Hulp vragen bij een taak | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a workplace, one adult asks for help with an unclear task and gets guidance on where to start..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Hulp vragen bij een taak oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

I need help with this task.

Ai niid help with dhis taak. Ik heb hulp nodig bij deze taak.
B

Which part feels difficult?

Witsj paart fiilz difikult? Welk deel vind je moeilijk?
A

The first part is unclear.

Dhuh ferst paart iz anklier. Het eerste deel is onduidelijk.
B

I can walk you through it.

Ai ken wok joe throe it. Ik kan je dit stap voor stap uitleggen.
A

Should I start with this file?

Sjoed ai staart with dhis fail? Zal ik met dit bestand beginnen?
B

Start there, then show me what you have.

Staart dher, dhen sjou mie wot joe hev. Begin daar en laat me daarna zien wat je hebt.
A

I'll try that now.

Ail trai dhet nau. Ik ga dat nu proberen.
B

I can check your work after that.

Ai ken tsjek jor werk after dhet. Ik kan daarna je werk nakijken.

Uitleg van de zinnen

  1. I need help with this task.

    Ik heb hulp nodig bij deze taak.

    need
    nodig hebben
    help
    hulp
    this
    deze
    task
    taak
    Uitgebreide uitleg

    need drukt hier uit dat de spreker iets nodig heeft. De basisvorm is need; bij I, you, we en they blijft die vorm gelijk, terwijl de derde persoon enkelvoud needs heeft: I need help = "Ik heb hulp nodig", maar She needs help = "Zij heeft hulp nodig". In deze zin vormt I need dus de mededeling vanuit de spreker. help betekent hier hulp, dus ondersteuning bij iets. Als zelfstandig naamwoord kan het bijvoorbeeld in I need help staan. Hetzelfde woord kan ook een werkwoord zijn: Can you help me? betekent "Kun je me helpen?"; daar betekent help helpen, niet hulp. this is een aanwijzend woord voor iets enkelvoudigs dat de spreker als nabij of relevant aanwijst. In this task verwijst het samen met task naar de taak die in deze situatie bedoeld is; de Nederlandse vertaling geeft dat weer met deze. task betekent een taak of opdracht: iets dat iemand moet uitvoeren. Het meervoud is tasks: These tasks are difficult betekent "Deze taken zijn moeilijk". In de vaste zin gaat het om één taak, omdat this hier een enkelvoudig zelfstandig naamwoord begeleidt. Samen vormt I need help with this task de structuur I need + [iets] + with + [waarbij hulp nodig is]. I need help zegt wat de spreker nodig heeft, en with this task specificeert waarvoor die hulp nodig is. De volledige betekenis is daarom: "Ik heb hulp nodig bij deze taak."

  2. Which part feels difficult?

    Welk deel vind je moeilijk?

    Which
    welk(e)
    part
    deel
    feels
    voelt
    difficult
    moeilijk
    Uitgebreide uitleg

    Which vraagt hier naar een keuze uit meerdere mogelijke delen: “welk(e)”. Het woord staat vóór het zelfstandig naamwoord waarop de vraag betrekking heeft. In het Engels verandert which niet naar geslacht of meervoud. Vergelijk: Which part? = “Welk deel?” en Which parts? = “Welke delen?” Het is iets anders dan what, dat vaak algemener naar een soort of identiteit vraagt. part betekent hier “deel”, dus een afzonderlijk onderdeel van een taak of iets vergelijkbaars. Het meervoud is parts. Voorbeeld: This part is clear. = “Dit deel is duidelijk.” feels komt van feel en betekent hier dat iets voor iemand als moeilijk aanvoelt of wordt ervaren. In de tegenwoordige tijd krijgt het werkwoord bij he, she en it de vorm feels; bij I, you, we en they blijft het feel. Voorbeeld: This part feels easy. = “Dit deel voelt gemakkelijk aan.” In deze vraag drukt feels geen aanraking uit, maar een beoordeling of ervaring. difficult is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “moeilijk”. Het staat na feels als aanvulling: het beschrijft hoe het deel wordt ervaren. De vergelijkende vorm is more difficult = “moeilijker”; het tegenovergestelde is easy = “gemakkelijk”. Voorbeeld: The second part is more difficult. = “Het tweede deel is moeilijker.” Samen vormen de woorden de vraagstructuur Which + zelfstandig naamwoord + feels + bijvoeglijk naamwoord? De vraag vraagt welk deel als moeilijk wordt ervaren. De vaste Nederlandse vertaling maakt duidelijk dat dit hier bedoeld is als “Welk deel vind je moeilijk?” en niet als een vraag over lichamelijk voelen.

