Een nieuw woord leren | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a language classroom, two adults discuss a new word by checking its meaning, pronunciation, and example sentence..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een nieuw woord leren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

What does this word mean?

wot daz dhis wurd mien? Wat betekent dit woord?
B

It means a small room.

it miinz uh smol roem. Het betekent een kleine kamer.
A

Can you pronounce it slowly?

ken joe pruh-nauns it sloowli? Kun je het langzaam uitspreken?
B

I'll break it into parts.

ail breek it intoe paarts. Ik deel het woord op in delen.
A

Can you give me an example?

ken joe giv mie un ig-zam-pul? Kun je een voorbeeld geven?
B

This room is clean and bright.

dhis roem iz kliin uhnd brait. Deze kamer is schoon en licht.
A

I want to practice using it.

ai wont tuh prak-tis joe-zing it. Ik wil oefenen met dit woord.
B

Try it in a short sentence.

trai it in uh sjort sentuhns. Probeer het in een korte zin.

Uitleg van de zinnen

  1. What does this word mean?

    Wat betekent dit woord?

    What does
    Wat ...?
    this
    dit
    word
    woord
    mean
    betekenen
    Uitgebreide uitleg

    What does opent een vraag naar betekenis: what vraagt naar de onbekende inhoud, en does is hier het hulpwerkwoord bij het enkelvoudige onderwerp this word. In een Engelse tegenwoordige-tijdvraag draagt does de vraagvorm; het hoofdwerkwoord blijft daarna in de basisvorm. Vergelijk: What does it mean? — “Wat betekent het?” Bij I/you/we/they gebruik je in dit patroon do, niet does. this betekent hier “dit” en wijst naar iets dat de spreker als nabij of relevant presenteert. Het is een aanwijzend woord; de vorm verandert in het Engels niet voor grammaticaal geslacht. Het meervoud is these: these words — “deze woorden”. word betekent hier “woord”, dus een afzonderlijke taaleenheid. Het enkelvoud is word; het meervoud is words: These words are new. — “Deze woorden zijn nieuw.” mean staat na does in de basisvorm. In deze vraag betekent het “betekenen”, maar hetzelfde werkwoord kan ook “bedoelen” betekenen, afhankelijk van de constructie: What do you mean? — “Wat bedoel je?” De derde persoon enkelvoud in een gewone bevestigende zin is means: This word means a small room. — “Dit woord betekent een kleine kamer.” Samen vormen de delen de vraag What does this word mean?: de spreker vraagt welke betekenis het aangewezen woord heeft. De volledige Nederlandse betekenis is: “Wat betekent dit woord?”

  2. It means a small room.

    Het betekent een kleine kamer.

    It
    het
    means
    betekent
    small
    kleine
    room
    kamer
    Uitgebreide uitleg

    It betekent hier “het” en verwijst, in de gegeven context, naar een eerder genoemd woord of een andere uitdrukking. It is de derde persoon enkelvoud van het persoonlijke voornaamwoord voor een niet-persoonlijk referent; de vorm verandert niet tussen onderwerp en voorwerp in deze zin. Voorbeeld: It is useful. — “Het is nuttig.” means is de vorm van het werkwoord mean in de tegenwoordige tijd bij it. Het betekent “betekenen”. Vergelijk: I mean maar it means; bij he, she en it krijgt dit werkwoord de uitgang -s. Voorbeeld: This word means “house”. — “Dit woord betekent ‘huis’.” small betekent hier “klein” en beschrijft room. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord. De vergrotende trap is smaller (“kleiner”) en de overtreffende trap smallest (“kleinst”). Voorbeeld: a small bag — “een kleine tas.” room betekent hier “kamer”, een zelfstandig naamwoord voor een ruimte in een gebouw. Het meervoud is rooms (“kamers”). Voorbeeld: The room is quiet. — “De kamer is stil.” Samen vormt It means a small room de betekenis “Het betekent een kleine kamer.” It means geeft aan wat het eerder besproken woord of de uitdrukking betekent; a small room benoemt die betekenis als een kleine kamer. Het lidwoord a introduceert hier een enkelvoudige, niet nader bepaalde kamer; het is op zichzelf geen afzonderlijke bewering over tellen.

