Een afgewerkt rapport versturen | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a workplace, two adults coordinate sending a finished report file before a meeting starts..

NL → EN / Niveau: A1

Over deze les

Met Een afgewerkt rapport versturen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

Is the report ready?

iz de ri-poort reddie? Is het rapport klaar?
B

It is almost ready.

it iz oolmoust reddie. Het is bijna klaar.
A

Please send me the file when it is ready.

pliiz send mie de fail wen it iz reddie. Stuur me het bestand als het klaar is.
B

I just finished the last page.

ai dzjast finisjt de last peidzj. Ik heb net de laatste pagina afgemaakt.
A

I need it before the meeting starts.

ai niid it bifoor de miiting starts. Ik heb het nodig voordat de vergadering begint.
B

I am attaching the new file now.

ai em uh-tetsjing de njoe fail nau. Ik voeg het nieuwe bestand nu toe.
A

I will check it right away.

ai wil tsjek it rait uh-wee. Ik zal het meteen controleren.
B

It should be in your inbox now.

it sjoed bi in jer inboks nau. Het zou nu in je inbox moeten staan.

Woord voor woord

Is In “Is the report ready?” betekent “Is” ‘is’ en vormt het de vraag naar de toestand van het rapport. De vorm “Is” staat hier vooraan omdat het een vraag is; in mededelingen staat dezelfde vorm als “is” na het onderwerp. Een bruikbaar patroon is “Is + onderwerp + ...?” wanneer je naar een toestand vraagt.
the In “the report” verwijst “the” naar een specifiek rapport dat voor de gesprekspartners herkenbaar is. Het betekent afhankelijk van het zelfstandig naamwoord ‘de’ of ‘het’; in andere delen van de dialoog staat het ook voor een specifieke file, pagina of vergadering. Gebruik “the + zelfstandig naamwoord” voor iets bepaalds of bekends.
report In “the report” betekent “report” een rapport dat op het werk wordt gebruikt. Het woord staat na “the” en is hier het onderwerp van de vraag of het klaar is. Je kunt “report” gebruiken voor een document met informatie of resultaten.
ready In “Is the report ready?” en “It is almost ready” betekent “ready” dat het rapport afgewerkt en bruikbaar is. Het staat na “is” om de toestand van het rapport te beschrijven. Een bruikbaar patroon is “be ready” voor iets dat klaar is om gebruikt of verstuurd te worden.
It In “It is almost ready” verwijst “It” naar het rapport uit de vorige zin. Het is het onderwerp van de zin en krijgt in de zin “it” als kleine letter wanneer het niet aan het begin staat. Gebruik “it” om in deze context opnieuw naar een rapport of bestand te verwijzen.
almost In “It is almost ready” betekent “almost” ‘bijna’: het rapport is nog niet helemaal klaar, maar wel dichtbij. Het staat vóór “ready” en beperkt de mate van de beschreven toestand. Je kunt “almost” vóór een bijvoeglijk naamwoord gebruiken, zoals in “almost ready”.
Please In “Please send me the file” maakt “Please” het verzoek beleefd. Het staat hier aan het begin van het verzoek, vóór de handeling “send”. Gebruik het patroon “Please + werkwoord” wanneer je iemand vriendelijk iets vraagt.
send In “Please send me the file” betekent “send” dat je het bestand naar iemand laat gaan. Na “Please” staat de vorm “send” en daarna komen de ontvanger “me” en het verzonden voorwerp “the file”. Een bruikbaar patroon is “send + persoon + voorwerp”.
me In “send me the file” betekent “me” ‘mij’: de spreker is de ontvanger van het bestand. “Me” staat na “send” als de persoon aan wie iets wordt gestuurd; de bijbehorende onderwerpsvorm is “I”. Gebruik “send me + voorwerp” om te zeggen dat iets naar jou gestuurd moet worden.
file In “the file” betekent “file” een digitaal bestand dat naar de spreker gestuurd moet worden. Het staat na “the” omdat het om een specifiek bestand gaat. Je gebruikt “file” vaak in een werk- of e-mailcontext voor een document dat je deelt of bijvoegt.
when In “when it is ready” betekent “when” ‘wanneer’ of ‘als’ en introduceert het moment waarop het bestand gestuurd moet worden. Daarna volgt de volledige tijdsbepaling “it is ready”. Gebruik “when + zin” om aan te geven op welk moment iets gebeurt.
I In “I just finished the last page” verwijst “I” naar de persoon die spreekt. Het is de vaste Engelse vorm voor ‘ik’ en staat vóór het werkwoord. Een bruikbaar patroon is “I + werkwoord” om over je eigen handeling te spreken.
just In “I just finished the last page” betekent “just” ‘net’ of ‘zojuist’. Het geeft aan dat het afmaken heel kort geleden gebeurde. In deze betekenis staat “just” vóór de handeling, zoals in “just finished”.
finished In “I just finished the last page” betekent “finished” dat de spreker de laatste pagina heeft afgemaakt. “Finished” is de verleden-tijdsvorm van “finish” en staat na “I”. Gebruik “finish + voorwerp” wanneer je zegt wat je afrondt.
