De voortgang van een taak | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a workplace, two adults review task progress, remaining checks, and when to update the team..

NL → EN / Niveau: A1

Over deze les

Met De voortgang van een taak oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

How is the task going?

Hau iz dhuh taak goh-ing? Hoe gaat het met de taak?
B

Most of it is done.

Mohst uhv it iz dan. Het meeste is af.
A

What needs checking?

Wut nidez tsjek-ing? Wat moeten we controleren?
B

I need to check the numbers.

Ai nied tuh tsjek dhuh nam-berz. Ik moet de cijfers controleren.
A

Are we on schedule?

Aar wie on skedjoel? Liggen we op schema?
B

We can finish this afternoon.

Wie ken finish dhis af-ter-noen. We kunnen dit vanmiddag afmaken.
A

Should we update the team?

Sjoed wie uhp-deet dhuh tiem? Zullen we het team bijpraten?
B

Let's update them after we finish this part.

Lets uhp-deet dhem af-ter wie finish dhis paart. Laten we hen bijpraten nadat we dit deel hebben afgemaakt.

Woord voor woord

How “How” vraagt hier naar de toestand of voortgang van de taak in “How is the task going?”. Het staat aan het begin van een vraag over hoe iets verloopt; gebruik “How is ... going?” bijvoorbeeld om naar de voortgang van een project te vragen.
is “is” verbindt hier “the task” met de vraag naar de huidige voortgang. Het is een vorm van be; in “How is ... going?” gebruik je deze vorm bij één persoon of zaak, bijvoorbeeld wanneer je naar een project vraagt.
the “the” verwijst hier naar een specifieke taak die voor de gesprekspartners bekend is. Het staat vóór een zelfstandig naamwoord, zoals in “the task”; gebruik het wanneer je niet zomaar een taak bedoelt, maar een bepaalde taak.
task “task” betekent hier een concrete opdracht of een stuk werk. Het woord wordt gebruikt als onderwerp in “the task”; je kunt het combineren met een werkwoord om naar de voortgang of voltooiing van werk te vragen.
going “going” betekent hier dat iets verloopt of vooruitgaat in “How is the task going?”. De basisvorm is go; in de vaste vraag “How is ... going?” beschrijft “going” het verloop van een taak, project of andere activiteit.
Most “Most” betekent hier het grootste deel van iets. In “Most of it” verwijst het naar het grootste deel van de taak; gebruik “most of” vóór een voornaamwoord of zelfstandig naamwoord om een groot deel aan te duiden.
of “of” verbindt hier een hoeveelheid met datgene waarvan die hoeveelheid deel uitmaakt: “Most of it”. Gebruik “of” in zulke deel-geheelcombinaties, bijvoorbeeld met “most of” en een voornaamwoord of zelfstandig naamwoord.
it “it” verwijst hier terug naar de taak. Het staat na “of” in “Most of it” om niet opnieuw “the task” te herhalen; gebruik “it” wanneer de bedoelde zaak al duidelijk is.
done “done” betekent hier dat het grootste deel voltooid of af is in “Most of it is done.” De basisvorm is do; “done” beschrijft hier samen met “is” de voltooide toestand van het werk.
What “What” vraagt hier welke zaak of welk onderdeel aandacht nodig heeft in “What needs checking?”. Het staat vooraan in een vraag naar iets dat gecontroleerd moet worden; gebruik “What” wanneer het gevraagde antwoord een zaak of handeling betreft.
needs “needs” geeft hier aan dat iets controle nodig heeft in “What needs checking?”. Het is een vorm van need; samen met “checking” vormt het de vraag naar wat nog gecontroleerd moet worden, bijvoorbeeld bij cijfers of documenten.
checking “checking” betekent hier controleren of iets juist is. De basisvorm is check; in “What needs checking?” benoemt deze vorm de controle die nog nodig is, en je kunt “checking” gebruiken na need wanneer je aangeeft wat gecontroleerd moet worden.
I “I” verwijst hier naar de spreker die zelf de cijfers moet controleren. Het is het onderwerp van “I need to check ...”; gebruik “I” om jezelf als handelende persoon aan te wijzen.
need “need” betekent hier dat de spreker iets moet doen of daarvoor noodzakelijk werk heeft. Het staat in “I need to check”; gebruik het patroon “I need to + werkwoord” om een noodzakelijke handeling aan te geven.
to “to” markeert hier de handeling die volgt op “need”: “to check”. Gebruik “need to” vóór een werkwoord wanneer je zegt dat iemand een bepaalde handeling moet uitvoeren.
check “check” betekent hier iets onderzoeken of verifiëren, namelijk de cijfers. In “I need to check the numbers” staat het na “to”; gebruik “check” vaak vóór het object dat je controleert.
numbers “numbers” verwijst hier naar de numerieke gegevens die gecontroleerd moeten worden. Het is de meervoudsvorm van number; gebruik “check the numbers” wanneer je cijfers of numerieke informatie wilt verifiëren.
Are “Are” vormt hier het begin van de vraag “Are we on schedule?” over de huidige planning. Het is een vorm van be bij “we”; gebruik “Are we ...?” om samen met anderen naar een gezamenlijke toestand te vragen.
we “we” verwijst hier naar de spreker en minstens één andere persoon die aan de taak werkt. De vorm komt voor als “we” en “We” in deze dialoog; gebruik “we” als onderwerp voor een gezamenlijke handeling of toestand.
on “on” maakt hier deel uit van de uitdrukking “on schedule”, die aangeeft dat iets volgens de planning verloopt. Gebruik “on” in zulke vaste combinaties met een planning of schema; in deze situatie vraagt de spreker of het werk nog op tijd ligt.
schedule “schedule” betekent hier de afgesproken planning of timing van het werk. Samen met “on” vormt het “on schedule”; gebruik deze combinatie om te zeggen of een taak volgens de geplande tijd verloopt.
can “can” geeft hier de mogelijkheid aan om het werk deze middag af te ronden. Het staat vóór de basisvorm “finish”; gebruik “can + werkwoord” om vermogen of mogelijkheid uit te drukken.
finish “finish” betekent hier een taak volledig afronden. Het staat na “can” in “We can finish”; na “can” gebruik je de basisvorm van het werkwoord om een mogelijke handeling te benoemen.
this “this” verwijst hier naar een specifieke tijd, namelijk de middag van vandaag, in “this afternoon”. Gebruik “this” vóór een tijdsaanduiding of zelfstandig naamwoord wanneer je naar iets specifieks in de huidige context verwijst.
afternoon “afternoon” betekent hier de periode na het middaguur waarin de taak klaar kan zijn. In “this afternoon” verwijst het naar de middag van vandaag; gebruik deze tijdsaanduiding om aan te geven wanneer iets gebeurt.
Should “Should” vraagt hier of het verstandig of wenselijk is om het team bij te praten. Het staat aan het begin van “Should we ...?”; gebruik deze vraag om samen een mogelijke handeling te bespreken.
update “update” betekent hier iemand de nieuwste informatie over de taak geven. In “Should we update the team?” krijgt het woord “the team” als ontvanger; gebruik “update someone” wanneer je iemand over de huidige stand van zaken informeert.
team “team” betekent hier de groep collega’s die bij het werk betrokken is. In “the team” verwijst het naar een specifieke groep; gebruik “update the team” wanneer je die groep nieuwe informatie over de taak wilt geven.
Let's “Let's” doet hier een gezamenlijk voorstel: samen het team informeren. Het is de verkorte vorm van let us; gebruik “Let's + werkwoord” om een handeling voor te stellen die de spreker en de aangesprokene samen uitvoeren.
them “them” verwijst hier naar het team in “Let's update them”. Het is de vorm die als ontvanger van de informatie wordt gebruikt; gebruik “update them” wanneer je meerdere mensen of een eerder genoemde groep informeert.
after “after” geeft hier aan dat het bijpraten later gebeurt dan het afmaken van dit deel. Het verbindt “after” met een gebeurtenis of bijzin, zoals in “after we finish this part”; gebruik het om de volgorde van twee handelingen aan te geven.
part “part” betekent hier een specifiek onderdeel van de taak. In “this part” verwijst het naar het onderdeel dat eerst afgemaakt moet worden; gebruik “part of” of “this part” om naar een gedeelte van een groter geheel te verwijzen.

