How
How vraagt hier naar de hoeveelheid in de vraag How much does it cost to join the walking event? Samen met much vraagt het naar het bedrag. Je gebruikt How vaak aan het begin van een vraag naar een manier, hoeveelheid of toestand.
much
Much vraagt hier naar de hoeveelheid geld in How much does it cost to join the walking event? Het hoort samen met How bij een vraag naar een bedrag. Je gebruikt much vooral bij niet-telbare hoeveelheden, zoals geld.
does
Does is hier het hulpwerkwoord dat de vraag How much does it cost to join the walking event? vormt. Na does staat het werkwoord cost in deze vorm. Je gebruikt does in vragen met it, he of she.
it
In How much does it cost to join the walking event? is it het grammaticale onderwerp bij cost. In It is free for city residents. verwijst It naar deelname aan het evenement of naar de activiteit als geheel. It wordt vaak gebruikt voor een ding, situatie of activiteit.
cost
Cost betekent hier hoeveel geld iets kost, in How much does it cost to join the walking event? Het staat na does in de vraag. Je kunt cost gebruiken met een bedrag of met iets waarvoor betaald wordt.
to
To markeert hier de handeling die iemand wil doen in to join the walking event. Het staat direct voor join. Je gebruikt to vaak vóór een werkwoord om een handeling aan te duiden.
join
Join betekent hier deelnemen aan het evenement in to join the walking event. Het werkwoord staat na to. Je gebruikt join met een activiteit, groep of evenement waaraan iemand deelneemt.
the
The verwijst in the walking event naar een specifiek evenement dat in de situatie bekend is. Het staat vóór walking event. Je gebruikt the wanneer je naar een bepaalde persoon, zaak of activiteit verwijst.
walking
Walking beschrijft in the walking event het soort evenement: een evenement waarbij mensen wandelen. Het staat vóór event en bepaalt welk type evenement bedoeld is. Walking kan op deze manier vóór een zelfstandig naamwoord staan om een activiteit te beschrijven.
event
Event betekent hier een georganiseerde activiteit waaraan mensen kunnen deelnemen. In the walking event gaat het om de wandeltocht. Je kunt event gebruiken voor geplande activiteiten, bijeenkomsten of wedstrijden.
free
Free betekent hier dat deelname geen geld kost in It is free for city residents. Het beschrijft de prijs van deelname. Je gebruikt free bijvoorbeeld voor iets waarvoor geen betaling nodig is.
for
For geeft hier aan voor welke groep iets geldt: for city residents. Het verbindt free met de mensen die van deze voorwaarde gebruikmaken. Je gebruikt for vaak om de bedoelde persoon of groep aan te geven.
city
City betekent hier een stad en beschrijft in city residents waar deze mensen wonen. Het staat vóór residents. Je kunt city vóór een zelfstandig naamwoord zetten om iets met een stad te verbinden.
residents
Residents zijn hier mensen die in de stad wonen: city residents. De vorm residents verwijst naar meer dan één inwoner. Je gebruikt resident voor iemand die in een bepaalde plaats woont.
We
We verwijst hier naar de spreker samen met minstens één andere persoon in We would like to sign up together. In de andere zin is we onderdeel van de voorwaarde als we add one. We is het Engelse woord voor de groep waarvan de spreker deel uitmaakt.
would
Would maakt in We would like to sign up together een wens beleefd. Het hoort hier samen met like bij een beleefde manier om iets te willen. Je gebruikt would like vaak wanneer je beleefd iets wilt vragen of aangeven.
like
Like betekent hier willen in We would like to sign up together. In de combinatie would like geeft like de gewenste handeling aan; would maakt de formulering beleefd. Je gebruikt would like vóór een handeling met to, zoals in would like to sign up.
sign up
Sign up betekent hier zich inschrijven voor het evenement in We would like to sign up together. Sign draagt het idee van registreren of een naam opgeven bij; up maakt samen met sign dit werkwoord compleet en betekent hier niet letterlijk omhoog. Je gebruikt sign up met een evenement, cursus of andere activiteit waarvoor registratie nodig is.
together
Together betekent hier dat de twee personen gezamenlijk willen inschrijven in We would like to sign up together. Het beschrijft hoe de handeling gebeurt. Je gebruikt together wanneer mensen iets met elkaar doen.
Please
Please maakt het verzoek Please write your names, addresses, and phone numbers on this form beleefd. Het staat hier vóór de gevraagde handeling. Je gebruikt please om een verzoek vriendelijk te formuleren.
write
Write betekent hier informatie op het formulier zetten in Please write your names, addresses, and phone numbers on this form. Het gaat om de namen, adressen en telefoonnummers. Je gebruikt write met informatie, een naam, een adres of een bericht dat iemand moet noteren.
your
Your geeft hier aan dat de namen, adressen en telefoonnummers bij de aangesproken personen horen: your names, addresses, and phone numbers. Het staat vóór de genoemde informatie. Your kan verwijzen naar één of meer personen die je aanspreekt.
names
Names zijn hier de woorden waarmee de deelnemers worden geïdentificeerd: your names. De vorm names verwijst naar meerdere namen. Je gebruikt name voor de persoonlijke naam van iemand of voor een naam waarmee iets wordt aangeduid.
addresses
Addresses zijn hier de woonadressen die op het formulier moeten worden ingevuld: your names, addresses, and phone numbers. De vorm addresses verwijst naar meerdere adressen. Je gebruikt address voor gegevens die aangeven waar iemand woont of bereikbaar is.