last In “the last page” betekent “last” ‘laatste’: het gaat om de pagina aan het einde van het rapport. Het staat vóór “page” en beschrijft welke pagina bedoeld wordt. Een bruikbaar patroon is “the last + zelfstandig naamwoord” voor het laatste item in een reeks.
page In “the last page” betekent “page” een afzonderlijke pagina van het rapport. Het woord staat na “last” om precies aan te geven wat de spreker heeft afgemaakt. Je kunt “page” gebruiken voor een onderdeel van een document of boek.
need In “I need it before the meeting starts” betekent “need” dat de spreker het bestand noodzakelijk vindt vóór de vergadering. Het voorwerp “it” staat direct na “need”. Gebruik het patroon “need + voorwerp” om uit te leggen wat je nodig hebt.
before In “before the meeting starts” betekent “before” ‘voordat’ en geeft het aan dat de vergadering nog niet mag beginnen op het bedoelde moment. Het staat vóór de volledige tijdsbepaling “the meeting starts”. Gebruik “before + zin” om een eerdere tijdsgrens aan te geven.
meeting In “the meeting starts” betekent “meeting” een vergadering op het werk. Het staat na “the” omdat het om een specifieke vergadering gaat die de gesprekspartners kennen. Je gebruikt “meeting” voor een geplande bijeenkomst met andere mensen.
starts In “the meeting starts” betekent “starts” dat de vergadering begint. “Starts” is de vorm van “start” die hier bij het enkelvoudige onderwerp “the meeting” hoort. Gebruik “the meeting starts” om het begin van een vergadering aan te geven.
am In “I am attaching the new file now” betekent “am” ‘ben’ en vormt het samen met “attaching” een beschrijving van een handeling die nu bezig is. “Am” is de vorm van “be” die bij “I” hoort. Een bruikbaar patroon is “I am + werkwoord op -ing” voor een handeling die op dit moment plaatsvindt.
attaching In “I am attaching the new file now” betekent “attaching” dat de spreker het nieuwe bestand als bijlage toevoegt. De vorm “attaching” staat na “am” en beschrijft de lopende handeling. Gebruik “attach a file” wanneer je een bestand aan een e-mail of bericht toevoegt.
new In “the new file” betekent “new” dat het om een nieuw bestand gaat, niet om een eerder genoemd bestand. Het staat vóór “file”. Een bruikbaar patroon is “the new + zelfstandig naamwoord” wanneer je een nieuw exemplaar specifiek benoemt.
now In “I am attaching the new file now” en “in your inbox now” betekent “now” ‘nu’, op het huidige moment. Het kan aan het einde van de zin staan om het tijdstip van de handeling of verwachte locatie te benadrukken. Gebruik “now” om naar het huidige moment te verwijzen.
will In “I will check it right away” geeft “will” aan dat de spreker de controle daarna op zich neemt. Na “will” staat de vorm “check” zonder extra uitgang. Gebruik “will + werkwoord” voor een toekomstige beslissing, toezegging of handeling.
check In “I will check it right away” betekent “check” dat de spreker het bestand zal nakijken of controleren. Het staat na “will” en krijgt daar de vorm “check”. Gebruik “check + voorwerp” wanneer je iets controleert.
right away In “I will check it right away” betekent de uitdrukking “right away” ‘meteen’ of ‘onmiddellijk’. “Right” en “away” leveren hier samen de betekenis van directe uitvoering; je moet de uitdrukking als geheel begrijpen. Gebruik “right away” om te zeggen dat je iets zonder uitstel doet.
should In “It should be in your inbox now” drukt “should” een verwachting uit: volgens de spreker hoort het bestand nu in de inbox te staan. Het is hier geen bevel, maar een inschatting van wat waarschijnlijk het geval is. Na “should” staat de basisvorm “be”, zoals in “should be + plaatsbepaling”.
be In “should be in your inbox” verbindt “be” het onderwerp met de plaats waar het bestand verwacht wordt. De vorm “be” staat na “should”, omdat daar de basisvorm van het werkwoord volgt. Gebruik “be in + plaats” om aan te geven waar iets zich bevindt.
in In “in your inbox” geeft “in” de plaats aan waar het bestand zich volgens de verwachting bevindt. Het staat vóór de plaatsaanduiding “your inbox”. Gebruik “in + plaats” voor iets dat zich binnen een ruimte, map of digitale omgeving bevindt.
your In “your inbox” betekent “your” ‘jouw’ of ‘uw’ en verwijst het naar de persoon tegen wie gesproken wordt. Het staat vóór “inbox” en geeft aan van wie de inbox is. Gebruik “your + zelfstandig naamwoord” om bezit of verbondenheid met de gesprekspartner uit te drukken.
inbox In “your inbox” betekent “inbox” het postvak waarin ontvangen e-mails of bestanden binnenkomen. Het woord staat na “your” om aan te geven dat het om de inbox van de gesprekspartner gaat. In deze werksituatie is het de plek waar de verzonden file verwacht wordt.