  3. The first part is unclear.

    Het eerste deel is onduidelijk.

    first
    eerste
    part
    deel
    unclear
    onduidelijk
    Uitgebreide uitleg

    first betekent hier “eerste” in de volgorde: het gaat om deel 1, niet om een hoeveelheid. Het is een rangtelwoord; de reeks is first, second, third. Voorbeeld: “The first question is easy.” = “De eerste vraag is gemakkelijk.” part is een zelfstandig naamwoord voor een deel van iets groters. Het meervoud is parts. Het kan bijvoorbeeld ook een onderdeel van een geheel aanduiden. Voorbeeld: “This part is missing.” = “Dit deel ontbreekt.” unclear beschrijft iets dat niet duidelijk of niet goed te begrijpen is. Het is gevormd met un- + clear; clear betekent “duidelijk”, en unclear is daarvan de tegengestelde beschrijving. Voorbeeld: “The instructions are unclear.” = “De instructies zijn onduidelijk.” In de volledige zin is The first part het onderwerp: “het eerste deel”. is verbindt dit onderwerp met de beschrijving unclear; bij the first part staat enkelvoud, daarom is de vorm is en niet are. Samen betekent “The first part is unclear.”: “Het eerste deel is onduidelijk.”

  4. I can walk you through it.

    Ik kan je dit stap voor stap uitleggen.

    I can
    ik kan
    walk … you … through it
    je er stap voor stap doorheen leiden
    Uitgebreide uitleg

    I can bestaat uit het onderwerp I en het modale werkwoord can. In deze zin betekent het dat de spreker dit kan doen en het aanbiedt als mogelijke hulp. Na can staat het werkwoord in de basisvorm: can walk, niet can walks of can walked. Voorbeeld: I can help. — Ik kan helpen. walk ... through it is de Engelse constructie walk someone through something: iemand stap voor stap door iets heen leiden of iets stap voor stap uitleggen. walk heeft hier dus een figuurlijke, uitleggende betekenis; het gaat niet noodzakelijk om letterlijk lopen. you is degene die de uitleg krijgt. it verwijst hier, volgens de vaste vertaling, naar wat met dit wordt aangeduid. De delen van de constructie staan niet aaneengesloten: you staat tussen walk en through it. Voorbeeld: I can walk you through the form. — Ik kan je het formulier stap voor stap uitleggen. Het patroon is walk + persoon + through + onderwerp. Samen betekent I can walk you through it: de spreker kan de aangesprokene stap voor stap uitleggen of begeleiden bij het bedoelde onderwerp. De omliggende context past bij een uitleg over een onduidelijk deel en een mogelijk startpunt.

  5. Should I start with this file?

    Zal ik met dit bestand beginnen?

    Should I
    zal ik …?
    start
    beginnen
    with
    met
    this
    dit
    file
    bestand
    Uitgebreide uitleg

    Should I vormt hier een vraag waarmee de spreker vraagt of het een goed idee of de juiste volgende stap is om iets te doen. Het patroon is Should I + werkwoord ...?; na should staat het werkwoord in de basisvorm. Bijvoorbeeld: Should I wait? = “Zal ik wachten?” In deze zin functioneert should als een modaal hulpwerkwoord voor advies of bevestiging, niet als een gewone verleden-tijdsvorm. start betekent hier “beginnen”. Na should blijft het start, niet bijvoorbeeld een vervoegde vorm: Should I start ...? Hetzelfde werkwoord kan ook zonder modaal onderwerpgebonden vormen hebben: I start, she starts, I started. Voor een begin met iets kan Engels het patroon start with + zelfstandig naamwoord gebruiken. with betekent in deze combinatie “met”: het benoemt waarmee of waarbij de handeling begint. start with this file betekent dus “met dit bestand beginnen”, niet alleen “beginnen”. Een herbruikbaar voorbeeld is: Let's start with the first question. = “Laten we met de eerste vraag beginnen.” this is een aanwijzend woord voor één nabij of in de situatie aangewezen ding. In het Engels verandert this niet naar grammaticaal geslacht; het meervoud is these. In this file bepaalt file welk ding wordt aangewezen, terwijl this de nabijheid of situatieve aanwijzing uitdrukt. file is een zelfstandig naamwoord voor een bestand. Het kan in andere contexten ook een dossier of een rij betekenen, maar in deze zin past de betekenis “bestand”, zoals de vaste Nederlandse vertaling bevestigt. Het meervoud is files: these files = “deze bestanden”. Samen vormt Should I start with this file? het patroon Should I + start with + this + file?: “Zal ik met dit bestand beginnen?” De spreker vraagt daarmee of dit bestand het juiste startpunt is.

