This
In 'This building' wijst 'This' het gebouw aan waarin de spreker zich bevindt. Het staat vóór een zelfstandig naamwoord in een patroon als 'This + zelfstandig naamwoord'. In een nieuwe situatie kun je bijvoorbeeld 'This room' gebruiken.
building
'building' betekent hier het gebouw waarin de twee personen zijn. Het is het zelfstandig naamwoord in 'This building'. In een nieuwe situatie kun je bijvoorbeeld spreken over 'a building' voor een gebouw zonder dat het al specifiek is aangewezen.
feels
In 'This building feels very clean inside' geeft 'feels' de indruk weer die het gebouw maakt. 'feels' is de vorm van 'feel' die hier bij 'This building' staat. Een bruikbaar patroon is 'something feels + bijvoeglijk naamwoord', bijvoorbeeld in een nieuwe situatie: 'The room feels quiet'.
very
'very' versterkt hier de mate waarin het gebouw schoon aanvoelt: 'very clean' betekent erg schoon. Het staat vóór het bijvoeglijk naamwoord dat het versterkt. Een nieuw voorbeeld is 'very quiet'.
clean
'clean' beschrijft hier dat de binnenkant van het gebouw niet vuil is. In 'feels very clean' beschrijft het de indruk die het gebouw geeft. Een bruikbaar patroon is 'a clean + zelfstandig naamwoord', bijvoorbeeld in een nieuwe situatie: 'a clean room'.
inside
'inside' geeft hier aan dat de indruk betrekking heeft op de binnenkant van het gebouw. In 'clean inside' staat het als plaatsaanduiding bij de beschrijving. Een bruikbaar patroon is 'inside the building'.
The
In 'The high ceiling' verwijst 'The' naar een specifieke hoge plafondconstructie in deze lobby. Het staat vóór een zelfstandig naamwoord dat voor de gesprekspartners herkenbaar is. Een bruikbaar patroon is 'the + zelfstandig naamwoord'.
high
'high' beschrijft hier dat het plafond hoog boven de vloer zit. Het staat vóór 'ceiling' en geeft daar een kenmerk van. Een bruikbaar patroon is 'a high ceiling' in een nieuwe situatie.
ceiling
'ceiling' betekent hier het binnenste bovenoppervlak van de lobby. In 'The high ceiling' is het het ding dat de lobby open laat aanvoelen. Een bruikbaar patroon is 'the ceiling of a room'.
makes
In 'makes the lobby feel open' betekent 'makes' dat het hoge plafond ervoor zorgt dat de lobby ruimtelijk aanvoelt. 'makes' is de vorm van 'make' die hier bij 'The high ceiling' staat. Een betrouwbaar patroon is 'make something feel + bijvoeglijk naamwoord'.
lobby
'lobby' betekent hier de entree- of wachtruimte van het gebouw. In 'the lobby' is het de ruimte die door het hoge plafond ruimtelijk aanvoelt. Een bruikbaar patroon is 'in the lobby'.
feel
In 'feel open' betekent 'feel' dat de lobby de indruk geeft ruimtelijk te zijn. De vorm 'feel' staat hier na 'makes' in de constructie 'makes the lobby feel open'. Een bruikbaar patroon is 'feel + bijvoeglijk naamwoord' wanneer je een indruk beschrijft.
open
'open' beschrijft hier de ruimtelijke, niet-ingesloten indruk van de lobby. In 'feel open' zegt het wat de lobby lijkt of aanvoelt, niet dat er letterlijk een deur openstaat. Een bruikbaar patroon is 'the room feels open'.
Let's
'Let's' drukt hier een voorstel uit om samen iets te doen: samen de evenementbalie zoeken. 'Let's' is de verkorte vorm van 'let us' en wordt gevolgd door een werkwoord in de basisvorm. Een bruikbaar patroon is 'Let's + werkwoord', zoals in 'Let's go' in een nieuwe situatie.
find
In 'Let's find the event desk' betekent 'find' de balie lokaliseren of vinden. Het volgt op 'Let's' en krijgt hier 'the event desk' als object. Een bruikbaar patroon is 'find + plaats of voorwerp'.
event
'event' verwijst hier naar de georganiseerde gelegenheid waarvoor de balie bedoeld is. In 'the event desk' beschrijft het welk soort balie wordt gezocht. Een bruikbaar patroon is 'an event' voor een evenement in een nieuwe situatie.
desk
'desk' betekent hier de servicebalie waar bezoekers zich kunnen aanmelden. In 'the event desk' vormt het samen met 'event' de naam van de gezochte balie. Een bruikbaar patroon is 'the information desk' in een nieuwe situatie.
for
In 'the event desk for registration' geeft 'for' het doel van de balie aan: de balie is voor registratie. Het patroon is 'something for + doel of activiteit'. Een nieuw voorbeeld is 'a desk for tickets'.
registration
'registration' betekent hier het aanmelden of inschrijven voor het evenement. In 'for registration' benoemt het de activiteit waarvoor de balie bedoeld is. Een bruikbaar patroon is 'registration for + evenement'.
