Inschrijven voor een wandeltocht | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: At an event registration desk, two adults ask about joining a walking event and fill out a sign-up form..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Inschrijven voor een wandeltocht oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

How much does it cost to join the walking event?

hau muts daz it kost tuh djoin duh wóking iewent? Hoeveel kost het om mee te doen aan de wandeltocht?
C

It is free for city residents.

it iz frii fer siti rezidents. Het is gratis voor inwoners van de stad.
B

We would like to sign up together.

wii wud laik tuh djoin ap tuh-geduh. We willen ons samen inschrijven.
C

Please write your names, addresses, and phone numbers on this form.

pliiz rait jur neimz, uh-dres-iz, uhnd foun nambers on dis foorm. Schrijf jullie namen, adressen en telefoonnummers op dit formulier.
A

Should we add an email address too?

sjood wii ed uh iemeel uh-dres too? Moeten we ook een e-mailadres invullen?
C

That part is optional.

det part iz op-sjuh-nuhl. Dat deel is optioneel.
B

What will you send if we add one?

wut wil jur send if wii ed wun? Wat sturen jullie als we er een toevoegen?
C

We will send the schedule for the next event.

wii wil send duh skedzjoel fer duh nekst iewent. We sturen het programma voor het volgende evenement.

Uitleg van de zinnen

  1. How much does it cost to join the walking event?

    Hoeveel kost het om mee te doen aan de wandeltocht?

    How much
    hoeveel
    cost
    kosten
    join
    meedoen aan
    walking
    wandel-
    event
    evenement; tocht
    Uitgebreide uitleg

    How much vraagt naar een hoeveelheid, hier naar het bedrag dat nodig is. In een vraag staat deze woordgroep vooraan: How much does it cost? = “Hoeveel kost het?” Het is geen vraag naar het aantal deelnemers. cost betekent hier “kosten” in de zin van een prijs hebben. De basisvorm is cost; de verleden tijd en het voltooid deelwoord zijn eveneens cost. In does it cost draagt does de tegenwoordige tijd en de vraagvorm, waardoor het hoofdwerkwoord cost in de basisvorm blijft. Voorbeeld: How much does the ticket cost? = “Hoeveel kost het kaartje?” join betekent hier “meedoen aan” of “zich aansluiten bij” een activiteit. Na to staat de basisvorm: to join. Het onderwerp van join is in deze zin niet afzonderlijk genoemd; de vraag gaat over de mogelijkheid of prijs van deelname. Voorbeeld: She wants to join the walk. = “Ze wil meedoen aan de wandeling.” walking beschrijft in walking event wat voor soort evenement het is: een evenement rond wandelen. De vorm walking komt van het werkwoord walk en functioneert hier als een beschrijvend woord vóór het zelfstandig naamwoord. Vergelijk walk = “lopen/wandelen” als werkwoord en a walking event = “een wandelevenement”. event is een zelfstandig naamwoord voor een georganiseerde gebeurtenis of activiteit. In deze context wordt het door walking nader bepaald, dus walking event betekent “wandeltocht” of “wandelevenement”. Het volgende contextfragment noemt dat deelname gratis is voor stadsbewoners, maar dat verandert de vraag naar de prijs niet. Samen vormt How much does it cost de vraag naar de prijs. to join the walking event geeft aan waarvoor die prijs geldt: meedoen aan het wandelevenement. De volledige betekenis is daarom: “Hoeveel kost het om mee te doen aan de wandeltocht?”

  2. It is free for city residents.

    Het is gratis voor inwoners van de stad.

    It is
    Het is
    free
    gratis
    city
    stad
    residents
    inwoners
    Uitgebreide uitleg

    It is vormt hier het grammaticale onderwerp plus de tegenwoordige vorm van to be: it is het onderwerp en is hoort bij it, he en she. In deze zin wordt alleen duidelijk dat het onderwerp ‘het’ is; de tekst specificeert niet zelfstandig waar it precies naar verwijst. Vergelijk als oefenvoorbeeld: They are free. = ‘Zij zijn gratis’ of, afhankelijk van de context, ‘Zij zijn vrij’. Bij they gebruik je are. free betekent hier ‘gratis’: er hoeft voor het bedoelde aanbod geen bedrag betaald te worden. Het is een bijvoeglijk naamwoord. In een andere context kan free bijvoorbeeld ‘vrij’ betekenen. Voorbeeld: The museum is free on Sundays. = ‘Het museum is op zondag gratis.’ city betekent ‘stad’ en staat vóór residents om aan te geven over welke inwoners het gaat. Als zelfstandig naamwoord heeft het de meervoudsvorm cities: city → cities; daarbij verandert de spelling van y in ies. residents betekent hier ‘inwoners’. Het is het meervoud van resident, ‘inwoner’: one resident = ‘één inwoner’, two residents = ‘twee inwoners’. De uitgang -s markeert hier het meervoud. for city residents is een voorzetselgroep die aangeeft voor welke groep het aanbod gratis is: voor inwoners van de stad. De groep wordt als begunstigde genoemd; de zin zegt niet dat het uitsluitend voor die groep gratis is. Samen vormen It is en free de mededeling ‘Het is gratis’. De volledige betekenis is: ‘Het is gratis voor inwoners van de stad.’