Grammatica

Most of + noun + is/are + adjective

Most of the task is done.

Mohst uhv dhuh taak iz dan.

Het meeste van de taak is klaar.

Gebruik most of vóór een zelfstandig naamwoord om ‘het meeste van’ aan te geven.

After + -ing

After checking the numbers, update the team.

Af-ter tsjek-ing dhuh nam-berz, uhp-deet dhuh tiem.

Nadat je de cijfers hebt gecontroleerd, informeer je het team.

Na after gebruik je vaak een werkwoord op -ing als dezelfde persoon beide handelingen uitvoert.

Engels woordenschat

afternoon zelfstandig naamwoord
af-ter-noen middag; namiddag
check werkwoord
tsjek controleren
checking werkwoord
tsjek-ing controleren; controle
done bijvoeglijk naamwoord
dan klaar; gedaan
finish werkwoord
finish afmaken; eindigen
going werkwoord
goh-ing gaan; verlopen
most voornaamwoord
mohst het meeste
numbers zelfstandig naamwoord
nam-berz cijfers; getallen
schedule zelfstandig naamwoord
skedjoel schema; planning
task zelfstandig naamwoord
taak taak
team zelfstandig naamwoord
tiem team; ploeg
update werkwoord
uhp-deet bijpraten; informeren

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Hoe gaat het met de taak?

Antwoord tonenHow is the task going?

Het meeste is af.

Antwoord tonenMost of it is done.

Wat moeten we controleren?

Antwoord tonenWhat needs checking?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

het meeste

Antwoord tonenmost

cijfers; getallen

Antwoord tonennumbers

controleren; controle

Antwoord tonenchecking

afmaken; eindigen

Antwoord tonenfinish