Excuse
In “Excuse me” helpt “Excuse” om beleefd iemands aandacht te vragen. Samen met “me” gebruik je deze vorm bijvoorbeeld aan een balie wanneer je een vraag wilt stellen. Nieuw voorbeeld: “Excuse me, can you help me?”
me
In “Excuse me” verwijst “me” naar de persoon die spreekt; die persoon is degene tot wie het verzoek gericht is. De vaste uitdrukking “Excuse me” is bruikbaar voordat je beleefd iets vraagt of iemand onderbreekt. Nieuw voorbeeld: “Excuse me, where is the entrance?”
which
“Which” vraagt welke optie of opties bedoeld worden uit een bekende groep. In “which events” vraagt de spreker welke evenementen nu beschikbaar zijn om aan deel te nemen. Gebruik “which” vaak vóór een zelfstandig naamwoord, zoals in “which event?”
events
“Events” betekent hier georganiseerde activiteiten of bijeenkomsten waar mensen aan kunnen deelnemen. In “which events can we join now?” is het woord het onderwerp waarover de bezoeker informatie vraagt. Nieuw voorbeeld: “Which events are free?”
can
“Can” geeft hier aan dat iets mogelijk of toegestaan is: de bezoekers kunnen nu aan bepaalde evenementen deelnemen. Het staat vóór de persoonsvorm “join” in “can we join”. Gebruik ook “Can I join?” wanneer je bij een activiteit naar toestemming vraagt.
we
“We” verwijst hier naar de spreker en minstens één andere persoon die samen willen deelnemen. In “can we join” is “we” de groep die de vraag stelt. Gebruik “we” voor een gezamenlijke handeling, zoals in “We can choose.”
join
“Join” betekent hier deelnemen aan een evenement of activiteit. In “can we join now?” volgt het na “can” in de basisvorm. Nieuw voorbeeld: “Can we join the session?”
now
“Now” betekent hier op dit moment of vanaf dit moment. Het verduidelijkt dat de bezoekers willen weten welke evenementen zij nu kunnen bijwonen. Gebruik “now” vaak om de huidige beschikbaarheid of timing te vragen, zoals in “Can we start now?”
You
“You” verwijst naar de persoon of personen die worden aangesproken; hier zijn dat de bezoekers. In “You can choose” is “You” degene die een keuze mag of kan maken. Gebruik “you” zowel voor één persoon als voor meerdere aangesproken personen.
choose
“Choose” betekent hier een optie selecteren. In “You can choose between” staat het na “can” in de basisvorm en volgt daarna de keuze tussen twee activiteiten. Een bruikbaar patroon is “choose between A and B”.
between
“Between” geeft hier aan dat de keuze zich bevindt tussen twee genoemde mogelijkheden. In “choose between a guided walk and a dance session” verbindt het beide opties binnen dezelfde keuze. Gebruik het patroon “choose between A and B” wanneer je twee opties vergelijkt.
a
“A” introduceert in deze dialoog één nog niet specifiek gekozen activiteit: “a guided walk” of “a dance session”. Het staat direct vóór de beschrijving van de activiteit. Gebruik “a” op dezelfde manier in een nieuwe introductie, zoals “a short session”.
guided
“Guided” betekent in “a guided walk” dat iemand de wandeling leidt. Het maakt duidelijk dat de deelnemers niet zelfstandig lopen, maar begeleiding krijgen. Gebruik “guided” vóór een activiteit wanneer iemand die activiteit begeleidt, zoals in “a guided tour”.
walk
“Walk” betekent hier een wandelactiviteit, niet alleen de handeling van lopen. In “a guided walk” verwijst het naar de activiteit die de bezoekers kunnen kiezen. Nieuw voorbeeld: “The walk starts at ten.”
and
“And” verbindt hier twee onderdelen van de keuze: “a guided walk” en “a dance session”. Het laat zien dat beide activiteiten samen als alternatieven worden genoemd. Gebruik “and” om woorden of woordgroepen te verbinden, zoals in “tea and coffee”.
dance
“Dance” verwijst hier naar dansen als onderdeel van de activiteit “a dance session”. Samen met “session” benoemt het een geplande periode waarin men danst. Gebruik “dance” vóór een zelfstandig naamwoord om een dansactiviteit te beschrijven, zoals in “a dance class”.
session
“Session” betekent hier een geplande periode waarin een activiteit plaatsvindt. In “a dance session” gaat het om de ingeplande dansactiviteit op het evenement. Gebruik “session” voor een afgebakende activiteit, zoals in “a training session”.
