Wat meenemen voor een uitstapje | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: Before a shared outing, two friends decide to bring a blanket, drinks, and cups, then confirm the items fit in a bag..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Wat meenemen voor een uitstapje oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

What should I bring with me?

Wut sjud ai bring wid mie? Wat moet ik meenemen?
B

Please bring a small blanket.

Pliez bring uh smol blengkit. Neem alsjeblieft een kleine deken mee.
A

Do we need drinks too?

Doe wie nied drinks toe? Hebben we ook drinken nodig?
B

A cold drink would be nice.

Uh kould drink wud bie nais. Een koud drankje zou fijn zijn.
A

I can bring some cups.

Ai ken bring sum kaps. Ik kan wat bekers meenemen.
B

That would help, thanks. We can share them.

Dhet wud help, thenks. Wie ken sjeer dhem. Dat zou helpen, bedankt. We kunnen ze delen.
A

They can fit in my bag.

Dhee ken fit in mai beg. Ze passen in mijn tas.
B

Then we're ready.

Dhen wier redi. Dan zijn we klaar.

Uitleg van de zinnen

  1. What should I bring with me?

    Wat moet ik meenemen?

    What
    wat
    should I
    moet ik
    bring
    meenemen
    with me
    met me
    Uitgebreide uitleg

    What vraagt hier welke zaak of zaken de spreker moet meenemen. Vergelijk: Who vraagt naar een persoon en Where naar een plaats. should I combineert het modale werkwoord should met het onderwerp I. Hier vraagt should wat in de situatie passend of verwacht is; het drukt niet zo sterk een stellige verplichting uit als must. In een vraag staat should vóór het onderwerp: Should I bring a blanket? = Moet/Zal ik een deken meenemen? bring is de basisvorm van het werkwoord. Hier betekent het iets meenemen naar een relevante plaats of naar de gesprekspartner. In de tegenwoordige tijd krijgt het bij een derde persoon enkelvoud -s: I bring, maar she brings. Vanuit een ander richtingsperspectief kan take passen wanneer iets van de huidige plaats naar een andere plaats gaat. Voorbeeld: Please bring a small blanket. = Neem alsjeblieft een kleine deken mee. with me maakt duidelijk dat het meegaat samen met de spreker. me is de objectsvorm van I: I als onderwerp en me bijvoorbeeld na with. Voorbeeld: Can you come with me? = Kun je met me meegaan? Samen vormen de delen de vraag What should I bring with me?: de spreker vraagt wat hij of zij volgens de situatie met zich moet meenemen. De Nederlandse vertaling Wat moet ik meenemen? geeft die bedoelde betekenis natuurlijk weer.

  2. Please bring a small blanket.

    Neem alsjeblieft een kleine deken mee.

    Please
    alsjeblieft
    bring
    meenemen; brengen
    small
    klein
    blanket
    deken
    Uitgebreide uitleg

    Please staat hier aan het begin van een beleefd verzoek. Het verandert de opdracht niet in een vraag: Please bring ... is een beleefde gebiedende zin. Een vergelijkbaar verzoek is: Please wait. — "Wacht alsjeblieft." bring is hier de gebiedende vorm van bring, met de betekenis "meenemen/brengen naar de bedoelde plaats of persoon". Het onderwerp van een Engelse gebiedende zin wordt meestal niet uitgesproken; het is de aangesprokene. In deze context sluit bring aan bij bring with me uit de vorige zin en betekent het dus dat de aangesprokene een deken moet meenemen. Vergelijk Bring your keys. — "Neem je sleutels mee." small beschrijft blanket: het gaat hier om een kleine deken. De basisvorm is small; de vergrotende trap is smaller en de overtreffende trap the smallest. Bijvoorbeeld: This bag is smaller. — "Deze tas is kleiner." Het bijvoeglijk naamwoord staat in het Engels vóór het zelfstandig naamwoord. blanket is het zelfstandig naamwoord voor een deken. De meervoudsvorm is blankets. In deze zin staat het enkelvoud na a: a small blanket betekent "een kleine deken". A markeert hier een enkelvoudig, telbaar zelfstandig naamwoord; het is niet op zichzelf een extra bewering over het aantal dekens buiten deze uitdrukking. Samen vormen Please bring en a small blanket een beleefd verzoek: "Neem alsjeblieft een kleine deken mee." De zin zegt wie de deken moet meenemen niet met een uitgesproken onderwerp, maar richt het verzoek rechtstreeks tot de aangesprokene.

