Which
“Which” vraagt hier welk perron bedoeld wordt: “Which platform” betekent “welk perron”. Het staat vóór een zelfstandig naamwoord, zoals in “Which platform”. Je gebruikt dit om uit een aantal mogelijkheden te vragen welke optie de juiste is.
platform
“Platform” betekent hier “perron”, de plaats waar je op een trein wacht. In “Which platform” verwijst het naar het perron waar de trein vertrekt. Je kunt “platform” gebruiken met een nummer, zoals in “platform two”.
should
“Should” drukt hier een vraag om advies uit: “Which platform should we go to?” betekent “Naar welk perron zouden we moeten gaan?”. Na “should” staat de basisvorm “go”. Je gebruikt “should” vaak om te vragen wat volgens iemand de juiste actie is.
we
“We” verwijst hier naar de spreker en de andere persoon samen: “should we go” betekent “zouden wij gaan”. Het is het onderwerp van “go”. Je gebruikt “we” wanneer je over jezelf en minstens één andere persoon spreekt.
go
“Go” betekent hier “gaan” naar een perron. In “should we go to” staat “go” na “should” in de basisvorm. Je gebruikt “go to” om een beweging naar een plaats uit te drukken.
to
“To” geeft hier de bestemming aan: “go to” betekent “gaan naar”. In “Which platform should we go to?” hoort “to” bij de bestemming “which platform”. Je gebruikt “to” vaak na bewegingswerkwoorden om aan te geven waar iemand naartoe gaat.
The
“The” verwijst hier naar een specifiek bord dat bij de situatie bekend is: “The sign” betekent “het bord”. Aan het begin van een zin wordt deze vorm met een hoofdletter geschreven; binnen een zin verschijnt dezelfde vorm als “the”. Je gebruikt “the” voor iets specifieks dat de gesprekspartners kunnen herkennen.
sign
“Sign” betekent hier het bord of de aanwijzing die naar het juiste perron verwijst. In “The sign points to platform two” is “The sign” datgene wat de richting aangeeft. Je gebruikt “sign” bijvoorbeeld voor een bord met informatie of een routeaanwijzing.
points
“Points” betekent hier “wijst” of “geeft de richting aan”: “The sign points to platform two”. De gebruikelijke verbinding in deze zin is “points to” gevolgd door de aangewezen plaats. Je gebruikt dit wanneer een bord, pijl of aanwijzing ergens naartoe verwijst.
I
“I” verwijst naar de spreker: “I can’t read” betekent “ik kan niet lezen”. Het is het onderwerp van de zin en wordt in het Engels altijd met een hoofdletter geschreven. Je gebruikt “I” wanneer je over jezelf spreekt.
can't
“Can’t” betekent hier “kan niet”: “I can’t read” zegt dat de spreker de letters niet kan lezen. Het is de ontkenning in de constructie “I can’t + werkwoord”. Je gebruikt dit om aan te geven dat iets niet mogelijk is of niet lukt.
read
“Read” betekent hier “lezen”, namelijk de kleine letters op het bord begrijpen. Na “can’t” staat “read” in de basisvorm: “can’t read”. Je gebruikt “read” voor geschreven informatie, zoals letters, een bord of een bericht.
small
“Small” beschrijft hier de letters als klein en daardoor moeilijk leesbaar: “the small letters”. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord “letters”. Je gebruikt “small” vóór een zelfstandig naamwoord om een geringe grootte aan te geven.
letters
“Letters” betekent hier de geschreven letters op het bord. In “the small letters” is het datgene wat de spreker niet kan lezen. Je gebruikt “letters” voor afzonderlijke tekens in geschreven woorden.
from
“From” geeft hier het punt aan vanwaar de spreker kijkt: “from here” betekent “vanaf hier”. Het staat samen met “here” in de vaste plaatsaanduiding “from here”. Je gebruikt “from” om een vertrekpunt of oorsprong aan te geven.
here
“Here” betekent hier “hier”, op de huidige plaats van de spreker. In “from here” verwijst het naar de plek waar de spreker nu staat. Je gebruikt “here” om naar de huidige locatie te verwijzen.
It
“It” verwijst hier naar de informatie op het bord: “It says” betekent “Er staat”. Het onderwerp is dus niet een persoon, maar de tekst of informatie die gelezen wordt. Je gebruikt “It says” om te vertellen welke informatie een bord of tekst geeft.
says
“Says” betekent hier “zegt” of, bij een bord, “er staat”: “It says the train leaves in ten minutes”. Het wordt gebruikt om de inhoud van geschreven informatie weer te geven. Je kunt “says” gebruiken met de informatie die daarna wordt meegedeeld.
train
“Train” betekent hier “trein”, het voertuig dat over tien minuten vertrekt. In “the train leaves” is “the train” het onderwerp van de vertrekmededeling. Je gebruikt “train” in zinnen over reizen per spoor.
leaves
“Leaves” betekent hier “vertrekt”: “the train leaves” geeft aan dat de trein vertrekt. Het hoort in deze zin bij “the train”. Je gebruikt “leaves” om het vertrek van een trein of ander vervoermiddel te beschrijven.
in
“In” betekent hier “over”, wanneer het gaat om een tijd tot een gebeurtenis: “in ten minutes” betekent “over tien minuten”. Het staat vóór de tijdsduur “ten minutes”. Je gebruikt “in” op deze manier om aan te geven hoe lang het duurt voordat iets gebeurt.
minutes
“Minutes” betekent hier “minuten” en geeft de tijdsduur aan in “in ten minutes”. Het staat na het getal “ten”. Je gebruikt “minutes” om een korte hoeveelheid tijd uit te drukken, bijvoorbeeld bij vertrek- of wachttijden.
