Uitspraak oefenen met audio | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a language classroom, two adults use audio to slow down a sentence and practice clearer pronunciation..

NL → EN / Niveau: A1

Over deze les

Met Uitspraak oefenen met audio oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

Can I listen to the audio?

Ken aj lissən tə dhie oo-die-oo? Kan ik naar de audio luisteren?
B

Let's listen together.

Lets lissən tə-gedhər. Laten we samen luisteren.
A

It's too fast for me.

Its toe fest fər mie. Het gaat te snel voor mij.
B

I'll slow it down.

Ajl sloo it daun. Ik speel het langzamer af.
A

How do I pronounce this sentence?

Hau də aj prə-nauns dhiss sentəns? Hoe spreek ik deze zin uit?
B

Listen once, then repeat after me.

Lissən wans, dhen riepiet aftər mie. Luister één keer en zeg het daarna na.
A

Let me try again.

Let mie traj ə-gen. Laat me het nog eens proberen.
B

That sounds clearer now.

Dhet saundz klierər nau. Dat klinkt nu duidelijker.

Woord voor woord

Can In “Can I listen to the audio?” vraagt “Can” of de handeling mogelijk is of mag. Na “Can” volgt het onderwerp “I” en de basisvorm “listen”. Je gebruikt deze vorm bijvoorbeeld in een klas om naar toestemming of mogelijkheid te vragen.
I In “Can I listen to the audio?” verwijst “I” naar de persoon die spreekt. “I” is hier degene die naar de audio wil luisteren. Je gebruikt deze vorm wanneer je over je eigen handeling of wens spreekt.
listen In “Can I listen to the audio?” betekent “listen” aandachtig horen of luisteren. Het werkwoord staat na “Can” en wordt verbonden met “the audio” door “to”. In deze situatie vraagt een cursist of die naar een geluidsopname mag luisteren.
to In “listen to the audio” verbindt “to” het luisteren met datgene waarnaar geluisterd wordt. Het hoort hier bij de combinatie “listen to”. Je gebruikt deze combinatie wanneer je aangeeft waarnaar iemand luistert.
the In “the audio” verwijst “the” naar een specifieke geluidsopname die in de les bekend is. Het maakt duidelijk dat het niet om willekeurige audio gaat. Je gebruikt deze vorm wanneer de luisteraar weet over welk ding of materiaal je spreekt.
audio In “the audio” betekent “audio” het opgenomen geluid waarnaar de cursisten luisteren. Het woord verwijst hier naar lesmateriaal dat afgespeeld kan worden. Je gebruikt het in een situatie waarin opgenomen geluid centraal staat.
Let's “Let's” is de verkorte vorm van “let us”. In “Let's listen together.” opent het een voorstel om samen te luisteren. Je gebruikt deze vorm om iemand uit te nodigen iets samen te doen.
together In “Let's listen together.” betekent “together” dat de spreker en de andere persoon dezelfde activiteit samen uitvoeren. Het geeft aan dat het luisteren gedeeld wordt. Je gebruikt deze vorm wanneer je een handeling met iemand anders wilt doen.
It's “It's” is de verkorte vorm van “it is”. In “It's too fast for me.” verwijst “it” naar de audio of de snelheid daarvan, en beschrijft de rest hoe die voor de spreker is. Je gebruikt deze vorm om een huidige beoordeling of toestand te benoemen.
too In “It's too fast for me.” geeft “too” aan dat de snelheid hoger is dan voor de spreker geschikt is. De betekenis ontstaat samen met “fast”: de audio gaat niet alleen snel, maar te snel. Je gebruikt deze vorm om aan te geven dat een eigenschap een grens overschrijdt.
fast In “It's too fast for me.” beschrijft “fast” de hoge snelheid van de audio. Samen met “too” betekent het dat de audio voor deze spreker niet goed te volgen is. Je gebruikt deze vorm om de snelheid van iets te beschrijven.
for In “too fast for me” markeert “for” voor wie de beoordeling geldt. De audio is volgens de spreker te snel vanuit het perspectief van “me”. Je gebruikt deze vorm wanneer je zegt dat iets voor een bepaalde persoon geschikt of ongeschikt is.
me In “too fast for me” verwijst “me” naar de spreker zelf. Het staat na “for” en geeft aan voor wie de audio te snel is. Je gebruikt deze vorm wanneer je jezelf noemt als persoon die iets ervaart of beoordeelt.
I'll “I'll” is de verkorte vorm van “I will”. In “I'll slow it down.” kondigt de spreker aan dat die de audio langzamer zal maken. Je gebruikt deze vorm om een eigen voorgenomen actie aan te kondigen.
slow In “I'll slow it down.” betekent “slow” dat de spreker de snelheid lager maakt. In de combinatie “slow it down” is “it” de audio en verwijst “down” naar een lagere snelheid. Je gebruikt deze combinatie wanneer je iets minder snel wilt laten gaan.
it In “I'll slow it down.” verwijst “it” naar de audio die eerder genoemd is. Het is datgene waarvan de spreker de snelheid lager maakt. Je gebruikt deze vorm om naar een al bekend ding of materiaal te verwijzen.
down In “slow it down” geeft “down” aan dat de snelheid naar een lager niveau gaat. Het hoort hier bij de uitdrukking “slow it down” en heeft geen betekenis van een ruimtelijke richting. Je gebruikt deze combinatie wanneer je iets vertraagt.
How In “How do I pronounce this sentence?” vraagt “How” op welke manier iets gedaan wordt. Hier vraagt de spreker op welke manier de zin uitgesproken moet worden. Je gebruikt deze vorm om naar een methode of werkwijze te vragen.
do In “How do I pronounce this sentence?” helpt “do” om de vraag te vormen. De handeling waarnaar gevraagd wordt, is “pronounce”. Je gebruikt deze vorm in een vraag waarin je vraagt hoe iemand iets doet.
pronounce In “How do I pronounce this sentence?” betekent “pronounce” een woord of zin hardop uitspreken. De spreker wil weten hoe de genoemde zin uitgesproken wordt. Je gebruikt deze vorm wanneer je hulp vraagt bij uitspraak.
this In “this sentence” wijst “this” naar de zin die op dat moment besproken wordt. Het maakt de bedoelde zin specifiek voor de gesprekspartners. Je gebruikt deze vorm wanneer je naar iets in de directe lescontext verwijst.
sentence In “this sentence” betekent “sentence” een groep woorden die samen een volledige gedachte uitdrukt. Hier is die zin het materiaal waarvan de uitspraak geoefend wordt. Je gebruikt deze vorm wanneer je over een volledige zin spreekt.
once In “Listen once, then repeat after me.” betekent “once” één keer. De instructie is om eerst één keer te luisteren voordat de volgende stap begint. Je gebruikt deze vorm om een handeling tot één keer te beperken.
then In “Listen once, then repeat after me.” betekent “then” daarna. Het ordent de oefening: eerst luisteren en vervolgens herhalen. Je gebruikt deze vorm om de volgende stap in een reeks aan te geven.
repeat In “repeat after me” betekent “repeat” opnieuw zeggen wat iemand heeft gezegd. “After me” voegt toe dat de leerling het voorbeeld van de spreker volgt. Je gebruikt deze vorm in een les of gesprek wanneer iemand een woord, zin of handeling opnieuw moet doen.
after In “repeat after me” geeft “after” aan dat de leerling het voorbeeld van de spreker volgt. Het gaat hier om navolgen van wat de spreker zegt, niet alleen om een tijdstip. Je gebruikt deze vorm wanneer iemand iets herhaalt naar het voorbeeld van een andere persoon.
Let In “Let me try again.” opent “Let” een uitdrukking waarin de spreker ruimte vraagt om zelf iets te doen. De volledige uitdrukking gaat hier over opnieuw proberen. Je gebruikt deze vorm wanneer je wilt aangeven of vragen dat je zelf een handeling mag uitvoeren.
try In “Let me try again.” betekent “try” een poging doen om iets te doen. Het verwijst hier naar een nieuwe poging om de zin duidelijker uit te spreken. Je gebruikt deze vorm wanneer je iets wilt proberen zonder te beloven dat het meteen lukt.
again In “try again” betekent “again” nog een keer. Het laat zien dat de spreker al een eerdere poging heeft gedaan en opnieuw wil proberen. Je gebruikt deze vorm wanneer een handeling opnieuw wordt uitgevoerd.
That In “That sounds clearer now.” verwijst “That” naar het resultaat van de poging die net gehoord is. Het wijst hier naar de uitspraak of het klinkende resultaat. Je gebruikt deze vorm om naar iets eerder genoemds of zojuist waargenomens te verwijzen.
sounds In “That sounds clearer now.” beschrijft “sounds” hoe de uitspraak voor de luisteraar klinkt. Het gaat om een beoordeling op basis van wat gehoord wordt. Je gebruikt deze vorm wanneer je zegt hoe iets klinkt of overkomt.
clearer In “That sounds clearer now.” betekent “clearer” dat de uitspraak gemakkelijker te begrijpen of te horen is dan eerder in de oefening. De vorm beschrijft een verbetering in duidelijkheid. Je gebruikt deze vorm wanneer je een huidige toestand vergelijkt met een eerdere toestand.
now In “That sounds clearer now.” betekent “now” op dit moment. Het markeert dat de uitspraak na de nieuwe poging duidelijker klinkt. Je gebruikt deze vorm om een verandering of beoordeling op het huidige moment aan te geven.

