Over huiswerk vragen | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a language classroom, one adult asks what homework to complete and when to bring the answers back..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Over huiswerk vragen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

What should I do for homework?

wot sjəd ai doe fer hoomwurk? Wat moet ik voor huiswerk doen?
B

Start by completing this exercise.

start bai kuhm-pliieting dhis eksər-sais. Begin met deze oefening te maken.
A

Which page should I use?

witsj peedzj sjəd ai joez? Welke pagina moet ik gebruiken?
B

Use the page with the short questions.

joez dhe peedzj with dhə sjort kwestjens. Gebruik de pagina met de korte vragen.
A

When should I finish it?

wen sjəd ai finisj it? Wanneer moet ik ermee klaar zijn?
B

Finish it before class.

finisj it bifoor klas. Maak het af voor de les.
A

Can you look at my answers later?

ken joe loek ət mai ansers leiter? Kun je later naar mijn antwoorden kijken?
B

Bring them to me after you finish.

bring dhem tə mie after joe finisj. Breng ze naar me als je klaar bent.

Uitleg van de zinnen

  1. What should I do for homework?

    Wat moet ik voor huiswerk doen?

    What
    wat
    should I
    moet ik
    do
    doen
    for
    voor
    homework
    huiswerk
    Uitgebreide uitleg

    What vraagt hier naar de taak of handeling die de spreker moet kiezen: “wat”. Als vraagwoord kan what ook naar een ding of informatie vragen, maar in deze zin is het het object van do. should I bestaat uit het modale werkwoord should en het onderwerp I. Het drukt hier uit welke handeling volgens de situatie nodig of verstandig is; het is minder sterk dan een rechtstreeks bevel. In een vraag staat het modale werkwoord vóór het onderwerp: Should I wait? = “Moet ik wachten?” Na should komt de basisvorm van het volgende werkwoord. do betekent hier “doen” of “uitvoeren”. Omdat het na should staat, blijft het in de basisvorm: should do, niet should does of should did. Voorbeeld: What should we do? = “Wat moeten we doen?” for geeft hier het doel of de categorie aan: de handeling is bedoeld als huiswerk. De betekenis is dus “voor”, niet bijvoorbeeld “gedurende”. De combinatie for homework maakt duidelijk waarvoor de gevraagde handeling dient. homework is het zelfstandig naamwoord voor schoolwerk dat buiten de les wordt gemaakt. Het wordt in het Engels meestal als een niet-telbaar woord gebruikt: I have homework. = “Ik heb huiswerk.” Voor afzonderlijke opdrachten kun je bijvoorbeeld an assignment zeggen; homeworks is in deze gewone betekenis niet de gebruikelijke meervoudsvorm. Samen vormt de zin het patroon What should I do for ...? De spreker vraagt welke handeling als huiswerk moet worden uitgevoerd: “Wat moet ik voor huiswerk doen?” De daaropvolgende context noemt als eerste stap het maken van een bepaalde oefening, maar de vraag zelf vraagt algemeen naar de huiswerktaak.

  2. Start by completing this exercise.

    Begin met deze oefening te maken.

    Start
    begin
    completing
    afmaken
    this
    deze
    exercise
    oefening
    Uitgebreide uitleg

    Start betekent hier “begin”. Het is de gebiedende wijs van to start; het onderwerp is in het Engels niet uitgesproken maar wordt aan de aangesprokene gekoppeld. Bijvoorbeeld: Start now. — “Begin nu.” completing betekent hier “afmaken” of “voltooien”. Dit is de vorm op -ing van to complete. Na by wordt hier een activiteit met een -ing-vorm gebruikt: start by + -ing betekent “begin met …”. Bijvoorbeeld: Start by reading the title. — “Begin met het lezen van de titel.” this verwijst hier volgens de vertaling naar de oefening die de spreker aanwijst of als de relevante oefening presenteert. Het is de enkelvoudige vorm van het aanwijzende systeem; vergelijk these voor meervoud en that voor een enkelvoudig, minder nabij aangewezen ding. De vorm this zelf verandert niet naar geslacht. exercise is het zelfstandig naamwoord voor “oefening”. Het meervoud is exercises. In deze zin staat het enkelvoud na this, dat naar één oefening verwijst. Bijvoorbeeld: This exercise is short. — “Deze oefening is kort.” Samen vormt Start by completing this exercise het herbruikbare patroon Start by + -ing: “Begin met …”. De volledige betekenis is: “Begin met deze oefening te maken.” De gebiedende wijs geeft een instructie; completing this exercise benoemt de eerste activiteit die moet worden uitgevoerd.