and
And verbindt hier de drie soorten informatie in your names, addresses, and phone numbers. Het maakt duidelijk dat alle genoemde onderdelen samen bedoeld zijn. Je gebruikt and om woorden of woordgroepen aan elkaar te koppelen.
phone
Phone geeft in phone numbers aan dat de nummers bij telefoons horen. Het staat vóór numbers als beschrijving van het soort nummers. Je gebruikt phone op deze manier in woorden voor telefonische communicatie.
numbers
Numbers betekent hier de cijferreeksen van telefoons: phone numbers. De vorm numbers verwijst naar meerdere nummers. Je gebruikt number voor een cijfer of cijferreeks die iets identificeert of bereikbaar maakt.
on
On geeft hier aan dat de informatie op het oppervlak of document wordt geschreven: on this form. Het staat vóór this form. Je gebruikt on vaak voor iets dat zich op een papier, formulier of ander oppervlak bevindt.
this
This wijst hier naar het formulier dat bij de spreker ligt of wordt aangewezen: this form. Het staat vóór form. Je gebruikt this voor iets dat dichtbij is of in de huidige situatie wordt aangewezen.
form
Form betekent hier een document waarop je gegevens invult. In on this form verwijst het naar het document voor de inschrijving. Je gebruikt form voor een document met invulvelden of vragen.
Should
Should vraagt hier of het verstandig of nodig is om een e-mailadres toe te voegen in Should we add an email address too? Het is een vraag over wat de spreker moet doen. Je gebruikt should ook om advies of verwachting te bespreken.
add
Add betekent hier extra informatie op het formulier zetten in Should we add an email address too? Het gaat om een e-mailadres naast de al gevraagde gegevens. Je gebruikt add met informatie, een naam of een onderdeel dat je aan iets toevoegt.
an
An is hier het onbepaalde lidwoord vóór email address in an email address. Het introduceert één e-mailadres zonder een specifiek adres te noemen. An staat vóór een woord dat met een klinkerklank begint.
email
Email beschrijft in an email address het type adres: een adres voor elektronische berichten. Het staat vóór address. Je gebruikt email in samenstellingen voor communicatie via elektronische berichten.
address
Address betekent hier een elektronisch contactadres in an email address. Het is de informatie waarmee iemand via e-mail bereikt kan worden. Je gebruikt address ook voor gegevens over waar iemand woont.
too
Too betekent hier ook in Should we add an email address too? Het laat zien dat het e-mailadres naast de andere gegevens wordt toegevoegd. Je gebruikt too vaak aan het einde van een zin om extra overeenkomst aan te geven.
That
That wijst in That part is optional naar een specifiek onderdeel dat net is besproken, namelijk het e-mailadres. Het staat vóór part. Je gebruikt that om naar iets te verwijzen dat niet als dichtbij aangewezen wordt of al eerder genoemd is.
part
Part betekent hier een onderdeel van het formulier: That part is optional. Het verwijst naar het deel voor het e-mailadres. Je gebruikt part voor een afzonderlijk gedeelte van een document, activiteit of geheel.
is
Is verbindt in That part is optional het onderwerp That part met de informatie optional. Het geeft aan hoe dat onderdeel wordt beoordeeld. Je gebruikt is bij it, he, she en enkelvoudige dingen of onderdelen.
optional
Optional betekent hier dat het invullen van het e-mailadres niet verplicht is. In That part is optional beschrijft het woord de status van dat onderdeel van het formulier. Je gebruikt optional voor een keuze die iemand wel of niet hoeft te maken.
What
What vraagt hier welke informatie de medewerker zal sturen in What will you send if we add one? Het staat aan het begin van de vraag. Je gebruikt what om naar een ding, informatie of inhoud te vragen.
will
Will geeft in What will you send if we add one? aan dat het sturen later zal gebeuren. Het staat vóór you send in de vraag en vóór send in We will send the schedule for the next event. Je gebruikt will om over een toekomstige handeling of beslissing te spreken.
you
You verwijst hier naar de medewerker of organisatie die de informatie zal sturen in What will you send if we add one? Het is de aangesproken persoon of groep. You kan in het Engels naar één persoon of naar meerdere personen verwijzen.
send
Send betekent hier informatie toesturen in What will you send if we add one? en We will send the schedule for the next event. In beide zinnen gaat het om het leveren van informatie aan de deelnemers. Je gebruikt send met iets dat wordt verstuurd, zoals informatie, een formulier of een bericht.
if
If introduceert hier de voorwaarde if we add one: de informatie wordt gestuurd onder de voorwaarde dat er een e-mailadres wordt toegevoegd. Het verbindt de voorwaarde met de vraag of toekomstige handeling. Je gebruikt if om een voorwaarde of mogelijkheid te formuleren.
one
One verwijst hier naar één e-mailadres dat al is genoemd in an email address. Het voorkomt dat address opnieuw wordt herhaald in if we add one. Je gebruikt one om naar één eerder genoemd telbaar ding te verwijzen.
schedule
Schedule betekent hier het programma met tijden of activiteiten van het volgende evenement: the schedule for the next event. Het is de informatie die zal worden verstuurd. Je gebruikt schedule voor een overzicht van geplande tijden of activiteiten.
next
Next betekent hier volgende in de tijd in the next event. Het wijst naar het evenement dat na het huidige of eerder bedoelde evenement komt. Je gebruikt next vóór een tijdsaanduiding of gebeurtenis die als eerstvolgende wordt bedoeld.