Even uitrusten tijdens de pauze | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a workplace break room, two adults sit on a sofa, stretch, and plan to get coffee..

NL → EN / Niveau: A1

Over deze les

Met Even uitrusten tijdens de pauze oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

I need a short break.

Ai niid uh sjort breek. Ik heb een korte pauze nodig.
B

Let's sit on the sofa.

Lets sit on dhuh soufuh. Laten we op de bank gaan zitten.
A

Can I get some coffee?

Kən ai get sum kofie? Kan ik wat koffie krijgen?
B

There is coffee in the kitchen.

Dher iz kofie in dhuh kitsjen. Er is koffie in de keuken.
A

I'll get some after I stretch a little.

Ail get sum after ai stret sj uh littel. Ik haal wat nadat ik me een beetje heb uitgerekt.
B

Stretching helps when you feel tired.

Stretsjing helps wen joe fiil tai-erd. Even rekken helpt als je moe bent.
A

This room is quiet.

Dhis ruum iz kwai-et. Deze kamer is stil.
B

We can rest here for a while.

Wie kən rest hir fer uh wail. We kunnen hier een tijdje uitrusten.

Woord voor woord

I “I” verwijst naar de persoon die spreekt. In “I need a short break.” staat het als onderwerp; gebruik “I” voor jezelf als onderwerp van een Engelse zin.
need “need” betekent hier dat de spreker iets nodig heeft: een korte pauze. In “I need a short break.” staat het vóór wat nodig is; dezelfde structuur kan met een ander nodig ding worden gebruikt.
a “a” verwijst hier naar één niet-specifieke pauze. In “a short break” staat het vóór een enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord wanneer niet naar een bepaalde pauze wordt verwezen.
short “short” betekent hier kort van duur. In “a short break” staat het vóór “break” om de duur van de pauze te beschrijven; je gebruikt het zo vóór een zelfstandig naamwoord.
break “break” betekent hier een pauze, dus een periode waarin je stopt met werken of activiteit. In “a short break” beschrijft het de rustperiode die de spreker nodig heeft; “a break” is een veelgebruikte combinatie voor een pauze nemen.
Let's “Let's” geeft een voorstel om iets samen te doen. In “Let's sit on the sofa.” wordt het gevolgd door de basisvorm “sit”; gebruik “Let's” om iemand tot een gezamenlijke actie uit te nodigen.
sit “sit” betekent hier zitten of gaan zitten. Na “Let's” staat de basisvorm in “Let's sit on the sofa.”; die vorm wordt gebruikt voor de voorgestelde gezamenlijke actie.
on “on” geeft hier aan dat iemand zich op een oppervlak bevindt. In “on the sofa” verbindt het de zitplaats met “sofa”; gebruik deze combinatie voor een positie op een oppervlak.
the “the” verwijst hier naar een specifieke bank die in de situatie bedoeld is. In “the sofa” staat het vóór het zelfstandig naamwoord wanneer de gesprekspartners weten welke bank bedoeld wordt.
sofa “sofa” betekent een zachte zitplaats voor meerdere mensen. In “Let's sit on the sofa.” is het de plaats waar de twee personen willen zitten; “on the sofa” is een gebruikelijke combinatie.
Can “Can” vraagt hier of iets mogelijk of toegestaan is. In “Can I get some coffee?” staat het aan het begin van de vraag, vóór het onderwerp “I” en de basisvorm “get”; dit is een gebruikelijke manier om iets te vragen.
get “get” betekent hier koffie verkrijgen of halen. In “Can I get some coffee?” volgt het na “Can I” en krijgt het de betekenis van iets krijgen of halen; “get some coffee” is een veelgebruikte combinatie.
some “some” verwijst hier naar een niet-gespecificeerde hoeveelheid koffie. In “some coffee” staat het vóór de dranknaam; gebruik het wanneer de hoeveelheid niet precies wordt genoemd.
coffee “coffee” betekent hier de drank koffie. In “some coffee” gaat het om een niet-gespecificeerde hoeveelheid, en in “There is coffee in the kitchen.” om koffie die daar aanwezig is.
There “There” introduceert hier het bestaan of de aanwezigheid van iets. In “There is coffee in the kitchen.” hoort het bij de constructie om te zeggen dat er ergens koffie is; deze constructie wordt gevolgd door wat aanwezig is en waar.
is “is” draagt in “There is coffee in the kitchen.” bij aan de mededeling dat koffie aanwezig is. Het staat hier in de constructie “There is” en verbindt de aanwezigheid van koffie met de plaats “in the kitchen”.
in “in” geeft hier aan dat iets zich binnen een plaats bevindt. In “in the kitchen” zegt het dat de koffie zich in de keuken bevindt; gebruik “in” vóór een ruimte of andere plaats waarbinnen iets is.
kitchen “kitchen” betekent keuken, de ruimte waar eten en drinken worden klaargemaakt. In “in the kitchen” is het de plaats waar de koffie staat; de combinatie geeft een locatie aan.
I'll “I'll” is de verkorte vorm van “I will” en geeft hier aan dat de spreker iets van plan is te doen. In “I'll get some after I stretch a little.” wordt het gevolgd door de basisvorm “get”; gebruik het om een toekomstige actie of beslissing aan te kondigen.
after “after” geeft hier aan dat iets later gebeurt dan een andere actie. In “after I stretch a little” staat er een volledige bijzin na “after”; de koffie wordt dus pas daarna gehaald.
stretch “stretch” betekent hier het lichaam rekken. In “after I stretch a little” staat het als basisvorm na “I” in de bijzin; gebruik het voor een lichamelijke rek- of strekoefening.
little “little” geeft in “a little” een kleine hoeveelheid of mate aan. In “stretch a little” beschrijft het hoe lang of hoeveel de spreker zal rekken; “a little” wordt vaak gebruikt om een handeling in beperkte mate aan te geven.
Stretching “Stretching” verwijst hier naar de activiteit van het lichaam rekken. In “Stretching helps when you feel tired.” is het de activiteit waarover de spreker een algemene opmerking maakt; een activiteit kan zo aan het begin van een zin staan.
helps “helps” betekent hier dat rekken nuttig is of iets gemakkelijker maakt wanneer iemand moe is. In “Stretching helps when you feel tired.” volgt het op het onderwerp “Stretching”; gebruik “helps” om te zeggen dat iets ondersteuning of voordeel biedt.
when “when” geeft hier het moment of de omstandigheid aan waarin iets geldt. In “when you feel tired” introduceert het de situatie waarin rekken helpt; het wordt gevolgd door een volledige bijzin.
you “you” verwijst hier naar de persoon tot wie B spreekt. In “you feel tired” is het het onderwerp van de bijzin; gebruik “you” voor één of meer aangesproken personen.
feel “feel” betekent hier een lichamelijke toestand ervaren. In “you feel tired” staat het vóór het bijvoeglijk naamwoord “tired”; deze combinatie beschrijft hoe iemand zich voelt.
tired “tired” betekent hier moe en behoefte hebbend aan rust. In “you feel tired” beschrijft het de toestand van de aangesproken persoon; “feel tired” is een gebruikelijke combinatie.
This “This” verwijst hier naar de kamer die dichtbij is of waarin de gesprekspartners zich bevinden. In “This room is quiet.” staat het vóór “room” om die specifieke, huidige ruimte aan te wijzen.
room “room” betekent hier een afgesloten ruimte, namelijk de kamer waarin de personen pauzeren. In “This room” wordt het voorafgegaan door “This” om de bedoelde ruimte aan te wijzen.
quiet “quiet” betekent hier dat er weinig of geen geluid is. In “This room is quiet.” beschrijft het de kamer na “is”; gebruik het om een rustige plaats of omgeving te beschrijven.
We “We” verwijst naar de spreker samen met minstens één andere persoon. In “We can rest here for a while.” is het het onderwerp van de gezamenlijke mogelijkheid; gebruik “we” voor jezelf en anderen samen.
rest “rest” betekent hier ontspannen of een pauze nemen. In “We can rest here for a while.” staat het als basisvorm na “can”; gebruik het voor rust nemen op een bepaalde plaats of gedurende een bepaalde tijd.
here “here” betekent hier op deze plaats, namelijk in de rustige kamer. In “rest here” geeft het aan waar de personen kunnen rusten; het staat vaak na het werkwoord om de plaats aan te geven.
for “for” geeft hier de duur van een handeling aan. In “for a while” betekent het gedurende een bepaalde periode; gebruik “for” vóór een tijdsduur.
while “while” betekent hier een bepaalde, niet nader genoemde periode. In “for a while” vormt het samen met “for” de uitdrukking voor een tijdje rusten; de precieze duur blijft onbepaald.

