Woorden herhalen met kaartjes | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a language classroom, two adults use word cards and example sentences to review words they need to remember..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Woorden herhalen met kaartjes oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

I want to review these words.

Ai wont tə rivjoe dhiez wördz. Ik wil deze woorden herhalen.
B

Let's use these word cards.

Lets joez dhiez wörd kaardz. Laten we deze woordkaartjes gebruiken.
A

I can't remember this one.

Ai kaant rimèmber dhis wan. Ik kan dit woord niet onthouden.
B

Look at the example sentence.

Loek et dhi igzampəl sentəns. Kijk naar de voorbeeldzin.
A

The sentence helps me remember it.

Dhə sentəns helps mie rimèmber it. De zin helpt me het te onthouden.
B

Try another card and check the example first.

Trai ənadher kaard ən tsjek dhi igzampəl ferst. Probeer een ander kaartje en bekijk eerst de voorbeeldzin.
A

I will try the next card now.

Ai wil trai dhə nekst kaard nau. Ik ga nu het volgende kaartje proberen.
B

Read the sentence first, then say the word.

Ried dhə sentəns ferst, dhen sei dhə wörd. Lees eerst de zin en zeg dan het woord.

Uitleg van de zinnen

  1. I want to review these words.

    Ik wil deze woorden herhalen.

    I
    ik
    want
    willen
    review
    herhalen
    these
    deze
    words
    woorden
    Uitgebreide uitleg

    I is het Engelse persoonlijk voornaamwoord voor de spreker. Het blijft I voor één spreker en staat als onderwerp vóór het werkwoord. Bijvoorbeeld: I read. — Ik lees. want betekent hier willen en staat in de tegenwoordige tijd. Na want volgt vaak to plus de basisvorm van een werkwoord: I want to learn. — Ik wil leren. In de vaste zin staat want samen met to review; to hoort bij de werkwoordelijke constructie, niet bij want als zelfstandig woord. review is hier de basisvorm na to en betekent herhalen of opnieuw doornemen: de spreker wil de woorden nog eens doornemen. In andere contexten kan review ook een beoordeling betekenen, maar die betekenis past hier niet bij de vaste vertaling. Voorbeeld: We review the lesson. — We herhalen de les. these is een aanwijzend woord voor meerdere dingen die als nabij of relevant worden aangewezen. Het contrasteert met this voor één ding; het meervoudige paar is this / these. Bijvoorbeeld: These books are useful. — Deze boeken zijn nuttig. Welke concrete nabijheid met these wordt bedoeld, wordt door deze zin zelf niet verder gespecificeerd. words betekent woorden en is het meervoud van word: one word, two words. Het zelfstandig naamwoord staat hier in het meervoud, wat overeenkomt met het meervoudige these. Bijvoorbeeld: I know these words. — Ik ken deze woorden. Samen vormt I want to review these words de patroonzin I want to + werkwoord: de spreker drukt de wens uit om iets te doen. These words is wat de spreker wil herhalen. De volledige betekenis is daarom: Ik wil deze woorden herhalen.

  2. Let's use these word cards.

    Laten we deze woordkaartjes gebruiken.

    Let's
    laten we
    use
    gebruiken
    these
    deze
    word
    woord
    cards
    kaartjes
    Uitgebreide uitleg

    Let's is de verkorte vorm van let us. In deze zin vormt het een voorstel met een impliciet onderwerp we: de spreker stelt voor dat de spreker en minstens één andere persoon iets doen. Het is hier dus een beleefde, gewone manier om een gezamenlijke handeling voor te stellen, niet een letterlijke opdracht aan één persoon. use betekent hier iets gebruiken of inzetten. Na Let's staat het werkwoord in de basisvorm: Let's use .... Vergelijkbare vormen zijn uses bij he/she/it, used voor het verleden en using na bijvoorbeeld is of als -ing-vorm. Voorbeeld: Let's use this example. — Laten we dit voorbeeld gebruiken. these verwijst naar meer dan één zaak die de spreker als dichtbij of als actueel in de context presenteert. Het is de meervoudsvorm van this; het zelfstandig naamwoord erna staat daarom in het meervoud. Voorbeeld: These are useful. — Deze zijn nuttig. word betekent woord. Het is hier een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud en vormt samen met cards de woordgroep word cards: kaartjes die met woorden te maken hebben, hier bedoeld als woordkaartjes. Het meervoud van word is words, zoals in these words in de vorige zin. cards is het meervoud van card, een kaartje of kaart. De uitgang -s laat hier zien dat er meerdere kaartjes zijn. In word cards beschrijft word het soort kaartjes; cards is het hoofdzelfstandig naamwoord. Voorbeeld: I have three cards. — Ik heb drie kaartjes. Samen vormen de delen de betekenis: Let's geeft het gezamenlijke voorstel, use benoemt de handeling, en these word cards is wat gebruikt zal worden. De volledige zin betekent: Laten we deze woordkaartjes gebruiken.

