Een boek lenen in de bibliotheek | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a library, a visitor asks to borrow a book, where to return it, and where to read before leaving..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een boek lenen in de bibliotheek oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

This library is very quiet.

Dhis laibrèri iz vèrie kwaajət. Deze bibliotheek is heel stil.
B

We keep our voices low so people can study.

Wie kiép auer voisiz lou sou piepel ken studdie. We praten zacht zodat mensen kunnen studeren.
A

I want to borrow this book.

Aj want tə barou dhis boek. Ik wil dit boek lenen.
B

I can check it out for you at the desk.

Aj ken tsjek it aut fer joe et dhə desk. Ik kan het bij de balie voor je uitlenen.
A

Where should I return it?

Wèr sjud aj ritèrn it? Waar moet ik het terugbrengen?
B

Bring it back to the desk when you are finished.

Bring it bèk tə dhə desk wen joe ar finisjt. Breng het terug naar de balie als je klaar bent.
A

The window seat looks comfortable.

Dhə windou siet loeks kamfertəbel. De zitplaats bij het raam ziet er comfortabel uit.
B

You can sit there and read before you leave.

Joe ken sit dhèr ən ried bifor joe liev. Je kunt daar zitten en lezen voordat je weggaat.

Uitleg van de zinnen

  1. This library is very quiet.

    Deze bibliotheek is heel stil.

    This
    deze
    library
    bibliotheek
    very
    heel; erg
    quiet
    stil
    Uitgebreide uitleg

    This staat hier vóór library en wijst naar één specifieke bibliotheek die in de situatie wordt bedoeld: “deze”. Als aanwijzend woord staat this bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Het meervoud is these, bijvoorbeeld: These books are useful. — “Deze boeken zijn nuttig.” library betekent hier “bibliotheek”. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord; daarom staat er in deze zin geen meervoudsuitgang, omdat het om één bibliotheek gaat. Het meervoud is libraries, bijvoorbeeld: The libraries are open. — “De bibliotheken zijn open.” very versterkt het bijvoeglijk naamwoord quiet: “heel” of “erg”. Het beschrijft dus een hoge mate van stilte, niet een afzonderlijke plaats of handeling. Een vergelijkbaar patroon is very large — “heel groot”. quiet betekent hier “stil”: er is weinig of geen geluid. Het is een bijvoeglijk naamwoord. De vergrotende trap is quieter (“stiller”) en de overtreffende trap the quietest (“het stilst”), bijvoorbeeld: This room is quieter. — “Deze kamer is stiller.” Samen vormen This library en is very quiet de mededeling dat deze specifieke bibliotheek heel stil is. Is is de vorm van be bij het enkelvoudige onderwerp this library; very versterkt quiet. De volledige betekenis is: “Deze bibliotheek is heel stil.”

  2. We keep our voices low so people can study.

    We praten zacht zodat mensen kunnen studeren.

    We
    we
    keep
    houden
    our
    onze
    voices
    stemmen
    low
    zacht
    so
    zodat
    people
    mensen
    can
    kunnen
    study
    studeren
    Uitgebreide uitleg

