Even uitrusten tijdens de pauze | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a workplace break room, two adults sit on a sofa, stretch, and plan to get coffee..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Even uitrusten tijdens de pauze oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

I need a short break.

Ai niid uh sjort breek. Ik heb een korte pauze nodig.
B

Let's sit on the sofa.

Lets sit on dhuh soufuh. Laten we op de bank gaan zitten.
A

Can I get some coffee?

Kən ai get sum kofie? Kan ik wat koffie krijgen?
B

There is coffee in the kitchen.

Dher iz kofie in dhuh kitsjen. Er is koffie in de keuken.
A

I'll get some after I stretch a little.

Ail get sum after ai stret sj uh littel. Ik haal wat nadat ik me een beetje heb uitgerekt.
B

Stretching helps when you feel tired.

Stretsjing helps wen joe fiil tai-erd. Even rekken helpt als je moe bent.
A

This room is quiet.

Dhis ruum iz kwai-et. Deze kamer is stil.
B

We can rest here for a while.

Wie kən rest hir fer uh wail. We kunnen hier een tijdje uitrusten.

Uitleg van de zinnen

  1. I need a short break.

    Ik heb een korte pauze nodig.

    need
    nodig hebben
    short
    kort(e)
    break
    pauze
    Uitgebreide uitleg

    need betekent hier dat de spreker iets nodig heeft. De vorm need is de tegenwoordige tijd voor I, you, we en they; bij he, she en it wordt het needs. Voorbeeld: We need water. — Wij hebben water nodig. short beschrijft break: de pauze duurt relatief weinig lang. Het is de basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord; de vergrotende trap is shorter en de overtreffende trap shortest. Voorbeeld: I need a shorter break. — Ik heb een kortere pauze nodig. break betekent hier een pauze, dus een periode waarin iemand tijdelijk stopt met een activiteit. Het meervoud is breaks. Hetzelfde woord kan als werkwoord ook breken betekenen, maar dat is niet de betekenis in deze zin. Voorbeeld: We take a break at noon. — We nemen 's middags een pauze. In I need a short break is I het onderwerp en betekent het ik. need vormt samen met I de mededeling dat de spreker iets nodig heeft. a short break is wat de spreker nodig heeft: a introduceert een niet nader bepaalde pauze, zonder op zichzelf extra nadruk op het aantal te leggen. short staat vóór het zelfstandig naamwoord break en beschrijft het. Samen betekent de zin: Ik heb een korte pauze nodig.

  2. Let's sit on the sofa.

    Laten we op de bank gaan zitten.

    Let's
    laten we
    sit
    zitten
    on
    op
    sofa
    bank
    Uitgebreide uitleg

    Let's is de verkorte vorm van let us. In deze zin vormt het met sit een voorstel in de eerste persoon meervoud: de spreker stelt voor dat de spreker en de aangesprokene gaan zitten. Na let's staat het werkwoord in de basisvorm, dus sit, niet een vervoegde vorm. Voorbeeld: Let's wait. = Laten we wachten. sit betekent hier ‘zitten’ of, binnen dit voorstel, ‘gaan zitten’. De basisvorm is sit; de verleden tijd is sat en het voltooid deelwoord is sat. Het is niet hetzelfde als set, dat onder andere ‘zetten’ betekent. Voorbeeld: I sit here every morning. = Ik zit hier elke ochtend. on geeft hier de plaatsrelatie aan: het zitten vindt plaats op het genoemde oppervlak of meubel. Het is een voorzetsel; in andere contexten kan on bijvoorbeeld ook tijd of een toestand aanduiden, maar hier gaat het om plaats. Voorbeeld: The book is on the table. = Het boek ligt op de tafel. sofa is een zelfstandig naamwoord voor een bank waarop mensen kunnen zitten. Het meervoud is sofas. Het woord couch is een veelgebruikt, vrijwel gelijkwaardig alternatief. Voorbeeld: The sofa is comfortable. = De bank is comfortabel. Samen vormt Let's sit on the sofa. het voorstel om samen op de bank te gaan zitten. De volgorde is: voorstel met let's, handeling sit, plaatsaanduiding on en daarna het meubel the sofa; the maakt duidelijk dat het om een specifieke, voor de gesprekspartners herkenbare bank gaat. In deze context is het een gewone, informele formulering om samen iets te gaan doen.