  3. Can you pronounce it slowly?

    Kun je het langzaam uitspreken?

    Can you
    kun je …?
    pronounce
    uitspreken
    it
    het
    slowly
    langzaam
    Uitgebreide uitleg

    Can you vormt hier een beleefde vraag naar iemands mogelijkheid of bereidheid: “Kun je …?” Het onderwerp is you; can blijft bij alle personen hetzelfde. Na can staat het werkwoord in de basisvorm: Can you pronounce ...? Niet Can you pronounces ...? Voor een verzoek kan dezelfde vorm ook als een vriendelijke vraag klinken. pronounce betekent hier iets hardop uitspreken. De basisvorm is pronounce; in de tegenwoordige tijd krijgt het bij he, she of it de vorm pronounces: She pronounces the word clearly. — “Zij spreekt het woord duidelijk uit.” De spelling bevat aan het einde -ounce, maar de uitspraak van pronounce verschilt van die van pronunciation; leer die vormen dus afzonderlijk. it is hier het Engelse onzijdige voornaamwoord voor het besproken woord of de besproken uitdrukking. De context maakt duidelijk dat het om het woord gaat dat wordt uitgelegd en daarna in delen wordt opgesplitst. Als onderwerp heeft it de vorm it, en als object eveneens it: It is difficult. — “Het is moeilijk.” / I hear it. — “Ik hoor het.” slowly beschrijft hoe de handeling wordt uitgevoerd: langzaam. Het is een bijwoord en hoort bij pronounce; het vraagt dus om een langzamer tempo van het uitspreken. Het bijvoeglijk naamwoord is slow: a slow speaker betekent “een langzame spreker”, terwijl speak slowly betekent “langzaam spreken”. Samen vormen de delen de vraag Can you pronounce it slowly?: “Kun je het langzaam uitspreken?” Can you maakt er een vraag/verzoek van, pronounce benoemt de handeling, it verwijst naar het besproken woord en slowly geeft het gewenste tempo aan.

  4. I'll break it into parts.

    Ik deel het woord op in delen.

    I'll
    ik zal
    break
    opdelen
    it
    het (woord)
    parts
    delen
    Uitgebreide uitleg

    I'll is de samentrekking van I will: het onderwerp I plus het hulpwerkwoord will. Hier drukt het een voorgenomen handeling uit: “ik zal …”. Na will komt de basisvorm van het werkwoord: I’ll break, niet een vervoegde vorm zoals I’ll breaks. Voorbeeld: I’ll explain it. — “Ik zal het uitleggen.” break betekent hier niet “breken” in de letterlijke zin. In de constructie break something into parts betekent het “iets in delen opsplitsen”. Het werkwoord blijft na will in de basisvorm break; de verleden tijd is broke en het voltooid deelwoord is broken. Voorbeeld: She broke the task into steps. — “Zij splitste de taak op in stappen.” it is een enkelvoudig, onzijdig objectvoornaamwoord. In deze vaste zin verwijst het volgens de vertaling naar het woord: de spreker zal dat woord opdelen. De vorm it verandert niet door een meervoudige handeling; het verwijst naar één zaak. Voorbeeld: I can see it. — “Ik kan het zien.” parts is het meervoud van part, “deel”. Het meervoud wordt gevormd met -s: one part, two parts. In into parts benoemt het woord de verschillende delen waarin iets wordt opgesplitst. Voorbeeld: The lesson has three parts. — “De les heeft drie delen.” De betekenisvolle volgorde is I’ll + break + it + into parts: “Ik zal het woord in delen opsplitsen.” break it into parts is een herbruikbaar patroon: break [iets] into [delen/categorieën/stappen]. In de gegeven zin maakt it duidelijk wat wordt opgesplitst, en into parts wat het resultaat van die handeling is.

  5. Can you give me an example?

    Kun je een voorbeeld geven?