Grammatica

sound + comparative adjective

The audio sounds clearer now.

Dhie oo-die-oo saundz klierər nau.

De audio klinkt nu duidelijker.

Na sound gebruik je hier een bijvoeglijk naamwoord: clearer, niet het bijwoord clearly.

slow + object pronoun + particle

Slow it down.

Sloo it daun.

Vertraag het.

Bij deze woordcombinatie staat het voornaamwoord it tussen slow en down.

Engels woordenschat

audio zelfstandig naamwoord
oo-die-oo audio
clearer bijvoeglijk naamwoord
klierər duidelijker
fast bijvoeglijk naamwoord
fest snel
listen werkwoord
lissən luisteren
once bijwoord
wans één keer
pronounce werkwoord
prə-nauns uitspreken
repeat after me uitdrukking
riepiet aftər mie na mij herhalen
sentence zelfstandig naamwoord
sentəns zin
slow it down uitdrukking
sloo it daun het vertragen
sounds werkwoord
saundz klinkt
together bijwoord
tə-gedhər samen
try again uitdrukking
traj ə-gen opnieuw proberen

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Kan ik naar de audio luisteren?

Antwoord tonenCan I listen to the audio?

Laten we samen luisteren.

Antwoord tonenLet's listen together.

Het gaat te snel voor mij.

Antwoord tonenIt's too fast for me.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

zin

Antwoord tonensentence

luisteren

Antwoord tonenlisten

audio

Antwoord tonenaudio

uitspreken

Antwoord tonenpronounce