The
In deze dialoog verwijst “The” naar de specifieke deur waarover de twee personen praten. Het hoort bij het zelfstandig naamwoord “door” in “The door”. In een nieuwe voorbeeldzin kan “the” ook naar iets specifieks verwijzen: “the handle”.
door
“door” betekent hier “deur”, het voorwerp dat vastzit en niet goed opengaat. Het woord komt voor in “The door” en “this door”. Gebruik “door” bijvoorbeeld met “open” of “close” wanneer je over een deur praat.
is
In “The door is stuck” verbindt “is” de deur met haar toestand: de deur zit vast. Deze vorm hoort bij “the door” in de tegenwoordige tijd. Een nieuw voorbeeld is “The handle is loose”.
stuck
“stuck” beschrijft hier dat de deur niet kan bewegen of opengaan. In “The door is stuck” geeft het woord de toestand van de deur aan. Je kunt “stuck” ook gebruiken voor een persoon of voorwerp dat ergens niet meer uit kan: “I am stuck” is een nieuw voorbeeld.
Try
“Try” betekent hier dat iemand wordt gevraagd deze handeling te proberen: aan de hendel trekken. In “Try pulling the handle” staat “Try” aan het begin van een directe instructie. Een bruikbaar patroon is “Try + werkwoord op -ing”, zoals “Try opening the window” in een nieuw voorbeeld.
pulling
“pulling” betekent hier aan de hendel trekken, dus de hendel naar je toe bewegen. In “Try pulling the handle” benoemt het de handeling die iemand moet proberen. Gebruik dezelfde vorm na “try” om een handeling als mogelijke oplossing voor te stellen.
handle
“handle” betekent hier de hendel waarmee je de deur probeert te openen. In “the handle” verwijst het naar de specifieke hendel van deze deur. Je kunt “handle” ook gebruiken voor een hendel aan een lade of kast; dat is een nieuw voorbeeld.
I
“I” verwijst in “I pulled it” naar de persoon die zelf aan de deur heeft getrokken. Het is de vorm waarmee de spreker naar zichzelf verwijst. Gebruik “I” als onderwerp voor iets wat je zelf doet of ervaart.
pulled
“pulled” betekent hier dat de spreker aan de deur of hendel heeft getrokken. Het is de vorm in “I pulled it”, waarmee een al uitgevoerde handeling wordt beschreven. Een nieuw voorbeeld is “I pulled the handle”.
it
“it” verwijst in “I pulled it” naar de deur die eerder werd genoemd. Het vervangt daar “the door”, zodat het zelfstandig naamwoord niet opnieuw hoeft te worden gezegd. Gebruik “it” voor een eerder genoemd voorwerp, zoals in “I opened it” in een nieuw voorbeeld.
but
“but” leidt in “I pulled it, but it stays closed” een tegenstelling in: de spreker trok eraan, maar de deur bleef dicht. Het verbindt twee delen met tegengestelde of onverwachte informatie. Gebruik “but” om zo’n tegenstelling tussen twee mededelingen aan te geven.
stays
“stays” betekent hier dat de deur dicht blijft en niet van toestand verandert. In “it stays closed” beschrijft het wat er na het trekken nog steeds gebeurt. Een bruikbaar patroon is “stays + toestand”, zoals “The window stays open” in een nieuw voorbeeld.
closed
“closed” betekent hier dat de deur niet open is. In “it stays closed” benoemt het de toestand die blijft bestaan. Je kunt “closed” ook gebruiken voor bijvoorbeeld een raam of winkel; “The shop is closed” is een nieuw voorbeeld.
Push
“Push” betekent hier dat iemand kracht van zich af moet uitoefenen bij de rand van de deur. Het staat aan het begin van de directe instructie “Push near the edge slowly”. Gebruik “Push” bijvoorbeeld om iemand te vertellen wat die met een deur, knop of voorwerp moet doen.
near
“near” betekent hier “dicht bij”: de persoon moet bij de rand duwen. In “near the edge” staat het vóór de plaatsaanduiding “the edge”. Gebruik “near” met een persoon, voorwerp of plaats om nabijheid aan te geven.
edge
“edge” betekent hier de rand van de deur. In “near the edge” geeft het aan waar iemand moet duwen. Het woord kan ook de rand van een tafel of bladzijde aanduiden; dat is een nieuw voorbeeld.
slowly
“slowly” betekent hier dat de handeling met lage snelheid moet gebeuren. In “Push near the edge slowly” geeft het aan hoe de persoon moet duwen. Je kunt “slowly” achter een werkwoord gebruiken om de manier van handelen te beschrijven.