  3. Do we need drinks too?

    Hebben we ook drinken nodig?

    Do we
    hebben we …?
    need
    nodig hebben
    drinks
    drinken
    too
    ook
    Uitgebreide uitleg

    Do we staat aan het begin van een ja-neevraag. In het Engels draagt do hier de vraagvorm en verwijst we naar de spreker(s) samen met minstens één andere persoon. In een gewone tegenwoordige vraag staat het patroon Do + onderwerp + werkwoord ...?: Do they need water? = Hebben zij water nodig? Het Nederlandse hebben we is dus de natuurlijke vertaling van deze hele vraagconstructie; do betekent hier niet afzonderlijk doen. need betekent hier dat iets noodzakelijk of gewenst is. De basisvorm is need; na do blijft het hoofdwerkwoord in de basisvorm: Do we need ...? In een bevestigende zin met we staat eveneens de basisvorm: We need drinks. Met he, she of it krijgt de tegenwoordige tijd meestal needs: She needs water. drinks is hier het zelfstandig naamwoord voor dranken, in het meervoud. Het enkelvoud is drink, het meervoud drinks: We need a drink. = We hebben een drankje nodig. en We need drinks. = We hebben drankjes nodig. In deze zin is drinks dus geen werkwoord; de context maakt duidelijk dat het om iets om te drinken gaat. too betekent hier ook: er wordt gevraagd of naast wat al ter sprake is gebracht eveneens dranken nodig zijn. Het staat hier aan het einde van de vraag. Een vergelijkbare zin is Do we need blankets too? = Hebben we ook dekens nodig? Samen vormt Do we need drinks too? het patroon Do we need + zelfstandig naamwoord + too? De vraag gaat over de noodzaak van dranken voor de gezamenlijke groep, met too als toevoeging van nog een benodigd item. Daarom luidt de vaste betekenis: Hebben we ook drinken nodig?

  4. A cold drink would be nice.

    Een koud drankje zou fijn zijn.

    cold
    koud
    drink
    drankje
    would be nice
    zou fijn zijn
    Uitgebreide uitleg

    cold betekent hier “koud” en beschrijft het zelfstandig naamwoord drink. Het is de basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord; Engels gebruikt hier geen aparte vorm voor bijvoorbeeld enkelvoud of meervoud. Vergelijk: a cold drink = “een koud drankje” en cold drinks = “koude drankjes”. Voorbeeld: The water is cold. = “Het water is koud.” drink betekent hier “drankje”. Als zelfstandig naamwoord kan het naar een portie of soort drank verwijzen; als werkwoord betekent drink “drinken”, maar die woordsoort is hier niet bedoeld. Het meervoud is drinks: We need drinks. = “We hebben drankjes nodig.” would be nice drukt uit dat iets prettig of wenselijk zou zijn. would maakt de uitspraak hier minder rechtstreeks en formuleert haar als een wens of voorzichtige suggestie; be blijft na would in de basisvorm staan. nice is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “fijn” of “prettig”. Vergelijk: That would be helpful. = “Dat zou helpen.” Samen vormen de delen A cold drink en would be nice de betekenis: “Een koud drankje zou fijn zijn.” A introduceert een niet nader bepaald drankje; het artikel beweert op zichzelf geen exact aantal. De zin geeft dus aan dat een koud drankje als wenselijk of prettig wordt gezien.

  5. I can bring some cups.

    Ik kan wat bekers meenemen.