I'm
“I’m” is hier de verkorte vorm van “I am” en maakt deel uit van “I’m going to use”. In deze zin geeft het aan wat de spreker van plan is te doen. Je gebruikt “I’m going to + werkwoord” om een voorgenomen actie te vertellen.
going
“Going” maakt hier samen met “I’m” en “to use” de constructie “I’m going to use”, waarmee de spreker een plan uitdrukt. De vorm “going” draagt in deze zin dus bij aan de betekenis “van plan zijn om”. Je gebruikt “going to” vóór een werkwoord voor een voorgenomen actie.
use
“Use” betekent hier “gebruiken”, in de beleefde betekenis “het toilet gebruiken”. In “going to use the restroom” staat “use” vóór het object “the restroom”. Je kunt “use” gebruiken voor het benutten van een plaats, voorwerp of voorziening.
restroom
“Restroom” betekent hier “toilet”. In “use the restroom” is het de plaats of voorziening die de spreker vóór het instappen wil gebruiken. Je gebruikt “restroom” in een context waarin je naar het toilet gaat.
before
“Before” betekent hier “voordat” en geeft aan dat één actie eerder gebeurt dan een andere: “before we board”. Het wordt gevolgd door de volledige bijzin “we board”. Je gebruikt “before” om de volgorde van twee handelingen aan te geven.
board
“Board” betekent in “before we board” “instappen”, dus de trein binnengaan. In “watch the board” betekent “board” daarentegen “informatiebord”; de betekenis komt uit de volledige woordgroep. Je gebruikt “board” als werkwoord bij het instappen in een vervoermiddel en als zelfstandig naamwoord voor een informatiebord.
I'll
“I’ll” is de verkorte vorm van “I will” en betekent hier “ik zal”: “I’ll keep the bags with me”. De spreker doet daarmee een toezegging over wat die persoon gaat doen. Je gebruikt “I’ll + werkwoord” om een beslissing, aanbod of belofte uit te drukken.
keep
“Keep” betekent hier “bij zich houden” of ervoor zorgen dat iets bij de spreker blijft: “keep the bags with me”. Het staat vóór het object “the bags” en de aanvulling “with me”. Je gebruikt “keep” om aan te geven dat je iets bewaart, vasthoudt of bij je houdt.
bags
“Bags” betekent hier “tassen”, de bagage die de spreker bij zich zal houden. In “keep the bags with me” is “the bags” het object van “keep”. Je gebruikt “bags” voor tassen of bagagestukken die iemand meeneemt.
with
“With” betekent hier “met” in de woordgroep “with me”: de tassen blijven bij de spreker. Het staat vóór het voornaamwoord “me”. Je gebruikt “with” om aan te geven dat iets samen met iemand is of bij iemand blijft.
me
“Me” betekent hier “mij” in “with me”, dus bij de spreker. Het staat na het voorzetsel “with”. Je gebruikt “me” wanneer de spreker zichzelf als persoon na een voorzetsel noemt.
Please
“Please” maakt “Please stay near this sign” beleefd en betekent hier “alsjeblieft”. Het staat aan het begin van een verzoek. Je gebruikt “Please” om een instructie of verzoek vriendelijker te formuleren.
stay
“Stay” betekent hier “blijven”, namelijk op de plek bij het bord. In “Please stay near this sign” volgt “stay” direct na “Please”. Je gebruikt “stay” om iemand te vragen op een plaats te blijven of niet weg te gaan.
near
“Near” betekent hier “in de buurt van” en beschrijft de plaats ten opzichte van het bord: “near this sign”. Het staat vóór de plaatsaanduiding “this sign”. Je gebruikt “near” om aan te geven dat iemand of iets niet ver van een bepaalde plaats is.
this
“This” betekent hier “dit” en wijst naar het bord dat zich bij de gesprekspartners bevindt: “this sign”. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord “sign”. Je gebruikt “this” om naar één nabij of aangewezen ding te verwijzen.
watch
“Watch” betekent hier “in de gaten houden”: “watch the board” betekent het informatiebord blijven controleren. Het staat vóór het object “the board”. Je gebruikt “watch” in deze betekenis wanneer je iets gedurende een tijd observeert of controleert.
in case
“In case” betekent hier als vaste verbinding “voor het geval dat”: “in case the platform changes”. “In” en “case” vormen samen deze uitdrukking; “case” verwijst naar een mogelijke situatie en “in” maakt deel uit van de verbinding. Je gebruikt “in case” vóór een mogelijke gebeurtenis waarvoor je voorbereid wilt zijn.
changes
“Changes” betekent hier “verandert”, namelijk dat het perron mogelijk een ander perron wordt. In “the platform changes” is “the platform” datgene waarvan de toestand of keuze verandert. Je gebruikt “changes” om aan te geven dat een situatie, plaats of informatie anders wordt.