    We betekent hier “wij”: de spreker rekent zichzelf tot de groep. Het is de onderwerpsvorm; de bijbehorende objectsvorm is us. Voorbeeld: “We study.” = “Wij studeren.” keep betekent in deze combinatie niet simpelweg “bewaren”. In keep our voices low betekent het dat je ervoor zorgt dat je stemgeluid zacht blijft: “zacht praten” of letterlijker “onze stemmen zacht houden”. Keep is de basisvorm; bij he, she of it wordt dat keeps, en de verleden tijd is kept. Voorbeeld: “Please keep the door open.” = “Houd de deur alsjeblieft open.” our is een bezittelijk woord voor iets dat bij we hoort. Het verandert niet omdat het bezeten zelfstandig naamwoord meervoud is: our voice en our voices gebruiken allebei our. Het zelfstandige naamwoord daarna bepaalt wel enkelvoud of meervoud. voices is het meervoud van voice, “stem”. Voice kan de menselijke stem betekenen, maar ook bijvoorbeeld een zangstem of een manier van spreken. Hier gaat het volgens de vertaling om het stemgeluid tijdens het praten. Voorbeeld: “Her voice is clear.” = “Haar stem is duidelijk.” low beschrijft hier de toestand van voices: de stemmen zijn niet luid. In deze vaste combinatie wordt low natuurlijk vertaald als “zacht”; het is dus niet de ruimtelijke betekenis “laag”. De vergelijkingsvormen zijn low, lower, the lowest, al is quiet een veelgebruikt verwant woord voor “stil”. Voorbeeld: “Keep your voice low.” = “Praat zacht.” so leidt hier een doel- of gevolgzin in. In combinatie met can past de vertaling zodat: het zacht houden van de stemmen maakt het mogelijk dat mensen studeren. Het is hier dus niet het losse bijwoord “zo”. Voorbeeld: “Speak clearly so everyone can understand.” = “Praat duidelijk zodat iedereen het kan begrijpen.” people betekent “mensen” en is al een meervoudig zelfstandig naamwoord. Het krijgt daarom geen gewone meervoudsuitgang -s; het enkelvoudige woord is person. In deze zin verwijst het naar de mensen die kunnen studeren, zonder dat hun precieze identiteit verder wordt vastgelegd. can is een modaal hulpwerkwoord. Hier drukt het mogelijkheid uit: mensen zijn in staat om te studeren. Na can volgt de basisvorm van het werkwoord, zonder to: can study, niet can studies. Can verandert niet voor de derde persoon: “She can study.” = “Zij kan studeren.” study is hier de basisvorm na can en betekent “studeren”. Zonder hulpwerkwoord krijgt de tegenwoordige tijd bij he, she of it de vorm studies: “She studies.” = “Zij studeert.” Bij I, we, you en they blijft de vorm study. Samen vormt keep our voices low de herbruikbare constructie “ervoor zorgen dat onze stemmen zacht blijven”, natuurlijk vertaald als “zacht praten”. So people can study geeft het doel daarvan: “zodat mensen kunnen studeren”. De volledige zin betekent daarom: “We praten zacht zodat mensen kunnen studeren.”

  3. I want to borrow this book.

    Ik wil dit boek lenen.

    I want
    ik wil
    borrow
    lenen
    this
    dit
    book
    boek
    Uitgebreide uitleg

    I want drukt uit dat de spreker iets wil doen. want is hier de tegenwoordige tijd van to want; het onderwerp I bepaalt de vorm, maar bij he/she/it krijgt het werkwoord wants: I want tegenover she wants. Na want kan een infinitief met to volgen: I want to read. — Ik wil lezen. In de vaste zin staat to niet in dit geselecteerde fragment, maar het hoort samen met het volgende werkwoord bij het patroon want to + werkwoord. borrow betekent hier iets tijdelijk van iemand of een instelling lenen, met de bedoeling het later terug te geven. De basisvorm is borrow; de verleden tijd en het voltooid deelwoord zijn borrowed. Het verschilt van lend: degene die iets ontvangt, borrows it, terwijl degene die het beschikbaar stelt, lends it. Voorbeeld: Can I borrow your pen? — Mag ik je pen lenen? this wijst naar één dichtbij zijnd of in de situatie aangewezen ding. Voor een meervoud gebruik je these, zoals in these books — deze boeken. This verandert hier niet omdat het zelfstandig naamwoord erna mannelijk of vrouwelijk zou zijn; het staat bij een enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord. book is het zelfstandig naamwoord voor een boek. Het meervoud is books; de uitgang -s maakt hier het meervoud. Voorbeeld: This book is useful. — Dit boek is nuttig. Samen vormen de delen I want to borrow this book. De spreker geeft aan dat die persoon dit ene, aangewezen boek tijdelijk wil lenen. want to borrow geeft de wens plus de handeling weer, en this book benoemt wat geleend moet worden. De formulering is alledaags en neutraal.

