Na de pauze weer aan het werk | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: After a break at work, two adults return to the desk and start the next task with a file..

NL → EN / Niveau: A1

Over deze les

Met Na de pauze weer aan het werk oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

Do you feel ready to work again?

Dzjoe fiel reddie tə wörk əgèn? Voel je je klaar om weer te werken?
B

I feel better now.

Ai fiel better nau. Ik voel me nu beter.
A

Should we go back to the desk?

Sjoed wie gou bek tə də desk? Zullen we teruggaan naar het bureau?
B

The break is over, so let's get moving.

Də breek iz ouver, sou lets get moeving. De pauze is voorbij, dus laten we weer aan de slag gaan.
A

I need the file for the next task.

Ai nied də fail fər də nekst task. Ik heb het bestand nodig voor de volgende taak.
B

It's on the desk.

Its on də desk. Het ligt op het bureau.
A

I can focus better now.

Ai ken foukus better nau. Ik kan me nu beter concentreren.
B

Then let's start with the file.

Dhen lets start widh də fail. Laten we dan met het bestand beginnen.

Woord voor woord

Do In "Do you feel ready to work again?" is "Do" een hulpwerkwoord dat de vraag inleidt; hier betekent het niet "doen". Het staat vooraan in vragen met "you" en een werkwoord. Nieuw voorbeeld: "Do you need help?" gebruik je om iemand iets te vragen.
you In "Do you feel ready to work again?" betekent "you" "jij" en is het de persoon aan wie de vraag wordt gesteld. Het staat hier na het hulpwerkwoord "Do". Nieuw voorbeeld: "Are you ready?" gebruik je wanneer je wilt weten of iemand klaar is.
feel In "Do you feel ready to work again?" betekent "feel" dat je een toestand of gevoel ervaart: je voelt je klaar om weer te werken. Na "Do you" staat de werkwoordsvorm "feel". Nieuw voorbeeld: "I feel tired" gebruik je om te zeggen hoe je je voelt.
ready In "Do you feel ready to work again?" betekent "ready" dat iemand klaar is om weer te werken. Het beschrijft hier de toestand na "feel" en wordt gevolgd door "to work". Nieuw voorbeeld: "She is ready to leave" gebruik je wanneer iemand klaar is om te vertrekken.
to In "ready to work again" verbindt "to" de toestand "ready" met de handeling "work". De combinatie "ready to" geeft aan waarvoor iemand klaar is. Nieuw voorbeeld: "I am ready to start" gebruik je wanneer je klaar bent om te beginnen.
work In "ready to work again" betekent "work" werken; het gaat om weer aan het werk gaan na de pauze. Na "to" staat hier de eenvoudige werkwoordsvorm "work". Nieuw voorbeeld: "I need to work" gebruik je om een werkverplichting te benoemen.
again In "ready to work again" betekent "again" "weer" of "opnieuw": het werken wordt hervat na een onderbreking. Het staat hier achter de handeling "work". Nieuw voorbeeld: "Please say that again" gebruik je wanneer iemand iets opnieuw moet zeggen.
I In "I feel better now" betekent "I" "ik" en verwijst het naar de spreker. Het staat vóór het werkwoord "feel" als onderwerp van de zin. Nieuw voorbeeld: "I am ready" gebruik je om je eigen toestand te beschrijven.
better In "I feel better now" betekent "better" dat de spreker zich beter voelt dan eerder. Het staat na "feel" en beschrijft hoe de spreker zich nu voelt. Nieuw voorbeeld: "I feel better today" gebruik je om een verbetering in je toestand aan te geven.
now In "I feel better now" betekent "now" "nu" en verwijst het naar het huidige moment. Het maakt duidelijk wanneer de spreker zich beter voelt. Nieuw voorbeeld: "I need it now" gebruik je wanneer iets onmiddellijk nodig is.
Should In "Should we go back to the desk?" leidt "Should" een voorstel aan de spreker en de luisteraar samen in. Het staat vooraan omdat de zin een vraag is. Nieuw voorbeeld: "Should we start?" gebruik je om samen een handeling voor te stellen.
we In "Should we go back to the desk?" betekent "we" "wij" of "we samen" en omvat het de spreker en de luisteraar. Het staat na "Should" in dit voorstel. Nieuw voorbeeld: "We can begin" gebruik je wanneer je samen kunt beginnen.
go In "go back to the desk" betekent "go" gaan, hier als onderdeel van teruggaan naar het bureau. Na "Should we" staat de eenvoudige vorm "go". Nieuw voorbeeld: "We should go now" gebruik je wanneer jullie nu ergens heen moeten gaan.
back In "go back to the desk" betekent "back" "terug" en geeft het aan dat de beweging naar een eerdere plaats gaat. Samen met "go" vormt het de betekenis "teruggaan". Nieuw voorbeeld: "Please come back soon" gebruik je wanneer je wilt dat iemand terugkomt.
the In "the desk" verwijst "the" naar een specifiek bureau dat in deze werksituatie bekend is. Het staat direct vóór het zelfstandig naamwoord "desk". Nieuw voorbeeld: "the file" gebruik je wanneer je naar een bepaald bestand verwijst.
desk In "go back to the desk" betekent "desk" "bureau", de werkplek waar de twee personen verdergaan. Het staat na "the" en na het voorzetsel "to" in de richtingsaanduiding. Nieuw voorbeeld: "The book is on the desk" gebruik je om de plaats van een voorwerp te beschrijven.
