It
‘It’ verwijst hier naar de situatie of de omgeving binnen de trein, niet naar een eerder genoemd zelfstandig naamwoord. In de zin ‘It feels cool inside the train.’ is het de situatie die koel aanvoelt.
feels
‘feels’ betekent hier dat iets op een bepaalde manier aanvoelt of wordt ervaren. Het hoort bij de beschrijving ‘feels cool’; een bruikbaar patroon is subject + ‘feels’ + een bijvoeglijk naamwoord.
cool
‘cool’ beschrijft hier dat de temperatuur binnen in de trein aangenaam laag is. Het staat na ‘feels’ om te zeggen hoe de situatie aanvoelt.
inside
‘inside’ geeft hier aan dat iets zich binnen in een plaats bevindt: ‘inside the train’ betekent binnen in de trein. Een bruikbaar patroon is ‘inside’ + een plaats of ruimte.
the
‘the’ verwijst naar iets specifieks dat in de situatie herkenbaar is, zoals ‘the train’ en ‘The ride’. ‘The’ aan het begin van ‘The ride’ krijgt alleen een hoofdletter omdat het de eerste woord van de zin is.
train
‘train’ betekent hier de trein waarin de twee personen zitten. Het staat na ‘the’ in ‘the train’, wanneer naar een specifieke trein wordt verwezen.
There
‘There’ in ‘There are open seats farther in.’ introduceert de aanwezigheid van zitplaatsen: er zijn zitplaatsen beschikbaar. De vaste structuur ‘There are’ wordt gebruikt voor meerdere aanwezige dingen.
are
‘are’ vormt hier samen met ‘There’ de structuur ‘There are’, waarmee wordt gezegd dat iets aanwezig is. Het onderwerp dat daarna volgt is ‘open seats’.
open
‘open’ betekent hier vrij of beschikbaar om op te zitten. Het beschrijft de ‘seats’ in de woordgroep ‘open seats’.
seats
‘seats’ betekent hier zitplaatsen in de trein. De meervoudsvorm past bij ‘There are’ en kan in een patroon staan als ‘open seats’ of ‘three seats’.
farther
‘farther’ betekent hier verder weg in de trein, in combinatie met ‘in’. ‘Farther in’ geeft aan dat de zitplaatsen verder naar binnen of verderop zijn.
in
‘in’ betekent hier naar of verder binnen in de trein, samen met ‘farther’. In ‘farther in’ beschrijft het de richting naar een verder gelegen deel van de trein.
I
‘I’ betekent ‘ik’ en verwijst naar de spreker van deze zin. Het staat vooraan in ‘I want to sit’ als onderwerp van de zin.
want
‘want’ geeft hier aan dat de spreker graag wil zitten. Een bruikbaar patroon is ‘want to’ + een werkwoord, zoals in ‘I want to sit’.
to
‘to’ markeert hier het werkwoord dat volgt op ‘want’: ‘to sit’. Het patroon ‘want to’ + werkwoord drukt een wens of bedoeling uit.
sit
‘sit’ betekent hier zitten op een van de beschikbare zitplaatsen. Het staat na ‘to’ in ‘want to sit’, dus na ‘to’ blijft deze werkwoordsvorm staan.
after
‘after’ geeft hier aan dat het zitten volgt op het vele lopen. In ‘after all that walking’ verwijst het naar een activiteit die eerst heeft plaatsgevonden.
all
‘all’ benadrukt hier de volledige hoeveelheid van het lopen waarnaar de spreker verwijst. In ‘all that walking’ versterkt het de specifieke activiteit ‘that walking’.
that
‘that’ verwijst hier naar het specifieke lopen dat de twee personen achter de rug hebben. In ‘all that walking’ maakt het duidelijk over welk lopen de spreker het heeft.
walking
‘walking’ verwijst hier naar het lopen dat vóór het zitten heeft plaatsgevonden. Het staat in de woordgroep ‘after all that walking’ en benoemt de activiteit als geheel.