  3. We would like to sign up together.

    We willen ons samen inschrijven.

    We
    wij
    would like
    graag willen
    sign up
    zich inschrijven
    together
    samen
    Uitgebreide uitleg

    We betekent hier “wij”: de spreker rekent zichzelf tot de bedoelde groep. Het is een persoonlijk voornaamwoord voor de eerste persoon meervoud. Voor één persoon gebruik je I (“ik”); we omvat de spreker en minstens één andere persoon. would like drukt hier een beleefde wens uit: “graag willen”. De vaste, goed herbruikbare vorm is would like + to + werkwoord, bijvoorbeeld: I would like to ask a question. — “Ik zou graag een vraag willen stellen.” Would like is beleefder en zachter dan het directe want; would verwijst hier niet noodzakelijk naar een wens in het verleden. sign up betekent hier “zich inschrijven” of “zich aanmelden”, bijvoorbeeld voor een activiteit of registratie. Het is een phrasal verb met de basisvorm sign up; na to blijft die vorm staan: We would like to sign up. — “We willen ons graag inschrijven.” In de verleden tijd wordt sign signed, terwijl up blijft staan: They signed up yesterday. — “Zij schreven zich gisteren in.” together betekent “samen”: de betrokken personen voeren de inschrijving gezamenlijk uit. Het is een bijwoord en verandert in deze betekenis niet mee met persoon of aantal. Een bruikbaar contrast is alone — “alleen”. Voorbeeld: We would like to work together. — “We zouden graag samenwerken.” Samen vormen de delen de beleefde mededeling dat de groep zich gezamenlijk wil inschrijven: We + would like to + sign up + together.

  4. Please write your names, addresses, and phone numbers on this form.

    Schrijf jullie namen, adressen en telefoonnummers op dit formulier.

    Please
    alsjeblieft
    write
    schrijven
    your
    jullie
    names
    namen
    addresses
    adressen
    phone numbers
    telefoonnummers
    on
    op
    this
    dit
    form
    formulier
    Uitgebreide uitleg

    Please maakt een verzoek beleefder. Het staat hier vooraan bij de gebiedende wijs. Voorbeeld: “Please wait.” = “Wacht alsjeblieft.” write is de basisvorm van het werkwoord write “schrijven”. In deze zin is het de gebiedende wijs: de aangesproken personen krijgen de opdracht iets te schrijven. De vorm verandert in deze opdracht niet voor enkelvoud of meervoud. Voorbeeld: “Write your address here.” = “Schrijf je adres hier.” your is een bezittelijk woord voor de aangesproken persoon of personen. In deze context verwijst het volgens de vertaling naar meerdere aangesproken personen: jullie namen, jullie adressen en jullie telefoonnummers. Engels maakt in your zelf geen onderscheid tussen één en meer dan één aangesproken persoon. Voorbeeld: “Is this your bag?” = “Is dit jullie tas?” of “Is dit je tas?”, afhankelijk van de context. names betekent hier “namen”. De enkelvoudsvorm is name; names is de gewone meervoudsvorm met -s. Voorbeeld: “Write your name.” = “Schrijf je naam.” addresses betekent “adressen”. De enkelvoudsvorm is address; addresses is het meervoud. Het gaat hier om de adressen van de aangesproken personen. Voorbeeld: “We have two addresses.” = “We hebben twee adressen.” phone numbers is een vaste woordgroep voor “telefoonnummers”. phone specificeert het soort numbers; het geheel is meervoud. Het enkelvoud is phone number. Voorbeeld: “What is your phone number?” = “Wat is je/jullie telefoonnummer?” on geeft hier aan waar de informatie moet worden geschreven: op het oppervlak of in het document. In combinatie met write vormt het niet één werkwoordelijk geheel; write ... on ... betekent dat je iets op een bepaalde ondergrond of in een bepaald formulier schrijft. Voorbeeld: “Write your name on the card.” = “Schrijf je naam op de kaart.” this is een aanwijzend woord voor één nabij of aangewezen ding. Het staat bij het enkelvoudige zelfstandig naamwoord form. Engels heeft hier niet de Nederlandse verbuiging dit/deze op basis van het zelfstandig naamwoord: this wordt gebruikt bij een enkelvoudig ding, terwijl these bij meerdere dingen hoort. Voorbeeld: “Use this form.” = “Gebruik dit formulier.” form betekent hier “formulier”. Het meervoud is forms. Het woord verwijst in deze zin naar het formulier waarop de gevraagde gegevens moeten komen. Voorbeeld: “The form is short.” = “Het formulier is kort.” Samen vormen Please write een beleefd verzoek in de gebiedende wijs. your names, addresses, and phone numbers noemt achter elkaar de drie soorten gegevens die moeten worden ingevuld of opgeschreven. on this form geeft aan waar dat moet gebeuren. De volledige betekenis is daarom: “Schrijf jullie namen, adressen en telefoonnummers op dit formulier.”