  3. I can't remember this one.

    Ik kan dit woord niet onthouden.

    I can't
    ik kan niet
    remember
    onthouden
    this one
    dit woord
    Uitgebreide uitleg

    I can't betekent hier dat de spreker iets niet kan onthouden. can't is de verkorte vorm van cannot; na can staat het werkwoord in de basisvorm, zonder to. De ontkenning staat in can't. Voorbeeld: I can't swim. — Ik kan niet zwemmen. remember betekent hier iets in gedachten kunnen houden of niet vergeten. De basisvorm is remember; na can blijft die vorm onveranderd. Zonder can krijgt de tegenwoordige tijd bijvoorbeeld I remember of she remembers. Een nuttig contrast is remember tegenover forget: I remember the word. — Ik onthoud het woord. this one verwijst in deze zin, volgens de vertaling en de context van de woordkaartjes, naar dit woord. this wijst naar iets als één nabij of aangewezen item; one staat hier zelfstandig voor één item van het bedoelde type. De vorm this verschilt van these, dat bij meerdere items wordt gebruikt. Voorbeeld: I know this one. — Ik ken dit woord. Samen vormen de delen de betekenis: I can't remember this one = de spreker kan dit woord niet onthouden. Het onvermogen of de onmogelijkheid komt van can't, de handeling van onthouden van remember, en this one geeft aan welk item bedoeld is.

  4. Look at the example sentence.

    Kijk naar de voorbeeldzin.

    Look at
    kijk naar
    example
    voorbeeld
    sentence
    zin
    Uitgebreide uitleg

    Look at betekent hier dat je iemand een opdracht geeft om ergens naar te kijken. De basisvorm is look; in de gebiedende wijs staat het onderwerp meestal niet uitgedrukt: Look at the picture. = Kijk naar de afbeelding. Look at gebruikt at voor het bekeken doel; zonder at heeft look een andere constructie of betekenis. example is hier een zelfstandig naamwoord met de betekenis ‘voorbeeld’. De meervoudsvorm is examples: This is a good example. = Dit is een goed voorbeeld. Het woord kan ook een voorbeeld van een handeling of situatie aanduiden, niet alleen van tekst. sentence betekent hier ‘zin’, dus een taalkundige eenheid met woorden. Het meervoud is sentences: Write one sentence. = Schrijf één zin. In example sentence staat example vóór sentence om het soort zin te omschrijven: het is een voorbeeldzin. Het zelfstandig naamwoord sentence blijft daarbij enkelvoudig, omdat het om één zin gaat. Samen vormt Look at the example sentence. een gebiedende zin: ‘Kijk naar de voorbeeldzin.’ Look at geeft de opdracht, en the example sentence benoemt waarnaar gekeken moet worden. The verwijst hier naar de specifieke voorbeeldzin die in de situatie bedoeld is.

  5. The sentence helps me remember it.

    De zin helpt me het te onthouden.

    sentence
    zin
    helps
    helpt
    me
    mij
    remember
    onthouden
    it
    het
    Uitgebreide uitleg

    sentence betekent hier “zin”: een reeks woorden die als geheel een uitspraak of voorbeeld vormt. Het meervoud is sentences. In de voorafgaande context verwijst example sentence naar zo’n voorbeeldzin; in deze zin staat alleen het zelfstandig naamwoord sentence. helps is de vorm van help voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. Het onderwerp is The sentence, daarom krijgt het werkwoord de uitgang -s: I help, you help, maar it helps. Voorbeelden: This picture helps me. — Deze afbeelding helpt me. These pictures help me. — Deze afbeeldingen helpen me. me is de objectvorm van het persoonlijke voornaamwoord met de betekenis “mij”. Vergelijk als onderwerp I met als object me: I remember it betekent “Ik onthoud het”, terwijl It helps me betekent “Het helpt mij”. Hier is me degene die door de hulp van de zin iets kan onthouden. remember is de basisvorm van het werkwoord “onthouden”. Na help kan Engels een persoon plus een werkwoord in de basisvorm gebruiken: help me remember. Ook help me to remember is mogelijk; de gegeven zin gebruikt de variant zonder to. Andere vormen zijn remembered (verleden tijd/voltooid deelwoord) en remembering (vorm op -ing). Voorbeeld: Pictures help me remember names. — Afbeeldingen helpen me namen te onthouden. it is een persoonlijk voornaamwoord voor een enkelvoudig, niet-persoonlijk referent. Het staat hier als object van remember, dus remember it betekent “het onthouden”. De zin en de vertaling geven niet afzonderlijk aan waar it precies naar verwijst; de vorm laat wel zien dat het om een enkelvoudig niet-persoonlijk object gaat. Samen vormt The sentence helps me remember it het patroon onderwerp + helps + objectpersoon + basiswerkwoord + object: “De zin helpt me het te onthouden.” The sentence is degene die hulp biedt, me ontvangt die hulp, en it is wat onthouden wordt. De tegenwoordige tijd in helps presenteert dit als een algemene of actuele werking van de zin.

