Waardevolle spullen veilig opbergen | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: Before leaving, two adults decide where to keep a wallet and phone safely in a bag..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Waardevolle spullen veilig opbergen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

Where should I put my wallet?

Wer sjoed ai poet mai wollit? Waar moet ik mijn portemonnee doen?
B

Keep it in the inside pocket.

Kiep it in dhi insaid pokkit. Bewaar hem in de binnenzak.
A

Is the front pocket safe?

Iz dhə frunt pokkit seeif? Is de voorzak veilig?
B

The inside one is safer.

Dhi insaid wan iz seefer. De binnenzak is veiliger.
A

I can close the zipper.

Ai ken klooz dhə zippər. Ik kan de rits sluiten.
B

That should keep it secure.

Dhet sjoed kiep it sikjoer. Dat zou hem veilig moeten houden.
A

My phone is in there too.

Mai foon iz in dher toe. Mijn telefoon zit daar ook in.
B

Check the pocket before you go.

Tsjek dhə pokkit bifoor joe goo. Controleer de zak voordat je gaat.

Uitleg van de zinnen

  1. Where should I put my wallet?

    Waar moet ik mijn portemonnee doen?

    Where
    waar
    should I
    moet ik
    put
    doen; zetten
    my
    mijn
    wallet
    portemonnee
    Uitgebreide uitleg

    Where vraagt naar een plaats: “waar”. Het kan zowel naar een locatie als naar een bestemming vragen. Voorbeeld: “Where is the key?” = “Waar is de sleutel?” should I vormt hier samen met de vraagstructuur een vraag naar de aanbevolen handeling of plaats: “waar moet ik …?” In een Engelse vraag staat should vóór het onderwerp I; het werkwoord daarna blijft in de basisvorm. Vergelijk: “Where should she wait?” = “Waar moet zij wachten?” Hier betekent should geen harde verplichting, maar wat in deze situatie de juiste keuze is. put betekent hier iets ergens neerleggen of plaatsen. De basisvorm is put; de verleden tijd en het voltooid deelwoord zijn ook put. Het werkwoord krijgt vaak een plaatsbepaling: put something somewhere. Voorbeeld: “Put the book on the table.” = “Leg het boek op tafel.” my is een bezittelijk woord: “mijn”. Het verwijst naar de spreker als bezitter en staat vóór het zelfstandig naamwoord. Engels gebruikt hier dezelfde vorm bij enkelvoud en meervoud: my wallet, maar ook my keys. Het verschilt van your (“jouw/uw”), dat naar de aangesprokene verwijst. wallet is een zelfstandig naamwoord voor een portemonnee, de persoonlijke betekenis die ook in de vaste vertaling staat. Het meervoud is wallets. Voorbeeld: “My wallet is in my bag.” = “Mijn portemonnee zit in mijn tas.” Samen bestaat de vraag uit het plaatsvraagwoord Where, de omgekeerde vraagvolgorde should I, en de handeling put my wallet: “Waar moet ik mijn portemonnee doen?” De Engelse zin vraagt dus welke plaats geschikt is om de portemonnee neer te leggen of op te bergen. Het patroon is herbruikbaar als Where should I put + voorwerp?, bijvoorbeeld: “Where should I put these papers?” = “Waar moet ik deze papieren doen?”

  2. Keep it in the inside pocket.

    Bewaar hem in de binnenzak.

    Keep
    bewaar
    it
    hem
    inside
    binnen-
    pocket
    zak
    Uitgebreide uitleg

