Een boek vinden in de bibliotheek | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a library, one person asks where to find a book and gets help checking the shelf..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een boek vinden in de bibliotheek oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

Where can I find this book?

wèr ken ai faind dhis boek? Waar kan ik dit boek vinden?
B

It should be on one of these shelves.

it sjud bie on wan uhv dhiez sjelvz. Het ligt waarschijnlijk op een van deze planken.
A

Which shelf should I check first?

witsj sjelf sjud ai tsjek ferst? Welke plank moet ik eerst bekijken?
B

Try the lower shelf near the end.

trai dhuh louer sjelf nier dhie end. Probeer de onderste plank bij het einde.
A

I can see the cover now.

ai ken sie dhuh kuhver nau. Ik kan de omslag nu zien.
B

Pull it out carefully so the others stay in place.

poel it aut kèrfulie sou dhie uh dhurz stee in pleis. Trek het er voorzichtig uit, zodat de andere boeken op hun plaats blijven.
A

This is the right book.

dhis iz dhuh rait boek. Dit is het juiste boek.
B

You can read it at that table.

joe ken ried it et dhet tee-bul. Je kunt het aan die tafel lezen.

Uitleg van de zinnen

  1. Where can I find this book?

    Waar kan ik dit boek vinden?

    Where
    waar
    can I
    kan ik
    find
    vinden
    this
    dit
    book
    boek
    Uitgebreide uitleg

    Where vraagt naar een plaats of locatie. In deze zin betekent het “waar”. Voorbeeld: “Where is the station?” = “Waar is het station?” can I is een vraagpatroon waarin het modale werkwoord can vóór het onderwerp I staat. Hier vraagt de spreker of het mogelijk is het boek te vinden; can drukt dus mogelijkheid uit en is niet op zichzelf een beleefdheidsvorm. Can verandert niet met het onderwerp en wordt gevolgd door de basisvorm van het volgende werkwoord. Voorbeeld: “Can I sit here?” = “Kan ik hier zitten?” find betekent hier “vinden”. De basisvorm is find; de verleden tijd en het voltooid deelwoord zijn found. Voorbeeld: “I found the book.” = “Ik heb het boek gevonden.” this is een aanwijzend woord voor één specifiek of aangewezen ding. Het Engelse this staat bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord; het meervoudige paar is these, zoals in “these books” = “deze boeken”. In deze zin verwijst this book naar één specifiek boek. Het Nederlandse dit in de vertaling hoort bij het Nederlandse woord boek. book is het zelfstandig naamwoord “boek”. Het enkelvoud is book, het meervoud books. Voorbeeld: “This book is new.” = “Dit boek is nieuw.” Samen vormt de zin het vraagpatroon Where can I find ...?: “Waar kan ik ... vinden?” Where vraagt naar de locatie, can I vraagt of het mogelijk is, find benoemt de handeling en this book noemt het bedoelde boek. De volledige betekenis is: “Waar kan ik dit boek vinden?”

  2. It should be on one of these shelves.

    Het ligt waarschijnlijk op een van deze planken.

    It
    het
    should
    waarschijnlijk
    be
    zijn
    on
    op
    one of
    een van
    these
    deze
    shelves
    planken
    Uitgebreide uitleg

    It verwijst hier naar het boek uit de voorafgaande vraag. Het is een enkelvoudig persoonlijk voornaamwoord voor een zaak of dier; de vorm verandert in deze functie niet naar mannelijk of vrouwelijk. Voor personen kunnen he, she of, wanneer het geslacht niet wordt gespecificeerd, they worden gebruikt. should drukt hier een verwachting uit: volgens de beschikbare informatie is de kans groot dat iets zich daar bevindt. In combinatie met be vormt het should be, dus “waarschijnlijk zijn/liggen”. Should kan in andere zinnen ook advies of een aanbeveling uitdrukken, maar dat is hier niet de bedoelde betekenis. Voorbeeld: The train should arrive soon. — “De trein komt waarschijnlijk binnenkort aan.” be is de basisvorm van het werkwoord be. Na een modaal werkwoord zoals should staat de basisvorm: should be, niet een vervoegde vorm zoals should is. on geeft hier de plaats aan: iets bevindt zich op een oppervlak of op een plank. Voorbeeld: The keys are on the table. — “De sleutels liggen op tafel.” one of betekent “een van” en selecteert één element uit een groep. Na one of staat in het Engels een meervoudige naamwoordgroep, zoals one of these shelves. Het betekent niet dat de zin precies één plank als totale hoeveelheid beweert; het zegt dat de bedoelde plaats één plank uit deze groep is. these is het meervoud van this en wijst op meerdere zaken die als dichtbij of relevant worden aangewezen. Hier staat het bij het meervoud shelves; de vorm van het demonstratief past daarbij. Vergelijk: this shelf — “deze plank” en these shelves — “deze planken”. shelves is het meervoud van shelf, “plank”. De spelling verandert daarbij van shelf naar shelves; dit is geen toevoeging van alleen -s. Voorbeeld: There are books on the shelves. — “Er staan boeken op de planken.” Samen bouwen de delen de betekenis op: It verwijst naar het boek, should be geeft de verwachting weer, on introduceert de plaats, en one of these shelves beperkt die plaats tot één plank uit de aangewezen groep. De volledige zin betekent daarom: “Het boek ligt waarschijnlijk op een van deze planken.”