I'll
'I'll' drukt hier de bedoeling van de spreker uit om de gebouwgids te controleren. Het is de verkorte vorm van 'I will' en staat vóór het werkwoord in de basisvorm, zoals in 'I'll check'. Een bruikbaar patroon is 'I'll + werkwoord'.
check
In 'I'll check the building directory' betekent 'check' de gids bekijken of raadplegen om informatie te vinden. Het krijgt hier 'the building directory' als object. Een bruikbaar patroon is 'check + informatiebron', bijvoorbeeld in een nieuwe situatie: 'check the map'.
directory
'directory' betekent hier een gebouwgids met informatie over ruimtes of diensten. In 'the building directory' is het de informatiebron die bij de muur wordt geraadpleegd. Een bruikbaar patroon is 'check the directory'.
by
In 'by the wall' betekent 'by' naast of vlak bij. Het geeft aan waar de gebouwgids zich bevindt. Een bruikbaar patroon is 'by + plaats', bijvoorbeeld in een nieuwe situatie: 'by the door'.
wall
'wall' betekent hier de verticale zijkant van de ruimte waar de gids bij staat. In 'by the wall' geeft het een herkenningspunt in de lobby. Een bruikbaar patroon is 'next to the wall'.
It
In 'It says the event desk is upstairs' verwijst 'It' naar de gebouwgids of de informatie daarin. Zo wordt de bron van de informatie als onderwerp genoemd. Een bruikbaar patroon is 'It says that + informatie'.
says
In 'It says the event desk is upstairs' betekent 'says' dat de gids deze informatie vermeldt. 'says' is de vorm van 'say' die hier bij 'It' staat. Een bruikbaar patroon is 'It says that + zin'.
is
In 'the event desk is upstairs' koppelt 'is' de evenementbalie aan haar locatie boven. 'is' is hier de vorm van 'be' die bij 'the event desk' staat. Een bruikbaar patroon is 'something is + plaatsaanduiding'.
upstairs
'upstairs' betekent hier op een hogere verdieping van het gebouw. In 'the event desk is upstairs' geeft het de locatie van de balie aan. Een bruikbaar patroon is 'go upstairs' wanneer je naar een hogere verdieping gaat.
Should
In 'Should we take the escalator or the stairs?' gebruikt de spreker 'Should' om samen om advies of een keuze te vragen. Het staat vóór 'we' en daarna volgt het werkwoord in de basisvorm. Een bruikbaar patroon is 'Should we + werkwoord?'.
we
'we' verwijst hier naar de spreker en de andere persoon samen. In 'Should we take...' maakt het duidelijk dat de voorgestelde keuze voor beide personen geldt. Een bruikbaar patroon is 'we + werkwoord' wanneer je over jezelf en anderen samen spreekt.
take
In 'take the escalator or the stairs' betekent 'take' een vervoermiddel of route gebruiken om omhoog te gaan. Het krijgt hier 'the escalator' of 'the stairs' als keuze. Een bruikbaar patroon is 'take + vervoermiddel of route'.
escalator
'escalator' betekent hier de bewegende trap die naar een andere verdieping leidt. In 'take the escalator' is het een van de twee manieren om boven te komen. Een bruikbaar patroon is 'take the escalator' in een gebouw of winkelcentrum.
or
In 'the escalator or the stairs' introduceert 'or' de tweede mogelijkheid in een keuze. Het verbindt hier twee manieren om naar boven te gaan. Een bruikbaar patroon is 'A or B' wanneer je tussen twee opties kiest.
stairs
'stairs' betekent hier de trap als geheel, dus een reeks treden tussen verdiepingen. In 'take the stairs' is het de mogelijkheid tegenover de roltrap. Een bruikbaar patroon is 'go up the stairs' in een nieuwe situatie.
they
In 'they are right here' verwijst 'they' naar 'the stairs'. Het meervoudige voornaamwoord neemt de trap als meervoudig benoemde reeks over. Een bruikbaar patroon is 'they are + plaatsaanduiding' voor meerdere dingen.
are
In 'they are right here' koppelt 'are' de trap aan de plaats waar die zich bevindt. 'are' is de vorm van 'be' die hier bij 'they' staat. Een bruikbaar patroon is 'they are here'.
right
In 'right here' versterkt 'right' de plaatsaanduiding: de trap is precies hier en dus vlakbij. Het gaat hier niet om een richting, maar om nadruk op de locatie. Een bruikbaar patroon is 'right + plaatsaanduiding', zoals 'right there' in een nieuwe situatie.
here
'here' betekent hier op de plaats waar de sprekers zich bevinden. In 'right here' wijst het samen met 'right' een heel nabije plek aan. Een bruikbaar patroon is 'come here' wanneer je iemand naar deze plek laat komen.
wooden
'wooden' betekent hier gemaakt van hout en beschrijft de trap. Het staat vóór 'stairs' als kenmerk van die trap. Een bruikbaar patroon is 'wooden + zelfstandig naamwoord', bijvoorbeeld in een nieuwe situatie: 'a wooden door'.
place
'place' betekent hier de locatie of ruimte in het gebouw. In 'make the place feel warm' gaat het om de sfeer die deze plek krijgt door de houten trap. Een bruikbaar patroon is 'this place' wanneer je naar een bepaalde locatie verwijst.
warm
In 'feel warm' beschrijft 'warm' de aangename, warme indruk die de plek geeft. Het staat na 'feel' en zegt hoe de plek aanvoelt. Een bruikbaar patroon is 'a warm place' in een nieuwe situatie.
a
'a' komt niet voor in de Engelse dialoog en heeft daarom hier geen exacte dialoogfunctie. De overeenkomstige exacte vorm in de laatste zin is 'warm' in 'feel warm'; daar staat geen lidwoord vóór.
gave
'gave' komt niet voor in de Engelse dialoog. De betekenis 'ervoor zorgen dat iets een bepaalde indruk geeft' staat hier in de exacte vorm 'make' in 'make the place feel warm'.
warmth
'warmth' komt niet voor in de Engelse dialoog. De laatste zin gebruikt de exacte vorm 'warm' in 'feel warm' om de aangename indruk van de plek te beschrijven.