    I can
    ik kan
    bring
    meenemen
    some
    wat
    cups
    bekers
    Uitgebreide uitleg

    I can drukt hier uit dat de spreker het meenemen als een mogelijkheid of aanbod presenteert. can is een modaal hulpwerkwoord; na can staat het hoofdwerkwoord in de basisvorm: I can bring, niet I can brings of I can to bring. Can verandert in deze tegenwoordige vorm niet mee met het onderwerp: I can, she can, they can. Voor ontkenning staat not erna: I cannot bring ... of I can't bring .... bring betekent hier iets meenemen naar de plaats of situatie die in de context relevant is. De basisvorm is bring; belangrijke vormen zijn bring (basisvorm), brought (verleden tijd) en brought (voltooid deelwoord). Voorbeeld: I brought some cups. — Ik bracht wat bekers mee. Met have gebruik je het voltooid deelwoord: I have brought some cups. — Ik heb wat bekers meegenomen. Na can blijft het bring, omdat een modaal hulpwerkwoord hier gevolgd wordt door de basisvorm. some geeft hier een onbepaalde hoeveelheid aan: er zijn bekers, maar het precieze aantal wordt niet genoemd. Het is dus niet hetzelfde als een specifiek aantal. In een bevestigende zin staat vaak some voor een onbepaalde hoeveelheid of een onbepaald aantal: We need some water. — We hebben wat water nodig. cups betekent hier bekers. cup is het enkelvoud en cups het meervoud; de uitgang -s markeert hier het meervoud. Het woord some past bij het meervoud cups, zonder het aantal precies vast te leggen. Voorbeeld: There are some cups on the table. — Er staan wat bekers op tafel. Samen vormen de delen I can bring some cups de betekenis: Ik kan wat bekers meenemen. De mogelijkheid of het aanbod komt van can, de handeling van meenemen van bring, en some cups is wat er wordt meegenomen.

  6. That would help, thanks. We can share them.

    Dat zou helpen, bedankt. We kunnen ze delen.

    That would
    dat zou
    help
    helpen
    thanks
    bedankt
    We can
    wij kunnen
    share
    delen
    them
    ze (de bekers)
    Uitgebreide uitleg

    That would betekent hier “dat zou”. That verwijst naar de bedoelde situatie of handeling; de precieze inhoud wordt niet in deze zin zelf genoemd. Would is de verleden vorm van will, maar wordt hier gebruikt voor een voorwaardelijke of voorzichtige mogelijkheid: “zou”. Bijvoorbeeld: “That would be useful.” = “Dat zou nuttig zijn.” help betekent hier “helpen”. De basisvorm is help; na would blijft het werkwoord in de basisvorm: would help, niet would helps. Voorbeelden: “Can you help?” = “Kun je helpen?” en “She helps me.” = “Zij helpt me.” thanks is een korte, informele manier om iemand te bedanken: “bedankt”. Het is hier een zelfstandige dankbetuiging na de mededeling. De iets formelere variant is thank you. We can betekent “wij kunnen”. We is het onderwerp voor de spreker samen met minstens één andere persoon. Can drukt hier mogelijkheid of vermogen uit. Na can staat, net als na would, de basisvorm van het werkwoord: we can share. Bijvoorbeeld: “We can wait.” = “We kunnen wachten.” share betekent hier “delen”. De basisvorm is share; in de derde persoon enkelvoud wordt dat shares: “He shares the food.” = “Hij deelt het eten.” them betekent hier “ze” en verwijst volgens de vaste vertaling en de voorafgaande context naar de bekers. Them is de objectvorm van they: they als onderwerp, them als object. Bijvoorbeeld: “I see them.” = “Ik zie ze.” Samen vormen de zinnen: That would help, thanks. — “Dat zou helpen, bedankt.” Daarna volgt We can share them. — “We kunnen ze delen.” De eerste zin drukt een mogelijke nuttige uitkomst uit en bevat een korte bedanking; de tweede zegt dat de sprekers de bekers kunnen delen.

  7. They can fit in my bag.

    Ze passen in mijn tas.

