Een oplader en adapter lenen | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a shared space, one person borrows a charger and adapter and checks whether the cable can reach the table..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een oplader en adapter lenen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

Is there a charger I can borrow?

Iz dhèr uh tsjaar-dzjur ai kən ba-roow? Is er een oplader die ik kan lenen?
B

Use the one beside my laptop.

Joes dhuh wuhn bi-said mai lèp-top. Gebruik die naast mijn laptop.
A

Do I need this adapter too?

Doe ai nied dhis uh-dèp-tur toe? Heb ik deze adapter ook nodig?
B

Use it if your plug does not fit.

Joes it if jur pluhg duz not fit. Gebruik hem als je stekker niet past.
A

Will the cable reach the table?

Wil dhuh kee-bul rietsj dhuh tee-bul? Komt de kabel tot aan de tafel?
B

It reaches if you sit near the wall.

It rietsj-iz if joe sit nier dhuh wòl. De kabel komt tot aan de tafel als je bij de muur zit.
A

I will put everything back when I finish.

Ai wil poet ev-ri-fing bèk wen ai fi-nisj. Ik leg alles terug als ik klaar ben.
B

Leave it on my desk so I can find it.

Liev it on mai desk soo ai kən faind it. Laat het op mijn bureau liggen, zodat ik het kan vinden.

Uitleg van de zinnen

  1. Is there a charger I can borrow?

    Is er een oplader die ik kan lenen?

    Is there
    Is er ...?
    a charger
    een oplader
    I can
    ik kan
    borrow
    lenen
    Uitgebreide uitleg

    Is there vormt hier een vraag naar het bestaan of de beschikbaarheid van iets: “Is er ...?” Het there betekent in deze constructie niet “daar” als plaats. Herbruikbaar patroon: Is there + een zelfstandig naamwoord ...? Bijvoorbeeld: “Is there a bus stop nearby?” = “Is er een bushalte in de buurt?” a charger betekent hier “een oplader”. Charger is het zelfstandig naamwoord voor een apparaat of accessoire waarmee je een batterij oplaadt. Het onbepaalde lidwoord a introduceert een niet nader bepaalde oplader; het stelt op zichzelf geen specifiek aantal vast. Meervoud: chargers, bijvoorbeeld: “I packed two chargers.” = “Ik heb twee opladers ingepakt.” I can bestaat uit het onderwerp I en het modale werkwoord can. In deze zin drukt can uit dat de spreker mogelijk in staat is of toestemming heeft om iets te doen; de precieze nadruk wordt door de situatie bepaald. Na can staat het werkwoord in de basisvorm, zonder to: I can borrow, niet I can to borrow. Can verandert niet naar een aparte vorm bij he of she: “She can help.” = “Zij kan helpen.” borrow betekent “lenen” in de betekenis van iets tijdelijk van iemand krijgen en het later teruggeven. Het tegenovergestelde perspectief is lend: de lener borrows iets, terwijl de eigenaar het lends. Voorbeeld: “May I borrow your pen?” = “Mag ik je pen lenen?” Samen vormen de delen de vraag “Is er een oplader die ik kan lenen?” De bijzin I can borrow beschrijft welke oplader wordt bedoeld: een oplader die de spreker tijdelijk kan krijgen en later teruggeven. De volledige vraag vraagt dus of zo’n oplader beschikbaar is.

  2. Use the one beside my laptop.

    Gebruik die naast mijn laptop.

    Use
    gebruik
    the one
    degene
    beside
    naast
    my
    mijn
    laptop
    laptop
    Uitgebreide uitleg

