Is
"Is" helpt hier de vraag te vormen over de deadline: "Is the deadline coming up soon?". In een werkgesprek gebruik je deze vorm om te vragen of iets binnenkort gebeurt.
the
"the" verwijst in "the deadline" naar een specifieke deadline die voor beide gesprekspartners bekend is. Gebruik deze vorm vóór een bekend of eerder bedoeld zelfstandig naamwoord.
deadline
"deadline" betekent hier de uiterste tijd waarop het werk klaar moet zijn. In een werkgesprek gebruik je dit woord om over een vaste eindtijd of uiterste datum te spreken.
coming
In "coming up" geeft "coming" aan dat de deadline nadert. Deze vorm gebruik je in de uitdrukking "coming up" voor iets dat binnenkort plaatsvindt.
up
In "coming up" maakt "up" duidelijk dat de gebeurtenis nadert. Gebruik "up" hier als onderdeel van de vaste uitdrukking "coming up", bijvoorbeeld bij een naderende deadline.
soon
"soon" betekent hier dat iets binnen korte tijd gebeurt. In "coming up soon" gebruik je het om te benadrukken dat de deadline niet ver weg is.
close
"close" betekent in "The deadline is close" dat de deadline dichtbij is in de tijd. In een werkgesprek gebruik je deze vorm om tijdsdruk of een naderend moment aan te geven.
So
"So" verbindt de nabije deadline met de volgende stap: "So let's start with the main part.". Gebruik het om een gevolg of praktische conclusie in te leiden.
let's
"let's" geeft in "let's start" een voorstel weer om iets samen te doen. Gebruik deze vorm wanneer je de ander bij een gezamenlijke volgende stap wilt betrekken.
start
"start" betekent hier beginnen met het belangrijkste deel van het werk. In "start with" staat het vóór "with" en daarna volgt waarmee je begint.
with
"with" geeft in "start with the main part" aan waarmee de activiteit begint. Gebruik deze combinatie vóór het eerste onderdeel dat je behandelt.
main
"main" beschrijft in "the main part" het deel dat het belangrijkst is. Gebruik het vóór een zelfstandig naamwoord om het centrale onderdeel aan te wijzen.
part
"part" betekent hier een onderdeel van het werk, namelijk het belangrijkste deel. In een werkgesprek gebruik je dit woord om naar één onderdeel van een taak te verwijzen.
Do
"Do" helpt de vraag "Do you want to take that on now?" te vormen. Gebruik deze vorm aan het begin van een vraag over wat iemand wil doen.
you
"you" verwijst hier naar de persoon aan wie de vraag wordt gesteld. In een gesprek gebruik je deze vorm om de aangesproken persoon te noemen.
want
"want" betekent hier willen of van plan zijn om een taak op je te nemen. Het staat in "want to take" vóór "to" en de daaropvolgende handeling.
to
"to" verbindt in "want to take" het werkwoord "want" met de handeling. Gebruik deze combinatie om te zeggen wat iemand wil doen.
take
In "take that on" betekent "take" dat iemand een taak op zich neemt. Gebruik deze vorm samen met "on" wanneer je verantwoordelijkheid voor een taak accepteert.
that
"that" verwijst in "take that on" naar de taak die net is genoemd. Gebruik het om naar een eerder besproken ding of een eerder genoemde taak te verwijzen.
on
In "take that on" is "on" onderdeel van de uitdrukking voor het aannemen van verantwoordelijkheid. Gebruik "take ... on" wanneer iemand een taak op zich neemt.
now
"now" betekent hier op dit moment of meteen. In de vraag gebruik je het om te vragen of de taak direct wordt opgepakt.
