Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Na de pauze weer aan het werk oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.
Dialoog
Do you feel ready to work again?
Dzjoe fiel reddie tə wörk əgèn? Voel je je klaar om weer te werken?I feel better now.
Ai fiel better nau. Ik voel me nu beter.Should we go back to the desk?
Sjoed wie gou bek tə də desk? Zullen we teruggaan naar het bureau?The break is over, so let's get moving.
Də breek iz ouver, sou lets get moeving. De pauze is voorbij, dus laten we weer aan de slag gaan.I need the file for the next task.
Ai nied də fail fər də nekst task. Ik heb het bestand nodig voor de volgende taak.It's on the desk.
Its on də desk. Het ligt op het bureau.I can focus better now.
Ai ken foukus better nau. Ik kan me nu beter concentreren.Then let's start with the file.
Dhen lets start widh də fail. Laten we dan met het bestand beginnen.Uitleg van de zinnen
Do you feel ready to work again?
Voel je je klaar om weer te werken?
- Do you
- vraagvorm met je
- feel
- voelen
- ready
- klaar
- work
- werken
- again
- weer
Uitgebreide uitleg
Do you opent hier een vraag in de simple present. Bij een gewone vraag staat do vóór het onderwerp en blijft het hoofdwerkwoord daarna in de basisvorm: Do you work? = “Werk je?” Do you geeft op zichzelf nog niet aan waarnaar gevraagd wordt; dat volgt met het werkwoord. feel betekent hier dat je een bepaalde toestand ervaart, niet alleen lichamelijk aanraken. De vorm is de basisvorm na do; bij he/she/it zou de bevestigende vorm meestal feels zijn, maar na does blijft ook het hoofdwerkwoord in de basisvorm: Does she feel ready? = “Voelt zij zich klaar?” ready is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “klaar” of “voorbereid”. Na feel beschrijft het een toestand: feel ready. Een veelgebruikt patroon is be/feel ready to + werkwoord: I feel ready to start. = “Ik voel me klaar om te beginnen.” work staat in to work in de to-infinitief. Het betekent hier “werken”. Het is dus niet de verleden tijd; de verleden vorm is worked. Hetzelfde patroon zie je in ready to leave = “klaar om te vertrekken”. again betekent “weer” of “opnieuw” en geeft aan dat het werken eerder al plaatsvond of bedoeld was. Het bepaalt niet op zichzelf wanneer dat eerdere moment was. Samen vormen de delen de vraag Do you feel ready to work again?: “Voel je je klaar om weer te werken?” De vraag gaat over de ervaren gereedheid van de aangesprokene om het werken opnieuw te beginnen.
I feel better now.
Ik voel me nu beter.
- feel
- voelen
- better
- beter
- now
- nu
Uitgebreide uitleg
feel betekent hier dat de spreker een bepaalde toestand ervaart. De vorm is de tegenwoordige tijd; bij I blijft de vorm feel (niet feels). Een veelgebruikt patroon is feel + bijvoeglijk naamwoord om een ervaren toestand te beschrijven: “I feel tired.” — “Ik voel me moe.” better geeft hier een verbetering van de toestand aan: de spreker voelt zich nu beter dan eerder. Het is de vergrotende trap van good: good – better – best. In deze zin beschrijft better de toestand na feel; het betekent niet zelfstandig “meer goed”. Voorbeeld: “She feels better today.” — “Ze voelt zich vandaag beter.” now plaatst de beschreven toestand in het heden, op dit moment. Het contrasteert vaak met een eerdere toestand, zonder op zichzelf precies te zeggen wanneer de verandering plaatsvond. Voorbeeld: “I understand it now.” — “Ik begrijp het nu.” Samen vormen I feel better now een mededeling waarin I de ervaarder is, feel better de huidige verbeterde toestand uitdrukt en now die toestand aan het huidige moment koppelt. De natuurlijke betekenis is: “Ik voel me nu beter.”
Should we go back to the desk?
Zullen we teruggaan naar het bureau?
- Should we
- Zullen we …?
- go back
- teruggaan
- desk
- bureau
Uitgebreide uitleg
Should we opent een vraag waarin de spreker een gezamenlijke handeling voorstelt: “Zullen we …?” Het onderwerp we betekent hier dat de spreker en minstens één andere persoon samen bedoeld zijn. In dit gebruik drukt should geen verplichting uit; de combinatie vraagt of het een goed idee is om iets samen te doen. Patroon: Should we + werkwoord ...? Bijvoorbeeld: Should we wait? = “Zullen we wachten?” go back betekent hier “teruggaan”: go is de basisvorm van het werkwoord en back geeft de richting naar een eerder vertrekpunt of een eerdere plaats aan. Na Should we blijft het werkwoord in de basisvorm: Should we go ...?, niet Should we goes ...? of Should we went ...? Vergelijk: go back = “teruggaan”, come back = “terugkomen” vanuit het perspectief van de plaats waar de spreker zich bevindt of naartoe verwijst. Voorbeeld: Should we go back now? = “Zullen we nu teruggaan?” desk is een zelfstandig naamwoord voor een bureau, dus een werktafel of werkplek. Het meervoud is desks. Met een bepaalde plaats kan Engels bijvoorbeeld zeggen: We are at the desk. = “We zijn bij het bureau.” In de vaste zin staat the desk; the maakt duidelijk dat het om een specifieke, voor de gesprekspartners herkenbare werkplek gaat. Samen vormt de zin: Should we + go back + to the desk? De voorzetselgroep to the desk geeft de bestemming aan. De volledige betekenis is daarom: “Zullen we teruggaan naar het bureau?” De zin is een gezamenlijke, beleefde suggestie in vraagvorm; hij zegt niet dat de terugkeer al heeft plaatsgevonden.