  5. Should we add an email address too?

    Moeten we ook een e-mailadres invullen?

    Should we
    moeten we …?
    add
    invullen
    email address
    e-mailadres
    too
    ook
    Uitgebreide uitleg

    Should we begint een vraag waarin de spreker samen met anderen om advies of instemming vraagt: “zullen we …?” In deze zin past de Nederlandse vertaling moeten we …? bij de praktische keuze op het formulier. Het Engelse should is hier geen verleden tijd van een ander werkwoord; het is een modaal hulpwerkwoord. Na should staat het onderwerp we en daarna de basisvorm van het hoofdwerkwoord. Vergelijk: Should we wait? = “Zullen we wachten?” add betekent hier iets aan bestaande informatie toevoegen. Bij een formulier kan add an email address natuurlijk worden weergegeven als “een e-mailadres toevoegen” of, zoals in de vaste vertaling, “een e-mailadres invullen”. De vorm add blijft na should onverbogen: Should we add ...? Voorbeeld: Please add your phone number. = “Voeg je telefoonnummer toe.” email address is een vaste Engelse woordgroep voor een adres waarmee iemand e-mail kan ontvangen. Email beschrijft hier het soort address; het gaat dus niet om een gewoon woonadres. Het meervoud is email addresses. Voorbeeld: I need your email address. = “Ik heb je e-mailadres nodig.” too staat hier aan het einde en betekent “ook”, als toevoeging bij wat al op het formulier moet worden ingevuld. Het woord kan ook in andere posities staan, bijvoorbeeld We should also add an email address, maar de betekenis “ook” blijft dezelfde. Too kan in andere contexten eveneens “te” betekenen, maar die betekenis past hier niet. Samen vormt Should we add an email address too? een vraag over een extra handeling: moet of zullen we naast de eerder genoemde gegevens ook een e-mailadres op het formulier zetten? De vraag noemt geen aantal e-mailadressen; an markeert hier één niet nader gespecificeerd e-mailadres. De vaste Nederlandse vertaling geeft dit weer als: “Moeten we ook een e-mailadres invullen?”

  6. That part is optional.

    Dat deel is optioneel.

    That
    dat
    part
    deel
    optional
    optioneel
    Uitgebreide uitleg

    That staat vóór het zelfstandig naamwoord en wijst hier naar één specifiek deel: “dat”. Het kan naar iets op afstand wijzen, maar ook naar iets dat in de gesprekssituatie of tekst al duidelijk is. In het meervoud wordt het those: that part = “dat deel”, those parts = “die delen”. part betekent hier “deel”. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord: enkelvoud part, meervoud parts. Voorbeeld: This part is important. — “Dit deel is belangrijk.” optional is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “optioneel”: iets is mogelijk, maar niet vereist. Het tegengestelde is required of mandatory (“verplicht”). Het woord verandert in deze betekenis niet voor enkelvoud of meervoud: an optional part en optional parts. Samen vormen That part en is optional de mededeling dat het aangewezen deel niet verplicht is: “Dat deel is optioneel.” De vorm is koppelt het onderwerp That part aan de eigenschap optional; de tegenwoordige tijd presenteert dit als de geldende beoordeling van dat deel.

  7. What will you send if we add one?

    Wat sturen jullie als we er een toevoegen?

    What
    wat
    will
    zullen
    send
    sturen
    if
    als
    add
    toevoegen
    one
    één exemplaar
    Uitgebreide uitleg

