Een boek vinden in de bibliotheek | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a library, one person asks where to find a book and gets help checking the shelf..

NL → EN / Niveau: A1

Over deze les

Met Een boek vinden in de bibliotheek oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

Where can I find this book?

wèr ken ai faind dhis boek? Waar kan ik dit boek vinden?
B

It should be on one of these shelves.

it sjud bie on wan uhv dhiez sjelvz. Het ligt waarschijnlijk op een van deze planken.
A

Which shelf should I check first?

witsj sjelf sjud ai tsjek ferst? Welke plank moet ik eerst bekijken?
B

Try the lower shelf near the end.

trai dhuh louer sjelf nier dhie end. Probeer de onderste plank bij het einde.
A

I can see the cover now.

ai ken sie dhuh kuhver nau. Ik kan de omslag nu zien.
B

Pull it out carefully so the others stay in place.

poel it aut kèrfulie sou dhie uh dhurz stee in pleis. Trek het er voorzichtig uit, zodat de andere boeken op hun plaats blijven.
A

This is the right book.

dhis iz dhuh rait boek. Dit is het juiste boek.
B

You can read it at that table.

joe ken ried it et dhet tee-bul. Je kunt het aan die tafel lezen.

Woord voor woord

Where “Where” vraagt hier naar de plaats waar iemand het boek kan vinden. Het staat aan het begin van de vraag “Where can I find this book?”. Gebruik “Where” om naar een locatie te vragen; nieuw voorbeeld: “Where is the entrance?”
can “can” drukt hier uit dat het mogelijk is om het boek te vinden. Na “can” staat de basisvorm “find”, zoals in “Where can I find this book?”. Nieuw voorbeeld: “Can you help me?”
I “I” verwijst hier naar de spreker, die zelf vraagt waar hij of zij het boek kan vinden. Het is het onderwerp vóór “can” in “Where can I find this book?”. Je gebruikt “I” wanneer je over jezelf spreekt; nieuw voorbeeld: “I can see the sign.”
find “find” betekent hier het boek lokaliseren of te weten komen waar het is. In “Where can I find this book?” staat het na “can” in de basisvorm. Gebruik “find” met het voorwerp dat je zoekt; nieuw voorbeeld: “I need to find my keys.”
this “this” verwijst hier naar één nabij of aangewezen boek: “this book”. Het staat vóór het enkelvoudige zelfstandig naamwoord “book” en maakt duidelijk welk boek bedoeld wordt. Nieuw voorbeeld: “Please take this chair.”
book “book” verwijst hier naar het boek dat de spreker zoekt in de bibliotheek. In “this book” benoemt het wat er gezocht wordt. Gebruik “book” bijvoorbeeld na een aanwijzend woord of lidwoord; nieuw voorbeeld: “I borrowed a book.”
It “It” verwijst hier terug naar het boek, zodat dat niet opnieuw genoemd hoeft te worden. In “It should be on one of these shelves” is “It” het onderwerp van de zin. Je gebruikt “It” vaak voor een enkelvoudig ding; nieuw voorbeeld: “It is on the table.”
should “should” geeft hier een verwachting aan: het boek wordt vermoedelijk op een van de planken gevonden. In “It should be on one of these shelves” volgt na “should” de basisvorm “be”. Nieuw voorbeeld: “The bus should arrive soon.”
be “be” geeft hier samen met “should” aan waar het boek zich naar verwachting bevindt. In “It should be on one of these shelves” verbindt “be” het boek met zijn verwachte locatie. Gebruik “be” met een plaatsbepaling; nieuw voorbeeld: “The keys should be in the drawer.”
on “on” geeft hier de positie van het boek op een plank aan, in “on one of these shelves”. Het wordt gebruikt vóór de oppervlakte of plaats waarop iets ligt. Nieuw voorbeeld: “The cup is on the table.”
one “one” verwijst hier naar één plank uit de groep die met “these shelves” wordt aangewezen. In de constructie “one of these shelves” selecteert het één lid van een groep. Nieuw voorbeeld: “Choose one of these books.”
of “of” verbindt hier één gekozen plank met de groep “these shelves”. In “one of these shelves” geeft het aan dat de ene plank deel uitmaakt van die groep. Gebruik “one of” vóór een meervoudige groep; nieuw voorbeeld: “She is one of my friends.”
these “these” verwijst hier naar meerdere planken die dichtbij zijn of worden aangewezen. In “these shelves” staat het vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord “shelves”. Nieuw voorbeeld: “These books are new.”
shelves “shelves” verwijst hier naar meerdere planken waarop boeken staan. Het is de meervoudsvorm van “shelf”, die ook in de dialoog voorkomt. Nieuw voorbeeld: “The books are on these shelves.”
Which “Which” vraagt hier om een keuze uit een bekende groep planken. In “Which shelf should I check first?” staat het vóór “shelf” om te vragen welke plank bedoeld wordt. Nieuw voorbeeld: “Which book do you need?”
shelf “shelf” verwijst hier naar één plank die de spreker als eerste wil controleren. In “Which shelf should I check first?” is het de gekozen soort plaats in de bibliotheek. Het meervoud is “shelves”; nieuw voorbeeld: “The book is on the shelf.”
check “check” betekent hier een plank bekijken of controleren om het boek te zoeken. In “Which shelf should I check first?” staat het na “should” in de basisvorm. Gebruik “check” met wat je inspecteert; nieuw voorbeeld: “Please check the list.”
first “first” geeft hier aan dat de plank vóór de andere planken gecontroleerd wordt. In “Which shelf should I check first?” staat het na de handeling om de volgorde aan te geven. Nieuw voorbeeld: “I will check this shelf first.”