The break is over, so let's get moving.
De pauze is voorbij, dus laten we weer aan de slag gaan.
- break
- pauze
- is over
- is voorbij
- so
- dus
- let's get moving
- laten we weer aan de slag gaan
Uitgebreide uitleg
break betekent hier een pauze: een periode waarin je tijdelijk stopt met werken of een andere activiteit. Het is een zelfstandig naamwoord. In andere contexten kan break ook een onderbreking in het algemeen betekenen, bijvoorbeeld: “We took a short break.” — “We namen een korte pauze.” is over zegt dat iets afgelopen is. is is de vorm van be bij het enkelvoudige onderwerp the break; over beschrijft de toestand van de pauze. Vergelijk: “The meeting is over.” — “De vergadering is afgelopen.” Over heeft hier dus niet de ruimtelijke betekenis “boven”. so verbindt de situatie met het gevolg: omdat de pauze voorbij is, volgt er een aansporing om verder te gaan. Het betekent hier dus, niet bijvoorbeeld “zo”. Voorbeeld: “It is late, so we should leave.” — “Het is laat, dus we moeten vertrekken.” let's get moving is een vaste, informele aansporing. let's is de verkorte vorm van let us en wordt gebruikt om voor te stellen dat de spreker en de aangesprokene(n) samen iets doen. get moving betekent hier dat je in beweging komt en met de activiteit verdergaat; in deze context past daarom “weer aan de slag gaan”. Voorbeeld: “Let’s get moving.” — “Laten we gaan.” Samen bestaat de zin uit de situatie The break is over en het gevolg so let's get moving: de pauze is afgelopen, dus de spreker stelt voor dat de betrokkenen weer verdergaan. De vertaling “De pauze is voorbij, dus laten we weer aan de slag gaan” maakt die hervatting expliciet.
I need the file for the next task.
Ik heb het bestand nodig voor de volgende taak.
- I
- ik
- need
- nodig hebben
- file
- bestand
- next
- volgende
- task
- taak
Uitgebreide uitleg
I betekent hier de spreker als onderwerp. De vorm is de onderwerpsvorm; als voorwerp gebruik je me, bijvoorbeeld: “She helps me.” = “Zij helpt mij.” need is hier het werkwoord “nodig hebben”. De basisvorm is need; bij he, she en it wordt dat in de tegenwoordige tijd needs, terwijl het bij I, you, we en they need blijft. Een bruikbaar patroon is I need + zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld: “I need help.” = “Ik heb hulp nodig.” file betekent hier een bestand, bijvoorbeeld een digitaal document. Het meervoud is files. Het lidwoord the maakt duidelijk dat het om een specifiek, voor de gesprekspartners geïdentificeerd bestand gaat; het drukt op zichzelf geen aantal uit. next betekent hier “volgende” in de volgorde of planning. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord en beschrijft welke taak bedoeld wordt. Vergelijk the next task met the previous task (“de vorige taak”). task betekent “taak”: werk dat uitgevoerd moet worden. Het meervoud is tasks. In the next task vormt het samen met next de specifieke naamwoordgroep “de volgende taak”. Samen geeft I need aan dat de spreker iets nodig heeft. the file is wat nodig is, en for the next task geeft het doel of de gebruikssituatie aan: het bestand is nodig voor de volgende taak. De volledige betekenis is dus: “Ik heb het bestand nodig voor de volgende taak.”
It's on the desk.
Het ligt op het bureau.
