Een studieruimte vragen | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a library, one person asks whether a study room is available for quiet reading..

NL → EN / Niveau: A1

Over deze les

Met Een studieruimte vragen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

Is a study room available?

iz uh stuhdie roem uh-veeluhbul? Is er een studieruimte beschikbaar?
B

One is open now.

wan iz ooupən nau. Er is nu een studieruimte open.
A

Can I read in there?

ken ai ried in der? Kan ik daar lezen?
B

You can use it for reading and close the door.

joe ken joez it fer rieding ən klooz de dor. Je kunt die gebruiken om te lezen en de deur sluiten.
A

Will it stay quiet?

wil it stee kwai-ət? Blijft het stil?
B

The walls block most of the noise.

de wols blok moost uhv de noiz. De muren houden het meeste lawaai tegen.
A

This room works for me.

dis roem wurks fer mie. Deze kamer is prima voor mij.
B

Please leave it clean for other people.

pliez liev it klien fer uder piepul. Laat de kamer alsjeblieft schoon achter voor andere mensen.

Woord voor woord

Is Is is hier de vraagvorm van be en betekent in deze zin dat je vraagt of iets beschikbaar is. In de vraag Is a study room available? staat Is vooraan.
a A geeft in a study room aan dat het om één, nog niet nader bepaalde studieruimte gaat. Het staat vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
study Study geeft in study room aan dat de ruimte bedoeld is om te studeren of te lezen. In het patroon study room staat study vóór room.
room Room betekent hier een kamer of afgebakende ruimte, namelijk een studieruimte. In a study room is room het centrale woord van de woordgroep.
available Available betekent hier beschikbaar voor gebruik. In Is a study room available? vraag je of er een studieruimte vrij is.
One One verwijst hier naar één studieruimte zonder het woord room opnieuw te herhalen. In One is open now. staat One als onderwerp.
open Open betekent hier dat de ruimte toegankelijk en bruikbaar is. In One is open now. beschrijft open de toestand van de studieruimte.
now Now betekent op dit moment. In One is open now. maakt now duidelijk dat de ruimte op dit moment open is.
Can Can drukt hier de vraag naar mogelijkheid of toestemming uit. In Can I read in there? staat Can vooraan, gevolgd door I en de werkwoordsvorm read.
I I verwijst naar de spreker en betekent ik. In Can I read in there? is I degene die wil lezen.
read Read betekent hier lezen. In Can I read in there? staat read na I om de gevraagde handeling te noemen.
in In geeft hier de plaats aan waar het lezen gebeurt. In de woordgroep in there staat in vóór de plaatsaanduiding there.
there There verwijst hier naar de eerder genoemde studieruimte. In in there betekent het in die ruimte of op die plaats.
You You verwijst naar de aangesproken persoon en kan hier jij of u betekenen. In You can use it geeft You aan wie de toestemming of mogelijkheid krijgt.
use Use betekent hier gebruiken. In use it for reading staat use vóór het object it en daarna het doel for reading.
it It verwijst hier naar de studieruimte. In You can use it for reading vervangt it de eerder genoemde ruimte.
for For geeft hier het doel van het gebruik aan. In for reading betekent het voor het lezen en staat for vóór reading.
reading Reading verwijst hier naar de activiteit lezen. In You can use it for reading noemt for reading waarvoor je de ruimte kunt gebruiken.
and And verbindt hier twee handelingen: de ruimte gebruiken en de deur sluiten. In and close the door staat and tussen deze twee handelingen.
close Close betekent hier sluiten, namelijk de deur dichtdoen. In close the door staat close direct vóór het object the door.
the The verwijst naar iets specifieks dat voor de gesprekspartners herkenbaar is. In the door gaat het om de deur van de ruimte; dezelfde vorm staat aan het begin van The walls.
door Door betekent hier deur. In close the door is het de deur die gesloten moet worden.
Will Will leidt hier een vraag over een toekomstige toestand in. In Will it stay quiet? staat Will vooraan, vóór it.
stay Stay betekent hier blijven in dezelfde toestand. In stay quiet gaat het om stil blijven.
quiet Quiet betekent hier stil, met weinig of geen lawaai. In Will it stay quiet? vraag je of de ruimte stil zal blijven.
walls Walls betekent hier muren, de muren van de studieruimte. Walls is de meervoudsvorm van wall en staat in The walls als onderwerp.
block Block betekent hier tegenhouden of buitensluiten. In The walls block most of the noise gaat het erom dat de muren het meeste lawaai tegenhouden.
most Most betekent hier het grootste deel. In most of the noise vormt most samen met of the noise de betekenis het meeste van het lawaai.
of Of verbindt hier een deel met het geheel. In most of the noise betekent most of the noise het grootste deel van het lawaai.
noise Noise betekent hier lawaai of ongewenst geluid. In most of the noise is noise het geluid dat grotendeels door de muren wordt tegengehouden.
This This verwijst naar de kamer die de spreker op dat moment bedoelt. In This room staat This vóór room om die specifieke kamer aan te wijzen.
works Works betekent hier geschikt zijn of goed passen bij de behoeften van de spreker, niet alleen functioneren. In This room works for me. zegt de spreker dat deze kamer geschikt is.
me Me verwijst naar de spreker en betekent mij. In works for me geeft for me aan voor wie de kamer geschikt is.
Please Please maakt een verzoek beleefder. In Please leave it clean for other people. staat Please aan het begin van het verzoek.
leave Leave betekent hier achterlaten in een bepaalde toestand. In leave it clean vraagt de spreker om de ruimte schoon achter te laten.
clean Clean beschrijft hier de schone toestand waarin it moet worden achtergelaten. In leave it clean staat clean na it en geeft het resultaat van leave aan.
other Other betekent hier andere, dus niet de mensen die nu worden aangesproken. In other people verwijst het naar de overige gebruikers van de ruimte.
people People betekent hier mensen, namelijk de andere gebruikers van de studieruimte. In for other people geeft het aan voor wie de ruimte schoon moet blijven.

Grammatica

one als zelfstandig voornaamwoord

Use one.

joez wan.

Gebruik er een.

one kan een eerder genoemd zelfstandig naamwoord vervangen. In het Nederlands gebruik je vaak er een.

most + ontelbaar zelfstandig naamwoord zonder lidwoord

Most noise.

moost noiz.

Het meeste lawaai.

Voor een ontelbaar zelfstandig naamwoord staat na most meestal geen the: most noise.

Engels woordenschat

available bijvoeglijk naamwoord
uh-veeluhbul beschikbaar
close werkwoord
klooz sluiten
door zelfstandig naamwoord
dor deur
now bijwoord
nau nu
one voornaamwoord
wan één; er een
open bijvoeglijk naamwoord
ooupən open
read werkwoord
ried lezen
reading zelfstandig naamwoord
rieding lezen; het lezen
stay werkwoord
stee blijven
study room zelfstandig naamwoord
stuhdie roem studieruimte
there bijwoord
der daar
use werkwoord
joez gebruiken

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Is er een studieruimte beschikbaar?

Antwoord tonenIs a study room available?

Er is nu een studieruimte open.

Antwoord tonenOne is open now.

Kan ik daar lezen?

Antwoord tonenCan I read in there?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

daar

Antwoord tonenthere

open

Antwoord tonenopen

lezen; het lezen

Antwoord tonenreading

lezen

Antwoord tonenread