Een portemonnee en sleutels in een rugzak vinden | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In daily life, two adults look through a backpack to find a wallet and keys before one person leaves..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een portemonnee en sleutels in een rugzak vinden oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

I can't find my wallet.

Ai kehnt faind mai wollet. Ik kan mijn portemonnee niet vinden.
B

Did you check inside your backpack?

Did joe tsjek in-said jer bekpek? Heb je in je rugzak gekeken?
A

I checked the front pocket already.

Ai tsjek(t) duh frunt pokket olreddi. Ik heb al in het voorvak gekeken.
B

Try the small pocket near the zipper.

Trai duh smol pokket nier duh ziper. Probeer het kleine vakje bij de rits.
A

I found it there.

Ai faund it der. Ik heb hem daar gevonden.
B

Close the zipper before you go.

Klooz duh ziper bifor joe goh. Doe de rits dicht voordat je gaat.
A

I still need my keys.

Ai stil nied mai kiez. Ik heb mijn sleutels nog nodig.
B

They're in the side pocket.

Der in duh said pokket. Ze zitten in het zijvak.

Uitleg van de zinnen

  1. I can't find my wallet.

    Ik kan mijn portemonnee niet vinden.

    I can't
    ik kan niet
    find
    vinden
    my
    mijn
    wallet
    portemonnee
    Uitgebreide uitleg

    I can't betekent hier dat de spreker op dit moment niet in staat is iets te vinden. can't is de verkorte vorm van cannot; can drukt mogelijkheid of bekwaamheid uit, en can't maakt die betekenis negatief. De vorm blijft hetzelfde bij alle personen: I can't, she can't, they can't. Voorbeeld: I can't open the door. — Ik kan de deur niet openen. find betekent hier ‘vinden’ of ‘aantreffen’. Het is de basisvorm na can of can't: I can find, I can't find. De verleden tijd en het voltooid deelwoord zijn beide found: I found my wallet. — Ik heb mijn portemonnee gevonden. Na can't komt geen to en geen verleden tijd: can't find, niet can't to find. my geeft bezit aan vanuit het perspectief van de spreker. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord: my wallet. Het verandert niet volgens het grammaticale geslacht of het meervoud van het bezeten woord; in het meervoud krijg je bijvoorbeeld my keys. Vergelijk voor een andere bezitter your wallet — jouw portemonnee. wallet is het zelfstandig naamwoord voor een portemonnee. Het meervoud is wallets: two wallets — twee portemonnees. In deze zin verwijst my wallet naar de portemonnee van de spreker; de zin zegt niet waar die is of waarom die niet gevonden kan worden. Samen vormen de delen I can't find my wallet. de betekenis: de spreker kan zijn of haar eigen portemonnee niet vinden. De volgorde is onderwerp + negatief hulpwerkwoord + basisvorm van het werkwoord + bezittelijke bepaling + zelfstandig naamwoord. Een herbruikbaar patroon is: I can't find my [zelfstandig naamwoord].

  2. Did you check inside your backpack?

    Heb je in je rugzak gekeken?

    Did you
    Heb je …?
    check
    kijken of controleren
    inside
    in de binnenkant van
    your
    je
    backpack
    rugzak
    Uitgebreide uitleg