    They
    ze
    can
    kunnen
    fit
    passen
    my
    mijn
    bag
    tas
    Uitgebreide uitleg

    They betekent hier ‘ze’ als meervoudig onderwerp. De vorm verandert niet voor onderwerpstype of naamval; they staat als onderwerp vóór de persoonsvorm. Het concrete referent van they wordt in deze zin niet nader benoemd, maar de vertaling bevestigt een meervoudig ‘ze’. can drukt hier mogelijkheid of geschiktheid uit: iets kan in de tas passen. Na can staat een werkwoord in de onvervoegde basisvorm, dus fit, niet bijvoorbeeld fits. Can krijgt zelf geen uitgang voor de derde persoon: I can, they can, maar ook she can. fit betekent hier ‘passen’ in de betekenis dat iets genoeg ruimte heeft. De basisvorm is fit; in de tegenwoordige tijd krijgt alleen de derde persoon enkelvoud de vorm fits: It fits in my bag = ‘Het past in mijn tas.’ my is een bezittelijk bepalend woord: het geeft aan dat de tas bij de spreker hoort. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord. In het Engels blijft my hetzelfde voor enkelvoud en meervoud; vergelijk my bag en my bags. bag is het zelfstandig naamwoord voor ‘tas’. Het meervoud is bags: I have two bags = ‘Ik heb twee tassen.’ Samen vormen They can fit en in my bag de betekenis ‘Ze kunnen in mijn tas passen’. They is het onderwerp, can maakt de mogelijkheid uitgedrukt, fit beschrijft het passen, en in my bag geeft de plaats aan. De volledige zin betekent dus: ‘Ze passen in mijn tas’ of, met nadruk op de mogelijkheid, ‘Ze kunnen in mijn tas passen’.

  8. Then we're ready.

    Dan zijn we klaar.

    Then
    dan
    we're
    we zijn
    ready
    klaar
    Uitgebreide uitleg

    Then betekent hier dan. Het kan een volgende stap of een gevolg in de gespreksvolgorde aangeven; de voorafgaande zin geeft context, maar deze zin zegt niet op zichzelf precies welke relatie ertussen bestaat. In Then we left. betekent Then bijvoorbeeld daarna: Daarna vertrokken we. we're is de samentrekking van we are. We is het onderwerp voor een groep waarin de spreker zichzelf meerekent, en are is de tegenwoordige vorm van be bij we. De onverkorte vorm staat bijvoorbeeld in We are ready. — We zijn klaar. ready is een bijvoeglijk naamwoord en betekent hier klaar of voorbereid. Het beschrijft de toestand van we en staat na are, dat het onderwerp met die toestand verbindt. Voorbeeld: She is ready. — Zij is klaar. Samen vormen Then + we're ready de betekenis Dan zijn we klaar. De volledige vaste vertaling is dus: Dan zijn we klaar.

Grammatica

would be nice

Some drinks would be nice, too.

Sum drinks wud bie nais, toe.

Wat drankjes zouden ook fijn zijn.

‘Would be nice’ drukt een vriendelijke wens of suggestie uit en betekent ‘zou fijn zijn’.

fit in + plaats

They fit in my bag.

Dhee fit in mai beg.

Ze passen in mijn tas.

Gebruik ‘fit in’ om te zeggen dat iets in een ruimte of voorwerp past.

Engels woordenschat

blanket zelfstandig naamwoord
blengkit deken

Please bring a small blanket.

bring werkwoord
bring meenemen; brengen

Please bring a small blanket.

cold bijvoeglijk naamwoord
kould koud

A cold drink would be nice.

drink zelfstandig naamwoord
drink drankje

A cold drink would be nice.

drinks zelfstandig naamwoord
drinks drankjes

Do we need drinks too?

need werkwoord
nied nodig hebben

Do we need drinks too?

please bijwoord
pliez alsjeblieft

Please bring a small blanket.

small bijvoeglijk naamwoord
smol klein

a small blanket

some bepaler
sum wat; enkele

I can bring some cups.

too bijwoord
toe ook; te

Do we need drinks too?

with me uitdrukking
wid mie met mij; met me

What should I bring with me?

would be nice uitdrukking
wud bie nais zou fijn zijn

A cold drink would be nice.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Wat moet ik meenemen?

Antwoord tonenWhat should I bring with me?

Neem alsjeblieft een kleine deken mee.

Antwoord tonenPlease bring a small blanket.

Hebben we ook drinken nodig?

Antwoord tonenDo we need drinks too?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

meenemen; brengen

Antwoord tonenbring

nodig hebben

Antwoord tonenneed

klein

Antwoord tonensmall

deken

Antwoord tonenblanket