  6. Start there, then show me what you have.

    Begin daar en laat me daarna zien wat je hebt.

    Start
    begin
    there
    daar
    then
    daarna
    show me
    laat me zien
    what you have
    wat je hebt
    Uitgebreide uitleg

    Start is hier de gebiedende wijs van start (“beginnen”): de spreker geeft een korte instructie. De vorm is gelijk aan de basisvorm; bij een gewone gebiedende zin staat het onderwerp you meestal niet uitgedrukt. Vergelijk: “Start here.” = “Begin hier.” there betekent “daar” en verwijst naar een plaats die uit de situatie of context duidelijk is. Het is een plaatsbijwoord, geen zelfstandig naamwoord. here betekent daarentegen “hier”. then ordent de volgende handeling in de tijd: “daarna” of “dan”. In deze zin komt eerst het beginnen en vervolgens het tonen. Het woord kan ook in andere contexten “toen” betekenen, maar hier past de volgorde van handelingen bij “daarna”. show me gebruikt show met me als ontvanger: “mij laten zien” of “aan mij tonen”. show heeft als basisvorm ook de vormen shows, showed en shown; in deze instructie staat de basisvorm omdat het een gebiedende wijs is. Voorbeeld: “Show me the way.” = “Laat me de weg zien.” what you have is een ingebedde vraag naar datgene waarover de aangesprokene beschikt: “wat je hebt”. what betekent hier “wat” en you have betekent “je hebt”; have is de basisvorm die bij you wordt gebruikt. Vergelijk: “What do you have?” = “Wat heb je?” In de gegeven zin staat deze vraag niet zelfstandig, maar na show me, waardoor de betekenis wordt: laat mij zien wat het is dat je hebt. Samen vormt de zin twee opeenvolgende instructies: eerst moet de aangesprokene daar beginnen, en daarna moet die persoon de spreker laten zien wat die persoon heeft. De volledige betekenis is dus: “Begin daar en laat me daarna zien wat je hebt.”

  7. I'll try that now.

    Ik ga dat nu proberen.

    I'll
    ik zal / ik ga
    try
    proberen
    that
    dat
    now
    nu
    Uitgebreide uitleg

    I'll is de samentrekking van I will: onderwerp I plus het hulpwerkwoord will. Hier drukt het uit dat de spreker dit zelf van plan is of zich ertoe verbindt het te doen. I'll blijft hetzelfde bij deze spreker; bij andere onderwerpen verandert de volledige vorm, bijvoorbeeld She'll try = “Zij zal het proberen.” try is de basisvorm van het werkwoord “proberen”. Na will gebruik je de basisvorm: will try, niet een verleden of derde-persoonsvorm. De gewone vormen zijn try – tries – tried – trying. Bijvoorbeeld: I try again. = “Ik probeer het opnieuw.” that betekent hier “dat” en verwijst naar iets dat voor de gesprekssituatie herkenbaar is. Het is hier zelfstandig gebruikt als aanwijzend voornaamwoord; het benoemt niet zelf wat het bedoelde is. Het bijbehorende meervoud is those = “die/datgene(n)”. Bijvoorbeeld: I'll choose that. = “Ik kies dat.” now betekent “nu” en plaatst de handeling in het huidige moment. Het is een bijwoord en zegt wanneer de poging plaatsvindt. Bijvoorbeeld: Try now. = “Probeer het nu.” Samen vormen de delen I'll try that: “ik zal dat proberen”, met now als tijdsbepaling: “Ik ga dat nu proberen.” De zin drukt dus uit dat de spreker zelf nu een poging zal doen met het eerder aangeduide that. Deze formulering is neutraal en alledaags.