    Keep is hier een bevel: de basisvorm van het werkwoord keep wordt gebruikt voor een opdracht. In deze zin is keep een overgankelijk werkwoord met de betekenis “bewaren” of “ergens laten blijven”. Dat verschilt van het onovergankelijke gebruik met de betekenis “blijven”. Voorbeeld: Keep the key here. — “Bewaar de sleutel hier.” it is het Engelse objectvoornaamwoord voor een enkelvoudig ding. In deze context verwijst het, in overeenstemming met de vertaling en de vorige zin, naar de portemonnee. Engels maakt in it zelf geen grammaticaal mannelijk of vrouwelijk onderscheid; de vorm wordt hier bepaald door de objectfunctie en het enkelvoud. Vergelijk: Keep it here. — “Bewaar het hier.” inside staat hier vóór pocket en bepaalt welk soort zak bedoeld wordt: een binnenzak. In deze positie is het een voorbepaling bij het zelfstandig naamwoord, niet een afzonderlijke plaatsbepaling met de betekenis “binnen”. Voorbeeld: The inside pocket is small. — “De binnenzak is klein.” pocket is het zelfstandig naamwoord “zak” in het enkelvoud. Het meervoud is pockets: two pockets betekent “twee zakken”. In the inside pocket verwijst the naar een bepaalde of herkenbare zak; het drukt op zichzelf geen aantal uit. In in the inside pocket geeft in de plaats aan: iets bevindt zich in de betreffende binnenzak. the inside pocket benoemt die specifieke plaats, terwijl it het bewaarde voorwerp aanduidt. Samen levert Keep it in the inside pocket. de betekenis op: “Bewaar hem in de binnenzak.” De hele uiting is een directe opdracht: het voorwerp is het object van de opdracht en de binnenzak is de gewenste bewaarplaats.

  3. Is the front pocket safe?

    Is de voorzak veilig?

    Is
    is ...?
    front
    voorste
    pocket
    zak
    safe
    veilig
    Uitgebreide uitleg

    Is staat hier vooraan omdat Engels een ja/nee-vraag met de vorm van be maakt: Is + onderwerp + ...? Het onderwerp is in deze zin the front pocket, dat na Is komt. In een mededeling staat de volgorde bijvoorbeeld The front pocket is safe. De vorm is is de tegenwoordige tijd van be bij een enkelvoudig onderwerp; bij they staat are. front beschrijft hier de positie van pocket: het gaat om de voorzak. Als bijvoeglijk naamwoord staat het vóór het zelfstandig naamwoord. Het vormt dus samen met pocket de combinatie front pocket. In de context staat als vergelijkbare positiebeschrijving inside pocket, met de betekenis ‘binnenzak’. pocket is een zelfstandig naamwoord voor een zak in of aan een kledingstuk of tas. Het enkelvoud staat hier na the, dat naar een specifieke zak verwijst. Voor meerdere zakken gebruik je pockets, bijvoorbeeld: These pockets are deep. — ‘Deze zakken zijn diep.’ safe beschrijft de toestand van de zak: veilig. Het is een bijvoeglijk naamwoord en staat hier na is, een gebruikelijke plaats voor een beschrijving na be. De vergrotende trap is safer, zoals in de context: The inside one is safer. — ‘De binnenzak is veiliger.’ Samen vormen de delen de ja/nee-vraag Is the front pocket safe?: Is maakt de vraag, the front pocket is de specifieke zak waarnaar gevraagd wordt, en safe vraagt naar de veiligheid ervan. De natuurlijke Nederlandse betekenis is: ‘Is de voorzak veilig?’

  4. The inside one is safer.

    De binnenzak is veiliger.

    The inside one
    de binnenzak
    safer
    veiliger
    Uitgebreide uitleg

    The inside one betekent hier “de binnenzak”. one vervangt een eerder genoemde of uit de situatie bekende enkelvoudige telbare zaak; het is dus niet het cijfer “één”. inside beschrijft welke zaak bedoeld wordt. In deze context maakt de Nederlandse vertaling duidelijk dat het om de binnenzak gaat. Vergelijk als nieuw voorbeeld: The red one is mine. = “De rode is van mij.” safer betekent hier “veiliger”. Dit is de vergrotende trap van safe: safe – safer – the safest (“veilig” – “veiliger” – “het veiligst”). De uitgang -er vergelijkt deze zaak met een andere zaak; hier wordt de binnenzak vergeleken met de eerder genoemde voorzak. safe blijft hetzelfde bij verschillende personen of zaken; de verandering zit in de vergelijking, niet in een zelfstandig naamwoord. Samen vormt The inside one is safer een mededelende zin met de betekenis: “De binnenzak is veiliger.” The inside one is het onderwerp en is safer zegt dat deze zak een hogere mate van veiligheid heeft dan de andere zak waarover gesproken wordt.

  5. I can close the zipper.

    Ik kan de rits sluiten.

