Can
In “Can I borrow your phone charger?”, “Can” introduces a polite request for permission: mag ik ...? Het staat vooraan in de vraag, vóór “I”. Een nieuw voorbeeld is: “Can I use your pen?”
I
“I” betekent hier “ik”, de persoon die de telefoonoplader wil lenen. Het staat in “Can I borrow ...” na “Can” en vóór het werkwoord. Een nieuw voorbeeld is: “I need help.”
borrow
“Borrow” betekent hier iets tijdelijk van iemand lenen, met de bedoeling het terug te geven. Na “Can I” blijft het in deze vorm staan: “Can I borrow your phone charger?”. Een nieuw voorbeeld is: “Can I borrow your book?”
your
“Your” geeft aan dat de telefoonoplader van de aangesproken persoon is: jouw of je. Het staat vóór “phone charger”. Een nieuw voorbeeld is: “Is this your bag?”
phone
“Phone” verwijst hier naar een telefoon en vormt samen met “charger” de uitdrukking “phone charger”. Het staat vóór het voorwerp dat ermee wordt aangeduid. Een nieuw voorbeeld is: “My phone is on the table.”
charger
“Charger” betekent hier oplader, het voorwerp dat A wil lenen. In “phone charger” staat het na “phone” en vormt het de kern van de woordgroep. Een nieuw voorbeeld is: “I need a charger.”
It's
“It's” betekent hier “het is” en verwijst naar de telefoonoplader. In “It's in the inside pocket of my bag” staat het vóór “in” om de vindplaats te geven. Een nieuw voorbeeld is: “It's on the desk.”
in
“In” geeft hier aan dat de oplader zich binnen het binnenvak bevindt. Het staat vóór “the inside pocket”. Een nieuw voorbeeld is: “The keys are in my bag.”
the
“The” verwijst naar een specifieke plek of een specifiek voorwerp dat in de situatie bekend is, zoals “the inside pocket” en “the cable”. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord. Een nieuw voorbeeld is: “The book is here.”
inside
“Inside” beschrijft hier het vak aan de binnenkant van de tas in “the inside pocket”. Het staat vóór “pocket” en vormt daarmee één woordgroep. Een nieuw voorbeeld is: “The inside pocket is empty.”
pocket
“Pocket” betekent hier een vakje in een tas, niet een kledingzak. In “the inside pocket of my bag” wordt het vak verder bepaald door “of my bag”. Een nieuw voorbeeld is: “The ticket is in my pocket.”
of
“Of” verbindt “the inside pocket” met “my bag” en geeft de relatie aan: het binnenvak van mijn tas. Het staat vóór de bezittelijke woordgroep “my bag”. Een nieuw voorbeeld is: “the door of the room”.
my
“My” geeft aan dat de tas van de spreker is: mijn. Het staat vóór “bag” in “of my bag”. Een nieuw voorbeeld is: “My keys are here.”
bag
“Bag” betekent hier tas, de tas waarin het binnenvak en de oplader zitten. Het staat na “my” in “my bag”. Een nieuw voorbeeld is: “This bag is heavy.”
Is
“Is” vormt hier het begin van de vraag “Is the cable with it?” en vraagt of de kabel erbij zit. In deze vraag staat “Is” vóór “the cable”. Een nieuw voorbeeld is: “Is the charger here?”
cable
“Cable” betekent hier de kabel die bij de telefoonoplader hoort. In “The cable is in the small case” is het de persoon of het voorwerp waarover de zin gaat. Een nieuw voorbeeld is: “Where is the cable?”
with
In “Is the cable with it?”, “with” betekent hier erbij of samen met het genoemde voorwerp. Samen met “it” vormt het de woordgroep “with it”; “with” alleen betekent hier niet simpelweg “met” in de betekenis van samen reizen. Een nieuw voorbeeld is: “Is the charger with the cable?”
it
“It” verwijst hier naar de telefoonoplader die eerder genoemd is. In “with it” vraagt de spreker of de kabel samen met die oplader aanwezig is. Een nieuw voorbeeld is: “I found it.”
small
“Small” beschrijft hier het etui als klein in “the small case”. Het staat vóór “case”. Een nieuw voorbeeld is: “I have a small bag.”
case
“Case” betekent hier een etui of hoesje waarin de kabel zit. Het staat na “small” in “the small case”. Een nieuw voorbeeld is: “The case is in my bag.”
found
“Found” betekent hier gevonden en verwijst naar het vinden van de oplader en de kabel. Dit is de vorm van “find” die in “I found both” wordt gebruikt. Een nieuw voorbeeld is: “I found my keys.”
both
“Both” betekent hier allebei en verwijst naar de twee voorwerpen: de telefoonoplader en de kabel. Het staat na “I have found” in “I found both”. Een nieuw voorbeeld is: “I found both books.”
Please
“Please” maakt “Please put the cable back in the case” tot een beleefde aansporing of vraag. Het staat aan het begin van de zin vóór de opdracht. Een nieuw voorbeeld is: “Please close the door.”
put
“Put” betekent hier doen of terugleggen: de kabel moet opnieuw in het etui worden geplaatst. In “Please put the cable back in the case” volgt het na “Please” en krijgt het de objectgroep “the cable”. Een nieuw voorbeeld is: “Put the book on the table.”
back
“Back” geeft in “put the cable back in the case” aan dat de kabel terug moet naar de vorige plaats. Het staat na “the cable” en vóór “in the case”. Een nieuw voorbeeld is: “Please put it back.”
I'll
“I'll” is de verkorte vorm van “I will” en geeft hier een belofte of voornemen aan: ik zal alles terugbrengen. In “I'll return everything before I leave” staat het vóór het werkwoord “return”. Een nieuw voorbeeld is: “I'll call you later.”
return
“Return” betekent hier terugbrengen of teruggeven wat geleend is. Na “I'll” staat het in de vorm “return”, gevolgd door het voorwerp “everything”. Een nieuw voorbeeld is: “I'll return the book tomorrow.”
everything
“Everything” betekent hier alles en omvat in deze situatie de telefoonoplader en de kabel. Het staat na “return” als datgene wat wordt teruggebracht. Een nieuw voorbeeld is: “I packed everything.”
before
“Before” betekent hier voordat en verbindt “I'll return everything” met de gebeurtenis “I leave”. Het staat vóór de bijzin “I leave”. Een nieuw voorbeeld is: “Call me before you leave.”
leave
“Leave” betekent hier vertrekken of weggaan. In “before I leave” staat het na “I” om aan te geven wanneer de spreker alles zal terugbrengen. Een nieuw voorbeeld is: “I have to leave now.”
That
“That” verwijst hier naar het voorstel om alles terug te brengen voordat de spreker vertrekt. Het staat aan het begin van “That works for me”. Een nieuw voorbeeld is: “That sounds good.”
works
In “That works for me” betekent “works” dat iets passend of aanvaardbaar is voor de spreker. Het vormt samen met “for me” een vaste manier om akkoord te gaan met een voorstel. Een nieuw voorbeeld is: “Friday works for me.”
for
“For” geeft in “That works for me” aan voor wie de afspraak of oplossing passend is. Het staat vóór het voornaamwoord “me”. Een nieuw voorbeeld is: “This time works for me.”
me
“Me” betekent hier mij en verwijst naar de persoon die zegt dat de afspraak passend is. Het staat na “for” in “for me”. Een nieuw voorbeeld is: “Can you help me?”