  3. Which shelf should I check first?

    Welke plank moet ik eerst bekijken?

    Which
    welke
    shelf
    plank
    should I
    moet ik
    check
    bekijken
    first
    eerst
    Uitgebreide uitleg

    Which vraagt om een keuze uit bekende of relevante mogelijkheden: “welke”. In deze vraag bepaalt het welk exemplaar van shelf bedoeld is. Vergelijk: Which book do you want? = “Welk boek wil je?” De vorm which verandert in het Engels niet voor enkelvoud of meervoud. shelf betekent hier “plank”, in het bijzonder een plank waarop iets kan liggen of staan. Het meervoud is shelves, met een onregelmatige spelling en uitspraak. Voorbeeld: The books are on the shelf. = “De boeken liggen op de plank.” should I combineert het modale werkwoord should met het onderwerp I. Should drukt hier uit wat volgens de spreker de beste of aangewezen handeling is; het is niet zo sterk als een verplichte opdracht. In een vraag staat het modale werkwoord vóór het onderwerp: Should I wait? = “Moet ik wachten?” Het werkwoord na should blijft in de basisvorm: should check, niet should checks of should checked. check betekent hier “bekijken” of “controleren”: de plank onderzoeken om te zien of daar iets te vinden is. Het is een regelmatig werkwoord: check – checked – checked. Voorbeeld: Check the door. = “Controleer de deur.” first betekent “eerst” en geeft de volgorde aan: deze handeling komt vóór andere mogelijke controles. Het kan ook als rangtelwoord “eerste” betekenen, maar hier beschrijft het de volgorde van handelen. Voorbeeld: I will check this box first. = “Ik zal deze doos eerst bekijken.” Samen vormt Which shelf de vraag naar één plank uit de relevante mogelijkheden. should I check vraagt welke handeling de spreker het beste kan uitvoeren, en first beperkt die handeling tot het begin van de controlevolgorde. De hele zin betekent daarom: “Welke plank moet ik eerst bekijken?” De formulering is een gewone, neutrale manier om om advies over de volgorde te vragen.

  4. Try the lower shelf near the end.

    Probeer de onderste plank bij het einde.

    Try
    probeer
    lower
    onderste
    shelf
    plank
    near
    bij, dichtbij
    end
    einde
    Uitgebreide uitleg

    Try staat hier aan het begin als gebiedende wijs. De basisvorm is try; bij deze vorm wordt het onderwerp you in het Engels meestal niet uitgesproken: Try the lower shelf. betekent “Probeer de onderste plank.” In een mededelende zin varieert de werkwoordsvorm met het onderwerp, bijvoorbeeld I try en she tries. lower beschrijft hier de plank als de lagere/onderste optie. Het is de vergrotende trap van low: low – lower – lowest. Lower hoeft op zichzelf niet te betekenen dat iets absoluut het laagste is; het vergelijkt deze plank met een andere of met andere planken. In deze zin geeft de vertaling “onderste” de bedoelde keuze weer. shelf betekent “plank”, vooral een plank waarop je voorwerpen legt. Het meervoud is shelves, niet *shelfs*. In deze zin is shelf enkelvoud; the staat bij een specifieke plank die in de situatie identificeerbaar is. near geeft nabijheid aan: iets bevindt zich dicht bij een plaats, punt of tijdstip. Voorbeelden zijn near the station = “dicht bij het station” en near midnight = “rond middernacht”. Hier verbindt near de plank met the end. end betekent hier “einde” of “uiteinde”. Het zelfstandig naamwoord staat in the end, dus het gaat om een specifiek einde dat in deze situatie herkenbaar is. De combinatie near the end betekent “bij het einde” en zegt niet dat de plank zelf het einde is. Samen vormen the lower shelf near the end de specifieke plaatsaanduiding “de onderste plank bij het einde”. De hele zin is een bevel of instructie: Try + die plaatsaanduiding geeft “Probeer de onderste plank bij het einde.”

  5. I can see the cover now.

    Ik kan de omslag nu zien.