    What vraagt hier naar het ding dat verzonden zal worden: “wat”. Als vraagwoord staat het aan het begin van de Engelse vraag. Voorbeeld: “What did you choose?” = “Wat koos je?” will staat vóór het onderwerp you en verwijst hier naar de toekomst: “zal/zullen”. Het is een hulpwerkwoord en verandert niet met enkelvoud of meervoud: “I will”, “we will”, “you will”. Na will komt de basisvorm van het werkwoord: will send, niet will sends. send betekent hier “sturen”. De basisvorm is send; in de tegenwoordige tijd krijgt alleen de derde persoon enkelvoud doorgaans -s: “I send”, maar “she sends”. Na will blijft het send. Voorbeeld: “We will send the schedule.” = “We zullen het programma sturen.” if betekent “als” en leidt hier de voorwaardelijke bijzin in. De volgorde is if + onderwerp we + werkwoord add: “als we toevoegen”. add betekent “toevoegen”. Met het onderwerp we blijft de vorm add; bij de derde persoon enkelvoud is de vorm adds: “we add”, maar “she adds”. Voorbeeld: “We add one item.” = “We voegen één item toe.” one betekent hier “één” of “één exemplaar” en staat zelfstandig voor een ding waarvan het soort uit de context wordt begrepen. In de Nederlandse vertaling wordt dit weergegeven door er een; het precieze bedoelde ding wordt in de aangeleverde zin niet benoemd. Voorbeeld: “I need a pen. Do you have one?” = “Ik heb een pen nodig. Heb je er een?” Samen vormen de delen de vraag “Wat zullen jullie sturen als we er één toevoegen?” What vraagt naar het object van send; will plaatst het sturen in de toekomst; en if we add one geeft de voorwaarde. De Engelse vraag gebruikt you, hier vertaald als jullie; we is het onderwerp van add, hier vertaald als we. De formulering is een gewone, neutrale vraag.

  8. We will send the schedule for the next event.

    We sturen het programma voor het volgende evenement.

    We will
    we zullen
    send
    sturen
    schedule
    programma
    next
    volgende
    event
    evenement
    Uitgebreide uitleg

    We will bestaat uit het onderwerp we (“wij”) en het hulpwerkwoord will. In deze zin vormt will samen met het werkwoord de toekomstige betekenis. Will verandert niet volgens persoon of meervoud: I will, she will en we will gebruiken dezelfde vorm. In gewone stijl wordt dit vaak verkort tot we’ll. send betekent hier “sturen”. De vorm na will is de basisvorm: will send, niet bijvoorbeeld een verleden tijd of een vorm met to. De basisvorm is ook zichtbaar in send zonder hulpwerkwoord: We send the schedule every month. = “Wij sturen het programma elke maand.” schedule betekent hier “programma”: een overzicht van geplande activiteiten of onderdelen. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord; daarom staat er in deze zin the schedule, “het programma”. Schedule kan in andere contexten ook een tijdschema of planning aanduiden, maar de vaste vertaling ondersteunt hier de betekenis “programma”. next betekent “volgende”. Het is een onregelmatige vorm die een element aanwijst dat in een reeks of tijdsvolgorde na het huidige of eerder bedoelde element komt; behandel het hier niet als een gewone vergelijkende uitgangsvorm. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord: the next event. Een bruikbare tegenstelling is previous (“vorige”), bijvoorbeeld: the previous event = “het vorige evenement”. event betekent “evenement”. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord. In the next event verwijst het bepaalde lidwoord the samen met next naar het specifieke volgende evenement binnen de relevante reeks; event zelf draagt de betekenis “evenement”. Het meervoud is events. Samen vormen de delen We will send + the schedule + for the next event de betekenis: “Wij zullen het programma voor het volgende evenement sturen.” For verbindt het programma met het evenement waarvoor het bestemd is. De volledige zin beschrijft dus een toekomstige handeling van we: de zin specificeert niet naar wie of welke bestemming het programma wordt gestuurd.

Grammatica

would like + to + verb

We would like to join.

wii wud laik tuh djoin.

We willen graag meedoen.

Na would like gebruik je to vóór het werkwoord: would like to join.

Engels woordenschat

addresses zelfstandig naamwoord
uh-dres-iz adressen

your addresses

city residents zelfstandig naamwoord
siti rezidents inwoners van de stad residents

free for city residents

cost werkwoord
kost kosten

How much does it cost?

free bijvoeglijk naamwoord
frii gratis

It is free.

join werkwoord
djoin meedoen aan

to join the walking event

names zelfstandig naamwoord
neimz namen

your names

phone numbers zelfstandig naamwoord
foun nambers telefoonnummers

your phone numbers

sign up werkwoord
sain ap zich inschrijven

to sign up together

together bijwoord
tuh-geduh samen

sign up together

walking event zelfstandig naamwoord
wóking iewent wandeltocht

the walking event

would like werkwoord
wud laik willen graag

We would like to sign up together.

write werkwoord
rait schrijven

Please write your names.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Het is gratis voor inwoners van de stad.

Antwoord tonenIt is free for city residents.

Dat deel is optioneel.

Antwoord tonenThat part is optional.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

inwoners van de stad

Antwoord tonenresidents

kosten

Antwoord tonencost

samen

Antwoord tonentogether

meedoen aan

Antwoord tonenjoin