    I can
    ik kan
    close
    sluiten
    zipper
    rits
    Uitgebreide uitleg

    I can betekent hier dat de spreker in staat is of de mogelijkheid heeft om iets te doen. Can is een modaal hulpwerkwoord; na can staat het werkwoord in de basisvorm: I can close. In de tegenwoordige tijd blijft can hetzelfde bij verschillende onderwerpen: She can help = Zij kan helpen. Can drukt niet vanzelf uit dat de handeling zeker zal gebeuren. close betekent hier ‘sluiten’. De vorm is de basisvorm, omdat hij na can komt. Het werkwoord kan ook zelfstandig vervoegd worden: I close the door = Ik sluit de deur; in de derde persoon enkelvoud staat daar closes: He closes the door = Hij sluit de deur. In deze zin gaat close over het sluiten van een voorwerp, niet over het beëindigen van bijvoorbeeld een winkel. zipper betekent ‘rits’. Het is een zelfstandig naamwoord voor het sluitmechanisme van bijvoorbeeld een tas of kledingstuk. Het meervoud is zippers: The bag has two zippers = De tas heeft twee ritsen. Samen vormen de delen I can close the zipper: I is degene die de handeling kan uitvoeren, can drukt die mogelijkheid uit, close benoemt de handeling en the zipper is wat gesloten wordt. De vaste betekenis is daarom: ‘Ik kan de rits sluiten.’

  6. That should keep it secure.

    Dat zou hem veilig moeten houden.

    That
    dat
    should
    zou moeten
    keep
    houden
    it
    hem
    secure
    veilig
    Uitgebreide uitleg

    That is hier een aanwijzend voornaamwoord: het verwijst naar iets dat al in de situatie aanwezig is. In deze context ligt de vooraf genoemde handeling, het sluiten van de rits, als interpretatie voor de hand. Als voornaamwoord staat that zelfstandig; vergelijk bijvoorbeeld That is useful. — “Dat is nuttig.” should is de verleden vorm van shall, maar heeft hier geen gewone verledenbetekenis. Als modaal werkwoord drukt het een verwachting of waarschijnlijke uitkomst uit: “zou moeten”. Het beschrijft hier dus wat naar verwachting het gevolg is, niet een bevel. Een vergelijkbaar voorbeeld is This should work. — “Dit zou moeten werken.” keep betekent hier “in een bepaalde toestand laten blijven”. De vorm is de basisvorm, omdat hij volgt op het modale werkwoord should; modale werkwoorden worden gevolgd door de basisvorm: should keep, niet should keeps of should kept. Belangrijke vormen zijn keep — kept — kept. In de constructie keep + object + adjective beschrijft het bijvoeglijk naamwoord de toestand waarin het object blijft, bijvoorbeeld The case keeps the phone dry. — “Het hoesje houdt de telefoon droog.” it is een persoonlijk voornaamwoord als object van keep. In het Engels verwijst it doorgaans naar één niet-menselijk ding, een situatie of een onzijdig opgevatte zaak; de vorm zelf geeft geen grammaticaal geslacht aan. De vaste Nederlandse vertaling gebruikt hiervoor hem, maar dat maakt van it geen mannelijke Engelse vorm. secure is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “veilig” of “goed beschermd”. Het staat na keep en beschrijft de toestand van it; het is dus niet het object dat wordt gehouden. Een bruikbaar voorbeeld is Keep the door secure. — “Houd de deur goed beveiligd.” Samen vormt should keep it secure de herbruikbare structuur should + keep + object + adjective: iets zou ervoor moeten zorgen dat een object in een bepaalde toestand blijft. De volledige uiting zegt dat That naar verwachting als gevolg zal hebben dat het bedoelde object veilig blijft.

  7. My phone is in there too.

    Mijn telefoon zit daar ook in.

