Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Schoonmaakspullen lenen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.
Dialoog
Do you have a cleaning cloth I can use?
Doe joe hev uh kliening kloth aj kuhn joez? Heb je een schoonmaakdoek die ik kan gebruiken?There is one in the box.
Dher iz wun in dhuh boks. Er zit er een in de doos.Do you have cleaning spray too?
Doe joe hev kliening sprei toe? Heb je ook schoonmaakspray?The spray is beside it.
Dhuh sprei iz biesaid it. De spray ligt ernaast.I need to clean this desk.
Aj nied tuh klien dhis desk. Ik moet dit bureau schoonmaken.Use only a small amount.
Joez ounlie uh smol uhmaunt. Gebruik maar een kleine hoeveelheid.I will wipe the desk and put both back.
Aj wil waip dhuh desk uhn poet bouth bek. Ik veeg het bureau af en leg ze allebei terug.Keep them together in the box.
Kiep dhem tuhgedher in dhuh boks. Houd ze bij elkaar in de doos.Uitleg van de zinnen
Do you have a cleaning cloth I can use?
Heb je een schoonmaakdoek die ik kan gebruiken?
- Do you
- heb je ...?
- have
- hebben
- cleaning cloth
- schoonmaakdoek
- I can
- ik kan
- use
- gebruiken
Uitgebreide uitleg
Do you: In deze vraag markeert do samen met you de tegenwoordige vraag bij het werkwoord have. Do betekent hier niet zelfstandig “doen”. Vergelijk: Do you need help? = “Heb je hulp nodig?” have: Hier betekent have “hebben” of “beschikken over”: de spreker vraagt of de aangesprokene een bepaald voorwerp heeft. De vorm blijft have na do you; in een mededelende zin bij he, she of it staat meestal has: She has a cloth. = “Zij heeft een doek.” cleaning cloth: Dit is een zelfstandig naamwoord voor een doek die bedoeld is om schoon te maken. Cleaning staat hier vóór cloth en specificeert het soort doek; het is geen handeling die in deze zin als hoofdwerkwoord wordt uitgevoerd. Een vergelijkbare samenstelling is cleaning brush = “schoonmaakborstel”. I can: I verwijst naar de spreker. Can is een modaal werkwoord dat hier mogelijkheid of toestemming in de situatie uitdrukt: de spreker vraagt om een doek die de spreker kan gebruiken. Na can komt de basisvorm van het volgende werkwoord, zonder to: I can help. = “Ik kan helpen.” Can verandert niet naar persoon of getal: She can help gebruikt eveneens can. use: Use betekent hier “gebruiken”, dus het voorwerp inzetten voor een doel. Na can blijft het de basisvorm: I can use it. = “Ik kan het gebruiken.” De vorm uses hoort bijvoorbeeld bij he, she of it in de tegenwoordige tijd buiten een modale constructie: She uses it. = “Zij gebruikt het.” Geheel: Do you have ...? vormt de vraag “Heb je ...?”; a cleaning cloth noemt het gevraagde voorwerp; en I can use beperkt de bedoeling tot gebruik door de spreker. Samen betekent de zin: “Heb je een schoonmaakdoek die ik kan gebruiken?”
There is one in the box.
Er zit er een in de doos.