    Did you opent hier een ja/nee-vraag in de simple past. Did draagt de verleden tijd; you is het onderwerp. Na did blijft het hoofdwerkwoord in de basisvorm: Did you check ...? betekent dus “Heb je ... gecontroleerd?” of, zoals hier natuurlijker, “Heb je ... gekeken?” In een bevestigende zin staat de verleden tijd op het hoofdwerkwoord: You checked inside your backpack. check betekent hier dat je ergens kijkt of iets controleert om te zien of het voorwerp daar is. De basisvorm is check; de verleden tijd is checked en het tegenwoordig deelwoord is checking. Voorbeelden: I check my bag. — “Ik controleer mijn tas.” I checked my bag. — “Ik heb mijn tas gecontroleerd.” inside geeft aan dat de handeling binnen de grenzen van iets plaatsvindt: “in” of “aan de binnenkant van”. Het contrasteert hier met outside, “buiten”. Voorbeeld: The keys are inside the box. — “De sleutels liggen in de doos.” your is de bezittelijke vorm die aangeeft dat de rugzak bij de aangesprokene hoort. Deze vorm blijft hetzelfde vóór enkelvoud en meervoud: your backpack en your bags. Hij staat vóór het zelfstandig naamwoord; you is daarentegen de persoonlijke vorm die als onderwerp of object kan optreden. backpack is het zelfstandig naamwoord voor een rugzak die je op je rug draagt. Het meervoud is backpacks. In your backpack verwijst het woord naar één rugzak; dat enkelvoud blijkt uit de vorm van het zelfstandig naamwoord, niet uit your, want your verandert niet voor enkelvoud of meervoud. Samen vormen de delen de vraag Did you check inside your backpack?: de verleden-tijdsvraag vraagt of de aangesprokene in diens rugzak heeft gekeken of gecontroleerd. De vaste Nederlandse vertaling geeft deze betekenis weer als “Heb je in je rugzak gekeken?”

  3. I checked the front pocket already.

    Ik heb al in het voorvak gekeken.

    checked
    gecontroleerd; hier: gekeken
    front
    voorste
    pocket
    vakje of zak
    already
    al
    Uitgebreide uitleg

    checked is de verleden tijd van check. De basisvorm is check; de vorm checked geeft hier aan dat het controleren al heeft plaatsgevonden. In deze context past de Nederlandse vertaling “gekeken” goed: check kan afhankelijk van de situatie ook “controleren” betekenen. front beschrijft de positie van het vak: het gaat om het voorste of voorste deel. Als bijvoeglijk naamwoord staat het vóór het zelfstandig naamwoord, zoals in front pocket. pocket is een zelfstandig naamwoord voor een vakje of zak waarin je iets kunt bewaren. Het meervoud is pockets. Voorbeeld: The keys are in my pocket. — “De sleutels zitten in mijn zak.” already betekent “al” en laat zien dat de handeling vóór het relevante moment heeft plaatsgevonden. Het staat hier na checked, maar de precieze plaats van dit bijwoord kan in andere Engelse zinnen variëren. Samen vormen checked en the front pocket de betekenis “het voorvak gecontroleerd”. I is het onderwerp en geeft aan dat de spreker de handeling uitvoerde. already voegt toe dat dit al gebeurd is. De volledige zin betekent daarom: “Ik heb al in het voorvak gekeken.”

  4. Try the small pocket near the zipper.

    Probeer het kleine vakje bij de rits.

    Try
    probeer
    small
    klein
    pocket
    vakje
    near
    bij; vlak bij
    zipper
    rits
    Uitgebreide uitleg

    Try is hier de gebiedende wijs van try (“proberen”). Het onderwerp is in een Engelse gebiedende zin meestal niet uitgesproken: de aangesprokene moet iets proberen. De gewone vormen zijn try (basisvorm), tries (derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd) en tried (verleden tijd en voltooid deelwoord). Voorbeeld: Try again. — “Probeer het opnieuw.” small beschrijft het zelfstandig naamwoord pocket: het vakje heeft een geringe afmeting. De basisvorm is small; de vergrotende trap is smaller en de overtreffende trap smallest. Voorbeeld: This pocket is smaller. — “Dit vakje is kleiner.” pocket is hier een zelfstandig naamwoord voor een klein opbergvakje. Het meervoud is pockets. In combinatie met een bijvoeglijk naamwoord staat het bijvoeglijk naamwoord ervoor, zoals in a small pocket — “een klein vakje”. near geeft hier een plaatsrelatie aan: het vakje bevindt zich dicht bij iets anders. Het kan voor een zelfstandig naamwoord staan: near the door — “bij de deur”. Het is iets anders dan nearly, dat “bijna” betekent. zipper is een zelfstandig naamwoord voor een ritssluiting; het meervoud is zippers. In the zipper verwijst the naar een specifieke ritssluiting die binnen de situatie herkenbaar is. Voorbeeld: The zipper is open. — “De rits is open.” Samen vormen de delen de opdracht Try the small pocket near the zipper.: probeer het kleine vakje dat zich bij de rits bevindt. the maakt zowel pocket als zipper specifiek binnen de situatie; near the zipper bepaalt welk vakje wordt bedoeld. De hele zin betekent dus: “Probeer het kleine vakje bij de rits.”