These
‘These’ verwijst hier naar de zitplaatsen die de twee personen op dat moment voor zich hebben gevonden. Het staat voor ‘seats’ in ‘These seats’ en krijgt een hoofdletter omdat het aan het begin van de zin staat.
comfortable
‘comfortable’ betekent hier dat de zitplaatsen prettig zijn om op te zitten. Het beschrijft ‘These seats’ na het werkwoord ‘are’.
ride
‘ride’ betekent hier de rit met de trein, dus de reis die de personen op dat moment maken. In ‘The ride feels quiet’ wordt de rit als geheel beschreven.
quiet
‘quiet’ betekent hier rustig of stil, zonder veel lawaai tijdens de treinrit. Het staat na ‘feels’ om te beschrijven hoe de rit aanvoelt.
too
‘too’ betekent hier ‘ook’ en voegt de rustige rit toe aan de eerdere beschrijving van de koele trein. Het staat aan het einde van de zin, een veelgebruikte plaats voor ‘too’.
Can
‘Can’ vraagt hier of iets mogelijk is voor de ander: of die persoon het stationsscherm kan zien. Een bruikbaar vraagpatroon is ‘Can’ + persoon + werkwoord, zoals ‘Can you see ...?’.
you
‘you’ verwijst hier naar de persoon tegen wie de spreker praat. Het staat na ‘Can’ in de vraag ‘Can you see the station display from there?’.
see
‘see’ betekent hier met de ogen kunnen waarnemen of het stationsscherm kunnen bekijken. Het staat na ‘Can you’ in de vraag naar een mogelijkheid.
station
‘station’ geeft hier aan dat het scherm informatie over een station toont of bij een station hoort. Het staat vóór ‘display’ in de woordgroep ‘station display’.
display
‘display’ betekent hier het scherm waarop informatie over de stations zichtbaar is. In ‘the station display’ wordt het als een specifiek scherm aangeduid.
from
‘from’ geeft hier het punt aan vanwaar iemand iets probeert te zien: ‘from there’ betekent vanaf die plaats. Een bruikbaar patroon is ‘from’ + een plaats.
We
‘We’ verwijst hier naar de spreker en de andere persoon samen. ‘We’ aan het begin van ‘We have three more stops.’ krijgt een hoofdletter omdat het de eerste woord van de zin is.
have
‘have’ betekent hier dat er voor de groep nog drie haltes over zijn tijdens de reis. Een bruikbaar patroon is ‘have’ + aantal + meervoudig zelfstandig naamwoord, zoals ‘have three more stops’.
more
‘more’ betekent hier nog extra haltes voordat de bestemming wordt bereikt. In ‘three more stops’ staat het na het aantal en vóór het zelfstandig naamwoord.
stops
‘stops’ betekent hier haltes die de trein nog aandoet. Het meervoud past bij ‘three more’ in ‘three more stops’.
Then
‘Then’ betekent hier ‘dan’ of ‘daarna’ en verbindt de volgende mogelijkheid met de mededeling over de resterende haltes. Aan het begin van de zin leidt ‘Then’ de volgende stap in de situatie in.
rest
‘rest’ betekent hier uitrusten voordat de personen uitstappen. Het staat na ‘can’, waardoor ‘can rest’ de mogelijkheid om uit te rusten uitdrukt.
a
‘a’ maakt hier deel uit van de hoeveelheidsexpressie ‘a little’, die een kleine hoeveelheid of korte tijd aangeeft. Buiten deze uitdrukking staat ‘a’ vaak vóór een enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord.
little
‘little’ betekent hier een kleine hoeveelheid of korte tijd in ‘rest a little’. De combinatie ‘a little’ kan na een werkwoord staan om de duur of hoeveelheid klein te houden.
before
‘before’ geeft hier de volgorde aan: eerst rusten, daarna uitstappen. Een bruikbaar patroon is ‘before’ + onderwerp + werkwoord, zoals in ‘before we get off’.
get off
‘get off’ betekent hier uit de trein stappen. In deze uitdrukking verwijst ‘get’ naar de handeling van weggaan en geeft ‘off’ aan dat iemand het vervoermiddel verlaat; samen vormen ze de uitdrukking ‘get off’. Na ‘before’ staat hier de volledige constructie ‘we get off’.