    Use is hier de gebiedende wijs van use (“gebruiken”): de spreker geeft een direct advies of verzoek. De gebiedende wijs gebruikt in het Engels meestal de kale werkwoordsvorm, zonder onderwerp: Use .... Voorbeeld: Use this cable. — “Gebruik deze kabel.” the one vervangt hier een eerder genoemde zaak, zodat die niet opnieuw benoemd hoeft te worden. In de gegeven context verwijst het naar de oplader waarnaar eerder is gevraagd; one betekent hier dus niet noodzakelijk “één” als telwoord. De vorm is one na het bepaalde lidwoord the; bij meervoud zou bijvoorbeeld the ones staan. Voorbeeld: Take the red one. — “Neem de rode.” beside is een voorzetsel met de betekenis “naast”. Het geeft de plaats aan van de bedoelde zaak ten opzichte van iets anders. Voorbeeld: The charger is beside my bag. — “De oplader ligt naast mijn tas.” my is een bezittelijke bepaler: het geeft aan dat de laptop bij de spreker hoort of met de spreker verbonden is. Het verandert in het Engels niet mee met enkelvoud of meervoud van het daaropvolgende zelfstandig naamwoord: my laptop, maar ook my laptops. Vergelijk your voor “jouw/uw”. laptop is het zelfstandig naamwoord voor een draagbare computer. In my laptop is het enkelvoud; het meervoud is laptops. Samen vormen de delen de instructie Use the one beside my laptop.: gebruik de eerder bedoelde oplader die zich naast de laptop van de spreker bevindt. De combinatie the one + plaatsbepaling is herbruikbaar wanneer one een eerder genoemde zaak vervangt, bijvoorbeeld Choose the one on the table. — “Kies degene op de tafel.”

  3. Do I need this adapter too?

    Heb ik deze adapter ook nodig?

    Do I
    vraagbegin met ‘ik’
    need
    nodig hebben
    this
    deze
    adapter
    adapter
    too
    ook
    Uitgebreide uitleg

    Do I staat aan het begin van de vraag. In een Engelse ja/nee-vraag komt het hulpwerkwoord do vóór het onderwerp I; I is de vorm voor de spreker. Bij andere personen verandert do: Does she need ...? In een bevestigende zin staat de volgorde anders: I need this adapter. need betekent hier dat iets noodzakelijk is. De basisvorm is need; bij he, she en it krijgt het in de tegenwoordige tijd needs: She needs an adapter. In deze vraag blijft need onveranderd, omdat do de vraag draagt. Need kan zowel een voorwerp als een handeling nemen: I need a cable betekent ‘Ik heb een kabel nodig’, en I need to leave betekent ‘Ik moet weg’. this wijst naar één ding dat de spreker als nabij of specifiek presenteert. Het staat hier vóór adapter en bepaalt dus welk exemplaar bedoeld is. Het is geen zelfstandig naamwoord: this adapter betekent ‘deze adapter’, terwijl this one ‘deze’ of ‘dit exemplaar’ kan betekenen. Voor meervoud gebruik je these, bijvoorbeeld: Do I need these cables? — ‘Heb ik deze kabels nodig?’ adapter is een zelfstandig naamwoord voor een apparaatje dat aansluitingen of stekkers passend maakt. Het meervoud is adapters: I need two adapters. — ‘Ik heb twee adapters nodig.’ In het vaste voorbeeld verwijst this adapter naar de specifieke adapter waarnaar gevraagd wordt. too staat aan het einde en betekent hier ‘ook’: de spreker vraagt of deze adapter naast iets anders eveneens nodig is. Too kan vaak aan het einde staan: Do I need the cable too? — ‘Heb ik de kabel ook nodig?’ Het woord too is iets anders dan two, dat het getal ‘twee’ betekent. Samen vormt Do I need ...? een herbruikbaar vraagpatroon voor de noodzaak van iets: Do I need this cable? — ‘Heb ik deze kabel nodig?’ In de volledige zin is this adapter het ding waarvan de noodzaak wordt gevraagd, en too voegt de betekenis ‘ook’ toe. De zin betekent dus: ‘Heb ik deze adapter ook nodig?’

  4. Use it if your plug does not fit.

    Gebruik hem als je stekker niet past.