break In "The break is over" betekent "break" "pauze", een onderbreking van het werk. Met "is over" zegt de spreker dat deze pauze voorbij is. Nieuw voorbeeld: "We have a short break" gebruik je om een korte werkonderbreking te benoemen.
is In "The break is over" verbindt "is" het onderwerp "The break" met de toestand "over": de pauze is voorbij. Deze vorm hoort hier bij het onderwerp "The break". Nieuw voorbeeld: "The task is ready" gebruik je om de toestand van een bekende taak te beschrijven.
over In "The break is over" betekent "over" "voorbij" of afgelopen. Samen met "is" beschrijft het dat de pauze eindigt en het werk kan doorgaan. Nieuw voorbeeld: "The lesson is over" gebruik je wanneer een les is afgelopen.
so In "The break is over, so let's get moving" betekent "so" "dus" en leidt het gevolg van het einde van de pauze in. Het verbindt de reden met het daaropvolgende voorstel. Nieuw voorbeeld: "It is late, so let's go" gebruik je om een gevolg of voorstel aan te geven.
let's In "let's get moving" is "let's" een voorstel om iets samen te doen: laten we in beweging komen en weer aan het werk gaan. Het staat vóór de werkwoordsvorm die de voorgestelde actie uitdrukt. Nieuw voorbeeld: "Let's start" gebruik je om samen te zeggen dat iets kan beginnen.
get In "let's get moving" draagt "get" bij aan het in beweging komen; de hele uitdrukking betekent dat de spreker en luisteraar aan de slag moeten gaan. Het patroon "get + moving" beschrijft hier het starten van actie. Nieuw voorbeeld: "Let's get started" gebruik je om samen met iets te beginnen.
moving In "let's get moving" verwijst "moving" naar in beweging komen en daarna verdergaan met de taak. De betekenis ontstaat samen met "get", niet uit "moving" alleen. Nieuw voorbeeld: "Keep moving" gebruik je wanneer iemand moet doorgaan met bewegen of verdergaan.
need In "I need the file for the next task" betekent "need" dat de spreker het bestand nodig heeft. Het staat na "I" en vóór het voorwerp "the file". Nieuw voorbeeld: "I need a pen" gebruik je om iets te vragen of een behoefte te benoemen.
file In "I need the file for the next task" betekent "file" "bestand", het document dat voor de volgende taak nodig is. Het staat na "the" omdat het om een specifiek bestand gaat. Nieuw voorbeeld: "Please open the file" gebruik je wanneer je iemand vraagt een bestand te openen.
for In "the file for the next task" betekent "for" "voor" en geeft het aan waarvoor het bestand bedoeld is. Het staat vóór "the next task" als doelbepaling. Nieuw voorbeeld: "This room is for meetings" gebruik je om het doel van iets aan te geven.
next In "the next task" betekent "next" "volgende" en verwijst het naar de taak die na de huidige taak komt. Het staat vóór "task". Nieuw voorbeeld: "the next step" gebruik je voor de stap die hierna komt.
task In "the next task" betekent "task" "taak", een concrete opdracht die moet worden uitgevoerd. Met "the next" gaat het om de volgende specifieke opdracht. Nieuw voorbeeld: "I have a task" gebruik je om te zeggen dat je een opdracht hebt.
It's In "It's on the desk" is "It's" de verkorte vorm van "it is" en verwijst "it" naar het bestand. De zin geeft aan waar het bestand ligt. Nieuw voorbeeld: "It's ready" gebruik je wanneer je naar iets bekends verwijst dat klaar is.
on In "It's on the desk" betekent "on" "op" en geeft het de plaats van het bestand aan. Het staat vóór "the desk" als plaatsaanduiding. Nieuw voorbeeld: "The file is on the table" gebruik je om te zeggen dat iets op een oppervlak ligt.
can In "I can focus better now" geeft "can" aan dat de spreker nu in staat is zich beter te concentreren. Na "can" staat de werkwoordsvorm "focus". Nieuw voorbeeld: "I can help" gebruik je om een mogelijkheid of bereidheid aan te geven.
focus In "I can focus better now" betekent "focus" zich concentreren op het werk. Het staat na "can" en benoemt de handeling waartoe de spreker nu beter in staat is. Nieuw voorbeeld: "I need to focus" gebruik je wanneer je je aandacht ergens op moet richten.
Then In "Then let's start with the file" betekent "Then" "dan" en sluit het aan bij wat net is gezegd: omdat de spreker zich beter kan concentreren, kan het werk beginnen. Het staat aan het begin van het voorstel. Nieuw voorbeeld: "Then we can leave" gebruik je om een volgende stap of gevolg aan te geven.
start In "let's start with the file" betekent "start" beginnen, hier met het bestand als eerste onderdeel van de taak. Na "let's" staat de eenvoudige werkwoordsvorm "start". Nieuw voorbeeld: "Let's start with this task" gebruik je om aan te geven waarmee je begint.
with In "start with the file" betekent "with" "met" en geeft het aan waarmee de handeling begint. Het staat vóór "the file", het eerste materiaal voor de taak. Nieuw voorbeeld: "Let's begin with the first question" gebruik je om het startpunt van een activiteit te noemen.