  4. I can check it out for you at the desk.

    Ik kan het bij de balie voor je uitlenen.

    I can
    ik kan
    check it out
    het lenen of uitlenen
    for you
    voor je
    at the desk
    bij de balie
    Uitgebreide uitleg

    I can: can is een modaal werkwoord voor mogelijkheid of beschikbaarheid: “ik kan”. Na can staat het basiswerkwoord zonder to; hier volgt check. De vorm verandert niet met de persoon: I can check en she can check. Voorbeeld: I can help you. — “Ik kan je helpen.” check it out: In deze uitleencontext betekent check out dat het boek bij de balie wordt geleend of aan de aangesprokene wordt uitgeleend. it is het voornaamwoord voor het boek dat in de voorafgaande context wordt genoemd. check blijft na can de basisvorm. In een andere context kan check out ook “bekijken” of “controleren” betekenen; hier bepaalt de uitleencontext de betekenis. for you: Deze woordgroep geeft aan voor wie de handeling gebeurt: “voor jou/je”. you heeft dezelfde vorm voor enkelvoud en meervoud en voor onderwerp en voorwerp. Voorbeeld: I can reserve it for you. — “Ik kan het voor je reserveren.” at the desk: at geeft hier de plaats aan, en the desk betekent in deze context “de balie”. the maakt de bedoelde plaats specifiek; het drukt op zichzelf geen aantal uit. Samen vormen de delen: I can + check it out + for you + at the desk. De spreker zegt dat die persoon het genoemde boek bij de balie voor de aangesprokene kan laten lenen of uitlenen. Dat sluit aan bij de voorafgaande wens om het boek te lenen en bij de vaste Nederlandse vertaling.

  5. Where should I return it?

    Waar moet ik het terugbrengen?

    Where
    waar
    should I
    moet ik
    return
    terugbrengen
    it
    het
    Uitgebreide uitleg

    Where vraagt naar de plaats: “waar”. Het staat hier aan het begin van de vraag, omdat de spreker wil weten naar welke plaats het voorwerp moet worden teruggebracht. Vergelijk: Where is it? = “Waar is het?” should I combineert should met het onderwerp I. In deze zin geeft should aan wat volgens de situatie de juiste of verwachte handeling is; de vaste vertaling maakt dat hier duidelijk met “moet”. Het is geen verleden tijd van shall. Patroon: Where should I ...? = “Waar moet ik ...?” Voorbeeld: Where should I wait? = “Waar moet ik wachten?” return is hier een zelfstandig werkwoord met een lijdend voorwerp: iets terugbrengen of teruggeven. De vorm return is de basisvorm; na should blijft het werkwoord in die vorm: should I return, niet should I returns of should I returned. Voorbeeld: Please return the key. = “Breng de sleutel alstublieft terug.” it is een persoonlijk voornaamwoord dat hier als lijdend voorwerp wordt gebruikt. Het verwijst hier naar het voorwerp dat eerder in de context is uitgeleend en dat teruggebracht moet worden. Het Engels gebruikt de vorm it zowel als onderwerp als als lijdend voorwerp; de grammaticale rol blijkt uit de zin. Voorbeeld: I found it. = “Ik heb het gevonden.” Samen vormen de delen de vraag Where should I return it?: “Waar moet ik het terugbrengen?” Where vraagt naar de bestemming, should I vraagt welke handeling of plaats passend is, return betekent “terugbrengen” en it is het voorwerp dat wordt teruggebracht. In deze context past de balie als bestemming, maar de Engelse vraag zelf noemt die plaats niet expliciet.

  6. Bring it back to the desk when you are finished.

    Breng het terug naar de balie als je klaar bent.