- It's
- het is
- on
- op
- desk
- bureau
Uitgebreide uitleg
It's is de samentrekking van it is: it + is. Op zichzelf betekent deze vorm hier “het is”; pas samen met de plaatsbepaling wordt de volledige betekenis in het Nederlands natuurlijk weergegeven als “het ligt”. it is een Engels persoonlijk voornaamwoord voor een niet-persoonlijk of onzijdig enkelvoudig referent. Het concrete referent wordt in deze zin niet benoemd. Voorbeeld: It's in the bag. — “Het zit in de tas.” on geeft hier de plaatsrelatie “op” aan: iets bevindt zich op een oppervlak. Voorbeeld: The keys are on the table. — “De sleutels liggen op de tafel.” desk betekent hier “bureau”: een meubel waaraan men bijvoorbeeld werkt of waarop men spullen legt. Het meervoud is desks; het onbepaalde enkelvoud is a desk. In the desk maakt the duidelijk dat het om een bepaald, voor de gesprekspartners identificeerbaar bureau gaat. Samen vormen on en the desk de plaatsbepaling “op het bureau”. It's koppelt het referent aan die plaats. Daarom betekent de volledige zin hier natuurlijk: “Het ligt op het bureau.”
I can focus better now.
Ik kan me nu beter concentreren.
- I can
- ik kan
- focus
- concentreren
- better
- beter
- now
- nu
Uitgebreide uitleg
I can drukt uit dat de spreker op dit moment de mogelijkheid of het vermogen heeft om iets te doen. can is een modaal hulpwerkwoord; er komt geen to voor het volgende werkwoord: I can focus, niet I can to focus. Na can staat het werkwoord in de basisvorm. Vergelijk: I can focus. = Ik kan me concentreren; I can't focus. = Ik kan me niet concentreren. focus betekent hier ‘zich concentreren’ of ‘de aandacht richten’. Het is de basisvorm na can. In het Engels kan focus ook een zelfstandig naamwoord zijn, maar in deze zin is het een werkwoord. Voorbeeld: She focuses on the task. = Zij concentreert zich op de taak. In die vorm krijgt het werkwoord bij she de uitgang -es; na can blijft het focus. better is hier de vergrotende trap van het bijwoord well: well – better – best. Het beschrijft hoe goed de spreker zich kan concentreren en hoort dus bij focus, niet bij een zelfstandig naamwoord. better betekent hier ‘beter’, in vergelijking met een eerder of anderszins bekend niveau. Voorbeeld: I work better in the morning. = Ik werk ’s ochtends beter. now betekent ‘nu’ en plaatst de mogelijkheid in de huidige tijd. Samen met can maakt het duidelijk dat de spreker zich nu beter kan concentreren; het zegt niet op zichzelf waarom dat zo is. De onderdelen vormen samen: I can + focus + better + now → ‘Ik kan me nu beter concentreren.’ De Engelse zin gebruikt focus zonder verplicht wederkerend voornaamwoord, terwijl het Nederlands in deze vertaling me concentreren gebruikt. Now staat aan het einde, maar heeft betrekking op de hele mededeling.
Then let's start with the file.
Laten we dan met het bestand beginnen.
- Then
- dan
- let's
- laten we
- start
- beginnen
- with
- met
- file
- bestand
Uitgebreide uitleg
Then betekent hier dan en ordent de volgende stap in het gesprek of de activiteit. Het verwijst dus naar wat nu hierna gebeurt; het hoeft niet op een verleden tijd te wijzen. let's is de verkorte vorm van let us. In deze vaste constructie is het een voorstel om iets samen te doen: Let's begin. = Laten we beginnen. Het is niet hetzelfde als een gewoon bevel aan alleen de luisteraar. start betekent hier beginnen. De basisvorm is start; bijvoorbeeld: We start at nine. = We beginnen om negen uur. In deze constructie staat de basisvorm na let's. with geeft aan waarmee men begint: start with X = met X beginnen. Voorbeeld: Start with the easy exercise. = Begin met de gemakkelijke oefening. file betekent hier bestand, dus een document of gegevensbestand. Het meervoud is files: I opened two files. = Ik opende twee bestanden. Het woord the maakt van file een bepaald bestand, maar de zin zelf legt niet uit welk bestand dat is. Samen vormen de delen de herbruikbare structuur Then let's start with [iets]. De spreker stelt voor om als volgende stap gezamenlijk met het bestand te beginnen. De volledige betekenis is: Laten we dan met het bestand beginnen.
Grammatica
feel + adjective
I feel ready.
Ai fiel reddie.Ik ben er klaar voor.
Na feel gebruik je een bijvoeglijk naamwoord om een gevoel of toestand te beschrijven.
start with + noun
Start with the next task.
Start widh də nekst task.Begin met de volgende taak.
Gebruik start with om aan te geven waarmee je begint.
Engels woordenschat
Do you feel ready to work again?
I feel better now.
The break is over.
Should we go back to the desk?
Do you feel ready to work again?
Let's get moving.
Should we go back to the desk?
I need the file for the next task.
I feel better now.
The break is over.
Do you feel ready to work again?
Do you feel ready to work again?
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Ik voel me nu beter.
Antwoord tonen
I feel better now.Het ligt op het bureau.
Antwoord tonen
It's on the desk.Ik kan me nu beter concentreren.
Antwoord tonen
I can focus better now.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
weer
Antwoord tonen
againwerken
Antwoord tonen
workpauze
Antwoord tonen
breakklaar