What
“What” vraagt hier om informatie over de aard of ervaring van de wandeling. In de volledige vraag “What is the guided walk like?” vraagt het niet naar een naam, maar naar hoe de activiteit is. Gebruik het patroon “What is ... like?” om naar kenmerken of ervaring te vragen.
is
“Is” verbindt in “What is the guided walk like?” de wandeling met de gevraagde beschrijving. Het maakt samen met “what” en “like” een vraag over de aard van iets. Gebruik “is” ook in vragen als “How is the session?”
the
“The” verwijst naar een specifieke wandeling of activiteit die al bekend is in de situatie. In “the guided walk” gaat het om de wandeling die eerder als keuze is genoemd; in “The guided walk suits us better” is dezelfde activiteit opnieuw bedoeld. Gebruik “the” wanneer de gesprekspartners weten over welke activiteit het gaat.
like
In “What is the guided walk like?” helpt “like” om te vragen naar de kenmerken of ervaring van de wandeling. De volledige uitdrukking “What is ... like?” betekent hier: hoe is iets? Gebruik deze constructie wanneer iemand om een beschrijving vraagt.
guide
“Guide” betekent hier een persoon die de wandeling leidt. In “A guide leads the walk” benoemt het woord wie de deelnemers onderweg begeleidt. Gebruik “guide” voor iemand die mensen door een route of activiteit leidt, zoals in “The guide leads the group.”
leads
“Leads” betekent hier dat de gids de wandeling aanvoert en de deelnemers langs de route begeleidt. In “A guide leads the walk” hoort de vorm bij “A guide”. Gebruik het patroon “A guide leads the walk” of “The guide leads the group” voor begeleide activiteiten.
at
In “at a slow pace” geeft “at” de manier of snelheid van de beweging aan. De volledige woordgroep betekent dat de wandeling in een rustig tempo wordt geleid. Gebruik ook “at a fast pace” of “at a steady pace” als nieuwe voorbeelden voor een tempo.
slow
“Slow” betekent hier niet snel; de wandeling verloopt rustig. In “at a slow pace” beschrijft het woord de snelheid van het tempo. Gebruik “slow” vóór een zelfstandig naamwoord om een rustig tempo of beweging te beschrijven, zoals in “a slow walk”.
pace
“Pace” betekent hier de snelheid waarmee de wandeling verloopt. Samen met “at a slow” vormt het “at a slow pace”, dus in een rustig tempo. Gebruik het patroon “at a ... pace” om de snelheid van een activiteit te beschrijven.
So
“So” leidt hier een gevolgtrekking in: doordat de wandeling rustig wordt geleid, is ze makkelijk te volgen. Het verbindt de uitleg over het tempo met het gevolg voor de deelnemers. Gebruik “So” om een resultaat of conclusie te geven, zoals in “So it is easy.”
it
“It” verwijst hier naar de begeleide wandeling. In “So it is easy to follow” is de wandeling het onderwerp waarvan wordt gezegd dat ze makkelijk te volgen is. Gebruik “it” om een eerder genoemde activiteit opnieuw te benoemen zonder het zelfstandig naamwoord te herhalen.
easy
“Easy” betekent hier dat de wandeling weinig moeite kost om te volgen. In “it is easy to follow” beschrijft het woord hoe moeilijk of eenvoudig de activiteit is. Gebruik het patroon “It is easy to ...” voor iets dat eenvoudig uit te voeren is.
to
In “easy to follow” markeert “to” het werkwoord dat uitlegt wat makkelijk is. De volledige constructie betekent dat het makkelijk is om de wandeling te volgen. Gebruik het patroon “easy to + werkwoord”, zoals in “easy to understand”.
follow
“Follow” betekent hier de wandeling of de gids blijven volgen zonder achter te raken. In “easy to follow” staat het na “to” in de basisvorm. Gebruik “follow” voor een route, gids of activiteit, zoals in “Follow the guide.”