    Bring
    brengen
    it
    het
    back
    terug
    desk
    balie
    finished
    klaar
    Uitgebreide uitleg

    Bring is hier de gebiedende wijs van bring (“brengen”). In een opdracht staat het onderwerp meestal niet apart: de aangesprokene is de uitvoerder. Een bruikbaar patroon is bring + voorwerp + to + plaats. Voorbeeld: Bring the book to the table. — “Breng het boek naar de tafel.” it is hier een persoonlijk voornaamwoord voor het bedoelde niet-persoonlijke enkelvoudige voorwerp. Volgens de vaste vertaling en de voorafgaande vraag verwijst het naar het voorwerp dat moet worden teruggebracht. In het Engels blijft it zowel als onderwerp als als lijdend voorwerp dezelfde vorm houden; de functie blijkt dus uit de zinsbouw, niet uit een aparte vorm. back betekent hier “terug” en geeft aan dat het voorwerp naar een eerdere of bedoelde plaats wordt gebracht. Samen met bring vormt het bring ... back, een veelgebruikt werkwoordelijk patroon voor “iets terugbrengen”. Voorbeeld: Please bring it back tomorrow. — “Breng het morgen alstublieft terug.” desk is een zelfstandig naamwoord voor een bureau of balie. Met the wordt een bepaalde, voor de gesprekspartners herkenbare plek aangeduid; the desk betekent hier de bedoelde balie. Na to staat de bestemming: to the desk betekent “naar de balie”. finished is hier de vorm van finish (“afmaken, beëindigen”) die als beschrijving van een toestand wordt gebruikt: iemand is klaar met een activiteit. In you are finished is you het onderwerp, are de vorm van be en finished de aanvulling. Finished betekent hier dus niet dat het voorwerp klaar is, maar dat de aangesprokene klaar is. Voorbeeld: I am finished with the report. — “Ik ben klaar met het verslag.” De hoofdzin Bring it back to the desk geeft de opdracht om het bedoelde voorwerp terug naar de balie te brengen. when you are finished geeft het moment aan waarop dat moet gebeuren: als of zodra de aangesprokene klaar is. Samen betekent de volledige zin: “Breng het terug naar de balie als je klaar bent.”

  7. The window seat looks comfortable.

    De zitplaats bij het raam ziet er comfortabel uit.

    window
    raam
    seat
    zitplaats
    looks
    ziet eruit
    comfortable
    comfortabel
    Uitgebreide uitleg

    window betekent hier ‘raam’ en staat vóór seat in de samenstelling window seat: samen is dat een zitplaats bij het raam. In het Engels staat het eerste zelfstandig naamwoord vaak als bepaling vóór het belangrijkste zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld coffee shop = ‘koffiezaak’. Dit betekent niet dat window hier zelfstandig de zitplaats aanduidt. seat betekent ‘zitplaats’. Het is een zelfstandig naamwoord voor een plaats waar iemand kan zitten. Het werkwoord is sit (‘zitten’); die vormen zijn niet hetzelfde: a seat is de plaats, terwijl sit de handeling of toestand uitdrukt. Voorbeeld: Please take a seat. — ‘Ga alstublieft zitten.’ looks betekent hier ‘ziet eruit’ en hoort bij het onderwerp The window seat. De vorm looks is de tegenwoordige tijd van look bij een derde persoon enkelvoud, zoals it looks; bij I, you, we en they staat look: They look comfortable. — ‘Ze zien er comfortabel uit.’ In look + adjective beschrijft het bijvoeglijk naamwoord hoe iets volgens de waarneming overkomt. comfortable betekent ‘comfortabel’ of ‘gerieflijk’. Het beschrijft hier de indruk dat de zitplaats prettig is om op te zitten. Het woord verandert in deze functie niet voor enkelvoud of meervoud: The seats look comfortable. — ‘De zitplaatsen zien er comfortabel uit.’ Samen vormen The window seat en looks comfortable de structuur onderwerp + look(s) + bijvoeglijk naamwoord. The maakt van window seat de bepaalde zitplaats waarnaar de zin verwijst. De hele zin betekent daarom: ‘De zitplaats bij het raam ziet er comfortabel uit.’ De zin zegt dat de zitplaats zo overkomt; hij zegt niet rechtstreeks dat iemand er al op zit of dat de zitplaats daadwerkelijk comfortabel is.