- There is
- er is / er zit
- one
- één exemplaar
- box
- doos
Uitgebreide uitleg
There is is een vaste Engelse constructie om aan te geven dat iets ergens aanwezig is. In deze zin staat het grammaticaal enkelvoudige is, omdat het genoemde item enkelvoudig is. Voor meervoud gebruik je bijvoorbeeld There are two in the box. — Er zitten er twee in de doos. one betekent hier één exemplaar en vervangt een eerder genoemd zelfstandig naamwoord. In de gegeven context verwijst het naar één schoonmaakdoek die gebruikt kan worden; het woord herhaalt cleaning cloth niet. One is dus niet alleen het lidwoord a: a introduceert een niet nader bepaald zelfstandig naamwoord, terwijl one nadruk legt op één exemplaar of een eerder genoemd type vervangt. Voorbeeld: I need a pen. There is one on the table. — Ik heb een pen nodig. Er ligt er een op tafel. box is het zelfstandig naamwoord voor een doos. Het meervoud is boxes. In in the box geeft in de plaats aan: het bedoelde item bevindt zich binnen de doos. Het lidwoord the verwijst naar een specifieke doos die voor de gesprekspartners identificeerbaar is. Samen vormen de delen There is one in the box.: er bevindt zich één exemplaar van het eerder besproken item in een specifieke doos. De zin zegt alleen waar dat exemplaar is en dat er één exemplaar wordt aangewezen; de Engelse woordvolgorde blijft die van de bronzin.
Do you have cleaning spray too?
Heb je ook schoonmaakspray?
- have
- hebben; beschikbaar hebben
- cleaning spray
- schoonmaakspray
- too
- ook
Uitgebreide uitleg
have Hier betekent have dat iemand iets heeft of beschikbaar heeft; het hoeft geen bezit in juridische zin te betekenen. In deze vraag staat het in de basisvorm, omdat do de vraag vormt: Do you have ...? = “Heb je ...?” Bij he, she en it wordt in een gewone tegenwoordige bevestigende zin has gebruikt, maar na does blijft het werkwoord in de basisvorm: Does she have spray? = “Heeft zij spray?” cleaning spray Dit is een samenstelling: cleaning specificeert het soort spray, namelijk spray om schoon te maken. Het belangrijkste zelfstandig naamwoord staat achteraan; spray is dus de kern. Een vergelijkbaar patroon is window cleaner: “ruitenreiniger”. too Aan het einde betekent too hier “ook”. Het geeft aan dat deze spray naast iets anders wordt meegerekend of gevraagd. Aan het einde van een vraag is too een gebruikelijke manier om te vragen of de aangesprokene dit eveneens heeft. Vergelijk: Do you have a cloth too? = “Heb je ook een doek?” Gehele zin Do you have cleaning spray too? gebruikt het patroon Do + onderwerp + basisvorm van het werkwoord + voorwerp + too?. Do maakt van de mededeling een vraag, you is de aangesprokene, have drukt hier “hebben/beschikbaar hebben” uit, en too betekent “ook”. Samen betekent de zin: “Heb je ook schoonmaakspray?”
The spray is beside it.
De spray ligt ernaast.
- spray
- spray of spuitmiddel
- beside it
- ernaast
Uitgebreide uitleg
spray is hier een zelfstandig naamwoord: een spray of spuitmiddel. In de gegeven context gaat het om schoonmaakspray. Het meervoud is sprays. beside it betekent dat iets naast een ander ding staat of ligt. beside is hier een voorzetsel met de betekenis ‘naast’. it is de objectvorm van het Engelse voornaamwoord voor een enkelvoudig ding, dier of andere niet-persoonlijke referent; de vaste gegevens bepalen niet welk ding het precies aanduidt. Voorbeeld: The bottle is beside it. — ‘De fles staat ernaast.’ Beside is niet hetzelfde als besides: besides betekent meestal ‘bovendien’ of ‘behalve’, niet het ruimtelijke ‘naast’. In The spray is beside it geeft is samen met beside it de locatie van the spray aan: de spray bevindt zich ernaast. The maakt van spray een bepaald, in de situatie herkenbaar product; het drukt op zichzelf geen aantal uit. Samen betekent de zin: ‘De spray ligt ernaast.’
I need to clean this desk.
Ik moet dit bureau schoonmaken.