  3. Which page should I use?

    Welke pagina moet ik gebruiken?

    Which
    welke
    page
    pagina
    should I
    moet ik
    use
    gebruiken
    Uitgebreide uitleg

    Which vraagt om een keuze uit een niet nader genoemd aantal mogelijkheden. Het staat hier vóór het zelfstandig naamwoord: which + noun. Voorbeeld: “Which book do you want?” — “Welk boek wil je?” De vorm which verandert in het Engels niet voor enkelvoud of meervoud. page betekent hier een pagina, bijvoorbeeld een pagina in een boek of document. Het meervoud is pages. Voorbeeld: “This page has useful examples.” — “Deze pagina heeft nuttige voorbeelden.” should I combineert het modale werkwoord should met het onderwerp I. Should drukt hier uit wat volgens de instructie of verwachting de juiste keuze is; in deze vraag komt dat in het Nederlands overeen met moet ik. In een vraag staat het modale werkwoord vóór het onderwerp: Should I ...? Voorbeeld: “Should I start now?” — “Moet ik nu beginnen?” Na should staat het werkwoord in de basisvorm, dus use, niet een vervoegde vorm. use betekent hier iets gebruiken voor een bepaalde taak. De vorm use is de basisvorm na should; zonder zo’n hulpwerkwoord krijgt het werkwoord in de tegenwoordige tijd bijvoorbeeld uses bij he, she of it. Voorbeeld: “You should use this example.” — “Je moet dit voorbeeld gebruiken.” Samen vormt de zin het patroon Which + noun + should + subject + base verb? De spreker vraagt welke pagina de juiste is om te gebruiken: “Welke pagina moet ik gebruiken?” De voorafgaande instructie maakt duidelijk dat het om een pagina voor de oefening gaat; de volgende zin geeft aan welke pagina gekozen moet worden.

  4. Use the page with the short questions.

    Gebruik de pagina met de korte vragen.

    Use
    gebruik
    page
    pagina
    with
    met
    short
    kort(e)
    questions
    vragen
    Uitgebreide uitleg

    Use is hier de gebiedende wijs van use (“gebruiken”). De vorm is gelijk aan de basisvorm: use kan dus zowel na to als in een opdracht staan. Voorbeeld: Use this key. — “Gebruik deze sleutel.” De opdracht richt zich tot de aangesprokene; het onderwerp you wordt niet uitgesproken. page betekent hier “pagina”. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. In de volledige zin staat ervoor the, omdat het om een specifieke, voor de gesprekssituatie herkenbare pagina gaat. Meervoud: pages. Voorbeeld: This page is useful. — “Deze pagina is nuttig.” with verbindt page met extra informatie: de pagina is de pagina die de korte vragen bevat. In deze zin betekent with dus “met” in de betekenis “die iets bevat of erbij heeft”. Voorbeeld: a box with tools — “een doos met gereedschap”. short beschrijft questions en betekent hier “kort”. De basisvorm is short; de vergrotende trap is shorter en de overtreffende trap shortest. In het Engels verandert short niet voor enkelvoud of meervoud: a short question, maar short questions. questions betekent “vragen”. Dit is het meervoud van question; de uitgang -s markeert hier meer dan één vraag. Enkelvoud: question; meervoud: questions. Voorbeeld: I have a question. — “Ik heb een vraag.” Samen vormen the page with the short questions een zelfstandig naamwoordelijk geheel: the page is de specifieke pagina, en with the short questions geeft aan welke pagina bedoeld is. Use maakt daar een directe opdracht van. De volledige betekenis is daarom: “Gebruik de pagina met de korte vragen.”

  5. When should I finish it?

    Wanneer moet ik ermee klaar zijn?