    I can
    ik kan
    see
    zien
    cover
    omslag
    now
    nu
    Uitgebreide uitleg

    I can drukt hier uit dat de spreker nu in staat is om iets waar te nemen. can is een modaal hulpwerkwoord; na can staat het werkwoord in de basisvorm, dus can see, niet can to see. Het onderwerp I betekent “ik”. Voorbeelden: I can help. = “Ik kan helpen.” I can geeft op zichzelf geen verleden tijd aan; voor een vroegere mogelijkheid gebruik je vaak could, afhankelijk van de betekenis. see betekent hier “zien” of “kunnen waarnemen”. De basisvorm is see; veelgebruikte vormen zijn see (tegenwoordige basisvorm), saw (verleden tijd) en seen (voltooid deelwoord, meestal met have of has). Na can blijft de vorm see onveranderd: She can see the sign. = “Zij kan het bord zien.” In deze zin gaat het om het waarnemen van de omslag, niet om bijvoorbeeld een afspraak of een bezoek. cover is hier een zelfstandig naamwoord voor de buitenste of bovenste bekleding van iets, in deze context de omslag van een boek of vergelijkbaar voorwerp. Het meervoud is covers. In the cover verwijst the naar een specifieke omslag die in de situatie herkenbaar is. Voorbeeld: The cover is blue. = “De omslag is blauw.” now betekent “nu”: op het huidige moment. Het maakt duidelijk dat het zien op dit moment mogelijk is. Vergelijk I can see it now. = “Ik kan het nu zien.” Samen vormen I can see en the cover de kern: “ik kan de omslag zien”. now voegt het tijdstip toe. De volledige betekenis is daarom: “Ik kan de omslag nu zien.”

  6. Pull it out carefully so the others stay in place.

    Trek het er voorzichtig uit, zodat de andere boeken op hun plaats blijven.

    Pull it out
    trek het eruit
    carefully
    voorzichtig
    so
    zodat
    the others
    de andere boeken
    stay in place
    op hun plaats blijven
    Uitgebreide uitleg

    Pull it out is een bevel: de spreker zegt dat je iets naar buiten moet trekken. Pull is de basisvorm; in een bevel staat het onderwerp you meestal niet uitgesproken. Out geeft de richting of het resultaat aan: het voorwerp komt naar buiten. It is hier het enkelvoudige voornaamwoord voor het boek dat uit de context bedoeld wordt. Voor personen gebruik je doorgaans him of her, en voor meerdere dingen them. Voorbeeld: Pull the drawer out. — Trek de lade naar buiten. Carefully beschrijft hoe de handeling moet gebeuren: voorzichtig en met aandacht. Het is het bijwoord dat bij pull hoort. Het verwante bijvoeglijke naamwoord is careful: Be careful. — Wees voorzichtig. So leidt hier een gevolg- of doelzin in. In combinatie met de volgende inhoud betekent het dat de handeling zo moet gebeuren dat een gewenst resultaat ontstaat. Het is dus niet het Nederlandse dus in de betekenis van een losse conclusie; in deze zin komt het overeen met zodat. The others verwijst hier, volgens de vaste vertaling, naar de andere boeken: de boeken die niet het boek zijn dat je eruit trekt. Others is meervoud; het zelfstandig gebruikte woord betekent “de andere(n)”. Zonder the kan others ook algemener “anderen” betekenen, maar hier gaat het om de overige boeken in deze situatie. Voorbeeld: Keep the others together. — Houd de andere boeken bij elkaar. Stay in place betekent dat iets op zijn plaats blijft en niet verplaatst wordt. Stay is de basisvorm; bij the others staat de meervoudsvorm stay, niet stays. De vaste uitdrukking in place betekent hier “op zijn plaats”, niet noodzakelijk dat iets letterlijk stilstaand is in elke andere context. De hele zin bouwt zo op: geef het boek met een bevel aan dat het naar buiten moet worden getrokken, voeg met carefully de manier van handelen toe, en verbind dit met so aan het doel of gewenste gevolg: de overige boeken moeten op hun plaats blijven. De betekenis is daarom: trek het boek er voorzichtig uit, zodat de andere boeken op hun plaats blijven.

  7. This is the right book.

    Dit is het juiste boek.

    This is
    Dit is
    right
    juist
    book
    boek
    Uitgebreide uitleg

    This is vormt hier een aanwijzende koppelzin: this verwijst naar het bedoelde object en is verbindt dat object met de naam book. In deze zin wordt het object als een boek geïdentificeerd. This is een enkelvoudige vorm; is is de vorm van be bij onder andere he, she, it en enkelvoudige onderwerpen. Vergelijk: This is a book. — “Dit is een boek.” Bij een meervoudig onderwerp staat bijvoorbeeld These are books. — “Dit zijn boeken.” right beschrijft book en betekent hier “juist” of “de juiste”, niet “rechts”. De betekenis “rechts” komt in andere contexten voor, bijvoorbeeld in Turn right. — “Sla rechtsaf.” In deze zin staat right vóór het zelfstandig naamwoord en helpt het bepalen welk boek bedoeld wordt. book is een zelfstandig naamwoord voor een boek. Het meervoud is books: I have two books. — “Ik heb twee boeken.” Hier staat het enkelvoud. Het lidwoord the maakt samen met right book een bepaalde naamwoordgroep: the right book betekent “het juiste boek”. The wordt dus niet door this vervangen of enkel door this veroorzaakt; beide woorden hebben hun eigen functie. Samen vormt This is the right book de structuur This is + the + beschrijving + zelfstandig naamwoord: “Dit is + het juiste + boek.” De zin identificeert het bedoelde object als het juiste boek.