- I need to
- ik moet
- clean
- schoonmaken
- this
- dit
- desk
- bureau
Uitgebreide uitleg
I need to drukt hier uit dat de spreker iets moet doen. need is de basisvorm; bij I blijft die vorm need (bij he/she/it staat meestal needs). In de constructie need + to + werkwoord volgt een handeling: “I need to rest” = “Ik moet rusten”. clean betekent hier “schoonmaken”. Het is de basisvorm van het werkwoord en staat na to: to clean. De vorm verandert hier niet door I; het onderwerp wordt al door need uitgedrukt. Voorbeeld: “I need to clean the table.” = “Ik moet de tafel schoonmaken.” this betekent hier “dit” en verwijst, volgens de vaste vertaling, naar één nabij aangeduid bureau. In het Engels contrasteert this vaak met that: “this desk” = “dit bureau”, “that desk” = “dat bureau”. desk is het zelfstandig naamwoord voor “bureau”, hier een werk- of schrijftafel. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord; voor één bureau kan bijvoorbeeld a desk worden gebruikt, terwijl desks de meervoudsvorm is. Voorbeeld: “The desk is clean.” = “Het bureau is schoon.” Samen vormen de delen I need to + clean + this desk: de spreker zegt dat die persoon dit specifieke bureau moet schoonmaken. De volledige betekenis is dus: “Ik moet dit bureau schoonmaken.”
Use only a small amount.
Gebruik maar een kleine hoeveelheid.
- Use
- gebruiken
- only
- alleen maar
- small
- klein
- amount
- hoeveelheid
Uitgebreide uitleg
Use is hier de gebiedende wijs van use (“gebruiken”): de spreker geeft een instructie. De gebiedende wijs gebruikt de basisvorm, zonder onderwerp ervoor. Voorbeeld: Use this cloth. = “Gebruik deze doek.” only beperkt wat gebruikt mag worden: “alleen maar”. In deze zin hoort het bij de hoeveelheid, niet bij het werkwoord. Het betekent dus dat er geen grotere hoeveelheid bedoeld is. Voorbeeld: Use only water. = “Gebruik alleen water.” small beschrijft amount als gering. De basisvorm is small; de vergelijkingsvormen zijn smaller (“kleiner”) en smallest (“kleinst”). Voorbeeld: a smaller amount = “een kleinere hoeveelheid”. amount betekent “hoeveelheid” en wordt gebruikt voor een niet-afzonderlijk gemeten hoeveelheid van iets. Het meervoud is amounts. Voorbeeld: a large amount of water = “een grote hoeveelheid water”. Samen vormen de delen de instructie Use only a small amount.: “Gebruik maar een kleine hoeveelheid.” only beperkt de hoeveelheid, terwijl small aangeeft dat die hoeveelheid gering moet zijn.
I will wipe the desk and put both back.
Ik veeg het bureau af en leg ze allebei terug.
- I will
- ik zal
- wipe
- afvegen
- desk
- bureau
- put
- leggen of plaatsen
- both
- allebei
- back
- terug
Uitgebreide uitleg
I will drukt hier uit dat de spreker iets zal doen. will staat vóór de hoofdwerkwoorden en blijft bij alle personen hetzelfde: I will, she will, they will. In een gewone mededeling kan will een toekomstige handeling aangeven. Voorbeeld: I will call tomorrow. — Ik bel morgen. wipe betekent hier iets schoonvegen met een doek of iets dergelijks. De vorm is de basisvorm; na will staat altijd de basisvorm: will wipe, niet een verleden of derde-persoonsvorm. De verleden tijd is wiped. Voorbeeld: Please wipe the table. — Veeg de tafel alsjeblieft af. desk is het zelfstandig naamwoord voor een bureau of schrijftafel. Het meervoud is desks. In deze zin is the desk een specifiek bureau dat uit de situatie bekend is; the hoort niet bij de woordbetekenis van desk zelf. Voorbeeld: The desk is clean. — Het bureau is schoon. put betekent hier iets ergens neerleggen of plaatsen. In deze betekenis hebben de tegenwoordige tijd, verleden tijd en het voltooid deelwoord dezelfde vorm: put – put – put. Na will staat opnieuw de basisvorm: will put. Voorbeeld: Put the book on the desk. — Leg het boek op het bureau. both betekent allebei of beide: het verwijst naar precies twee betrokken zaken. In deze zin bepaalt both niet zelf welke twee zaken het zijn; de vertaling en de context maken duidelijk dat het om twee eerder bedoelde zaken gaat. Both kan vóór een zelfstandig naamwoord staan (both books) of zelfstandig gebruikt worden (put both back). Voorbeeld: Both are ready. — Allebei zijn ze klaar. back betekent hier terug: de zaken worden opnieuw op hun eerdere plaats gelegd. Samen met put vormt het de gebruikelijke combinatie put ... back; back is dus geen onderdeel van de werkwoordsvorm put. Voorbeeld: Put the keys back. — Leg de sleutels terug. Samen vormen I will wipe the desk en put both back één toekomstige mededeling met twee handelingen. Na will staat eerst wipe, met the desk als datgene wat wordt afgeveegd. And verbindt daarna de tweede handeling: de spreker zal de twee eerder bedoelde zaken terugleggen. De volledige betekenis is: Ik veeg het bureau af en leg ze allebei terug.