  3. Can I get some coffee?

    Kan ik wat koffie krijgen?

    Can I
    Kan ik ...?
    get
    krijgen
    some
    wat
    coffee
    koffie
    Uitgebreide uitleg

    Can I vormt hier een beleefde vraag naar de mogelijkheid of toestemming om iets te krijgen: “Kan ik ...?” Het onderwerp is I; can staat vóór het onderwerp omdat dit een vraag is. Na can staat het werkwoord in de basisvorm, dus get, niet een vervoegde vorm. Voorbeeld: Can I sit here? — “Kan ik hier zitten?” get betekent in deze zin “krijgen” of “bemachtigen”. De basisvorm is get; veelgebruikte vormen zijn get (tegenwoordige vorm), got (verleden tijd) en gotten in sommige varianten van het Engels als voltooid deelwoord. In deze vraag volgt get op can, daarom blijft het onveranderd. Voorbeeld: Can I get a ticket? — “Kan ik een kaartje krijgen?” some geeft hier een niet nader bepaalde hoeveelheid aan. Bij coffee, dat hier als niet-telbare stof of drank wordt gebruikt, betekent het natuurlijk “wat koffie”. Some drukt op zichzelf geen exact aantal uit. Voorbeeld: I need some water. — “Ik heb wat water nodig.” coffee is het zelfstandig naamwoord voor “koffie”. Het kan de drank of de stof in het algemeen aanduiden; een hoeveelheid kan met some worden aangegeven. Voorbeeld: The coffee is hot. — “De koffie is heet.” Samen vormen de delen Can I + get + some coffee de vraag Can I get some coffee?: “Kan ik wat koffie krijgen?” De vraag vraagt om koffie zonder een precieze hoeveelheid te noemen. De formulering is alledaags en beleefd.

  4. There is coffee in the kitchen.

    Er is koffie in de keuken.

    There is
    er is
    coffee
    koffie
    kitchen
    keuken
    Uitgebreide uitleg

    There is is een vaste Engelse existentiële constructie om te zeggen dat iets aanwezig is of zich ergens bevindt. In deze zin introduceert ze coffee als wat aanwezig is; there verwijst hier niet naar een concrete plaats. Bij een enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord gebruik je bijvoorbeeld There is a book on the table. — Er ligt een boek op de tafel. Bij meervoud wordt dit There are books on the table. — Er liggen boeken op de tafel. Bij een massanaamwoord zoals coffee blijft is passend. There is zegt op zichzelf geen hoeveelheid. coffee betekent hier koffie en wordt gebruikt als massanaamwoord: de zin zegt dat er koffie aanwezig is, zonder een specifieke hoeveelheid te noemen. Het woord kan in een andere context ook naar een kop of portie koffie verwijzen wanneer de context dat duidelijk maakt, maar dat is niet de betekenis die deze zin uitdrukt. Een herbruikbaar voorbeeld is There is tea in the pot. — Er zit thee in de pot. kitchen betekent keuken. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord; in in the kitchen verwijst the naar een specifieke keuken die voor de gesprekspartners identificeerbaar is. in geeft hier de plaats aan. Bijvoorbeeld: The keys are in the kitchen. — De sleutels liggen in de keuken. Samen betekent There is coffee in the kitchen.: er is koffie aanwezig in de keuken. De constructie There is introduceert wat er aanwezig is (coffee), en in the kitchen specificeert waar het zich bevindt. De Nederlandse vertaling Er is koffie in de keuken. geeft precies die aanwezigheid en plaats weer.

  5. I'll get some after I stretch a little.

    Ik haal wat nadat ik me een beetje heb uitgerekt.

    I'll
    ik zal/ga
    get
    halen
    some
    wat
    after
    nadat
    stretch
    rekken, uitrekken
    a little
    een beetje
    Uitgebreide uitleg

