Samen lunchen in een restaurant | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: Before lunch, two friends choose a small restaurant, arrange where to meet, and plan to ask for a table..

NL → EN / Niveau: A1

Over deze les

Met Samen lunchen in een restaurant oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

Would you like to have lunch together?

Wud joe laik tə hev lantsj tə-geh-dher? Wil je samen lunchen?
B

That sounds nice. Where should we go?

Dhet saundz nais. Wèr shud wie gou? Dat klinkt leuk. Waar zullen we heen gaan?
A

Maybe the small restaurant near here.

Mee-bie dhə smol restə-rant nier hier. Misschien het kleine restaurant hier vlakbij.
B

Let's go there if it isn't busy.

Lets gou dher if it iz-ənt bizie. Laten we daarheen gaan als het niet druk is.
A

Should we meet by the front door?

Shud wie miet bai dhə frunt dor? Zullen we bij de voordeur afspreken?
B

I'll wait where you can see me.

Ail weit wèr joe kən sie mie. Ik wacht waar je me kunt zien.
A

Then I'll come find you.

Dhen ail kum faind joe. Dan kom ik je zoeken.
B

After that, we can ask for a table.

Aaf-tər dhet, wie kən aask fər ə tei-bəl. Daarna kunnen we om een tafel vragen.

Woord voor woord

Would In “Would you like to have lunch together?” maakt “Would” de uitnodiging beleefd. Het patroon “Would you like ...?” gebruik je om iemand vriendelijk iets aan te bieden of voor te stellen, bijvoorbeeld in een gesprek met een vriend.
you “You” verwijst hier naar de persoon tegen wie de spreker praat. In “Would you like ...?” is die persoon degene aan wie de uitnodiging wordt gericht; gebruik “you” wanneer je rechtstreeks met iemand spreekt.
like “Like” betekent hier iets willen of prettig vinden binnen “Would you like to have lunch together?”. Het staat in het patroon “Would you like to ...?” gevolgd door een handeling, bijvoorbeeld een voorstel om samen iets te doen.
to “To” leidt in “to have lunch” de handeling in die iemand misschien wil doen. Gebruik “to” vóór een werkwoord in zulke patronen, zoals “Would you like to ...?” bij een beleefd voorstel.
have “Have” betekent hier samen een maaltijd gebruiken in de uitdrukking “have lunch”. Gebruik “have” met een maaltijd, bijvoorbeeld in “have lunch” wanneer je over lunchen spreekt.
lunch “Lunch” is de middagmaaltijd in “have lunch”. Je gebruikt het met werkwoorden zoals “have” om over lunchen te praten, bijvoorbeeld wanneer je een maaltijd plant.
together “Together” betekent dat de spreker en de andere persoon iets samen doen. In “have lunch together” geeft het aan dat ze gezamenlijk lunchen; gebruik het om gezamenlijke activiteiten te beschrijven.
That “That” verwijst in “That sounds nice” naar het zojuist voorgestelde plan. Het patroon “That sounds ...” gebruik je om te reageren op een idee of voorstel dat je hebt gehoord.
sounds “Sounds” betekent hier dat iets, op basis van wat je hoort, een bepaalde indruk maakt. In “That sounds nice” beoordeelt de spreker een voorstel positief; gebruik “sounds” met een bijvoeglijk naamwoord om op een idee of bericht te reageren.
nice “Nice” betekent hier prettig of leuk en beschrijft het voorgestelde plan. In “That sounds nice” gebruik je het om beleefd positief op een voorstel te reageren.
Where “Where” vraagt in “Where should we go?” naar een plaats. Gebruik “Where” aan het begin van een vraag wanneer je wilt weten naar welke plek iemand gaat.
should “Should” vraagt hier wat een goede of geschikte keuze zou zijn: “Where should we go?”. Gebruik “should” in vragen om samen advies, een plan of een geschikte optie te bespreken.
we “We” verwijst naar de spreker en de andere persoon samen. In “Where should we go?” zijn zij samen degenen die een bestemming kiezen; gebruik “we” voor een groep waar de spreker bij hoort.
go “Go” betekent hier naar een gekozen plaats gaan. In “Where should we go?” staat het na “should”; gebruik “go” om beweging naar een bestemming te beschrijven.
Maybe “Maybe” betekent mogelijk of misschien en maakt het voorstel minder stellig. In “Maybe the small restaurant near here” introduceert het een mogelijke keuze; gebruik het vaak aan het begin van een suggestie.
the “The” wijst in “the small restaurant” naar een specifiek restaurant dat de gesprekspartners kunnen herkennen. Gebruik “the” wanneer je naar een bepaalde zaak, plaats of zaak verwijst.
small “Small” betekent niet groot en beschrijft in “the small restaurant” het restaurant. Je kunt “small” vóór een zelfstandig naamwoord zetten om de grootte ervan aan te geven.
restaurant “Restaurant” betekent een plaats waar mensen maaltijden eten. In “the small restaurant near here” is het de voorgestelde bestemming; gebruik “restaurant” wanneer je over zo’n eetgelegenheid praat.
near “Near” betekent dichtbij en geeft in “near here” de afstand tot de huidige plaats aan. Gebruik “near” met een plaats, bijvoorbeeld “near the station” in een nieuw voorbeeld.