  8. You can read it at that table.

    Je kunt het aan die tafel lezen.

    You can
    je kunt
    read
    lezen
    it
    het
    at
    aan
    that
    die
    table
    tafel
    Uitgebreide uitleg

    You can geeft hier samen met het daaropvolgende werkwoord aan dat de aangesproken persoon iets kan doen. can is een modaal hulpwerkwoord. Na can staat het Engelse werkwoord in de kale vorm: can read, niet can reads of can to read. You is de vorm voor één of meer aangesproken personen; can verandert daarbij niet. In andere contexten kan can ook toestemming uitdrukken, maar de vaste vertaling maakt hier de mogelijkheid of bekwaamheid als bedoeling duidelijk. read betekent hier ‘lezen’. De spelling van de tegenwoordige kale vorm is read; in de verleden tijd wordt dezelfde spelling anders uitgesproken. Na modale werkwoorden zoals can blijft de kale vorm staan. Voorbeeld: You can read this. — ‘Je kunt dit lezen.’ it is het lijdend voorwerp van read: datgene wat gelezen kan worden. Het Engelse it is een persoonlijk voornaamwoord voor een zaak, dier of situatie wanneer die in de context bekend is; de vorm verandert in het Engels niet naar grammaticaal geslacht. De Nederlandse vertaling gebruikt hier het, maar de aangeleverde zin benoemt zelf niet welk concreet ding it aanduidt. at plaatst iets bij een bepaalde locatie of een bepaald punt. In at that table introduceert het de plaats waar het lezen gebeurt. Het is hier dus niet afzonderlijk een betekenis als ‘aanraken’, maar een voorzetsel in een plaatsbepaling. Voorbeeld: She is at the door. — ‘Zij is bij de deur.’ that wijst naar één enkel, niet-nabij gepresenteerd ding of punt: ‘die/dat’. In het Engels verandert deze vorm niet naar grammaticaal geslacht. De afstands- of aanwijzingsvormen vormen een bruikbaar contrast: this voor één ding dat als nabij geldt, that voor één ding dat als verder weg geldt; bij meervoud staan these en those. In that table bepaalt that welke tafel bedoeld wordt, zonder zelf een extra telwoord te zijn. table is het enkelvoudige telbare zelfstandig naamwoord ‘tafel’. Het meervoud is tables. Na een aanwijzer zoals that staat geen apart lidwoord: that table, niet that a table. Het woord verwijst hier naar de locatie die in de woordgroep at that table wordt genoemd. Samen vormen at that table een plaatsbepaling: het lezen gebeurt bij die aangewezen tafel. De opbouw is You can read it + at that table: de aangesproken persoon kan iets lezen, en de plaats waar dat gebeurt is bij die tafel. De volledige betekenis is daarom: ‘Je kunt het aan die tafel lezen.’

Grammatica

adjective + noun

the lower shelves

dhuh louer sjelvz

de onderste planken

In het Engels staat een bijvoeglijk naamwoord meestal vóór het zelfstandig naamwoord.

verb + adverb

Pull out the book carefully.

poel aut dhuh boek kèrfulie

Trek het boek voorzichtig eruit.

Een bijwoord zoals “carefully” geeft aan hoe je de handeling uitvoert.

Engels woordenschat

book zelfstandig naamwoord
boek boek
check werkwoord
tsjek bekijken
cover zelfstandig naamwoord
kuhver omslag
end zelfstandig naamwoord
end einde
find werkwoord
faind vinden
first bijwoord
ferst eerst
lower bijvoeglijk naamwoord
louer onderste
near voorzetsel
nier bij
now bijwoord
nau nu
see werkwoord
sie zien
shelf zelfstandig naamwoord
sjelf plank shelves
try werkwoord
trai proberen

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Waar kan ik dit boek vinden?

Antwoord tonenWhere can I find this book?

Welke plank moet ik eerst bekijken?

Antwoord tonenWhich shelf should I check first?

Ik kan de omslag nu zien.

Antwoord tonenI can see the cover now.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

boek

Antwoord tonenbook

eerst

Antwoord tonenfirst

onderste

Antwoord tonenlower

bij

Antwoord tonennear