    Use
    gebruik
    it
    hem
    if
    als
    plug
    stekker
    does not fit
    past niet
    Uitgebreide uitleg

    Use staat hier aan het begin als gebiedende wijs: de basisvorm van het werkwoord wordt gebruikt zonder uitgesproken onderwerp. use betekent iets gebruiken. Voorbeeld: Use this key. = Gebruik deze sleutel. it is een persoonlijk voornaamwoord voor een ding of andere niet-persoonlijke referent. In deze context verwijst het, in samenhang met de vorige zin over de adapter, naar die adapter. De vorm verandert niet voor onderwerp- of objectfunctie: It works = Hij/het werkt, maar Use it = Gebruik hem/het. if leidt een voorwaardelijke bijzin in. Het betekent hier als en maakt duidelijk onder welke voorwaarde de hoofdzin geldt. Voorbeeld: Call me if you need help. = Bel me als je hulp nodig hebt. plug is een zelfstandig naamwoord en betekent hier stekker. Met your vormt het de woordgroep your plug: jouw stekker. Het meervoud is plugs. Voorbeeld: The plug is loose. = De stekker zit los. does not fit is een ontkenning in de tegenwoordige tijd. does draagt de derde persoon enkelvoud bij het onderwerp your plug; na does blijft het werkwoord in de basisvorm fit. fit betekent hier passen, niet bijvoorbeeld fit zijn. Vergelijk: The plug fits. = De stekker past. The plug does not fit. = De stekker past niet. Samen betekent Use it een instructie om de bedoelde adapter te gebruiken. if your plug does not fit geeft de voorwaarde: als jouw stekker niet past. De volledige zin betekent daarom: Gebruik hem als je stekker niet past.

  5. Will the cable reach the table?

    Komt de kabel tot aan de tafel?

    Will
    zal
    cable
    kabel
    reach
    tot aan komen
    table
    tafel
    Uitgebreide uitleg

    Will staat hier vooraan als hulpwerkwoord om een ja/nee-vraag over de verwachte uitkomst te vormen. De persoonsvorm blijft bij will gelijk voor alle personen: I will, you will, she will, they will. In een vraag komt will vóór het onderwerp: Will the cable reach ...? Een kort antwoord kan bijvoorbeeld zijn: Yes, it will. = “Ja, dat zal zo zijn.” In deze zin vraagt will of de kabel de tafel zal bereiken; het drukt geen bevel uit. cable is het zelfstandig naamwoord voor een kabel. Het meervoud is cables: The cables are long. = “De kabels zijn lang.” Het lidwoord the verwijst hier naar een bepaalde, voor de gesprekspartners identificeerbare kabel; het zegt op zichzelf niets over het aantal. reach betekent hier dat iets ver genoeg komt om een plaats of punt te bereiken. Het is de basisvorm die na will staat: will reach, niet will reaches. Zonder hulpwerkwoord krijgt de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd wel reaches: The cable reaches the table. = “De kabel komt tot aan de tafel.” De vorm reach kan ook “bereiken” betekenen, bijvoorbeeld She reached the door. = “Ze bereikte de deur.” table is het zelfstandig naamwoord voor een tafel. Het meervoud is tables: There are two tables. = “Er zijn twee tafels.” In reach the table is de tafel het punt dat de kabel bereikt; the verwijst naar een bepaalde, identificeerbare tafel. De volgorde is: Will + onderwerp the cable + werkwoord reach + het bereikte punt the table. Samen vormt dit de ja/nee-vraag “Komt de kabel tot aan de tafel?” De vraag onderzoekt of de kabel lang genoeg is om de tafel te bereiken; ze beweert niet zelf dat de kabel dat wel of niet doet.

  6. It reaches if you sit near the wall.

    De kabel komt tot aan de tafel als je bij de muur zit.

    It
    het/de kabel
    reaches
    komt tot aan
    if
    als
    sit
    zitten
    near
    dicht bij
    wall
    muur
    Uitgebreide uitleg

