Een korte dialoog oefenen | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a language classroom, two adults practice a dialogue together, choose roles, and read a difficult line slowly..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een korte dialoog oefenen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

I want to practice this dialogue.

ai wont te prek-tis dhis daai-ə-log. Ik wil deze dialoog oefenen.
B

I can be your partner.

ai kən bie jor paart-nər. Ik kan je partner zijn.
A

Which role should I take?

witsj rool sjəd ai teek? Welke rol moet ik nemen?
B

You can read the first part.

joe kən riid dhe fərst paart. Je kunt het eerste deel lezen.
A

This line is a little hard.

dhis lain iz ə litle haard. Deze zin is een beetje moeilijk.
B

Read it slowly with me.

riid it sloolie with mie. Lees het langzaam met me.
A

Let me try it again from the start.

let mie trai it ə-gen from dhe staart. Laat me het vanaf het begin opnieuw proberen.
B

You're reading more clearly now.

jor riiding mor klierli nau. Je leest het nu duidelijker.

Uitleg van de zinnen

  1. I want to practice this dialogue.

    Ik wil deze dialoog oefenen.

    I
    ik
    want
    willen
    to practice
    oefenen
    this
    deze
    dialogue
    dialoog
    Uitgebreide uitleg

    I is het onderwerp: de spreker verwijst naar zichzelf. In het Engels blijft deze vorm gelijk voor enkelvoud en meervoud; vergelijk I met you voor de aangesprokene. want betekent hier dat de spreker iets wil. De basisvorm is want; bij he, she of it wordt dat wants: She wants to practice. — Zij wil oefenen. Na want staat voor een handeling doorgaans to plus de werkwoordsvorm. to practice betekent oefenen. practice is hier een werkwoord en blijft na to in de basisvorm. Het patroon want to + werkwoord is herbruikbaar: I want to learn. — Ik wil leren. this wijst naar één specifiek ding dat in deze context als dichtbij of aangewezen wordt voorgesteld: de dialoog. Het Engelse this verandert niet naar grammaticaal geslacht; het meervoud is these. dialogue is het zelfstandig naamwoord voor een dialoog of gesprek dat uit uitwisselingen bestaat. Het meervoud is dialogues; het Engelse woord dialog is ook een bestaande spellingvariant. Samen vormen de delen I want to practice + this dialogue: de spreker zegt dat die persoon deze specifieke dialoog wil oefenen. De volledige betekenis is: Ik wil deze dialoog oefenen.

  2. I can be your partner.

    Ik kan je partner zijn.

    I can
    ik kan
    be
    zijn
    your
    je/jouw
    partner
    partner
    Uitgebreide uitleg

    I can drukt hier uit dat de spreker partner kan zijn: “ik kan”. can is een modaal hulpwerkwoord. Na can staat het volgende werkwoord in de basisvorm, zonder to; daarom staat hier be, niet een vervoegde vorm. Voorbeeld: I can help. = “Ik kan helpen.” be betekent hier “zijn”. De basisvorm blijft na can onveranderd. Zonder can zou je bij dit onderwerp in de tegenwoordige tijd I am gebruiken: I am your partner. = “Ik ben je partner.” your geeft bezit of verbondenheid met de aangesprokene aan: “je/jouw”. Het verandert in het Engels niet mee met het geslacht of aantal van de bezitter. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord: your role = “je rol”. partner is een zelfstandig naamwoord voor een persoon met wie je samenwerkt of aan iets deelneemt; hier gaat het om “partner”. Het woord kan in andere contexten ook een partner in bijvoorbeeld een relatie of onderneming aanduiden. Voorbeeld: She is my partner. = “Zij is mijn partner.” Samen vormen de delen I can + be + your partner de betekenis: “Ik kan je partner zijn.” De constructie can + basisvorm is herbruikbaar: You can be my partner. = “Jij kunt mijn partner zijn.”

  3. Which role should I take?

    Welke rol moet ik nemen?