Try “Try” geeft hier een suggestie of instructie: kijk op de lagere plank. In “Try the lower shelf near the end” staat het aan het begin van de zin als aansporing, gevolgd door wat je moet proberen. Nieuw voorbeeld: “Try this book.”
the “the” verwijst hier naar een specifieke plank die door de beschrijving herkenbaar is: “the lower shelf near the end”. Het maakt duidelijk dat niet zomaar een plank bedoeld wordt. Nieuw voorbeeld: “Please use the table by the window.”
lower “lower” betekent hier dat de plank lager staat dan andere planken. In “the lower shelf near the end” staat het vóór “shelf” om de juiste plank aan te wijzen. Nieuw voorbeeld: “Use the lower drawer.”
near “near” betekent hier dat de plank dicht bij het einde van de rij staat, in “near the end”. Het wordt gebruikt vóór een plaats of punt waar iets dichtbij is. Nieuw voorbeeld: “The library is near the station.”
end “end” verwijst hier naar het laatste deel van de rij planken. In “near the end” helpt het om de locatie van de lagere plank te bepalen. Nieuw voorbeeld: “The desk is near the end of the hall.”
see “see” betekent hier met de ogen kunnen waarnemen; de spreker kan de omslag nu zien. In “I can see the cover now” staat het na “can” in de basisvorm. Gebruik “see” met wat je waarneemt; nieuw voorbeeld: “I can see the sign.”
cover “cover” verwijst hier naar het buitenste deel van het boek dat zichtbaar wordt. In “I can see the cover now” helpt de omslag de spreker het juiste boek te herkennen. Nieuw voorbeeld: “The cover is blue.”
now “now” betekent hier op dit moment en laat zien dat de omslag inmiddels zichtbaar is. In “I can see the cover now” staat het aan het einde om de huidige situatie te benadrukken. Nieuw voorbeeld: “I understand it now.”
Pull “Pull” betekent hier het boek naar je toe trekken om het uit de plank te halen. In “Pull it out carefully” staat het aan het begin als instructie. Gebruik “pull” met het voorwerp dat je naar je toe beweegt; nieuw voorbeeld: “Pull the drawer out slowly.”
out “out” geeft hier aan dat het boek uit de nauwe plaats tussen de andere boeken komt, in “Pull it out carefully”. Samen met “pull” beschrijft het de beweging naar buiten. Nieuw voorbeeld: “Pull the chair out.”
carefully “carefully” betekent hier dat de handeling voorzichtig en met zorg moet gebeuren. Het beschrijft hoe iemand “Pull it out” uitvoert, zodat de andere boeken niet verschuiven. Nieuw voorbeeld: “Carry the glass carefully.”
so “so” verbindt hier het voorzichtig uittrekken met het gewenste gevolg dat de andere boeken op hun plaats blijven. In “Pull it out carefully so the others stay in place” leidt het de bijzin over dat gevolg in. Nieuw voorbeeld: “Close the door quietly so the baby can sleep.”
others “others” verwijst hier naar de overige boeken, dus naar de boeken die niet worden uitgetrokken. In “the others stay in place” wordt de rest van de bekende groep bedoeld. Nieuw voorbeeld: “Two chairs are free; the others are occupied.”
stay “stay” betekent hier op dezelfde plaats blijven. In “the others stay in place” geeft het aan dat de overige boeken niet bewegen. Gebruik “stay” met een plaats of toestand; nieuw voorbeeld: “Please stay here.”
in “in” geeft hier de relatie met “place” aan in de uitdrukking “in place”. Samen betekent die uitdrukking dat iets op de juiste of oorspronkelijke positie blijft. Nieuw voorbeeld: “Keep the papers in the folder.”
place “place” betekent hier een positie in de uitdrukking “in place”, niet een specifieke kamer of locatie. In “the others stay in place” gaat het erom dat de andere boeken goed blijven staan. Nieuw voorbeeld: “Keep the papers in place.”
is “is” verbindt hier “This” met de beschrijving “the right book”. In “This is the right book” gebruikt de spreker het om het gevonden boek te identificeren. Nieuw voorbeeld: “This is my seat.”
right “right” betekent hier correct of het gezochte exemplaar, niet de richting rechts. In “the right book” geeft het aan dat dit precies het boek is waarnaar gezocht werd. Nieuw voorbeeld: “I have the right key.”
You “You” verwijst hier naar de persoon tegen wie B spreekt. In “You can read it at that table” is “You” het onderwerp van het advies. Gebruik “you” om één of meer aangesproken personen direct aan te spreken; nieuw voorbeeld: “You can sit here.”
read “read” betekent hier geschreven woorden bekijken en begrijpen in het boek. In “You can read it at that table” staat het na “can” in de basisvorm en heeft het “it” als voorwerp. Nieuw voorbeeld: “I read the instructions.”
at “at” geeft hier de plaats aan waar de handeling plaatsvindt: “at that table”. Het verwijst naar de tafel als plaats voor het lezen, niet naar een beweging ernaartoe. Nieuw voorbeeld: “We can meet at the library.”
that “that” wijst hier naar één specifieke tafel die verder weg is of wordt aangewezen. In “at that table” onderscheidt het deze tafel van andere tafels. Nieuw voorbeeld: “Please use that chair.”
table “table” verwijst hier naar het meubel waaraan de leerling het boek kan lezen. In “at that table” is het de plaats waar de leesactiviteit kan gebeuren. Nieuw voorbeeld: “I am reading at the table.”