Keep them together in the box.
Houd ze bij elkaar in de doos.
- Keep
- houd
- them
- ze
- together
- bij elkaar
- box
- doos
Uitgebreide uitleg
Keep staat hier aan het begin als gebiedende wijs: de spreker geeft de instructie om iets op een bepaalde manier te laten. De gebiedende wijs gebruikt in het Engels de basisvorm van het werkwoord, zonder uitgesproken onderwerp: Keep the door open. = ‘Houd de deur open.’ In een gewone mededelende zin kan dezelfde basisvorm na een passend onderwerp anders functioneren, bijvoorbeeld They keep the door open. = ‘Ze houden de deur open.’ them is een meervoudig objectvoornaamwoord: de handeling is gericht op de eerder genoemde voorwerpen. In de voorafgaande zin worden die als both aangeduid, en de vertaling bevestigt hier de verwijzing met ze; het gaat dus om beide eerder genoemde dingen. Vergelijk het enkelvoudige objectvoornaamwoord it: Keep it here. = ‘Houd het hier.’ together betekent hier dat de voorwerpen bij elkaar moeten blijven, niet afzonderlijk. Het kan ook in een andere zin een gezamenlijke activiteit beschrijven: They work together. = ‘Ze werken samen.’ box is het zelfstandig naamwoord voor ‘doos’. Het staat hier in het enkelvoud na the, omdat het om een bepaalde, voor de gesprekspartners geïdentificeerde doos gaat. Het meervoud is boxes: The boxes are here. = ‘De dozen zijn hier.’ in the box geeft de plaats aan: binnen de genoemde doos. Samen vormen Keep them together in the box de instructie om beide eerder genoemde voorwerpen bij elkaar in de doos te houden: ‘Houd ze bij elkaar in de doos.’
Grammatica
use only + a small amount of + noun
Use only a small amount of cleaning spray.
Joes ounlie uh smol uhmaunt uhv kliening sprei.Gebruik slechts een kleine hoeveelheid schoonmaakspray.
‘only’ staat vóór de hoeveelheid om aan te geven dat je niet meer dan die beperkte hoeveelheid mag gebruiken.
put both back in the box
Put both back in the box.
Poet bouth bek in dhuh boks.Leg ze allebei terug in de doos.
‘both’ verwijst naar twee dingen samen en staat hier vóór ‘back’ in de vaste uitdrukking ‘put back’.
Engels woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Er zit er een in de doos.
Antwoord tonen
There is one in the box.Heb je ook schoonmaakspray?
Antwoord tonen
Do you have cleaning spray too?De spray ligt ernaast.
Antwoord tonen
The spray is beside it.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
naast
Antwoord tonen
besidebureau
Antwoord tonen
desknodig hebben
Antwoord tonen
needschoonmaken