    Which
    welke
    role
    rol
    should I
    moet ik
    take
    nemen
    Uitgebreide uitleg

    Which vraagt om een keuze uit meerdere mogelijkheden. Het staat hier vóór role en bepaalt welk exemplaar of welke optie bedoeld is. Vergelijk: Which book? = Welk boek? en Which role? = Welke rol?. role betekent hier een rol die iemand in een situatie of activiteit op zich kan nemen. Het is een zelfstandig naamwoord; het meervoud is roles. Voorbeelden: She has an important role. = Zij heeft een belangrijke rol. What is your role? vraagt naar iemands rol zonder tussen opties te kiezen. should I combineert het modale werkwoord should met het onderwerp I. In deze vraag drukt should uit wat passend, verstandig of gewenst is: Welke rol is voor mij de juiste keuze? Bij een vraag staat het modale werkwoord vóór het onderwerp: Should I wait? = Moet ik wachten? Na should komt de basisvorm van het volgende werkwoord, zonder to. take is hier de basisvorm van het werkwoord take, met de betekenis een rol op zich nemen of vervullen. De vorm blijft na should take, niet takes of took: I take, she takes, I took, maar I should take. In de vaste uitdrukking take a role gaat het niet om letterlijk iets vastpakken; het gaat om het kiezen of aannemen van een rol. Voorbeeld: I should take the leading role. = Ik zou de hoofdrol moeten nemen. Samen vormen de delen de vraag Which role should I take?: de spreker vraagt welke rol hij of zij moet of zou moeten aannemen. De vraag identificeert de gekozen rol niet zelf; de vorm vraagt om die keuze.

  4. You can read the first part.

    Je kunt het eerste deel lezen.

    You can
    je kunt
    read
    lezen
    first
    eerste
    part
    deel
    Uitgebreide uitleg

    You can betekent hier dat de aangesprokene iets kan doen: “je kunt”. can is een modaal hulpwerkwoord en verandert in de tegenwoordige tijd niet bij you; bijvoorbeeld: “You can wait.” — “Je kunt wachten.” In deze zin drukt het mogelijkheid of vaardigheid uit, geen bevel. read betekent hier “lezen”. Na can staat het hoofdwerkwoord in de basisvorm: can read, niet can reads. De spelling read is ook die van de verleden tijd, maar na can is deze vorm hier de basisvorm en wordt hij uitgesproken als /riːd/. Zonder can krijgt het werkwoord bij he/she/it in de tegenwoordige tijd wel vaak -s: She reads. — “Zij leest.” first betekent “eerste”. Het is een rangtelwoord: het geeft de eerste plaats in een volgorde aan. De gewone telvorm is one, maar voor een volgorde gebruik je first; bijvoorbeeld: “the first page” — “de eerste bladzijde”. part betekent “deel”. Het is een zelfstandig naamwoord voor een afzonderlijk stuk van een geheel. Het meervoud is parts: “two parts” — “twee delen”. Samen vormt You can read de betekenis “Je kunt lezen”. the first part betekent “het eerste deel”: the identificeert hier een bepaald deel, en first geeft aan dat dit deel op de eerste plaats staat. De hele zin You can read the first part. betekent daarom: “Je kunt het eerste deel lezen.”

  5. This line is a little hard.

    Deze zin is een beetje moeilijk.

    This
    deze
    line
    zin
    a little
    een beetje
    hard
    moeilijk
    Uitgebreide uitleg