    Can you
    kun je …?
    give
    geven
    me
    mij
    example
    voorbeeld
    Uitgebreide uitleg

    Can you staat hier aan het begin van een beleefd verzoek: “kun je …?” Het patroon is Can you + werkwoord ...?. Can drukt in deze zin niet letterlijk alleen vermogen uit; met een persoon als onderwerp en een verzoek erna kan het ook een vraag om hulp of medewerking formuleren. Voorbeeld: Can you help me? — “Kun je me helpen?” Na can staat het werkwoord in de basisvorm. give betekent hier “geven”. Het is de basisvorm omdat het na het modale hulpwerkwoord can staat: can give, niet can gives of can to give. Buiten deze constructie heeft het werkwoord bijvoorbeeld de vormen give — gave — given. me betekent hier “mij” en is de objectvorm van het persoonlijk voornaamwoord. Vergelijk I als onderwerp met me als object: I give an example. — “Ik geef een voorbeeld.”; Can you give me an example? — “Kun je mij een voorbeeld geven?” example betekent “voorbeeld”. Het is een zelfstandig naamwoord. In an example staat an voor een niet nader bepaald enkelvoudig voorbeeld; het artikel drukt op zichzelf geen specifiek aantal uit. Het meervoud is examples: These are examples. — “Dit zijn voorbeelden.” Samen vormen de delen Can you + give + me + an example?: de spreker vraagt de aangesprokene om een voorbeeld te geven. De woordvolgorde is die van een Engelstalige vraag met can: eerst can, daarna het onderwerp you, vervolgens het hoofdwerkwoord give en het object me plus wat er gegeven moet worden, an example.

  6. This room is clean and bright.

    Deze kamer is schoon en licht.

    This
    deze
    room
    kamer
    clean
    schoon
    bright
    licht of helder
    Uitgebreide uitleg

    This betekent hier deze en staat vóór het zelfstandig naamwoord room. Samen vormen ze This room: deze kamer. This is een enkelvoudige aanwijzer; het wijst in deze zin een specifieke kamer aan, zonder dat de bron meer zegt over hoe die kamer wordt aangewezen. Een bruikbaar patroon is this + zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld: this book = dit boek. room betekent hier kamer. Het is een zelfstandig naamwoord. Het meervoud is rooms, bijvoorbeeld: Two rooms are clean. = Twee kamers zijn schoon. clean beschrijft de toestand van de kamer: de kamer is schoon. Hier staat het als bijvoeglijk naamwoord na is. De vergrotende trap is cleaner en de overtreffende trap the cleanest. Voorbeeld: This room is cleaner. = Deze kamer is schoner. bright betekent hier dat de kamer licht of helder is. Ook dit is een bijvoeglijk naamwoord na is. De vergrotende trap is brighter. Voorbeeld: This room is brighter. = Deze kamer is lichter. is verbindt het onderwerp This room met de beschrijvingen clean en bright. In deze zin is is de tegenwoordige vorm van be bij het enkelvoudige onderwerp This room. Andere onderwerpen gebruiken in de tegenwoordige tijd bijvoorbeeld am of are. And koppelt de twee bijvoeglijke naamwoorden, zodat beide eigenschappen bij dezelfde kamer horen. Samen betekent This room is clean and bright: Deze kamer is schoon en licht. De zin beschrijft één kamer in de tegenwoordige tijd.

  7. I want to practice using it.

    Ik wil oefenen met dit woord.

    I want
    ik wil
    practice
    oefenen
    using
    gebruiken
    it
    dit woord
    Uitgebreide uitleg

    I want drukt hier de wens van de spreker uit. want is de tegenwoordige vorm voor I; bij he, she en it staat wants. Voor een handeling volgt normaal to plus de basisvorm: I want to practice = ‘Ik wil oefenen’. Een nuttig voorbeeld is: I want to learn. — ‘Ik wil leren.’ practice betekent hier ‘oefenen’. Na want to staat de basisvorm van het werkwoord: want to practice, niet een verleden of derde-persoonsvorm. Hetzelfde patroon werkt bijvoorbeeld in They want to practice. — ‘Zij willen oefenen.’ using betekent hier ‘gebruiken’ binnen de activiteit practice using it. Het is de vorm op -ing van use; na practice kan zo’n -ing-vorm aangeven wat iemand oefent: She practices speaking. — ‘Zij oefent met spreken.’ In deze zin gaat het concreet om het gebruiken van het woord dat in de vaste vertaling met dit woord wordt aangeduid. it is hier het onzijdige Engelse objectpronomen. Volgens de vaste vertaling verwijst het in deze uiting naar ‘dit woord’. Als object staat het na het werkwoord: use it = ‘het gebruiken’. Vergelijk: I use it every day. — ‘Ik gebruik het elke dag.’ Samen vormen de delen I want + to practice + using it de structuur I want to practice using it. De spreker zegt dat die wil oefenen met het gebruiken van dit woord. De tegenwoordige vorm want presenteert dit als een huidige wens; to practice benoemt de gewenste activiteit en using it specificeert wat er geoefend wordt.

