorm in de tegenwoordige tijd, verleden tijd en het voltooid deelwoord: put – put – put. Voorbeeld: “Put the keys on the table.” = “Leg de sleutels op tafel.” receipt is hier een telbaar zelfstandig naamwoord voor de bon die bij een aankoop hoort. Het meervoud is receipts. In het eerdere “Do you need a receipt?” heeft hetzelfde woord dezelfde betekenis. in geeft de plaats of bestemming binnen een ruimte of voorwerp aan. Hier introduceert het de tas waarin de bon moet komen. Vergelijk: “The receipt is in the bag.” = “De bon zit in de tas.” bag betekent “tas” en heeft het meervoud bags. In deze zin verwijst the bag naar een specifieke tas die voor de gesprekspartners herkenbaar is; het lidwoord the drukt herkenbaarheid uit, niet een bepaald aantal. Samen vormt Please put een beleefd verzoek in de gebiedende wijs. the receipt is wat moet worden verplaatst, en in the bag geeft de bestemming aan. De volledige betekenis is daarom: “Doe de bon alstublieft in de tas.” De zin zegt dat de spreker de aangesprokene vraagt de bon in de tas te doen.
Here are your groceries.
Hier zijn uw boodschappen.
- Here are
- hier zijn
- your
- uw
- groceries
- boodschappen
Uitgebreide uitleg
Here are vormt hier de aanwijzende presentatieconstructie: de spreker kondigt aan dat iets hier aanwezig is. Omdat het daaropvolgende onderwerp groceries meervoud is, staat het werkwoord op are. Bij een enkelvoudig onderwerp krijg je bijvoorbeeld: “Here is your bag.” — “Hier is je tas.” De volgorde Here are + onderwerp is dus een nuttig patroon om iets aan te wijzen of aan te bieden. your is een bezittelijk bepalend woord vóór een zelfstandig naamwoord. Het geeft aan dat de boodschappen bij de aangesprokene(n) horen. Engels gebruikt dezelfde vorm your voor één of meer aangesproken personen; de vorm verandert hier niet mee. Vergelijk: “Is this your coat?” — “Is dit jouw/uw jas?” Your is niet hetzelfde als het zelfstandig gebruikte yours: “The coat is yours.” — “De jas is van jou/u.” groceries is hier het meervoud van het zelfstandig naamwoord grocery en betekent de gekochte boodschappen, meestal etenswaren en andere huishoudelijke benodigdheden. Het meervoud verwijst hier naar de verzameling boodschappen als geheel. Voorbeeld: “I bought some groceries.” — “Ik heb boodschappen gekocht.” Samen betekenen de delen: Here are (“hier zijn”) + your (“uw/jouw”) + groceries (“boodschappen”). De volledige zin is daarom: “Hier zijn uw boodschappen.”
I can carry them now.
Ik kan ze nu dragen.
- I can
- ik kan
- carry
- dragen
- them
- ze
- now
- nu
Uitgebreide uitleg
I can drukt hier uit dat de spreker op dit moment in staat is iets te doen of die mogelijkheid heeft. can is een modaal hulpwerkwoord; na can staat het werkwoord in de basisvorm, zonder to: I can carry. Het hulpwerkwoord verandert niet met de persoon: I can, she can, they can. Voorbeeld: She can help. — Zij kan helpen. carry betekent hier iets fysiek meenemen of dragen. De basisvorm is carry; bij he, she of it wordt dat in de tegenwoordige tijd carries: I carry maar She carries. Na can blijft de basisvorm staan: They can carry the boxes. — Zij kunnen de dozen dragen. them is een meervoudig objectpronomen: het verwijst naar meerdere personen of dingen die het voorwerp van de handeling zijn. In deze context verwijst het, passend bij de vorige zin, naar de boodschappen. Vergelijk als onderwerp they met als object them: They carry them. — Zij dragen ze. now is een bijwoord van tijd en betekent dat de mogelijkheid of handeling op het huidige moment geldt. Het kan ook op andere plaatsen in de zin staan, bijvoorbeeld: Now I can carry them. — Nu kan ik ze dragen. Samen vormen de delen I can + carry + them + now: de spreker zegt dat die de boodschappen nu kan dragen. De Engelse woordvolgorde is onderwerp + modaal hulpwerkwoord + basisvorm van het werkwoord + object + tijdsbepaling: I can carry them now. De vaste vertaling is: Ik kan ze nu dragen.
Grammatica
need to + verb
I need to buy groceries.
ai niid te bai GROU-suh-riezIk moet boodschappen kopen.
Na need komt to vóór een ander werkwoord: need to buy, need to pay.
put + object pronoun + place
Put them here.
poet dhem hierDoe ze hier.
Het objectpronomen them staat vóór de plaatsbepaling here.
Engels woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Ik ben mijn boodschappentas vergeten.
Antwoord tonen
I forgot my shopping bag.U kunt hier een tas kopen.
Antwoord tonen
You can buy a bag here.Een boodschappentas zou helpen.
Antwoord tonen
A shopping bag would help.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
kaart
Antwoord tonen
cardhier
Antwoord tonen
herecontant geld
Antwoord tonen
cashvergat