The
"The" verwijst in "The bus is here." naar de concrete bus die de gesprekspartners zien of verwachten. Het is een bepaald lidwoord vóór een zelfstandig naamwoord dat in de situatie herkenbaar is. Gebruik het wanneer de luisteraar weet over welk voorwerp je spreekt.
bus
"bus" betekent hier een bus voor openbaar vervoer. Het woord kan na een aanwijzer of lidwoord staan, zoals in "this bus" en "the bus". Je gebruikt het bijvoorbeeld bij het bespreken van een voertuig of route.
is
"is" geeft in deze dialoog aan waar iets is of wat iets is, zoals in "The bus is here." en "The station is the last stop." Het is een vorm van be. Gebruik het met een enkelvoudig onderwerp om een toestand, plaats of identificatie uit te drukken.
here
"here" betekent hier: op de plaats waar de spreker en luisteraar zijn. In "The bus is here." meldt het dat de bus is aangekomen of zichtbaar is. Je gebruikt het vaak na een vorm van be om een locatie aan te geven.
Do
"Do" helpt in "Do you think this is the right bus?" om een vraag te vormen. Het staat vóór het onderwerp "you" en vóór het werkwoord "think". Je gebruikt deze vraagstructuur om iemands mening te vragen.
you
"you" verwijst naar de persoon die wordt aangesproken. In "Do you think this is the right bus?" is die persoon degene van wie een mening wordt gevraagd. Het staat hier als onderwerp vóór het werkwoord.
think
"think" betekent hier geloven of een mening hebben. In "Do you think this is the right bus?" vraagt de spreker of de ander denkt dat de bus geschikt is. Het wordt vaak gevolgd door een volledige gedachte of bewering.
this
"this" wijst in deze dialoog naar de bus die dichtbij is of wordt aangewezen. In "this bus" staat het vóór het zelfstandig naamwoord; in "this is the right bus" staat het zelfstandig als onderwerp. Je gebruikt het om iets specifieks in de huidige situatie aan te wijzen.
right
"right" betekent in "the right bus" de juiste of geschikte bus. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord "bus" en beschrijft welke keuze correct is. Je gebruikt het bijvoorbeeld om te controleren of een voertuig, richting of keuze klopt.
Let's
"Let's" drukt een voorstel uit om iets samen te doen, zoals in "Let's ask the driver" en "Let's get on". Het is de verkorte vorm van "let us" en wordt gevolgd door de basisvorm van een werkwoord. Je gebruikt het om samen een volgende actie voor te stellen.
ask
"ask" betekent hier informatie vragen, zoals in "ask the driver". Het kan worden gevolgd door de persoon aan wie je iets vraagt en daarna door de vraag of informatie. Je gebruikt het bij een verzoek om uitleg, hulp of informatie.
driver
"driver" betekent hier de persoon die de bus bestuurt. In "the driver" maakt "the" duidelijk dat het om de bestuurder van deze bus gaat. Je gebruikt het woord voor iemand die een voertuig bestuurt.
before
"before" geeft aan dat iets eerder gebeurt dan een andere actie. In "before we get on" moet de vraag dus plaatsvinden voordat de passagiers instappen. Je gebruikt het vóór een tijdsaanduiding of een andere actie om de volgorde duidelijk te maken.
we
"we" verwijst naar de spreker samen met minstens één andere persoon. In "before we get on" zijn de spreker en de andere passagier degenen die instappen. Het staat als onderwerp vóór het werkwoord.
get
"get" betekent in de combinatie "get on" op een voertuig stappen. De betekenis komt hier uit de volledige combinatie, niet uit "get" alleen. Je gebruikt "get on" bij het instappen in een bus of ander voertuig.
on
"on" geeft in "get on" aan dat iemand op of in een voertuig terechtkomt. Samen met "get" vormt het de uitdrukking voor instappen. Je gebruikt deze combinatie bijvoorbeeld wanneer passagiers een bus gaan betreden.