  5. I found it there.

    Ik heb hem daar gevonden.

    I
    ik
    found
    vond
    it
    hem; de bedoelde referent
    there
    daar
    Uitgebreide uitleg

    I is het Engelse persoonlijk voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud: de spreker verwijst naar zichzelf. De vorm verandert niet door het geslacht van een andere persoon of zaak. Voor de eerste persoon meervoud gebruikt het Engels we, niet I. found is hier de simple past van find (‘vinden’): find – found – found. found is ook het voltooid deelwoord, maar in deze zin staat het zonder hulpwerkwoord en is het dus de verleden tijd. Bijvoorbeeld: I found my keys. = ‘Ik vond mijn sleutels.’ it is hier een Engels voornaamwoord dat als lijdend voorwerp bij found staat. Volgens de vaste vertaling verwijst het naar de bedoelde referent die in het Nederlands met hem wordt weergegeven. De Engelse vorm it zelf markeert geen mannelijk of vrouwelijk onderscheid. Als lijdend voorwerp staat het na found: I found it = ‘Ik vond hem.’ there is een plaatsbijwoord met de betekenis ‘daar’. Hier verwijst het naar de plek die in de context wordt aangewezen: het kleine vakje bij de rits. Het bruikbare plaatscontrast is here (‘hier’) tegenover there (‘daar’): I found it here. = ‘Ik vond hem hier.’ Samen vormen I found it en there de betekenis: de spreker vond de bedoelde referent op de aangewezen plek. De volledige zin betekent daarom: ‘Ik heb hem daar gevonden.’ In het Engels staat de gebeurtenis in de simple past; het Nederlands kan dezelfde gebeurtenis natuurlijk met de voltooid tegenwoordige tijd weergeven.

  6. Close the zipper before you go.

    Doe de rits dicht voordat je gaat.

    Close
    doe dicht / sluit
    zipper
    rits
    before
    voordat
    go
    gaan
    Uitgebreide uitleg

    Close staat hier als bevelsvorm: de spreker vraagt de aangesprokene om iets te doen. Het werkwoord is close — sluiten of dichtdoen. In een bevel staat het onderwerp meestal niet uitgedrukt; het is hier de aangesprokene. Voorbeeld: Close the window. = Doe het raam dicht. zipper is het zelfstandig naamwoord voor een rits. Het meervoud is zippers. In deze zin is het de rits die dichtgedaan moet worden. before leidt een tijdsbepaling in en betekent hier voordat. Het verbindt de handeling met wat eerder moet gebeuren. Patroon: before + onderwerp + werkwoord, bijvoorbeeld before you sleep = voordat je slaapt. go betekent hier gaan. Na you blijft de tegenwoordige vorm go onveranderd: you go; bij he/she/it staat in de tegenwoordige tijd goes. In before you go verwijst you naar de aangesprokene. Samen vormt Close the zipper de opdracht om de rits dicht te doen. before you go geeft aan wanneer dat moet gebeuren: eerder dan het moment waarop de aangesprokene vertrekt. De volledige betekenis is dus: Doe de rits dicht voordat je gaat.

  7. I still need my keys.

    Ik heb mijn sleutels nog nodig.