    My
    mijn
    phone
    telefoon
    in there
    daarin
    too
    ook
    Uitgebreide uitleg

    My geeft bezit aan bij de spreker: “mijn”. Het bezittelijke woord staat vóór het zelfstandig naamwoord. Vergelijk: my phone = “mijn telefoon” en your phone = “jouw telefoon”. phone betekent hier “telefoon”. Het is een zelfstandig naamwoord. Een bruikbaar meervoud is phones: “telefoons”. Voorbeeld: My phone is here. = “Mijn telefoon is hier.” in there geeft een plaats aan: “daarin” of “daar in”. in drukt uit dat iets zich binnen een plaats of ruimte bevindt; there verwijst naar die plaats. In deze zin wordt niet een nieuwe plaats genoemd, omdat de plaats al uit de situatie duidelijk is. Voorbeeld: The keys are in there. = “De sleutels liggen daarin.” too betekent “ook” en voegt de telefoon toe aan iets anders dat zich daar bevindt of daar thuishoort. Het staat hier aan het einde van de zin. Voorbeeld: My keys are there too. = “Mijn sleutels zijn daar ook.” Samen vormen de delen: My phone = “mijn telefoon”, is in there = “zit daarin” en too = “ook”. De hele mededeling betekent daarom: “Mijn telefoon zit daar ook in.” De vorm is is hier de tegenwoordige tijd van be bij my phone als enkelvoud; met een meervoudig onderwerp wordt dat bijvoorbeeld My phones are in there too. = “Mijn telefoons zitten daar ook in.”

  8. Check the pocket before you go.

    Controleer de zak voordat je gaat.

    Check
    controleer
    pocket
    zak
    before
    voordat
    go
    gaan
    Uitgebreide uitleg

    Check betekent hier dat je iemand rechtstreeks opdraagt iets te controleren. De gebiedende wijs gebruikt de basisvorm van het werkwoord: check. Het onderwerp you wordt in deze zin niet uitgesproken, maar is wel de aangesprokene. Vergelijk als voorbeeld: Check the door. — Controleer de deur. pocket is hier het zelfstandig naamwoord voor een zak, bijvoorbeeld een zak in kleding of een tas. De vorm is enkelvoud; the verwijst naar de specifieke zak die in deze situatie bedoeld is. Het lidwoord drukt op zichzelf geen aantal uit. Voor meervoud is het pockets. before verbindt de hoofdzin met een tijdsbepaling en betekent hier voordat. Het geeft aan dat de controle eerder moet gebeuren dan de handeling in de volgende bijzin. Een bruikbaar patroon is before + onderwerp + werkwoord: Wash your hands before you eat. — Was je handen voordat je eet. go is de basisvorm van het werkwoord go, met de betekenis gaan. Na you blijft de tegenwoordige vorm go; bij he, she of it is de tegenwoordige vorm goes. In before you go staat go in een tegenwoordige tijdsvorm voor een handeling die volgens de zin later plaatsvindt. Samen vormt Check the pocket de opdracht om de zak te controleren. before you go bepaalt wanneer die controle moet plaatsvinden. De volledige betekenis is daarom: Controleer de zak voordat je gaat.

Grammatica

safer

A front pocket is safer.

Ə frunt pokkit iz seefer.

Een voorzak is veiliger.

Safer is de vergrotende trap van safe en betekent ‘veiliger’.

before + subject + verb

Check before you go.

Tsjek bifoor joe goo.

Controleer voordat je gaat.

Before leidt een bijzin in die aangeeft wat eerst gebeurt.

Engels woordenschat

before voegwoord
bifoor voordat; voor
check werkwoord
tsjek controleren
close werkwoord
klooz sluiten
front pocket uitdrukking
frunt pokkit voorzak
inside pocket uitdrukking
insaid pokkit binnenzak
keep werkwoord
kiep bewaren
phone zelfstandig naamwoord
foon telefoon
put werkwoord
poet doen; plaatsen
safe bijvoeglijk naamwoord
seeif veilig
secure bijvoeglijk naamwoord
sikjoer veilig; beveiligd
wallet zelfstandig naamwoord
wollit portemonnee
zipper zelfstandig naamwoord
zippər rits

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Waar moet ik mijn portemonnee doen?

Antwoord tonenWhere should I put my wallet?

Bewaar hem in de binnenzak.

Antwoord tonenKeep it in the inside pocket.

Is de voorzak veilig?

Antwoord tonenIs the front pocket safe?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

veilig; beveiligd

Antwoord tonensecure

bewaren

Antwoord tonenkeep

veilig

Antwoord tonensafe

rits

Antwoord tonenzipper