Grammatica

adjective + noun

the lower shelves

dhuh louer sjelvz

de onderste planken

In het Engels staat een bijvoeglijk naamwoord meestal vóór het zelfstandig naamwoord.

verb + adverb

Pull out the book carefully.

poel aut dhuh boek kèrfulie

Trek het boek voorzichtig eruit.

Een bijwoord zoals “carefully” geeft aan hoe je de handeling uitvoert.

Engels woordenschat

book zelfstandig naamwoord
boek boek
check werkwoord
tsjek bekijken
cover zelfstandig naamwoord
kuhver omslag
end zelfstandig naamwoord
end einde
find werkwoord
faind vinden
first bijwoord
ferst eerst
lower bijvoeglijk naamwoord
louer onderste
near voorzetsel
nier bij
now bijwoord
nau nu
see werkwoord
sie zien
shelf zelfstandig naamwoord
sjelf plank shelves
try werkwoord
trai proberen

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Waar kan ik dit boek vinden?

Antwoord tonenWhere can I find this book?

Welke plank moet ik eerst bekijken?

Antwoord tonenWhich shelf should I check first?

Ik kan de omslag nu zien.

Antwoord tonenI can see the cover now.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

boek

Antwoord tonenbook

eerst

Antwoord tonenfirst

onderste

Antwoord tonenlower

bij

Antwoord tonennear