    This verwijst hier naar één aangeduid, enkelvoudig geheel: de zin waarover gesproken wordt. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord en werkt dus als aanwijzend woord: this line = “deze zin”. Voor meer dan één zaak gebruik je these, bijvoorbeeld: These lines are short. = “Deze zinnen zijn kort.” line betekent hier “zin”, zoals ook blijkt uit de Nederlandse vertaling en de context over het lezen van een eerste deel. In andere contexten kan line ook “regel” betekenen, bijvoorbeeld een regel tekst; die betekenis past hier niet bij de vaste vertaling. Het meervoud is lines. a little geeft hier een kleine mate aan: “een beetje”. Het is een graadaanduiding bij hard en drukt geen afzonderlijke hoeveelheid of aantal uit. Voor een grotere mate kun je bijvoorbeeld very hard gebruiken: “heel moeilijk”. hard betekent hier “moeilijk”: de zin kost wat moeite om te begrijpen of te lezen. Het is een bijvoeglijk naamwoord na is; de vorm blijft bij een enkelvoudig of meervoudig onderwerp gelijk: The line is hard en The lines are hard. In een andere context kan hard ook “hard” in de zin van niet zacht betekenen, maar dat is niet de bedoelde betekenis in deze zin. Samen vormen This line het onderwerp. is verbindt dat onderwerp met de eigenschap hard, en a little verzacht de mate van die eigenschap. De hele uiting betekent daarom: “Deze zin is een beetje moeilijk.”

  6. Read it slowly with me.

    Lees het langzaam met me.

    Read
    lees
    it
    het
    slowly
    langzaam
    with me
    met mij
    Uitgebreide uitleg

    Read staat hier als bevel: de gebiedende wijs van read. De vorm is gelijk aan de basisvorm, maar de betekenis wordt door de positie en de bevelende intonatie bepaald. Het onderwerp you wordt in een Engelse gebiedende zin meestal niet uitgesproken. Voorbeeld: Read the next sentence. — Lees de volgende zin. it is een persoonlijk voornaamwoord voor het ding of de tekst die gelezen moet worden. In deze zin wordt dat in de vertaling weergegeven als het; het Engelse it zelf heeft geen grammaticaal geslacht. Als het bedoelde object al bekend is, kan Engels het met it vervangen: I found the book. Read it. — Ik heb het boek gevonden. Lees het. slowly is een bijwoord en zegt hoe het lezen moet gebeuren: langzaam, niet snel. Het is gevormd van het bijvoeglijk naamwoord slow met -ly. Vergelijk: Read slowly. — Lees langzaam. Read quickly. — Lees snel. with me betekent dat de aangesprokene samen met de spreker leest. me is de objectvorm van I: I gebruik je als onderwerp, me na bijvoorbeeld with. Voorbeeld: Come with me. — Kom met me mee. Samen vormen de delen een rechtstreeks verzoek of bevel: Read geeft de handeling, it geeft aan wat gelezen moet worden, slowly geeft de manier aan en with me geeft aan dat de spreker meedoet. De volledige betekenis is dus: “Lees het langzaam samen met mij.”

  7. Let me try it again from the start.

    Laat me het vanaf het begin opnieuw proberen.

    Let me
    laat me
    try
    proberen
    it
    het
    again
    opnieuw
    from the start
    vanaf het begin
    Uitgebreide uitleg

    Let me vormt hier een verzoek: de spreker vraagt toestemming of ruimte om zelf iets te doen. Het patroon is let + persoon + werkwoord zonder to: Let her speak. = Laat haar spreken. Let me betekent op zichzelf niet dat er meerdere pogingen zijn; dat volgt pas uit again. try is de kale vorm van het werkwoord na let. De basisvorm is try; bijvoorbeeld: I try again. = Ik probeer het opnieuw. Na een gewone tegenwoordige-tijdsvorm bij he of she verschijnt tries: She tries again. De vorm try in deze zin is dus niet verleden tijd, maar volgt op let. it is het Engelse voornaamwoord voor het bedoelde ding, materiaal of de bedoelde handeling. De vertaling ondersteunt hier het, maar specificeert niet precies wat it is. In try it is it het object van try: iets proberen. Voorbeeld: Try it slowly. = Probeer het langzaam. again betekent dat de handeling opnieuw gebeurt. Het woord voegt herhaling toe aan try; zonder again zou de zin alleen een poging uitdrukken, niet expliciet een nieuwe poging. Voorbeeld: Read it again. = Lees het opnieuw. from the start geeft het beginpunt aan: de spreker wil opnieuw beginnen bij het begin, niet verdergaan vanaf een later punt. from markeert hier het vertrekpunt en the start noemt dat specifieke beginpunt. Voorbeeld: Start from the beginning. = Begin vanaf het begin. Start en beginning zijn hier verwante woorden, maar start in de vaste zin staat in de vaste woordgroep the start. Samen betekent Let me try it again from the start.: de spreker vraagt om zelf opnieuw te proberen, waarbij de poging vanaf het begin wordt uitgevoerd. De voorafgaande context maakt duidelijk dat het om opnieuw lezen of proberen van hetzelfde bedoelde materiaal of dezelfde taak gaat, zonder dat de precieze referent van it wordt benoemd.

