Een vastzittende deur openen | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: At a stuck door, two adults try to open it and decide to fix the loose handle before anyone gets stuck..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een vastzittende deur openen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

The door is stuck.

Dhuh dor iz stak. De deur zit vast.
B

Try pulling the handle.

Trai poeling dhuh hendel. Probeer aan de hendel te trekken.
A

I pulled it, but it stays closed.

Ai poeld it, bet it steez kloozd. Ik heb eraan getrokken, maar hij blijft dicht.
B

Push near the edge slowly.

Po esj nier dhi edzj sloowlie. Duw langzaam bij de rand.
A

It opened a little.

It oowpend uh liddel. De deur ging een beetje open.
B

The handle feels loose.

Dhuh hendel fielz loes. De hendel voelt los aan.
A

Should we stop using this door?

Sjoed wie stop joezing dhis dor? Zullen we deze deur niet meer gebruiken?
B

We can fix the handle before anyone gets stuck again.

Wie ken fiks dhuh hendel bifor eniewan gets stak uh-gen. We kunnen de hendel repareren voordat iemand weer vast komt te zitten.

Uitleg van de zinnen

  1. The door is stuck.

    De deur zit vast.

    door
    deur
    stuck
    vastzittend; vast
    Uitgebreide uitleg

    door betekent hier “deur”. Het is een zelfstandig naamwoord. Het meervoud is doors: “deuren”. Voorbeeld: The door is open. — “De deur is open.” stuck betekent hier “vast” of “niet vrij bewegend”. Het beschrijft de toestand van de deur. Stuck hangt samen met het werkwoord stick (“vast komen te zitten”); de vormen zijn stick – stuck – stuck. In The door is stuck functioneert stuck echter als een beschrijvend woord na is; de zin beweert niet dat de deur op dit moment zelf de handeling “vastplakken” uitvoert. Voorbeeld: The window is stuck. — “Het raam zit vast.” The door verwijst in deze zin naar de deur; the markeert een bepaalde, identificeerbare deur. is verbindt het onderwerp met de beschreven toestand. Samen betekent The door is stuck: “De deur zit vast.”

  2. Try pulling the handle.

    Probeer aan de hendel te trekken.

    Try
    probeer
    pulling
    trekken
    handle
    hendel
    Uitgebreide uitleg

    Try staat hier aan het begin als aansporing: het is de gebiedende wijs van try, met een niet-uitgesproken aangesproken persoon als onderwerp. In de constructie try + -ing-vorm betekent het geheel dat je een handeling als mogelijke manier of oplossing uitprobeert. Voorbeeld: Try opening the window. — “Probeer het raam open te doen.” Dit verschilt van try to open, dat de nadruk legt op de poging om iets te doen: I tried to open the window. — “Ik probeerde het raam open te doen.” pulling komt van het werkwoord pull, “trekken”. De -ing-vorm staat hier na try en benoemt de handeling die je moet uitproberen. De basisvorm is pull; pulled is zowel de verleden tijd als het voltooid deelwoord, en pulling is de hier gebruikte -ing-vorm. Voorbeeld: Pull the door. — “Trek aan de deur.” handle is een zelfstandig naamwoord voor een handvat of hendel. Het staat na the, dat hier een bepaalde, in de situatie herkenbare hendel aanduidt. Voorbeeld: The handle is loose. — “De hendel zit los.” Samen vormt Try pulling the handle de aansporing “Probeer aan de hendel te trekken.” Try geeft de aansporing, pulling noemt de uit te proberen handeling en the handle noemt de hendel waaraan getrokken moet worden.

  3. I pulled it, but it stays closed.

    Ik heb eraan getrokken, maar hij blijft dicht.

