Wat meenemen voor een uitstapje | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: Before a shared outing, two friends decide to bring a blanket, drinks, and cups, then confirm the items fit in a bag..

NL → EN / Niveau: A1

Over deze les

Met Wat meenemen voor een uitstapje oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

What should I bring with me?

Wut sjud ai bring wid mie? Wat moet ik meenemen?
B

Please bring a small blanket.

Pliez bring uh smol blengkit. Neem alsjeblieft een kleine deken mee.
A

Do we need drinks too?

Doe wie nied drinks toe? Hebben we ook drinken nodig?
B

A cold drink would be nice.

Uh kould drink wud bie nais. Een koud drankje zou fijn zijn.
A

I can bring some cups.

Ai ken bring sum kaps. Ik kan wat bekers meenemen.
B

That would help, thanks. We can share them.

Dhet wud help, thenks. Wie ken sjeer dhem. Dat zou helpen, bedankt. We kunnen ze delen.
A

They can fit in my bag.

Dhee ken fit in mai beg. Ze passen in mijn tas.
B

Then we're ready.

Dhen wier redi. Dan zijn we klaar.

Woord voor woord

What “What” vraagt hier welke zaak of welk voorwerp de spreker moet meenemen. Het staat aan het begin van de vraag “What should I bring with me?”. Een bruikbaar patroon is “What should I bring?” wanneer je om advies over mee te nemen spullen vraagt.
should “should” vraagt hier wat de beste of verwachte handeling is: wat de spreker mee moet nemen. Na “should” staat de werkwoordsvorm “bring”. Je gebruikt dit bijvoorbeeld om beleefd advies te vragen: “What should I do?”.
I “I” verwijst hier naar de persoon die de vraag stelt, dus naar de spreker zelf. Het is het onderwerp van “should bring”. Je gebruikt “I” als je over je eigen handeling of situatie spreekt.
bring “bring” betekent hier iets meenemen naar de geplande uitstap. In “What should I bring with me?” staat de vorm “bring” na “should”. Een bruikbaar patroon is “bring ... with me” voor iets dat je zelf meeneemt.
with “with” draagt in “with me” de betekenis van samen met of bij de spreker. Het vormt hier samen met “me” de uitdrukking “with me” in “bring with me”. Je kunt bijvoorbeeld vragen wat iemand “with me” moet meenemen.
me “me” verwijst hier naar de spreker als de persoon die iets meeneemt. In “with me” betekent het samen met mij. “Me” staat na het voorzetsel “with”, zoals in “come with me”.
Please “Please” maakt “Please bring a small blanket.” tot een beleefd verzoek. Het staat hier voor de gevraagde handeling “bring”. Je kunt “Please” vooraan gebruiken bij een eenvoudig verzoek, bijvoorbeeld “Please wait.”.
a “a” geeft in “a small blanket” één niet nader bepaalde deken aan. De vorm blijft hetzelfde voor het zelfstandig naamwoord “blanket” in deze zin. Je gebruikt “a” bijvoorbeeld voor één enkel, nog niet specifiek genoemd voorwerp.
small “small” beschrijft in “a small blanket” dat de deken niet groot is. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord “blanket”. Een bruikbaar patroon is “a small” gevolgd door een enkel voorwerp, zoals “a small bag”.
blanket “blanket” betekent hier een deken die je voor de uitstap meeneemt. In “a small blanket” is het het voorwerp van het verzoek. Je kunt “blanket” gebruiken voor iets om op te zitten of om je warm te houden.
Do “Do” vormt hier de vraag “Do we need drinks too?”. Het staat voor “we” en maakt van “we need” een vraag. Je gebruikt “Do” bijvoorbeeld in vragen over een behoefte: “Do we need water?”.
we “we” verwijst hier naar de spreker en de andere persoon samen. Het is het onderwerp van “need” en later ook van “can share”. Je gebruikt “we” wanneer je over een gezamenlijke activiteit of behoefte spreekt.
need “need” betekent hier nodig hebben voor de geplande uitstap. In “Do we need drinks too?” volgt het op “we” en krijgt het een voorwerp: “drinks”. Een bruikbaar patroon is “need + voorwerp”, zoals “need cups”.
drinks “drinks” verwijst hier naar dranken die de twee personen misschien moeten meenemen. De vorm “drinks” staat als voorwerp na “need” en wordt later concreter gemaakt door “A cold drink”. Je gebruikt “drinks” voor meerdere dranken of drankjes.
too “too” betekent hier ook en voegt drinken toe aan de andere spullen voor de uitstap. Het staat aan het einde van de vraag “Do we need drinks too?”. Je kunt “too” vaak aan het einde plaatsen wanneer je iets extra’s toevoegt.
cold “cold” beschrijft in “A cold drink” dat het drankje een lage temperatuur heeft. Het staat vóór “drink”. Je gebruikt “cold” bijvoorbeeld om te vragen of aan te geven dat een drankje gekoeld is.