    I'll is de samentrekking van I will: I is het onderwerp en will markeert hier een toekomstige handeling of een voornemen. In deze zin betekent het geheel dat de spreker daarna iets zal halen. Voorbeeld: I'll call you later. — Ik bel je later. get is hier het werkwoord get in de basisvorm, met de betekenis ‘halen’ of ‘verkrijgen’, niet bijvoorbeeld ‘worden’. Na will blijft het hoofdwerkwoord in de basisvorm: I will get, niet een verleden vorm. In de context kan some natuurlijk verwijzen naar koffie, maar het zelfstandig naamwoord wordt in deze zin niet herhaald. Voorbeeld: I get some water. — Ik haal wat water. some verwijst hier naar een niet nader genoemde hoeveelheid van iets dat uit de context begrepen wordt. Het geeft geen precies aantal aan. In een bevestigende zin is some gebruikelijk; any komt vaak voor in vragen en ontkenningen, bijvoorbeeld I don't have any coffee. — Ik heb geen koffie. after leidt de tijdsbepaling in die zegt wanneer de andere handeling plaatsvindt. De volgorde is: eerst rekken, daarna iets halen. Voorbeeld: Call me after you arrive. — Bel me nadat je aankomt. stretch is de basisvorm na het onderwerp I in de bijzin. Hier betekent het ‘rekken’ of ‘zich uitrekken’; Engels gebruikt in deze betekenis vaak geen apart wederkerend voornaamwoord: I stretch, niet noodzakelijk I stretch myself. In after I stretch staat de tegenwoordige vorm, hoewel de handeling toekomstig is. Na een tijdswoord zoals after gebruikt Engels vaak de present simple voor een toekomstige tijdsbepaling: after I arrive, niet after I will arrive. a little geeft een kleine mate of korte hoeveelheid aan. Het beperkt hier hoe sterk of hoe lang de spreker rekt. Het patroon stretch a little is daardoor ‘een beetje rekken’. Voorbeeld: Rest a little. — Rust een beetje. Samen bestaat de zin uit de toekomstige hoofdzin I'll get some en de tijdsbepaling after I stretch a little. De tijdsbepaling noemt eerst het rekken; de hoofdzin noemt wat daarna gebeurt. De volledige betekenis is: Ik haal wat nadat ik me een beetje heb uitgerekt.

  6. Stretching helps when you feel tired.

    Even rekken helpt als je moe bent.

    Stretching
    rekken
    helps
    helpt
    when
    wanneer; als
    feel
    voelen
    tired
    moe
    Uitgebreide uitleg

    Stretching is hier de activiteit “rekken”. De vorm is een werkwoordsvorm op -ing die als onderwerp kan functioneren: Stretching helps betekent dus “Rekken helpt”. Vergelijk als bruikbaar patroon: Reading helps. — “Lezen helpt.” In deze zin gaat het niet om een persoon die aan het rekken is, maar om de activiteit zelf. helps komt van help en betekent hier “helpt”. Omdat Stretching als enkelvoudig onderwerp wordt behandeld, krijgt het werkwoord in de tegenwoordige tijd de derde-persoonsuitgang -s: help → helps. Vergelijk: They help. — “Zij helpen.” en Stretching helps. — “Rekken helpt.” when leidt de tijds- of omstandigheidsbijzin in en betekent hier “als” of “wanneer”. Het verbindt de hoofdzin met de situatie waarin die geldt. Herbruikbaar patroon: X helps when you ... — “X helpt als je ...”. feel is de basisvorm van “voelen”. In you feel staat de tegenwoordige tijd zonder uitgang, omdat het onderwerp you is. Hier beschrijft feel een lichamelijke of innerlijke toestand: “je voelt je”. Vergelijk: I feel cold. — “Ik heb het koud.” en She feels cold. — “Zij heeft het koud.” Bij she/he/it wordt het feels, maar bij you blijft het feel. tired is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “moe”. Na feel beschrijft het een toestand: feel tired betekent “je moe voelen”. Het is niet het werkwoord zelf; feel is het werkwoord en tired geeft de toestand aan. Een vergelijkbaar voorbeeld is You feel ready. — “Je voelt je klaar.” Samen vormt when you feel tired de bijzin “als je moe bent” — letterlijker: “als je je moe voelt”. De hoofdzin Stretching helps zegt dat rekken helpt. De volledige betekenis is daarom: “Even rekken helpt als je moe bent.”

  7. This room is quiet.

    Deze kamer is stil.