Grammatica

feel + adjective

I feel ready.

Ai fiel reddie.

Ik ben er klaar voor.

Na feel gebruik je een bijvoeglijk naamwoord om een gevoel of toestand te beschrijven.

start with + noun

Start with the next task.

Start widh də nekst task.

Begin met de volgende taak.

Gebruik start with om aan te geven waarmee je begint.

Engels woordenschat

again bijwoord
əgèn weer

Do you feel ready to work again?

better bijvoeglijk naamwoord
better beter

I feel better now.

break zelfstandig naamwoord
breek pauze

The break is over.

desk zelfstandig naamwoord
desk bureau

Should we go back to the desk?

feel werkwoord
fiel voelen

Do you feel ready to work again?

get moving uitdrukking
get moeving in beweging komen

Let's get moving.

go back uitdrukking
gou bek teruggaan

Should we go back to the desk?

need werkwoord
nied nodig hebben

I need the file for the next task.

now bijwoord
nau nu

I feel better now.

over bijvoeglijk naamwoord
ouver voorbij

The break is over.

ready bijvoeglijk naamwoord
reddie klaar

Do you feel ready to work again?

work werkwoord
wörk werken

Do you feel ready to work again?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik voel me nu beter.

Antwoord tonenI feel better now.

Het ligt op het bureau.

Antwoord tonenIt's on the desk.

Ik kan me nu beter concentreren.

Antwoord tonenI can focus better now.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

weer

Antwoord tonenagain

werken

Antwoord tonenwork

pauze

Antwoord tonenbreak

klaar

Antwoord tonenready