    I
    ik
    still
    nog
    need
    nodig hebben
    my
    mijn
    keys
    sleutels
    Uitgebreide uitleg

    I betekent hier “ik”: de spreker verwijst naar zichzelf. Het is de eerste persoon enkelvoud. Vergelijk in een eigen voorbeeld: I am ready. = “Ik ben klaar.” still betekent hier “nog” en geeft aan dat de behoefte op dit moment voortduurt. Het staat vóór het werkwoord need. In een ander voorbeeld: I still live here. = “Ik woon hier nog steeds.” need is het werkwoord “nodig hebben”. De basisvorm is need; in de tegenwoordige tijd krijgt het bij he, she of it de vorm needs, maar bij I, you, we en they blijft het need. Bijvoorbeeld: They need help. = “Ze hebben hulp nodig.” my is een bezittelijke bepaler: het geeft aan dat de sleutels bij de spreker horen. My staat vóór een zelfstandig naamwoord en verandert niet tussen enkelvoud en meervoud: my key = “mijn sleutel”, my keys = “mijn sleutels”. Als het zelfstandig wordt gebruikt, is de vorm mine, zoals in The keys are mine. = “De sleutels zijn van mij.” keys betekent hier “sleutels”. Het is het meervoud van key: key = “sleutel”, keys = “sleutels”. De uitgang -s markeert hier het meervoud. Bijvoorbeeld: I have two keys. = “Ik heb twee sleutels.” Samen vormen de delen I still need my keys. de betekenis: “Ik heb mijn sleutels nog nodig.” De spreker zegt dus dat hij of zij de eigen sleutels op dit moment nog nodig heeft.

  8. They're in the side pocket.

    Ze zitten in het zijvak.

    They're
    ze zijn
    in
    in
    side
    zij-; aan de zijkant
    pocket
    zak; vak
    Uitgebreide uitleg

    They're is de samentrekking van they are. They is een meervoudig persoonlijk voornaamwoord; in deze zin verwijst het naar meerdere dingen, maar de vaste gegevens identificeren die dingen niet specifieker. Are is de tegenwoordige vorm van be bij they. Vergelijk: They're in the bag. = “Ze zijn in de tas.” De vorm they're is niet hetzelfde als their (“hun”) of there (“daar”). in geeft hier de plaats aan: iets bevindt zich binnen een ruimte of voorwerp. Het staat vóór de plaatsaanduiding: in the pocket = “in het vak”. side beschrijft hier het soort vak: het gaat om een vak aan de zijkant. In de vaste woordgroep side pocket krijgt side dus de betekenis “zij-” of “aan de zijkant”, niet de betekenis van een zelfstandig “kant”. pocket is hier een zelfstandig naamwoord voor een zak of vak waarin iets kan zitten. In de combinatie side pocket wordt het in deze context het best vertaald als “zijvak”. Voorbeeld: My phone is in the pocket. = “Mijn telefoon zit in het vak.” Samen vormen They're + in + the side pocket de plaatsmededeling: “Ze zitten in het zijvak.” Het Engelse they verwijst naar meerdere dingen, en are verbindt die dingen met hun locatie.

Grammatica

already + present perfect

I have already found the wallet.

Ai hev olreddi faund duh wollet.

Ik heb de portemonnee al gevonden.

already staat meestal tussen have/has en het voltooid deelwoord: have already found.

before + subject + verb

Check inside before you go.

Tsjek in-said bifor joe goh.

Controleer binnenin voordat je gaat.

Na before volgt een volledige bijzin met een onderwerp en werkwoord.

Engels woordenschat

already bijwoord
olreddi al
backpack zelfstandig naamwoord
bekpek rugzak
check werkwoord
tsjek controleren
find werkwoord
faind vinden
found werkwoord
faund gevonden
front pocket uitdrukking
frunt pokket voorvak
inside voorzetsel
in-said binnenin
near voorzetsel
nier bij
small bijvoeglijk naamwoord
smol klein
try werkwoord
trai proberen
wallet zelfstandig naamwoord
wollet portemonnee
zipper zelfstandig naamwoord
ziper rits

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik kan mijn portemonnee niet vinden.

Antwoord tonenI can't find my wallet.

Heb je in je rugzak gekeken?

Antwoord tonenDid you check inside your backpack?

Ik heb al in het voorvak gekeken.

Antwoord tonenI checked the front pocket already.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

portemonnee

Antwoord tonenwallet

al

Antwoord tonenalready

klein

Antwoord tonensmall

binnenin

Antwoord toneninside