  6. Try another card and check the example first.

    Probeer een ander kaartje en bekijk eerst de voorbeeldzin.

    Try
    probeer
    another
    een ander(e)
    card
    kaartje
    check
    bekijk; controleer
    example
    voorbeeld
    first
    eerst
    Uitgebreide uitleg

    Try staat hier als bevelsvorm van try (‘proberen’). In een Engelse imperatief staat het onderwerp meestal niet uitgesproken; de aangesprokene is begrepen als onderwerp. Dezelfde vorm try is ook de basisvorm na bijvoorbeeld to: I want to try = ‘Ik wil proberen’. Voor een negatief bevel staat Don’t try = ‘Probeer niet’. another betekent hier ‘een ander’ en bepaalt het enkelvoudige zelfstandig naamwoord card. Het kan zowel een extra exemplaar als een verschillend exemplaar aanduiden; in deze zin past de vertaling ‘een ander kaartje’. Vergelijk another card met other cards, waarbij other vóór een meervoud staat. card is een zelfstandig naamwoord voor het kaartje dat de aangesprokene moet proberen. Het meervoud is cards: I have two cards = ‘Ik heb twee kaartjes’. In de vaste zin wordt niet beweerd hoeveel kaartjes er in totaal zijn; alleen dit andere kaartje wordt als volgende keuze genoemd. check is opnieuw een zelfstandige werkwoordsvorm in een bevel: ‘bekijk’ of ‘controleer’. Het onderwerp blijft de aangesprokene, net als bij Try. Check the answer = ‘Controleer het antwoord’; check kan dus zowel zorgvuldig bekijken als controleren betekenen. Hier is het voorwerp the example, dus wat bekeken of gecontroleerd moet worden. example is een zelfstandig naamwoord en betekent hier ‘voorbeeld’, in de vertaling nader ingevuld als ‘voorbeeldzin’. Het meervoud is examples: This example is clear = ‘Dit voorbeeld is duidelijk’. Het lidwoord the staat in de vaste zin vóór example, maar het geselecteerde woord zelf is example. first is een bijwoord met de betekenis ‘eerst’. Het bepaalt de volgorde van de handelingen: eerst het voorbeeld bekijken en daarnaast het kaartje proberen. Het verandert hier niet van vorm; first kan ook als rangtelwoord in the first card voorkomen, maar daar staat het vóór het zelfstandig naamwoord. Samen vormt Try another card een imperatief: ‘Probeer een ander kaartje’. Daarna volgt check the example first: ‘bekijk eerst de voorbeeldzin’. De volledige zin geeft dus twee opdrachten en legt vast dat het voorbeeld vóór de andere handeling wordt bekeken: ‘Probeer een ander kaartje en bekijk eerst de voorbeeldzin.’

  7. I will try the next card now.

    Ik ga nu het volgende kaartje proberen.

    I will
    ik zal / ik ga
    try
    proberen
    next
    volgende
    card
    kaartje
    now
    nu
    Uitgebreide uitleg

    I will drukt hier uit dat de spreker van plan is iets in de toekomst te doen. In het Engels staat will vóór de basisvorm van het werkwoord: I will try. De verkorte vorm is I'll; die heeft hier dezelfde betekenis. Voorbeeld: I will read it. — Ik zal het lezen. try betekent hier proberen: een poging doen. Na will blijft het werkwoord in de basisvorm: will try, niet will tries. Met een lijdend voorwerp staat dat erachter, zoals in try the exercise — de oefening proberen. next betekent hier volgende en verwijst naar de positie die daarna komt in een reeks. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord in the next card. In deze betekenis is next geen gewone vergrotende vorm; het is een apart bijvoeglijk woord voor de volgende positie. Voorbeeld: Use the next example. — Gebruik het volgende voorbeeld. card is het zelfstandig naamwoord voor een kaart of kaartje. Het meervoud is cards. Voorbeeld: These cards are useful. — Deze kaartjes zijn nuttig. now is een bijwoord van tijd en betekent nu, op dit moment. Hier geeft het aan wanneer de poging plaatsvindt. Voorbeeld: I will read it now. — Ik zal het nu lezen. Samen vormen I will try + the next card + now de betekenis: de spreker gaat nu het volgende kaartje proberen. Dat komt overeen met de vaste Nederlandse vertaling: Ik ga nu het volgende kaartje proberen.