    pulled
    trok
    it
    het/hij; verwijswoord
    but
    maar
    stays
    blijft
    closed
    dicht
    Uitgebreide uitleg

    pulled is de verleden tijd van pull (“trekken”). Op zichzelf betekent het hier “trok”; samen met it krijgt de combinatie pulled it de betekenis “trok eraan”. De vorm blijft hetzelfde voor verschillende personen in de simple past: I pulled, she pulled. In het eerdere voorbeeld staat de -ing-vorm pulling na try; dat beschrijft de handeling als activiteit binnen dat patroon. it is een persoonlijk voornaamwoord voor een zaak of object. Het Engelse it drukt hier geen grammaticaal geslacht uit; de vaste Nederlandse vertaling gebruikt voor dit verwijswoord hij. Het precieze object wordt in de doelzin niet met een zelfstandig naamwoord genoemd. In I pulled it is it het voorwerp van de handeling; in it stays closed is dezelfde vorm het onderwerp. but verbindt twee inhoudelijk tegengestelde delen: eerst is er een trekhandeling, daarna blijft het object toch gesloten. Het markeert dus contrast, niet een nieuwe tijd of handeling. stays is de derde persoon enkelvoud van stay; de basisvorm is stay. De uitgang -s verschijnt hier omdat het onderwerp it is: it stays, maar I stay. In deze context betekent stay dat een toestand voortduurt of niet verandert. Voorbeeld: The door stays open. — “De deur blijft open.” closed beschrijft de toestand van het object: het is dicht. Hier staat het na stays als een toestandsbeschrijving; stays closed betekent “dicht blijven”. closed kan ook deel zijn van de passieve constructie is closed, maar in stays closed ligt de nadruk op het voortduren van de toestand. Samen vormen I pulled it en it stays closed twee verbonden mededelingen. De spreker zegt dat die persoon eraan heeft getrokken, terwijl het object dicht blijft. De hele zin betekent daarom: “Ik heb eraan getrokken, maar hij blijft dicht.”

  4. Push near the edge slowly.

    Duw langzaam bij de rand.

    Push
    duw
    near
    bij; in de buurt van
    edge
    rand
    slowly
    langzaam
    Uitgebreide uitleg

    Push betekent hier een opdracht: duw. De vorm is de basisvorm van het werkwoord push en wordt in het Engels ook voor de gebiedende wijs gebruikt; het onderwerp you wordt daarbij meestal niet uitgesproken. Andere vormen zijn bijvoorbeeld pushes bij he/she/it in de tegenwoordige tijd en pushed voor het verleden. Voorbeeld: Push the door. — Duw tegen de deur. near geeft een kleine afstand aan: bij of dicht bij iets. Het is een voorzetsel in near the edge; het verbindt de handeling met de plaats waarheen of waarbij geduwd wordt. Near kan ook zonder zelfstandig naamwoord staan, bijvoorbeeld The door is near. — De deur is dichtbij. the edge betekent hier de rand. Edge is een zelfstandig naamwoord voor de buitenste grens van iets. Het lidwoord the verwijst naar een specifieke rand die in deze situatie herkenbaar is; het drukt op zichzelf geen aantal uit. Voorbeeld: Do not stand at the edge. — Ga niet aan de rand staan. slowly betekent langzaam en beschrijft hoe het duwen moet gebeuren. Het is een bijwoord, gevormd van het bijvoeglijk naamwoord slow met -ly: slow — langzaam; slowly — op langzame wijze. Vergelijk Push slowly — Duw langzaam met Push quickly — Duw snel. Samen vormt Push near the edge slowly een gebiedende zin: de aangesproken persoon moet langzaam duwen bij de rand. Push geeft de opdracht, near the edge geeft de plaats aan en slowly geeft de gewenste manier van uitvoeren aan.

  5. It opened a little.

    De deur ging een beetje open.

    It
    het
    opened
    ging open
    a little
    een beetje
    Uitgebreide uitleg

    It betekent hier het en verwijst volgens de vaste vertaling naar de deur. Het is de enkelvoudige vorm die in het Engels vaak voor een zaak, dier of situatie als onderwerp wordt gebruikt. Voor een persoon gebruik je doorgaans he of she, afhankelijk van de bedoelde persoon. opened betekent hier ging open. De basisvorm is open; de verleden tijd is opened. Hier is het werkwoord onovergankelijk gebruikt: de deur ondergaat de verandering zelf, zonder genoemd lijdend voorwerp. Voorbeeld: The door opened. — De deur ging open. In She opened the door. — Zij opende de deur, is opened daarentegen overgankelijk en krijgt het werkwoord een lijdend voorwerp. a little beperkt de mate: de deur ging slechts een klein beetje open. Deze uitdrukking kan ook een bijvoeglijk naamwoord of bijwoord afzwakken, bijvoorbeeld a little tired — een beetje moe. Bij een zelfstandig naamwoord wordt a little gebruikt met een niet-telbare hoeveelheid, bijvoorbeeld a little water — een beetje water. Samen vormt It opened a little een korte mededeling in de verleden tijd: it verwijst naar de deur, opened zegt dat die deur open ging, en a little beperkt de mate waarin dat gebeurde. De volledige betekenis is daarom: De deur ging een beetje open.