    When
    wanneer
    should I
    moet ik
    finish
    afmaken; voltooien
    it
    het; dat
    Uitgebreide uitleg

    When vraagt naar een tijdstip of deadline: “wanneer”. In deze vraag staat het aan het begin en bepaalt het dat er naar het moment van afronden wordt gevraagd. Vergelijk: When does the class start? = “Wanneer begint de les?” should I vormt hier de vraag met het modale werkwoord should en het onderwerp I. In deze context betekent het volgens de vaste vertaling “moet ik”: de spreker vraagt wanneer het nodig of verwacht is dat diegene iets afrondt. Na should komt het hoofdwerkwoord in de basisvorm, dus finish, niet een vorm met -s of to: Should I finish it? = “Moet ik het afmaken?” finish betekent hier “afmaken” of “voltooien”: iets tot het einde brengen. De basisvorm is finish; een belangrijke vormreeks is finish – finished – finished. Voorbeeld: I finished the questions. = “Ik heb de vragen afgemaakt.” it is een objectpronomen voor één eerder genoemd of uit de context begrepen ding. De precieze verwijzing wordt in de aangeleverde zin en vertaling niet benoemd; hier wordt het in het Nederlands weergegeven met ermee in de betekenis van “het daarmee afmaken”. Als onderwerp staat de overeenkomstige vorm it ook in It is ready, maar na een werkwoord kan it object zijn, zoals in I finished it = “Ik heb het afgemaakt.” Samen betekent When + should I + finish + it: “Wanneer moet ik ermee klaar zijn?” De vraag gaat dus over het tijdstip waarop de spreker het bedoelde werk af moet hebben. In een bevestigende zin verandert de volgorde bijvoorbeeld in I should finish it before class. = “Ik moet het voor de les afmaken.”

  6. Finish it before class.

    Maak het af voor de les.

    Finish
    maak af
    it
    het
    before
    voor
    class
    les
    Uitgebreide uitleg

    Finish is hier de gebiedende wijs van finish: de spreker geeft de opdracht om iets af te maken. Bij een lijdend voorwerp staat het voorwerp bij deze betekenis na finish, zoals in Finish your work. — “Maak je werk af.” Het partikel up hoort in het veelgebruikte werkwoord finish up, maar dat staat niet in deze zin; voeg het dus niet aan de geciteerde vorm toe. it is een persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp. Het verwijst hier naar iets dat eerder in de context al bekend is, zonder dat de zin zelf precies benoemt wat dat is. Vergelijk de vorm: it is de voorwerpsvorm; als onderwerp staat dezelfde vorm in het Engels ook als it, bijvoorbeeld It is ready. — “Het is klaar.” before plaatst een gebeurtenis eerder dan een tijdstip of gebeurtenis. Hier leidt het een tijdsbepaling in: before + zelfstandig naamwoord. Een ander veelgebruikt patroon is before + zin, zoals Finish it before you leave. — “Maak het af voordat je weggaat.” class betekent hier “les” of “schoolles”. Het is een zelfstandig naamwoord. In het Engels kan class zonder lidwoord worden gebruikt wanneer het om de les als bekende activiteit of instelling gaat, bijvoorbeeld Class starts at nine. — “De les begint om negen uur.” In de gegeven zin staat class na before en benoemt het het moment waarvoor de opdracht klaar moet zijn. Samen vormen Finish it en before class de opdracht “Maak het af vóór de les.” De gebiedende wijs laat het onderwerp onuitgesproken: de aangesprokene moet iets afmaken. it is dat eerder bekende ding, en before class geeft de uiterste tijd aan: het afmaken moet plaatsvinden vóór de les begint of plaatsvindt. De zin is kort en alledaags van register.

  7. Can you look at my answers later?

    Kun je later naar mijn antwoorden kijken?

    Can you
    Kun je...?
    look
    kijken
    my
    mijn
    answers
    antwoorden
    later
    later
    Uitgebreide uitleg

    Can you vormt hier een vraag met can en het onderwerp you: Can you + werkwoord ...? vraagt of iemand iets kan doen en functioneert in deze zin als een verzoek. Na can staat het werkwoord in de basisvorm, dus look, niet een vervoegde vorm. Voorbeeld: Can you help me? = “Kun je me helpen?” look betekent hier “kijken”. In deze betekenis wordt het gecombineerd met at wanneer je je aandacht op iets richt: look at + iets. Het is dus nuttig om look niet los van de daaropvolgende voorzetselconstructie te leren. Voorbeeld: Look at this. = “Kijk hiernaar.” my is een bezittelijke bepaler en betekent hier dat de antwoorden bij de spreker horen of met de spreker verbonden zijn. Het verwijst naar de eerste persoon enkelvoud, I; de vorm my blijft voor een enkelvoudig en meervoudig zelfstandig naamwoord hetzelfde. Vergelijk: my answer = “mijn antwoord” en my answers = “mijn antwoorden”. answers is het meervoud van answer, “antwoord”. De uitgang -s markeert hier meer dan één antwoord; het enkelvoud is answer. Voorbeeld: I checked two answers. = “Ik controleerde twee antwoorden.” later betekent “op een later moment” en plaatst de gevraagde handeling na het moment van spreken. Het zegt niet precies wanneer. Voorbeeld: I’ll call you later. = “Ik bel je later.” Samen vormen de delen: Can you + look at + my answers + later? De spreker vraagt dus of de aangesprokene op een later moment naar de antwoorden van de spreker kan kijken. De Engelse vraagvolgorde met Can staat vooraan, gevolgd door you en daarna de basisvorm look.