  8. Read the sentence first, then say the word.

    Lees eerst de zin en zeg dan het woord.

    Read
    lees
    the sentence
    de zin
    first
    eerst
    then
    dan
    say
    zeg
    the word
    het woord
    Uitgebreide uitleg

    Read is hier de gebiedende wijs van read (‘lezen’). In een instructie staat de basisvorm zonder onderwerp ervoor: Read the sentence. = ‘Lees de zin.’ In de tegenwoordige tijd kan dezelfde spelling ook anders worden uitgesproken, maar in deze opdracht is de vorm een bevel. the sentence betekent hier ‘de zin’. sentence is het zelfstandig naamwoord voor een taalkundige zin. Het lidwoord the maakt de bedoelde zin bepaald; het drukt op zichzelf geen aantal uit. Een bruikbaar contrast is a sentence (‘een zin’) tegenover the sentence (‘de zin’). first betekent ‘eerst’ en geeft de volgorde aan. Het hoort bij de handeling Read: eerst lezen, daarna de volgende handeling uitvoeren. Bijvoorbeeld: Listen first. = ‘Luister eerst.’ then betekent ‘dan’ of ‘daarna’ en markeert de volgende stap. Samen met first vormt het een herbruikbaar volgordepatroon: First ..., then ... = ‘Eerst ..., dan ...’. say is opnieuw een gebiedende wijs: de basisvorm van say wordt gebruikt voor de instructie ‘zeg’. Het werkwoord say verwijst vooral naar de uitgesproken woorden; tell wordt vaak gebruikt wanneer iemand iets aan een persoon vertelt, bijvoorbeeld Tell me the word = ‘Zeg mij het woord’ of natuurlijker ‘Vertel me het woord’. the word betekent ‘het woord’. word is hier het zelfstandig naamwoord voor de taaleenheid die uitgesproken moet worden. Ook hier maakt the het woord bepaald, zonder zelfstandig een numerieke hoeveelheid uit te drukken. De hele zin bestaat uit twee opdrachten in volgorde: Read the sentence first = ‘Lees eerst de zin’, en then say the word = ‘zeg dan het woord’. De komma en then verbinden de twee stappen. Het onderwerp is in beide gebiedende bijzinnen niet uitgeschreven maar wordt in het Engels als de aangesprokene begrepen: eerst lezen, daarna zeggen.

Grammatica

First ..., then ...

First, read the next card. Then say the sentence.

Ferst, ried dhə nekst kaard. Dhen sei dhə sentəns.

Lees eerst het volgende kaartje. Zeg dan de zin.

First en then geven de volgorde aan. In het Engels staan ze vaak aan het begin van de zin.

help(s) + object + werkwoord

This one helps me remember.

Dhis wan helps mie rimèmber.

Dit ene helpt me onthouden.

Na help(s) volgt een persoon of voornaamwoord en daarna een werkwoord zonder to.

Engels woordenschat

another bepaler
ənadher een andere; nog een

Try another card.

card zelfstandig naamwoord
kaard kaartje

Try another card.

example sentence uitdrukking
igzampəl sentəns voorbeeldzin

Look at the example sentence.

helps werkwoord
helps helpt
look at uitdrukking
loek et kijken naar

Look at the example sentence.

remember werkwoord
rimèmber onthouden

I can't remember this one.

review werkwoord
rivjoe herhalen; doornemen

I want to review these words.

sentence zelfstandig naamwoord
sentəns zin

The sentence helps me remember it.

this one voornaamwoord
dhis wan dit ene; deze

I can't remember this one.

try werkwoord
trai proberen

Try another card.

word cards uitdrukking
wörd kaardz woordkaartjes

Let's use these word cards.

words zelfstandig naamwoord
wördz woorden

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik wil deze woorden herhalen.

Antwoord tonenI want to review these words.

Laten we deze woordkaartjes gebruiken.

Antwoord tonenLet's use these word cards.

Ik kan dit woord niet onthouden.

Antwoord tonenI can't remember this one.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

helpt

Antwoord tonenhelps

woorden

Antwoord tonenwords

onthouden

Antwoord tonenremember

zin

Antwoord tonensentence