here “Here” verwijst naar de plaats waar de gesprekspartners nu zijn. In “near here” betekent het dat het restaurant niet ver van die huidige plaats ligt; gebruik “here” om naar je huidige locatie te verwijzen.
Let's “Let's” is de vaste verkorte vorm van “let us” en introduceert in “Let's go there” een voorstel om iets samen te doen. Gebruik “Let's” gevolgd door een werkwoord voor een directe gezamenlijke suggestie.
there “There” verwijst in “Let's go there” naar de eerder genoemde plaats, het restaurant. Gebruik “there” om naar een andere of al besproken plek te verwijzen.
if “If” leidt in “if it isn't busy” een voorwaarde in. Het voorstel om erheen te gaan geldt dus onder die voorwaarde; gebruik “if” om een plan aan een mogelijke situatie te koppelen.
it “It” verwijst hier naar het restaurant of de situatie daar in “it isn't busy”. Gebruik “it” als onderwerp wanneer je naar een eerder genoemde zaak of situatie verwijst.
isn't “Isn't” is de verkorte vorm van “is not” en zegt in “it isn't busy” dat het restaurant niet druk is. Gebruik “isn't” om met “is” een ontkenning te maken, gevolgd door een beschrijving zoals “busy”.
busy “Busy” betekent hier dat er veel klanten of activiteit zijn, zodat het restaurant druk is. In “it isn't busy” beschrijft het de toestand van het restaurant; gebruik “busy” ook voor een persoon of plaats wanneer die veel te doen heeft.
meet “Meet” betekent hier elkaar op een afgesproken plaats ontmoeten. In “Should we meet by the front door?” gaat het om samenkomen bij een herkenbaar punt; gebruik “meet” met een plaats of tijd voor een afspraak.
by “By” betekent hier bij of naast en geeft in “by the front door” de afgesproken locatie aan. Gebruik “by” vóór een herkenbaar punt wanneer je zegt waar iemand wacht of afspreekt.
front “Front” betekent het voorste deel en maakt in “the front door” duidelijk om welke deur het gaat. Gebruik “front” vóór een zelfstandig naamwoord om de voorzijde van een gebouw of plaats aan te duiden.
door “Door” betekent deur, hier de ingang waar de vrienden kunnen afspreken. In “by the front door” gebruik je het met een plaatsaanduiding om een ontmoetingspunt te benoemen.
I'll “I'll” is de verkorte vorm van “I will” en zegt wat de spreker van plan is te doen: “I'll wait”. Gebruik “I'll” gevolgd door een werkwoord om een toekomstige handeling of toezegging uit te drukken.
wait “Wait” betekent hier ergens blijven totdat de andere persoon er is of je kan zien. In “I'll wait where you can see me” beschrijft het de afspraak om op een bepaalde plek te blijven; gebruik “wait” ook met “for” wanneer je op iemand wacht.
can “Can” betekent hier in staat zijn om iets te doen: “you can see me”. Gebruik “can” gevolgd door een werkwoord om mogelijkheid of vermogen uit te drukken.
see “See” betekent hier iemand met je ogen kunnen waarnemen of herkennen. In “where you can see me” staat het na “can”; gebruik “can see” om te zeggen dat iemand zichtbaar is.
me “Me” verwijst naar de spreker als degene die gezien wordt in “you can see me”. Gebruik “me” na een werkwoord wanneer de spreker het voorwerp van de handeling is.
Then “Then” betekent hier daarna en verbindt de afspraak met de volgende handeling: “Then I'll come find you”. Gebruik “Then” om een volgende stap in een plan of gebeurtenis aan te kondigen.
come “Come” betekent hier naar de afgesproken plaats gaan om de andere persoon te bereiken. In “I'll come find you” staat het vóór “find” om de beweging naar die persoon te beschrijven; gebruik “come” wanneer de beweging naar een persoon of relevante plaats gaat.
find “Find” betekent hier iemand lokaliseren of opzoeken: “find you”. In “come find you” is de andere persoon het doel van de handeling; gebruik “find” met de persoon of het ding dat je probeert te lokaliseren.
After “After” betekent na en geeft in “After that” aan dat de volgende stap later komt dan de eerder genoemde afspraak. Gebruik “After” met een tijdstip, gebeurtenis of “that” om de volgorde te beschrijven.
ask “Ask” betekent hier iets vragen of verzoeken, namelijk een tafel aanvragen. In “ask for a table” staat “ask for” vóór wat je wilt; gebruik dit patroon om iets te verzoeken.
for “For” introduceert in “ask for a table” wat de spreker vraagt. Gebruik “ask for” gevolgd door het gevraagde voorwerp, bijvoorbeeld een tafel in een restaurant.
a “A” verwijst in “a table” naar één tafel zonder een specifieke tafel aan te wijzen. Gebruik “a” vóór een enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord wanneer het voorwerp nog niet specifiek bepaald is.
table “Table” betekent hier een tafel in het restaurant waar de gesprekspartners kunnen zitten en eten. In “ask for a table” is het de zaak die ze willen aanvragen; gebruik “table” in een restaurant wanneer je om zitplaats vraagt.