    This
    deze
    room
    kamer
    quiet
    stil
    Uitgebreide uitleg

    This verwijst hier naar één kamer die als nabij of als actuele gespreksonderwerp wordt aangewezen. Het is een aanwijzend woord voor enkelvoud; bij meervoud gebruik je these. Voorbeeld: This chair is comfortable. — Deze stoel is comfortabel. room betekent hier ‘kamer’, een zelfstandige ruimte in een gebouw. Het meervoud is rooms: There are two rooms. — Er zijn twee kamers. quiet beschrijft dat er weinig of geen geluid is. Het is een bijvoeglijk naamwoord en verandert in deze constructie niet voor enkelvoud of meervoud. De vergelijkingsvormen zijn quiet, quieter, the quietest; quieter betekent ‘stiller’. Voorbeeld: The library is quieter than the café. — De bibliotheek is stiller dan het café. Samen vormt This room het onderwerp: ‘deze kamer’. is verbindt dat onderwerp met de eigenschap quiet; bij this room is is de enkelvoudsvorm van be. De volledige zin betekent daarom: ‘Deze kamer is stil.’

  8. We can rest here for a while.

    We kunnen hier een tijdje uitrusten.

    We can
    we kunnen
    rest
    uitrusten
    here
    hier
    for a while
    een tijdje
    Uitgebreide uitleg

    We can betekent hier dat de spreker samen met minstens één andere persoon de mogelijkheid of toestemming aangeeft om iets te doen. We is het onderwerp voor de eerste persoon meervoud; can is een modaal hulpwerkwoord. Na can komt het werkwoord in de onverbogen basisvorm: can rest, niet can rests of can to rest. Voorbeelden: We can wait. — We kunnen wachten. I can help. — Ik kan helpen. In een vraag staat dezelfde combinatie bijvoorbeeld in Can we leave? — Kunnen we weggaan? rest betekent hier ‘uitrusten’ of ‘rusten’. De vorm is de basisvorm, omdat hij na het modale werkwoord can staat. Zonder can krijgt het werkwoord in de tegenwoordige tijd bij we de vorm rest: We rest here. — We rusten hier. Bij he krijgt het in die tijd de vorm rests: He rests here. — Hij rust hier. In can rest blijft het dus rest, ongeacht het onderwerp. here betekent ‘hier’ en verwijst naar de plaats waar de spreker zich bevindt of die in de situatie als de relevante plaats geldt. Het is een bijwoord van plaats en verandert niet mee met persoon of aantal. Het tegenovergestelde plaatswoord is there: We can rest there. — We kunnen daar uitrusten. for a while betekent ‘een tijdje’: het geeft een beperkte, maar niet exact bepaalde duur aan. for leidt hier een tijdsduur in; a while is een vaste, natuurlijke tijdsaanduiding. Vergelijk for an hour — een uur lang, waarbij de duur wel exact wordt genoemd. Samen vormt We can rest here for a while de betekenis: ‘We kunnen hier een tijdje uitrusten.’ De volgorde is onderwerp en mogelijkheid (We can), daarna de handeling (rest), de plaats (here) en ten slotte de geschatte duur (for a while).

Grammatica

need + a + noun

need a short break

niid uh sjort breek

een korte pauze nodig hebben

Na need staat hier een zelfstandig naamwoord. Bij één telbaar ding gebruik je a.

feel + adjective

feel tired

fiil tai-erd

zich moe voelen

Na feel gebruik je een bijvoeglijk naamwoord om een gevoel of toestand te beschrijven.

Engels woordenschat

break zelfstandig naamwoord
breek pauze

I need a short break.

coffee zelfstandig naamwoord
kofie koffie

some coffee

feel werkwoord
fiil zich voelen

when you feel tired

get werkwoord
get krijgen; halen

Can I get some coffee?

helps werkwoord
helps helpt

Stretching helps when you feel tired.

kitchen zelfstandig naamwoord
kitsjen keuken

coffee in the kitchen

need werkwoord
niid nodig hebben

I need a short break.

short bijvoeglijk naamwoord
sjort kort

a short break

sit werkwoord
sit zitten

Let's sit on the sofa.

sofa zelfstandig naamwoord
soufuh bank

sit on the sofa

stretch werkwoord
stret sj rekken; strekken

I stretch a little.

stretching zelfstandig naamwoord
stretsjing rekken; strekken

Stretching helps when you feel tired.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik heb een korte pauze nodig.

Antwoord tonenI need a short break.

Laten we op de bank gaan zitten.

Antwoord tonenLet's sit on the sofa.

Kan ik wat koffie krijgen?

Antwoord tonenCan I get some coffee?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

pauze

Antwoord tonenbreak

kort

Antwoord tonenshort

keuken

Antwoord tonenkitchen

koffie

Antwoord tonencoffee