drink “drink” betekent hier één drankje, dus iets om te drinken. In “A cold drink would be nice.” wordt het beschreven door “cold”. Een bruikbaar patroon is “a” plus een beschrijving en “drink”, zoals “a cold drink”.
would “would” maakt “A cold drink would be nice.” tot een voorzichtige of gewenste suggestie. Het drukt hier uit dat een koud drankje welkom zou zijn, zonder het als harde eis te formuleren. Je kunt “would be nice” gebruiken om beleefd te zeggen dat iets prettig zou zijn.
be “be” verbindt in “would be nice” het onderwerp “A cold drink” met de eigenschap “nice”. De vorm “be” staat na “would”. Een bruikbaar patroon is “would be” gevolgd door een beoordeling, zoals “would be helpful”.
nice “nice” betekent hier prettig of welkom in “A cold drink would be nice.”. Het geeft een positieve beoordeling van het voorgestelde drankje. Je kunt “would be nice” gebruiken wanneer je beleefd aangeeft dat je iets graag zou hebben.
can “can” betekent hier in staat zijn om iets te doen: de spreker kan bekers meenemen. Na “can” staat de vorm “bring” in “I can bring some cups.”. Je gebruikt “can” bijvoorbeeld om hulp of een mogelijkheid aan te bieden.
some “some” geeft in “some cups” een niet precies genoemd aantal bekers aan. Het staat vóór het meervoudige “cups”. Een bruikbaar patroon is “some” plus meerdere voorwerpen wanneer het exacte aantal niet belangrijk is.
cups “cups” verwijst hier naar meerdere bekers die de spreker meeneemt. De vorm “cups” is het voorwerp van “bring” en wordt later aangeduid met “them” en “They”. Je gebruikt “cups” voor drinkbekers in een situatie zoals een uitstapje of maaltijd.
That “That” verwijst hier naar het aanbod om bekers mee te nemen, niet naar één afzonderlijk voorwerp. In “That would help” verwijst het naar de zojuist genoemde handeling. Je kunt “That would help” gebruiken om positief op een aanbod te reageren.
help “help” betekent hier dat het meenemen van de bekers de voorbereiding gemakkelijker maakt. In “That would help” staat “help” na “would”. Een bruikbaar patroon is “That would help” wanneer iemand een nuttige actie aanbiedt.
thanks “thanks” is hier een korte uitdrukking van dankbaarheid voor het aanbod om bekers mee te nemen. Het staat na “That would help” als reactie op de hulp. Je gebruikt “thanks” in informele gesprekken om iemand te bedanken.
share “share” betekent hier de bekers samen gebruiken of onder elkaar verdelen. In “We can share them” staat “share” na “can” en heeft het “them” als voorwerp. Je kunt “share” gebruiken wanneer meerdere mensen iets gezamenlijk gebruiken.
them “them” verwijst hier naar de bekers uit “some cups”. Het is het voorwerp in “We can share them”. Je gebruikt “them” om eerder genoemde meervoudige voorwerpen opnieuw te noemen zonder het zelfstandig naamwoord te herhalen.
They “They” verwijst hier naar de bekers die de spreker kan meenemen. Het is het onderwerp van “can fit” in “They can fit in my bag.”. Je gebruikt “They” om naar meerdere eerder genoemde voorwerpen of personen te verwijzen.
fit “fit” betekent hier dat de bekers klein genoeg zijn om in de tas te passen. In “They can fit in my bag” staat “fit” na “can”. Een bruikbaar patroon is “fit in” gevolgd door de plaats of verpakking waarin iets past.
in “in” geeft hier aan dat de bekers zich binnen de tas kunnen bevinden. Het vormt samen met “my bag” de plaatsbepaling “in my bag”. Je gebruikt “in” bijvoorbeeld voor iets dat in een tas, doos of andere ruimte zit.
my “my” geeft hier aan dat de tas van de spreker is. Het staat vóór “bag” in “my bag”. Je gebruikt “my” vóór een zelfstandig naamwoord om bezit of verbondenheid met jezelf aan te geven.
bag “bag” betekent hier de tas waarin de bekers passen. In “in my bag” is het de plaats waar de bekers kunnen worden opgeborgen. Je kunt “bag” gebruiken voor een tas waarin je spullen meeneemt.
Then “Then” betekent hier daarna of op dat moment, nadat de spullen zijn geregeld. In “Then we're ready.” leidt het de conclusie van het gesprek in. Je kunt “Then” gebruiken om het volgende resultaat of de volgende stap aan te kondigen.
we're “we're” is de samentrekking van “we are” en betekent hier dat de twee personen klaar zijn. In “Then we're ready” verbindt het de gezamenlijke personen met “ready”. Je gebruikt “we're” in gesprekken wanneer je zegt hoe jij en anderen zijn of waar jullie zijn.
ready “ready” betekent hier voorbereid om te vertrekken of met de uitstap te beginnen. In “we're ready” beschrijft het de toestand van de twee personen nadat alles is geregeld. Je kunt “be ready” gebruiken wanneer iemand voorbereid is op de volgende stap.