  8. I can check your work after that.

    Ik kan daarna je werk nakijken.

    I can
    ik kan
    check
    nakijken; controleren
    your
    je; jouw
    work
    werk
    after that
    daarna
    Uitgebreide uitleg

    I can drukt uit dat de spreker iets kan of daartoe in staat is. can is een modaal hulpwerkwoord; daarna staat het basiswerkwoord zonder to: I can check. Het verandert niet met de persoon: I can, she can, they can. In deze zin gaat het om de mogelijkheid of het vermogen om iets na te kijken, niet om een verleden tijd. check betekent hier dat je iets nakijkt of controleert. Het is het basiswerkwoord na can; na een modaal hulpwerkwoord blijft het werkwoord in deze vorm: can check, niet can checks of can to check. Voorbeeld: I can check the answer. — Ik kan het antwoord nakijken. your is een bezittelijke bepaler: het maakt duidelijk dat het genoemde werk bij de aangesprokene hoort. De vorm your wordt gebruikt voor één of meer aangesproken personen en verandert niet naar het aantal van de bezitter. Het daaropvolgende zelfstandig naamwoord bepaalt wel waar het om gaat: your work kan bijvoorbeeld het werk van één persoon of van meerdere aangesproken personen zijn. work betekent hier werk, dus de taak of het gemaakte werk dat nagekeken kan worden. In deze betekenis is het vaak een niet-telbaar zelfstandig naamwoord: some work en my work zijn normaal. Als je afzonderlijke taken bedoelt, kun je ook tasks gebruiken. Voorbeeld: I finished my work. — Ik heb mijn werk afgemaakt. after that geeft de tijdsrelatie aan: iets gebeurt nadat een eerder genoemde handeling of situatie heeft plaatsgevonden. after betekent hier ‘na’ en that verwijst naar die eerdere handeling of situatie. In de gegeven context sluit dit aan bij het eerder genoemde proberen: eerst gebeurt dat, daarna kan de spreker het werk nakijken. Voorbeeld: We can talk after that. — We kunnen daarna praten. Samen betekent I can check your work after that: de spreker kan het werk van de aangesprokene nakijken nadat de eerder genoemde handeling of situatie heeft plaatsgevonden. De volgorde is: eerst de handeling waarnaar that verwijst, daarna het nakijken van your work.

Grammatica

walk + object + through + it

I can walk you through it.

Ai ken wok joe throe it.

Ik kan je er stap voor stap doorheen helpen.

walk someone through something betekent dat je iets stap voor stap uitlegt of begeleidt.

Which + noun

Which part feels difficult?

Witsj paart fiilz difikult?

Welk deel voelt moeilijk?

which staat vóór een zelfstandig naamwoord om naar één keuze uit meerdere mogelijkheden te vragen.

Engels woordenschat

difficult bijvoeglijk naamwoord
difikult moeilijk
feel werkwoord
fiil voelen; aanvoelen feels
file zelfstandig naamwoord
fail bestand
first bijvoeglijk naamwoord
ferst eerste
help zelfstandig naamwoord
help hulp
need werkwoord
niid nodig hebben
part zelfstandig naamwoord
paart deel
start werkwoord
staart beginnen
task zelfstandig naamwoord
taask taak
unclear bijvoeglijk naamwoord
anklier onduidelijk
walk you through it uitdrukking
wok joe throe it je er stap voor stap doorheen helpen; het stap voor stap uitleggen
which bepaler
witsj welk(e)

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik heb hulp nodig bij deze taak.

Antwoord tonenI need help with this task.

Welk deel vind je moeilijk?

Antwoord tonenWhich part feels difficult?

Het eerste deel is onduidelijk.

Antwoord tonenThe first part is unclear.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

eerste

Antwoord tonenfirst

onduidelijk

Antwoord tonenunclear

hulp

Antwoord tonenhelp

nodig hebben

Antwoord tonenneed