I
"I" verwijst naar de spreker in "I can start". Gebruik deze vorm wanneer je jezelf als degene die iets doet of kan doen noemt.
can
"can" geeft in "I can start" aan dat de spreker in staat is om te beginnen. Gebruik het vóór een werkwoord zonder "to" om mogelijkheid of vermogen uit te drukken.
while
"while" geeft in "while you check the file" aan dat twee handelingen tegelijk plaatsvinden. Gebruik het vóór een volledige bijzin om de gelijktijdige handeling te beschrijven.
check
"check" betekent hier een bestand nakijken of controleren. In "check the file" staat het vóór het document dat je onderzoekt.
file
"file" betekent hier een werkbestand of werkdocument. Gebruik het na een werkwoord zoals "check" om aan te geven welk document wordt nagekeken.
What
"What" vraagt in "What should I look for first?" naar de zaak die gezocht of gecontroleerd moet worden. Gebruik het om naar een ding of informatie te vragen.
should
"should" vraagt hier welke handeling passend of wenselijk is. In "What should I look for first?" gebruik je het om naar de juiste eerste stap te vragen.
look
In "look for" betekent "look" gericht zoeken of onderzoeken. Gebruik het samen met "for" wanneer je wilt zeggen waarnaar je zoekt.
for
In "look for" geeft "for" aan wat je probeert te vinden of controleren. Gebruik deze combinatie met het gezochte ding na "for".
first
"first" betekent hier vóór alle andere stappen. In de vraag gebruik je het om te vragen welk onderdeel als eerste moet worden gecontroleerd.
Make sure
"Make sure" betekent samen dat je controleert of iets klopt of geregeld is. In "Make sure the notes match the request" leidt het de instructie in; "make" vormt de aansporing en "sure" geeft de gewenste zekerheid aan.
notes
"notes" betekent hier de geschreven informatie die bij het werk hoort. In "the notes match the request" zijn dit de aantekeningen die met een verzoek worden vergeleken.
match
"match" betekent hier overeenkomen met of aansluiten bij. Gebruik in "the notes match the request" het patroon "match" plus datgene waarmee je vergelijkt.
request
"request" betekent hier het verzoek of de gevraagde informatie. In "match the request" is het de maatstaf waarmee de aantekeningen worden vergeleken.
Then
"Then" betekent hier daarna en verbindt de vorige controle met de volgende handeling. Gebruik het om een volgende stap in een werkvolgorde aan te geven.
I'll
"I'll" betekent hier dat de spreker de update zal schrijven nadat de andere stap is uitgevoerd. Het is de verkorte vorm van "I will" en wordt vaak gebruikt voor een toezegging of geplande volgende stap.
write
"write" betekent hier tekst opstellen, namelijk een korte update maken. Gebruik het vóór het document of de tekst die je gaat produceren.
a
"a" verwijst in "a short update" naar één niet nader gespecificeerde update. Gebruik deze vorm vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer het nog niet als specifiek bekend wordt voorgesteld.
short
"short" beschrijft in "a short update" een update die niet lang is. Gebruik het vóór het zelfstandig naamwoord om de beperkte lengte aan te geven.
update
"update" betekent hier nieuwe informatie over de voortgang van het werk. In een werkomgeving gebruik je dit woord voor een kort bericht dat anderen over de status informeert.
When
"When" geeft in "When it's ready" het moment aan waarop iets klaar is. Gebruik het om een voorwaarde in de tijd te verbinden met de daaropvolgende actie.
it's
"it's" betekent hier "it is" en verwijst naar de update die klaar moet zijn. Deze verkorte vorm gebruik je in een gewone zin vóór een beschrijving zoals "ready".
ready
"ready" betekent hier af en beschikbaar om gedeeld te worden. In "When it's ready" beschrijft het de toestand waarin de update klaar is.
we
"we" verwijst hier naar de spreker en de andere persoon samen. Gebruik deze vorm wanneer beide gesprekspartners bij de volgende handeling betrokken zijn.
share
"share" betekent hier de voltooide update aan anderen beschikbaar maken of doorgeven. In "we can share it" staat het na "can" zonder "to" en verwijst "it" naar de update.
it
"it" verwijst in "we can share it" terug naar de update. Gebruik deze vorm om een eerder genoemd ding opnieuw te noemen zonder het zelfstandig naamwoord te herhalen.