  8. Bring them to me after you finish.

    Breng ze naar me als je klaar bent.

    Bring
    breng
    them
    ze
    to me
    naar me
    finish
    klaar zijn; afronden
    after you finish
    als je klaar bent
    Uitgebreide uitleg

    Bring is de gebiedende wijs van bring (meebrengen/brengen): de spreker geeft de aangesprokene de opdracht om iets naar een bepaalde plaats of persoon te brengen. De gebiedende wijs heeft hier geen uitgedrukt onderwerp; het bedoelde onderwerp is de aangesprokene. Vergelijk: Bring the book. = Breng het boek. them verwijst hier volgens de vaste vertaling naar de eerder genoemde antwoorden. Het is de meervoudige objectsvorm van they: they als onderwerp, them als object. In Bring them zijn zij dus datgene wat gebracht moet worden. to me geeft de bestemming of ontvanger aan: naar de spreker toe. to markeert hier de richting naar een persoon; me is de objectsvorm van I. Vergelijk: Send it to me. = Stuur het naar mij. finish betekent hier dat je klaar bent met de relevante taak, namelijk het bekijken van de antwoorden. Het is de basisvorm van het werkwoord; na you blijft de tegenwoordige vorm finish, niet finishes. Andere vormen zijn finished (verleden tijd/voltooid deelwoord) en finishing (vorm op -ing). after you finish is een tijdsbepalende bijzin: eerst moet jij klaar zijn, en daarna moeten de antwoorden naar de spreker worden gebracht. after betekent hier nadat, niet omdat. In deze bijzin staat you finish; voor he, she of it zou de tegenwoordige vorm finishes zijn: after she finishes = `nadat zij klaar is. Samen betekent de uiting: Breng ze naar me als je klaar bent. De gebiedende wijs geeft de opdracht, them benoemt wat gebracht moet worden, to me de bestemming en after you finish het moment waarop de opdracht uitgevoerd moet worden. In de vaste Nederlandse vertaling wordt after natuurlijk weergegeven met als; de tijdsrelatie blijft: eerst klaar zijn, daarna brengen.

Grammatica

start + verb-ing

When do you start completing this exercise?

wen doe joe start kuhm-pliieting dhis eksər-sais?

Wanneer begin je deze oefening te maken?

Na start gebruik je vaak een werkwoord op -ing, zoals completing. Dit verschilt van het Nederlandse 'beginnen te'.

after + subject + verb

What do you do after you finish?

wot doe joe doe after joe finisj?

Wat doe je nadat je klaar bent?

Na after volgt een volledige bijzin met onderwerp en werkwoord, bijvoorbeeld you finish.

Engels woordenschat

complete werkwoord
kuhm-pliet voltooien completing
do werkwoord
doe doen
exercise zelfstandig naamwoord
eksər-sais oefening
homework zelfstandig naamwoord
hoomwurk huiswerk
page zelfstandig naamwoord
peedzj pagina
question zelfstandig naamwoord
kwestsjun vraag questions
short bijvoeglijk naamwoord
sjort kort
start werkwoord
start beginnen
this bepaler
dhis deze
use werkwoord
joez gebruiken
what voornaamwoord
wot wat
which bepaler
witsj welke

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Wat moet ik voor huiswerk doen?

Antwoord tonenWhat should I do for homework?

Begin met deze oefening te maken.

Antwoord tonenStart by completing this exercise.

Welke pagina moet ik gebruiken?

Antwoord tonenWhich page should I use?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

beginnen

Antwoord tonenstart

huiswerk

Antwoord tonenhomework

pagina

Antwoord tonenpage

welke

Antwoord tonenwhich