    It verwijst hier naar de kabel. In het Engels is it een persoonlijk voornaamwoord voor één niet-menselijk referent; de vorm verandert niet voor mannelijk of vrouwelijk. Voor mensen gebruik je bijvoorbeeld he of she. reaches komt van reach en staat hier in de tegenwoordige tijd bij een onderwerp in de derde persoon enkelvoud: reach → reaches. In deze context betekent het dat de kabel tot aan de tafel komt. Vergelijk: The cable reaches the table. — De kabel komt tot aan de tafel. if leidt de voorwaarde in: iets geldt alleen onder de genoemde omstandigheid. Het patroon is if + voorwaarde, hoofdzin: If you sit here, it reaches the table. — Als je hier zit, komt het tot aan de tafel. In deze zin staat de hoofdzin eerst en de voorwaarde daarna. you is het Engelse voornaamwoord voor de aangesproken persoon of personen. Het heeft in het Engels dezelfde vorm voor enkelvoud en meervoud. sit is de basisvorm van het werkwoord zitten. Na you blijft de tegenwoordige tijd sit, niet sits: you sit, maar it sits. Sit beschrijft hier de houding of positie van de aangesproken persoon. near geeft nabijheid aan en betekent dicht bij of in de buurt van. Het patroon is near + plaats of zelfstandig naamwoord: They sit near the door. — Ze zitten dicht bij de deur. the wall bestaat uit the en wall. Wall betekent muur; het meervoud is walls. The verwijst naar een bepaalde muur die in de situatie herkenbaar is. Bijvoorbeeld: The chair is near the wall. — De stoel staat dicht bij de muur. Samen betekent It reaches if you sit near the wall.: De kabel komt tot aan de tafel als je bij de muur zit. De hoofdzin It reaches beschrijft het resultaat; if you sit near the wall geeft de voorwaarde waaronder dat resultaat geldt.

  7. I will put everything back when I finish.

    Ik leg alles terug als ik klaar ben.

    I will
    ik zal; toekomstige handeling
    put
    leggen; plaatsen
    everything
    alles
    back
    terug
    when
    wanneer; als
    finish
    klaar zijn; beëindigen
    Uitgebreide uitleg

    I will geeft hier aan dat de spreker een handeling in de toekomst zal uitvoeren. will is een hulpwerkwoord; het persoonlijke voornaamwoord I bepaalt de vorm niet verder: I will, you will, she will. Het patroon is subject + will + basisvorm: I will call you = “Ik zal je bellen.” put betekent hier iets ergens neerleggen of terugleggen. De basisvorm is put, en ook de verleden tijd en het voltooid deelwoord zijn put: put – put – put. In deze zin staat de basisvorm na will. Het werkwoord heeft hier een object: put everything. everything betekent “alles” en verwijst naar alle dingen die in deze context bedoeld zijn. Het is een onbepaald voornaamwoord. Hoewel de betekenis meerdere dingen kan omvatten, krijgt everything in het Engels grammaticaal enkelvoudige overeenstemming: Everything is ready = “Alles is klaar.” back is hier een bijwoord met de betekenis “terug”, dus naar een eerdere of oorspronkelijke plaats of toestand. Samen met put vormt het de betekenis “terugleggen”: put the book back = “het boek terugleggen”. Het staat in de bron na put en vóór de tijdsbepalende bijzin. when leidt hier een bijzin in die aangeeft wanneer de toekomstige handeling plaatsvindt. In een Engelse tijdsbijzin na when wordt voor een toekomstige situatie normaal de tegenwoordige vorm gebruikt, niet will: when I finish, niet when I will finish. Het patroon is when + subject + present-tense verb. finish betekent hier “klaar zijn” of “af zijn”, zoals ook uit de vaste vertaling “als ik klaar ben” blijkt. De vorm finish is de basisvorm die na I staat. In de derde persoon enkelvoud wordt dat finishes: She finishes at five = “Zij is om vijf uur klaar.” In een andere context kan finish ook een object hebben, bijvoorbeeld I finish the report = “Ik maak het rapport af.” Samen betekent I will put everything back dat de spreker alles zal terugleggen. when I finish bepaalt wanneer dat gebeurt: zodra de spreker klaar is. De volledige betekenis is daarom: “Ik leg alles terug als ik klaar ben.”`

  8. Leave it on my desk so I can find it.

    Laat het op mijn bureau liggen, zodat ik het kan vinden.