Grammatica

before + subject + present simple

Send the report before the meeting starts.

send de ri-poort bifoor de miiting starts.

Stuur het rapport voordat de vergadering begint.

Na before gebruik je in een tijdsbepaling de tegenwoordige tijd, ook als je naar de toekomst verwijst.

need to + infinitive

I need to check your inbox now.

ai niid te tsjek jer inboks nau.

Ik moet nu je inbox controleren.

Na need to volgt het hele werkwoord zonder vervoeging: need to check.

Engels woordenschat

almost bijwoord
oolmoust bijna

It is almost ready.

before voegwoord
bifoor voordat

Before the meeting starts.

file zelfstandig naamwoord
fail bestand

Please send me the file.

finished werkwoord
finisjt afgemaakt

I just finished the last page.

last bijvoeglijk naamwoord
last laatste

The last page.

need werkwoord
niid nodig hebben

I need it before the meeting starts.

page zelfstandig naamwoord
peidzj pagina

I just finished the last page.

please bijwoord
pliiz alsjeblieft

Please send me the file.

ready bijvoeglijk naamwoord
reddie klaar

Is the report ready?

report zelfstandig naamwoord
ri-poort rapport

Is the report ready?

send werkwoord
send sturen

Please send me the file.

when voegwoord
wen wanneer; als

When it is ready.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Is het rapport klaar?

Antwoord tonenIs the report ready?

Het is bijna klaar.

Antwoord tonenIt is almost ready.

Ik heb net de laatste pagina afgemaakt.

Antwoord tonenI just finished the last page.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

wanneer; als

Antwoord tonenwhen

alsjeblieft

Antwoord tonenplease

sturen

Antwoord tonensend

rapport

Antwoord tonenreport