opened
“opened” betekent hier dat de deur open is gegaan. In “It opened a little” beschrijft deze vorm het resultaat van het duwen. Gebruik “opened” bijvoorbeeld wanneer je vertelt dat iemand een deur of raam heeft geopend.
a
In “a little” draagt “a” bij aan de vaste hoeveelheidsaanduiding “een beetje”. Het gaat hier niet om één afzonderlijk voorwerp, maar om een kleine mate waarin de deur openging. Gebruik “a little” vóór een bijvoeglijk naamwoord of bij een hoeveelheid, bijvoorbeeld “a little more” in een nieuw voorbeeld.
little
In “It opened a little” betekent “little” dat de deur slechts in kleine mate open is gegaan. Samen met “a” vormt het de uitdrukking “a little”, die hier “een beetje” betekent. Gebruik “a little” om een kleine hoeveelheid of beperkte mate aan te geven.
feels
“feels” betekent hier dat de hendel bij aanraking los lijkt aan te voelen. In “The handle feels loose” verbindt het de hendel met de indruk die je door aanraken krijgt. Gebruik “feels + beschrijving” om te zeggen hoe iets aanvoelt, zoals “The button feels soft” in een nieuw voorbeeld.
loose
“loose” beschrijft hier dat de hendel niet stevig vastzit. In “The handle feels loose” is het de toestand die je bij het aanraken merkt. Gebruik “loose” voor iets dat niet stevig bevestigd of vastgemaakt is.
Should
“Should” vraagt hier of het verstandig of wenselijk is om de deur niet meer te gebruiken. In “Should we stop using this door?” staat het aan het begin van een vraag om advies of een gezamenlijke beslissing te bespreken. Een bruikbaar patroon is “Should we + werkwoord?”, zoals “Should we wait?” in een nieuw voorbeeld.
we
“we” verwijst hier naar de spreker en de andere persoon samen. In “Should we stop using this door?” gaat het om een beslissing die zij gezamenlijk kunnen nemen. Gebruik “we” als onderwerp wanneer jij en minstens één andere persoon samen iets doen of bespreken.
stop
“stop” betekent hier een activiteit beëindigen: deze deur niet langer gebruiken. In “stop using this door” staat het vóór “using” om aan te geven welke activiteit moet eindigen. Een bruikbaar patroon is “stop + werkwoord op -ing”, zoals “stop talking” in een nieuw voorbeeld.
using
“using” betekent hier deze deur gebruiken. In de constructie “stop using this door” benoemt het de activiteit die moet worden beëindigd. Na “stop” kun je op dezelfde manier een activiteit met een werkwoord op -ing noemen.
this
“this” verwijst hier naar de deur die dichtbij is en waar de twee personen op dat moment bij staan. In “this door” maakt het duidelijk om welke deur het gaat. Gebruik “this” vóór een zelfstandig naamwoord voor iets specifieks dat je aanwijst of dichtbij is.
can
“can” drukt hier de mogelijkheid uit om de hendel te repareren. In “We can fix the handle” stelt de spreker een haalbare oplossing voor. Gebruik “can + werkwoord” om een mogelijkheid of vermogen uit te drukken, zoals “We can wait” in een nieuw voorbeeld.
fix
“fix” betekent hier de hendel repareren zodat de deur weer veilig gebruikt kan worden. In “We can fix the handle” staat het na “can” in de basisvorm. Gebruik “fix” met het voorwerp dat gerepareerd moet worden, zoals “fix the lock” in een nieuw voorbeeld.
before
“before” betekent hier “voordat”: eerst moet de hendel worden gerepareerd en pas daarna mag iemand opnieuw vast komen te zitten. In “before anyone gets stuck again” leidt het een gebeurtenis in die later zou kunnen plaatsvinden. Gebruik “before” om de volgorde van twee gebeurtenissen aan te geven.
anyone
“anyone” betekent hier “iemand”, zonder een specifieke persoon te noemen. In “before anyone gets stuck again” gaat het om elke persoon die deze deur zou kunnen gebruiken. Gebruik “anyone” wanneer de identiteit van de persoon niet belangrijk of niet bekend is.
gets
“gets” betekent hier “komt in de toestand dat hij of zij vastzit”. In “anyone gets stuck” maakt het samen met “stuck” duidelijk dat iemand opnieuw vast kan komen te zitten. Een bruikbaar patroon is “get + toestand”, zoals “get tired” in een nieuw voorbeeld.
again
“again” betekent hier “opnieuw”: de spreker wil voorkomen dat iemand nog een keer vast komt te zitten. In “gets stuck again” verwijst het naar een herhaling van hetzelfde probleem. Gebruik “again” wanneer een handeling of gebeurtenis nogmaals plaatsvindt.