There
In "There is water on the floor." introduceert "There" dat er water aanwezig is; het verwijst hier niet naar een plaats. In "The bag will stay dry there." verwijst "there" juist naar de plek waar de tas blijft.
is
In "There is water on the floor." geeft "is" aan dat er water aanwezig is. "is" is hier een vorm van be; deze vorm staat bij een enkelvoudig onderwerp.
water
"water" betekent hier water, de vloeistof die op de vloer ligt. Het woord wordt gebruikt voor een hoeveelheid vloeistof en krijgt hier geen lidwoord in "There is water on the floor.".
on
In "on the floor" geeft "on" aan dat het water op het oppervlak van de vloer ligt. Je gebruikt dit woord ook voor iets dat zich op een oppervlak bevindt.
the
"the" is hier het bepaalde lidwoord en verwijst naar een specifieke vloer of een specifieke zaak. In "the floor", "the door", "the small bottle" en "the bag" staat het vóór een zelfstandig naamwoord dat in de situatie duidelijk is.
floor
"floor" betekent hier vloer, het oppervlak waarop het water ligt. Het woord kan gebruikt worden voor de vloer van een kamer of gebouw.
It
In "It is spreading toward the door." verwijst "It" naar het water uit de vorige zin. Het is het onderwerp van de beschrijving van wat het water doet.
spreading
"spreading" betekent hier zich verspreiden: het water komt over een groter deel van de vloer. Het is de vorm van spread die in deze voortdurende gebeurtenis wordt gebruikt; je gebruikt het bij iets dat zich steeds verder uitbreidt.
toward
In "spreading toward the door" geeft "toward" de richting aan waarin het water beweegt, namelijk in de richting van de deur. Je gebruikt het vóór een plaats of doel waar iets naartoe beweegt.
door
"door" betekent hier deur, de plek waar het water naartoe stroomt. Het woord kan gebruikt worden voor een deur in een kamer of gebouw.
small
"small" beschrijft in "The small bottle" dat de fles klein is. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord dat het beschrijft.
bottle
"bottle" betekent hier flesje, het voorwerp dat kapotging en het water veroorzaakte. Je gebruikt het voor een houder voor bijvoorbeeld water of andere vloeistoffen.
broke
"broke" betekent hier ging kapot in "The small bottle broke.". Het is de verleden vorm van break en beschrijft dat de fles eerder kapotging.
I
"I" betekent ik en verwijst naar de persoon die spreekt. In het Engels wordt dit voornaamwoord altijd met een hoofdletter geschreven.
will
In "I will get a dry towel." en "The bag will stay dry there." geeft "will" een toekomstige handeling of toestand aan. Het staat vóór de basisvorm van het volgende werkwoord.
get
"get" betekent hier halen of pakken: de spreker zal een droge handdoek gaan halen. Je gebruikt het vaak voor iets verkrijgen of ergens vandaan halen.
a
"a" is hier het onbepaalde lidwoord en introduceert één handdoek die nog niet specifiek is aangewezen. Het staat vóór een enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord.
dry
"dry" betekent hier droog en beschrijft de toestand van de handdoek of de tas. Het staat vóór "towel" als beschrijving en na "stay" als toestand.
towel
"towel" betekent hier handdoek, het voorwerp waarmee het water wordt opgeruimd. Je gebruikt het woord voor een doek om iets te drogen of af te vegen.
Can
In "Can you move the bag first?" maakt "Can" een verzoek om iets te doen. In deze vraag staat het vóór de persoon en vóór de basisvorm van het werkwoord.
you
"you" betekent je of jij en verwijst hier naar de aangesproken persoon. Het kan in een verzoek zowel één persoon als meerdere aangesproken personen aanduiden.
move
"move" betekent hier verplaatsen: de tas moet eerst van zijn huidige plek weg. Na "Can you" staat de basisvorm van het werkwoord; je gebruikt het voor het veranderen van de plaats van iets.
bag
"bag" betekent hier tas, het voorwerp dat verplaatst en op de stoel gezet wordt. Het woord kan gebruikt worden voor een tas waarin je spullen draagt.
first
"first" betekent hier eerst en geeft aan dat het verplaatsen van de tas vóór het schoonmaken moet gebeuren. Je gebruikt het om de eerste stap in een reeks aan te wijzen.
put
"put" betekent hier zetten of neerzetten: de spreker plaatst de tas op de stoel. Het wordt gebruikt met het voorwerp dat je verplaatst en de plaats waar je het neerzet.
chair
"chair" betekent hier stoel, de plek waarop de tas wordt gezet. Het woord wordt gebruikt voor een zitmeubel met een rugleuning.
Then
"Then" betekent hier dan en verbindt de volgende stap met wat eerst gebeurt. Nadat de tas is verplaatst, kunnen de sprekers de vloer schoonmaken.
we
"we" betekent we of wij en verwijst naar de spreker en minstens één andere persoon. In "Then we can clean the floor." zijn de twee gesprekspartners samen bedoeld.
clean
"clean" betekent hier schoonmaken: de sprekers willen het water van de vloer verwijderen. Het woord wordt hier als werkwoord gebruikt met "the floor" als wat wordt schoongemaakt.
stay
"stay" betekent hier blijven, namelijk droog blijven op de nieuwe plek. In "The bag will stay dry there." staat het na "will" en vóór de beschrijving van de toestand.