  6. The handle feels loose.

    De hendel voelt los aan.

    handle
    hendel
    feels
    voelt aan
    loose
    los
    Uitgebreide uitleg

    handle betekent hier ‘hendel’: een onderdeel dat je vastpakt om bijvoorbeeld een deur te bedienen. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord; het meervoud is handles. Voorbeeld: “The handle is broken.” = “De hendel is kapot.” feels komt van feel en is hier de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. In deze betekenis beschrijft feel hoe iets bij aanraking aanvoelt; het is dus niet hetzelfde als alleen ‘voelen’ in de betekenis van een emotie ervaren. De uitgang -s hoort bij feel omdat het onderwerp the handle enkelvoud is. Voorbeeld: “The fabric feels soft.” = “De stof voelt zacht aan.” loose is hier een beschrijvend bijvoeglijk naamwoord met de betekenis ‘niet stevig vastzittend’. Het staat na feels, omdat het een eigenschap beschrijft die via aanraking wordt waargenomen. Het tegenovergestelde is tight in de betekenis ‘strak of stevig aangespannen’. Voorbeeld: “This screw feels loose.” = “Deze schroef voelt los aan.” Samen vormen de drie delen The handle + feels + loose: de hendel wordt bij het aanraken als niet stevig ervaren. De hele zin betekent daarom: “De hendel voelt los aan.”

  7. Should we stop using this door?

    Zullen we deze deur niet meer gebruiken?

    Should we
    zullen we…?
    stop
    stoppen
    using
    gebruiken
    this
    deze
    door
    deur
    Uitgebreide uitleg

    Should we opent hier een vraag waarin de spreker samen met anderen een voorstel of beslissing voorlegt: “zullen we …?” Het onderwerp we omvat de spreker en minstens één andere persoon. Een vergelijkbaar patroon is Should we wait? — “Zullen we wachten?”; should drukt hier dus niet simpelweg een verplichting uit, maar maakt een voorstelvraag. stop betekent hier “ophouden” of “stoppen”. Na stop kan een werkwoord in de -ing-vorm volgen wanneer je bedoelt dat een activiteit wordt beëindigd: stop talking = “ophouden met praten”. Dat verschilt van stop to talk, wat betekent dat iemand stopt met een andere activiteit om te gaan praten. using is de -ing-vorm van use, “gebruiken”. In stop using benoemt deze vorm de activiteit die beëindigd wordt. Een herbruikbaar voorbeeld is They stopped using the old key. — “Ze gebruikten de oude sleutel niet meer.” this is een aanwijzend woord voor één nabij of als nabij voorgesteld ding. Het verandert in het Engels niet naar grammaticaal geslacht; voor meerdere dingen gebruik je these. Hier wijst this samen met door naar de bedoelde deur. door is een zelfstandig naamwoord voor een deur, de beweegbare afsluiting van een ingang. Het meervoud is doors: The door is open. — “De deur is open.” Samen vormen de delen de vraag Should we stop using this door?: de spreker vraagt of de groep moet ophouden deze deur te gebruiken, dus of ze deze deur voortaan niet meer zullen gebruiken. De voorafgaande en volgende zinnen maken duidelijk dat het om de deur met de losse hendel gaat en dat men die hendel kan repareren, maar de vraag zelf formuleert alleen het voorstel om de deur niet meer te gebruiken.

  8. We can fix the handle before anyone gets stuck again.

    We kunnen de hendel repareren voordat iemand weer vast komt te zitten.