Excuse
"Excuse" is in "Excuse me" onderdeel van een beleefde manier om iemands aandacht te vragen. De spreker gebruikt het hier voordat hij de chauffeur iets vraagt. Je gebruikt deze uitdrukking vaak bij een onbekende of in een openbare situatie.
me
"me" verwijst in "Excuse me" naar de spreker zelf. Het is het object van de beleefde aanspreekvorm waarmee de spreker de aandacht van de chauffeur vraagt. Je gebruikt deze vorm wanneer je jezelf als betrokken persoon noemt na een werkwoord.
does
"does" helpt in "does this bus go to the station?" om een vraag te vormen. Het staat vóór het onderwerp "this bus", terwijl het hoofdwerkwoord "go" daarna staat. Je gebruikt deze structuur om te vragen of iets een bepaalde bestemming heeft of een bepaalde route volgt.
go
"go" betekent hier rijden of reizen naar een bestemming. In "go to the station" geeft het aan dat de bus naar het station rijdt. Je gebruikt het vaak met "to" en daarna de bestemming.
to
"to" geeft in "go to the station" de bestemming aan. Het staat tussen het werkwoord "go" en de plaats waar iemand of iets naartoe gaat. Je gebruikt het na bewegingswerkwoorden om een richting of bestemming te noemen.
station
"station" betekent hier een station waar openbaar vervoer stopt. In "the station" gaat het om het specifieke station dat als bestemming wordt besproken. Je gebruikt het woord bij reizen, routes en overstappen.
last
"last" betekent in "the last stop" de laatste in een volgorde. Het staat vóór "stop" en beschrijft waar de route eindigt. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord om het laatste onderdeel van een reeks aan te geven.
stop
"stop" betekent hier een halte waar een bus passagiers laat in- of uitstappen. In "the last stop" is het de halte aan het einde van de route. Je gebruikt het vaak samen met informatie over de volgorde of plaats van een halte.
Then
"Then" betekent hier dan of in dat geval. In "Then this is the right bus." trekt de spreker een conclusie uit de informatie over het station. Je gebruikt het vaak aan het begin van een reactie die logisch volgt uit wat iemand net heeft gezegd.
and
"and" verbindt in "get on and move farther inside" twee acties. De passagiers stappen in en gaan daarna verder naar binnen. Je gebruikt het tussen woorden, zinsdelen of werkwoorden die samen bij dezelfde handeling of volgorde horen.
move
"move" betekent hier van plaats veranderen binnen in de bus. In "move farther inside" geeft het aan dat de passagiers verder naar binnen moeten gaan. Je gebruikt het met een plaats- of richtingsaanduiding om een verplaatsing te beschrijven.
farther
"farther" betekent hier naar een grotere afstand vanaf de huidige plaats, dus verder naar binnen in de bus. In "move farther inside" versterkt het de richting van de verplaatsing. Je gebruikt het bij een beweging die nog verder in een bepaalde richting gaat.
inside
"inside" betekent hier naar het binnenste gedeelte van de bus. In "move farther inside" geeft het aan waarheen de passagiers zich verplaatsen. Je gebruikt het om de binnenkant van een ruimte of voertuig aan te duiden.
I'll
"I'll" kondigt in "I'll stand near the middle." aan dat de spreker zelf iets gaat doen. Het is de verkorte vorm van "I will" en wordt gevolgd door de basisvorm "stand". Je gebruikt het om een voornemen of beslissing voor de nabije toekomst mee te delen.
stand
"stand" betekent hier rechtop blijven staan in de bus. In "stand near the middle" wordt het gevolgd door een plaatsaanduiding die zegt waar de spreker zal staan. Je gebruikt het om een positie of houding aan te geven.
near
"near" betekent dicht bij. In "near the middle" geeft het aan dat de spreker niet precies in het midden hoeft te staan, maar er dichtbij zal zijn. Je gebruikt het vóór een plaats of ander herkenbaar punt.
middle
"middle" betekent hier het centrale gedeelte van de bus. In "the middle" verwijst het naar een herkenbare centrale plaats binnen de bus. Je gebruikt het met "the" wanneer je het midden van een bepaalde ruimte of zaak bedoelt.