Grammatica

would be nice

Some drinks would be nice, too.

Sum drinks wud bie nais, toe.

Wat drankjes zouden ook fijn zijn.

‘Would be nice’ drukt een vriendelijke wens of suggestie uit en betekent ‘zou fijn zijn’.

fit in + plaats

They fit in my bag.

Dhee fit in mai beg.

Ze passen in mijn tas.

Gebruik ‘fit in’ om te zeggen dat iets in een ruimte of voorwerp past.

Engels woordenschat

blanket zelfstandig naamwoord
blengkit deken

Please bring a small blanket.

bring werkwoord
bring meenemen; brengen

Please bring a small blanket.

cold bijvoeglijk naamwoord
kould koud

A cold drink would be nice.

drink zelfstandig naamwoord
drink drankje

A cold drink would be nice.

drinks zelfstandig naamwoord
drinks drankjes

Do we need drinks too?

need werkwoord
nied nodig hebben

Do we need drinks too?

please bijwoord
pliez alsjeblieft

Please bring a small blanket.

small bijvoeglijk naamwoord
smol klein

a small blanket

some bepaler
sum wat; enkele

I can bring some cups.

too bijwoord
toe ook; te

Do we need drinks too?

with me uitdrukking
wid mie met mij; met me

What should I bring with me?

would be nice uitdrukking
wud bie nais zou fijn zijn

A cold drink would be nice.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Wat moet ik meenemen?

Antwoord tonenWhat should I bring with me?

Neem alsjeblieft een kleine deken mee.

Antwoord tonenPlease bring a small blanket.

Hebben we ook drinken nodig?

Antwoord tonenDo we need drinks too?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

meenemen; brengen

Antwoord tonenbring

nodig hebben

Antwoord tonenneed

klein

Antwoord tonensmall

deken

Antwoord tonenblanket