    We can
    we kunnen
    fix
    repareren
    handle
    hendel
    before
    voordat
    anyone
    iemand
    gets stuck
    vast komt te zitten
    again
    weer
    Uitgebreide uitleg

    We can betekent hier dat de spreker samen met minstens één andere persoon de mogelijkheid heeft om iets te doen. Can is een modaal hulpwerkwoord: na can komt de basisvorm zonder to, dus can fix, niet can to fix. Het voornaamwoord we verwijst naar de spreker en anderen, maar de zin specificeert niet wie die anderen zijn. fix betekent hier ‘repareren’ of ‘herstellen’. De basisvorm staat na can; de tegenwoordige vorm zonder hulpwerkwoord is ook fix, terwijl de verleden tijd en het voltooid deelwoord fixed zijn. Voorbeeld: They fixed the lock. — ‘Ze repareerden het slot.’ handle is hier een zelfstandig naamwoord voor het onderdeel waaraan je iets vastpakt of bedient, zoals een deurhendel. Het meervoud is handles. In deze zin is the handle een bepaalde hendel die voor de gesprekspartners herkenbaar is; the drukt niet uit hoeveel hendels er zijn. before leidt een gebeurtenis in die eerder moet plaatsvinden dan de gebeurtenis in de hoofdzin. Het patroon before + volledige bijzin is bruikbaar: Call me before you leave. — ‘Bel me voordat je vertrekt.’ Hier staat de before-bijzin na de hoofdzin, maar zij noemt de eerdere gebeurtenis. anyone betekent hier ‘iemand’ in de betekenis ‘welke persoon dan ook’. Het is grammaticaal enkelvoudig, ook al kan het naar geen specifieke persoon verwijzen. Daarom krijgt het werkwoord in de tegenwoordige tijd de enkelvoudsvorm: anyone gets, niet anyone get. gets stuck betekent hier ‘vast komt te zitten’ of ‘niet meer verder kan’. Gets is de vorm van get bij een derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. In get stuck werkt stuck als een beschrijving van de toestand; get geeft de overgang naar die toestand aan. Vergelijk The drawer gets stuck. — ‘De lade komt vast te zitten.’ again betekent ‘weer’ of ‘opnieuw’. Het geeft aan dat het vast komen te zitten eerder ook al is gebeurd; het zegt niet wanneer die eerdere gebeurtenis plaatsvond. Samen vormt de zin het patroon We can + basiswerkwoord + voorwerp + before + persoon/onderwerp + werkwoord + toestand + again. De hoofdzin zegt dat de spreker en anderen de hendel kunnen repareren. De bijzin geeft aan dat dit moet gebeuren vóór het moment waarop iemand opnieuw vast komt te zitten. De volledige betekenis is: ‘We kunnen de hendel repareren voordat iemand weer vast komt te zitten.’

Grammatica

before + subject + verb

Fix this before anyone gets stuck again.

Fiks dhis bifor eniewan gets stak uh-gen.

Repareer dit voordat iemand weer vast komt te zitten.

Na before volgt een volledige bijzin met een onderwerp en een werkwoord: before anyone gets stuck.

feel(s) + adjective

The handle feels loose.

Dhuh hendel fielz loes.

De hendel voelt los aan.

Na feel(s) gebruik je een bijvoeglijk naamwoord om een toestand of indruk te beschrijven, niet een bijwoord.

Engels woordenschat

closed bijvoeglijk naamwoord
kloozd dicht; gesloten
edge zelfstandig naamwoord
edzj rand
handle zelfstandig naamwoord
hendel hendel
near voorzetsel
nier bij; vlak bij
opened werkwoord
oowpend opende; ging open
pulled werkwoord
poeld trok eraan
pulling werkwoord
poeling trekken
push werkwoord
poesj duwen
slowly bijwoord
sloowlie langzaam
stays werkwoord
steez blijft
stuck bijvoeglijk naamwoord
stak vastzittend; geblokkeerd
try werkwoord
trai proberen

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

De deur zit vast.

Antwoord tonenThe door is stuck.

Probeer aan de hendel te trekken.

Antwoord tonenTry pulling the handle.

Duw langzaam bij de rand.

Antwoord tonenPush near the edge slowly.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

trok eraan

Antwoord tonenpulled

hendel

Antwoord tonenhandle

dicht; gesloten

Antwoord tonenclosed

trekken

Antwoord tonenpulling