  8. You're reading more clearly now.

    Je leest het nu duidelijker.

    You're
    je bent
    reading
    lezen
    more clearly
    duidelijker
    now
    nu
    Uitgebreide uitleg

    You're is de samentrekking van you are. Hier is you de aangesprokene, weergegeven als je; Engels gebruikt dezelfde vorm voor één of meer aangesproken personen. You're is niet hetzelfde als your (‘jouw’). reading komt van het werkwoord read en betekent hier ‘aan het lezen zijn’. In combinatie met are vormt het de present progressive: you are reading beschrijft een activiteit die nu bezig is. Voorbeeld: You are reading a book. = ‘Je bent een boek aan het lezen.’ more clearly betekent ‘duidelijker’. Clearly is hier een bijwoord dat beschrijft hoe het lezen gebeurt; more clearly is de vergrotende trap van clearly. Het vergelijkt de duidelijkheid van het lezen nu met een eerder of ander moment, zonder dat de eerdere situatie verder wordt gespecificeerd. Voorbeeld: She explains it more clearly now. = ‘Ze legt het nu duidelijker uit.’ now is een tijdsbepaling met de betekenis ‘nu’. Het plaatst de beschreven activiteit en de vergelijking bij het huidige moment. Samen vormen de delen you are reading + more clearly + now: de aangesprokene is op dit moment aan het lezen, en dat lezen gebeurt duidelijker dan eerder of dan in de relevante vergelijking. De volledige betekenis is daarom: ‘Je leest het nu duidelijker.’

Grammatica

Imperative: verb + object

Read the part slowly.

riid dhe paart sloolie.

Lees het deel langzaam.

In de gebiedende wijs staat het werkwoord vooraan, zonder onderwerp.

more + adverb

Read the line more clearly.

riid dhe lain mor klierli.

Lees de zin duidelijker.

Gebruik more voor de vergrotende trap van langere bijwoorden, zoals clearly.

Engels woordenschat

again bijwoord
ə-gen opnieuw

Let me try it again from the start.

dialogue zelfstandig naamwoord
daai-ə-log dialoog

I want to practice this dialogue.

hard bijvoeglijk naamwoord
haard moeilijk

This line is a little hard.

line zelfstandig naamwoord
lain zin

This line is a little hard.

part zelfstandig naamwoord
paart deel

You can read the first part.

partner zelfstandig naamwoord
paart-nər partner

I can be your partner.

practice werkwoord
prek-tis oefenen

I want to practice this dialogue.

read werkwoord
riid lezen

You can read the first part.

role zelfstandig naamwoord
rool rol

Which role should I take?

slowly bijwoord
sloolie langzaam

Read it slowly with me.

start zelfstandig naamwoord
staart begin

Let me try it again from the start.

take werkwoord
teek nemen

Which role should I take?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik wil deze dialoog oefenen.

Antwoord tonenI want to practice this dialogue.

Ik kan je partner zijn.

Antwoord tonenI can be your partner.

Welke rol moet ik nemen?

Antwoord tonenWhich role should I take?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

deel

Antwoord tonenpart

nemen

Antwoord tonentake

moeilijk

Antwoord tonenhard

lezen

Antwoord tonenread