  8. You can sit there and read before you leave.

    Je kunt daar zitten en lezen voordat je weggaat.

    You can
    je kunt
    sit
    zitten
    there
    daar
    read
    lezen
    before
    voordat
    leave
    weggaan
    Uitgebreide uitleg

    You can drukt hier uit dat de aangesprokene de mogelijkheid of toestemming heeft om iets te doen. can is een modaal werkwoord; daarna komt het werkwoord in de basisvorm, zonder to: You can sit, niet You can to sit. Het onderwerp you kan naar één persoon of naar meerdere personen verwijzen; de vorm verandert hier niet. Sit betekent hier ‘zitten’. De basisvorm is ook de vorm na can: I can sit, she can sit, they can sit. Zonder modaal werkwoord krijgt de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd wel vaak s: She sits here. Voorbeeld: You can sit here. — ‘Je kunt hier zitten.’ There betekent hier ‘daar’ en verwijst naar een plaats die voor de gesprekspartners voldoende duidelijk is. Het woord zelf draagt geen informatie over welke specifieke plaats dat is. In sit there geeft het aan waar het zitten plaatsvindt. Read betekent hier ‘lezen’. Na can blijft het de basisvorm: You can read. Zonder can verandert de vorm in de tegenwoordige tijd bij een derde persoon enkelvoud: She reads every evening. De vorm read kan in het Engels ook een verleden tijd zijn; in deze zin is het door can duidelijk de basisvorm. Before betekent ‘voordat’ en leidt hier een tijdsbepalende bijzin in. Het verbindt de handeling van lezen met een later vertrek in de zin: eerst kan de persoon zitten en lezen, en het vertrek komt daarna. Voorbeeld: Wash your hands before you eat. — ‘Was je handen voordat je eet.’ Leave betekent hier ‘weggaan’ of ‘vertrekken’. De basisvorm staat na you in de bijzin: before you leave. In de tegenwoordige tijd krijgt alleen de derde persoon enkelvoud de vorm leaves: He leaves early. Het woord leave kan ook ‘verlaten’ betekenen wanneer er een plaats of persoon als object volgt, maar hier betekent het zelfstandig ‘weggaan’. Samen geeft You can sit there and read before you leave. de instructie of toestemming: de aangesprokene kan daar gaan zitten en lezen voordat die persoon weggaat. Sit en read zijn met and verbonden en vallen allebei onder can; daarom staat na and opnieuw de basisvorm read, zonder een tweede can.

Grammatica

before + subject + verb

I read before I leave.

Aj ried bifor aj liev.

Ik lees voordat ik wegga.

Na before volgt een volledige bijzin met een onderwerp en een werkwoord.

verb + object pronoun + particle

Bring it back.

Bring it bèk.

Breng het terug.

Bij deze werkwoordelijke uitdrukking staat het voornaamwoord it tussen het werkwoord en het partikel.

Engels woordenschat

book zelfstandig naamwoord
boek boek
borrow werkwoord
barou lenen
bring it back uitdrukking
bring it bèk het terugbrengen
check it out uitdrukking
tsjek it aut het uitlenen
desk zelfstandig naamwoord
desk balie
finished bijvoeglijk naamwoord
finisjt klaar
library zelfstandig naamwoord
laibrèri bibliotheek
low bijvoeglijk naamwoord
lou zacht
quiet bijvoeglijk naamwoord
kwaajət stil
return werkwoord
ritèrn terugbrengen
study werkwoord
studdie studeren
voices zelfstandig naamwoord
voisiz stemmen

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Deze bibliotheek is heel stil.

Antwoord tonenThis library is very quiet.

Ik wil dit boek lenen.

Antwoord tonenI want to borrow this book.

Waar moet ik het terugbrengen?

Antwoord tonenWhere should I return it?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

stil

Antwoord tonenquiet

studeren

Antwoord tonenstudy

boek

Antwoord tonenbook

balie

Antwoord tonendesk