Grammatica

need + a + noun

need a short break

niid uh sjort breek

een korte pauze nodig hebben

Na need staat hier een zelfstandig naamwoord. Bij één telbaar ding gebruik je a.

feel + adjective

feel tired

fiil tai-erd

zich moe voelen

Na feel gebruik je een bijvoeglijk naamwoord om een gevoel of toestand te beschrijven.

Engels woordenschat

break zelfstandig naamwoord
breek pauze

I need a short break.

coffee zelfstandig naamwoord
kofie koffie

some coffee

feel werkwoord
fiil zich voelen

when you feel tired

get werkwoord
get krijgen; halen

Can I get some coffee?

helps werkwoord
helps helpt

Stretching helps when you feel tired.

kitchen zelfstandig naamwoord
kitsjen keuken

coffee in the kitchen

need werkwoord
niid nodig hebben

I need a short break.

short bijvoeglijk naamwoord
sjort kort

a short break

sit werkwoord
sit zitten

Let's sit on the sofa.

sofa zelfstandig naamwoord
soufuh bank

sit on the sofa

stretch werkwoord
stret sj rekken; strekken

I stretch a little.

stretching zelfstandig naamwoord
stretsjing rekken; strekken

Stretching helps when you feel tired.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik heb een korte pauze nodig.

Antwoord tonenI need a short break.

Laten we op de bank gaan zitten.

Antwoord tonenLet's sit on the sofa.

Kan ik wat koffie krijgen?

Antwoord tonenCan I get some coffee?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

pauze

Antwoord tonenbreak

kort

Antwoord tonenshort

keuken

Antwoord tonenkitchen

koffie

Antwoord tonencoffee