Grammatica

would like to + verb

I would like to have lunch together.

Ai wud laik tə hev lantsj tə-geh-dher.

Ik zou graag samen willen lunchen.

‘Would like to’ drukt een beleefde wens uit; daarna volgt ‘to’ plus het werkwoord.

if + present simple, ...

If the restaurant is busy, we go to a small restaurant near here.

If dhə restə-rant iz bizie, wie gou tə ə smol restə-rant nier hier.

Als het restaurant druk is, gaan we naar een klein restaurant vlak bij hier.

Na ‘if’ gebruik je bij een gewone voorwaarde de tegenwoordige tijd.

Engels woordenschat

go werkwoord
gou gaan
here bijwoord
hier hier
if voegwoord
if als
maybe bijwoord
mee-bie misschien
near voorzetsel
nier vlak bij
nice bijvoeglijk naamwoord
nais leuk
restaurant zelfstandig naamwoord
restə-rant restaurant
small bijvoeglijk naamwoord
smol klein
sounds werkwoord
saundz klinkt
together bijwoord
tə-geh-dher samen
where bijwoord
wèr waar
would like to have lunch uitdrukking
wud laik tə hev lantsj graag willen lunchen

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Misschien het kleine restaurant hier vlakbij.

Antwoord tonenMaybe the small restaurant near here.

Dan kom ik je zoeken.

Antwoord tonenThen I'll come find you.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

misschien

Antwoord tonenmaybe

samen

Antwoord tonentogether

leuk

Antwoord tonennice

restaurant

Antwoord tonenrestaurant