That
“That” verwijst hier naar de zojuist gegeven informatie over de rustige, makkelijk te volgen wandeling. In “That sounds manageable” reageert de spreker op die beschrijving. Gebruik “That” om naar iets eerder genoemde te verwijzen, zoals in “That sounds good.”
sounds
“Sounds” betekent hier dat iets op basis van de gehoorde uitleg een bepaalde indruk geeft. In “That sounds manageable” zegt de spreker dat de activiteit haalbaar lijkt. Gebruik het patroon “That sounds + beschrijving” om op informatie of een voorstel te reageren.
manageable
“Manageable” betekent hier dat de activiteit comfortabel haalbaar lijkt voor de spreker. Het woord beschrijft de wandeling als een goede mogelijkheid voor een eerste poging. Gebruik “manageable” voor een taak of activiteit die niet te zwaar of te moeilijk lijkt.
for
In “for a first try” geeft “for” aan voor welke situatie de wandeling geschikt lijkt. De volledige woordgroep betekent: geschikt met het oog op een eerste poging. Gebruik “for” vóór een persoon, doel of situatie, zoals in “good for beginners”.
first
“First” betekent hier de eerste keer dat iemand deze activiteit probeert. In “for a first try” beschrijft het woord de beginpoging. Gebruik “first” vóór een zelfstandig naamwoord om de eerste gebeurtenis of poging aan te duiden, zoals in “my first lesson”.
try
“Try” betekent hier een poging om de activiteit een eerste keer te doen. In “for a first try” is het een zelfstandig benoemde poging, niet de opdracht om iets te proberen. Gebruik “a first try” wanneer je over een eerste poging spreekt.
How
“How” vraagt hier naar de mate waarin de danssessie actief is. In “How active is the dance session?” staat het vóór een bijvoeglijke beschrijving. Gebruik het patroon “How + beschrijving ...?” om naar een graad of kenmerk te vragen.
active
“Active” betekent hier dat de danssessie veel lichamelijke beweging bevat. In “How active is the dance session?” vraagt de spreker hoeveel beweging de activiteit vraagt. Gebruik “active” om een activiteit of persoon met veel beweging te beschrijven.
moves
“Moves” betekent hier dat de danssessie in een bepaald tempo verloopt of voortgaat. In “It moves faster” wordt de sessie vergeleken met de eerder beschreven wandeling. Gebruik “moves” voor de manier waarop een activiteit of proces verloopt, zoals in “The class moves slowly.”
faster
“Faster” betekent hier met een hogere snelheid dan de begeleide wandeling. Het woord maakt in “It moves faster” een vergelijking tussen de twee activiteiten. Gebruik “faster” wanneer je de snelheid van één activiteit met een andere vergelijkt.
with
In “with simple steps” voegt “with” een kenmerk van de danssessie toe: de sessie bevat eenvoudige passen. Het verbindt de activiteit met wat erbij hoort. Gebruik “with” om onderdelen of kenmerken toe te voegen, zoals in “a class with music”.
simple
“Simple” betekent hier niet ingewikkeld; de danspassen zijn gemakkelijk opgebouwd. In “simple steps” beschrijft het woord de passen van de danssessie. Gebruik “simple” vóór een zelfstandig naamwoord om iets als ongecompliceerd te beschrijven, zoals in “simple instructions”.
steps
“Steps” betekent hier dansbewegingen die met de voeten worden gemaakt. In “simple steps” gaat het om de bewegingen die deelnemers tijdens de danssessie uitvoeren. Gebruik “steps” in een danscontext voor de afzonderlijke bewegingen van een dans.
in
In “in a group” geeft “in” aan dat de activiteit als onderdeel van een groep wordt gedaan. De danssessie vindt dus plaats met meerdere mensen samen. Gebruik “in a group” wanneer mensen gezamenlijk aan een activiteit deelnemen.
group
“Group” betekent hier meerdere mensen die samen aan de danssessie deelnemen. In “in a group” beschrijft het woord de sociale vorm van de activiteit. Gebruik “in a group” voor activiteiten die gezamenlijk worden uitgevoerd, zoals in “We work in a group.”
suits
“Suits” betekent hier dat de begeleide wandeling beter past bij de behoeften of voorkeuren van de spreker en de andere persoon. In “The guided walk suits us better” is de wandeling het onderwerp en “us” de personen voor wie ze geschikt is. Gebruik het patroon “Something suits someone” om een passende keuze te beschrijven.
us
“Us” verwijst hier naar de spreker en de andere persoon samen. In “suits us better” zijn zij de personen voor wie de wandeling beter past. Gebruik “us” na een werkwoord of voorzetsel wanneer je naar die groep verwijst, zoals in “It helps us.”
better
“Better” betekent hier meer geschikt dan de andere optie, de danssessie. In “The guided walk suits us better” maakt het woord de voorkeur duidelijk. Gebruik “better” om twee mogelijkheden te vergelijken, zoals in “This option works better.”