  8. Try it in a short sentence.

    Probeer het in een korte zin.

    Try
    probeer
    it
    het
    short
    kort
    sentence
    zin
    Uitgebreide uitleg

    Try is hier de gebiedende wijs van try (“proberen”). De spreker geeft dus een directe, maar op zichzelf neutrale instructie. Voor hergebruik: try + voorwerp betekent dat je iets probeert te doen of te gebruiken. Voorbeeld: Try again. — “Probeer het opnieuw.” it is hier het objectpronomen met de betekenis “het”; volgens de vaste vertaling en de vorige zin verwijst het naar het woord of de uitdrukking die de leerling wil oefenen. Als object staat het na het werkwoord: try it = “probeer het”. Vergelijk het onderwerp- en objectgebruik in een voorbeeld: It works. — “Het werkt.”, maar Try it. — “Probeer het.” short betekent hier “kort” en beschrijft sentence. Het is de basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord; de vergelijkende vorm is shorter (“korter”) en de overtreffende vorm shortest (“kortste”). Voorbeeld: Write a short note. — “Schrijf een korte notitie.” sentence is een zelfstandig naamwoord voor een zin: een reeks woorden die samen een volledige mededeling, vraag of opdracht vormt. Het meervoud is sentences. Voorbeeld: This sentence is clear. — “Deze zin is duidelijk.” In in a short sentence geeft in aan binnen welke vorm of context je iets moet doen: binnen één korte zin. a is het onbepaalde lidwoord vóór het enkelvoudige telbare zelfstandig naamwoord sentence; hier introduceert het één niet nader bepaalde zin, zonder dat de opdracht daarmee nadruk legt op een numerieke telling. short staat vóór en beschrijft sentence. Samen betekent Try it in a short sentence.: “Probeer het in een korte zin.” De opdracht is dus om het eerder bedoelde woord of de eerder bedoelde uitdrukking te gebruiken in een korte voorbeeldzin.

Grammatica

want to + werkwoord

I want to practice.

ai wont tuh prak-tis.

Ik wil oefenen.

Na want gebruik je to vóór het volgende werkwoord: want to practice.

try + werkwoord-ing

Try using short sentences.

trai joe-zing sjort sentuhnsiz.

Probeer korte zinnen te gebruiken.

Na try kun je een -ing-vorm gebruiken om een activiteit als poging voor te stellen.

Engels woordenschat

break werkwoord
breek verdelen
clean bijvoeglijk naamwoord
kliin schoon
example zelfstandig naamwoord
ig-zam-pul voorbeeld
give werkwoord
giv geven
mean werkwoord
mien betekenen

What does this word mean?

means werkwoord
miinz betekent

It means a small room.

parts zelfstandig naamwoord
paarts delen
pronounce werkwoord
pruh-nauns uitspreken
room zelfstandig naamwoord
roem kamer
slowly bijwoord
sloowli langzaam
small bijvoeglijk naamwoord
smol klein
word zelfstandig naamwoord
wurd woord

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Wat betekent dit woord?

Antwoord tonenWhat does this word mean?

Het betekent een kleine kamer.

Antwoord tonenIt means a small room.

Kun je het langzaam uitspreken?

Antwoord tonenCan you pronounce it slowly?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

kamer

Antwoord tonenroom

uitspreken

Antwoord tonenpronounce

woord

Antwoord tonenword

langzaam

Antwoord tonenslowly