    Leave
    laat liggen
    it
    het
    on
    op
    my
    mijn
    desk
    bureau
    so
    zodat
    can
    kan
    find
    vinden
    Uitgebreide uitleg

    Leave staat hier aan het begin als bevelsvorm. Het is de Engelse basisvorm, dezelfde vorm die ook na to kan voorkomen, maar in deze positie betekent het: laat iets ergens liggen of laat iets op zijn plaats. In een bevestigende gebiedende zin is het onderwerp meestal niet uitgesproken: de aangesprokene is degene die moet handelen. Voorbeeld: Leave the keys here. = Laat de sleutels hier liggen. it is een voornaamwoord als lijdend voorwerp. In deze zin gebruikt de spreker het voor het voorwerp dat moet blijven liggen; de Nederlandse vertaling gebruikt daarvoor het. De vorm it verandert in het Engels niet naar grammaticaal geslacht of naamval. on geeft hier de plaatsrelatie aan: iets bevindt zich op een oppervlak. Het vormt samen met my desk de plaatsbepaling on my desk. my is het bezittelijke woord voor de eerste persoon enkelvoud. Het verwijst naar de bezitter van de spreker en verandert in het Engels niet afhankelijk van het zelfstandig naamwoord dat erop volgt: my desk, maar ook my books. desk is een zelfstandig naamwoord voor een bureau, dus een werkoppervlak of werkmeubel. Het meervoud is desks. In my desk staat het zelfstandig naamwoord na het bezittelijke woord; er is geen apart lidwoord nodig. so leidt hier de doelzin so I can find it in en betekent daar zodat. De precieze doelrelatie ontstaat met de hele volgende bijzin: de handeling wordt uitgevoerd met het doel dat de spreker het voorwerp kan vinden. can is een modaal hulpwerkwoord. Het drukt hier de mogelijkheid of het vermogen van de spreker uit: I can find it = ik kan het vinden. Na can komt de basisvorm van het werkwoord, dus find, niet een vorm met to en niet finds. Can blijft bij verschillende onderwerpen dezelfde vorm: I can, she can, they can. find betekent hier iets vinden of lokaliseren. De basisvorm is find; belangrijke vormen zijn find (basisvorm), found (verleden tijd en voltooid deelwoord) en finding (vorm op -ing). Na het modale hulpwerkwoord can blijft de basisvorm staan. Voorbeeld: I can find my keys. = Ik kan mijn sleutels vinden. Samen vormt Leave it on my desk de opdracht om het voorwerp waarnaar it verwijst op het bureau van de spreker te laten liggen. So I can find it geeft het doel daarvan: daardoor kan de spreker het voorwerp vinden. De volledige betekenis is: Laat het op mijn bureau liggen, zodat ik het kan vinden.

Grammatica

put + object + back

Put everything back.

Poet ev-ri-fing bèk.

Leg alles terug.

Bij ‘terugleggen’ staat back na het object: put everything back.

too aan het einde van de zin

I need the adapter too.

Ai nied dhie uh-dèp-tur toe.

Ik heb de adapter ook nodig.

Too betekent ‘ook’ en staat in deze eenvoudige zin meestal aan het einde.

Engels woordenschat

adapter zelfstandig naamwoord
uh-dèp-tur adapter
beside voorzetsel
bi-said naast
borrow werkwoord
ba-roow lenen
cable zelfstandig naamwoord
kee-bul kabel
charger zelfstandig naamwoord
tsjaar-dzjur oplader
fit werkwoord
fit passen
laptop zelfstandig naamwoord
lèp-top laptop
need werkwoord
nied nodig hebben
plug zelfstandig naamwoord
pluhg stekker
reach werkwoord
rietsj bereiken; tot aan iets komen
too bijwoord
toe ook
use werkwoord
joez gebruiken

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Gebruik die naast mijn laptop.

Antwoord tonenUse the one beside my laptop.

Heb ik deze adapter ook nodig?

Antwoord tonenDo I need this adapter too?

Komt de kabel tot aan de tafel?

Antwoord tonenWill the cable reach the table?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

lenen

Antwoord tonenborrow

adapter

Antwoord tonenadapter

oplader

Antwoord tonencharger

stekker

Antwoord tonenplug