Een kleine vlek schoonmaken | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: At a table, two adults clean a small stain with a sponge and a little soap..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een kleine vlek schoonmaken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

There is a stain on the table.

Dèr iz uh stein on duh tee-bul. Er zit een vlek op de tafel.
B

I can see it near the cup.

Ai ken sie it nier duh kap. Ik zie hem bij de kop.
A

Do we have a clean sponge?

Doe wie hev uh klien spandzj? Hebben we een schone spons?
B

The sponge is by the sink.

Duh spandzj iz bai duh singk. De spons ligt bij de gootsteen.
A

Should I use some soap?

Sjoed ai joez sam soop? Zal ik wat zeep gebruiken?
B

Put a little soap on the sponge.

Poet uh litl soop on duh spandzj. Doe een beetje zeep op de spons.
A

The stain is almost gone.

Duh stein iz olmoust gon. De vlek is bijna weg.
B

The table looks clean.

Duh tee-bul loeks klien. De tafel ziet er schoon uit.

Uitleg van de zinnen

  1. There is a stain on the table.

    Er zit een vlek op de tafel.

    There is
    er is / er zit
    stain
    vlek
    on
    op
    table
    tafel
    Uitgebreide uitleg

    There is is een vaste Engelse manier om het bestaan of de aanwezigheid van een enkelvoudig genoemd ding te introduceren: “er is/er zit”. De vorm is hoort bij een enkelvoudige naamwoordgroep; bij een meervoud staat There are, bijvoorbeeld: There are two stains. — “Er zijn twee vlekken.” stain betekent hier “vlek”, een zichtbaar gemarkeerd of vuil plekje op een oppervlak. Het meervoud is stains. Voorbeeld: There is a stain on my shirt. — “Er zit een vlek op mijn shirt.” on geeft hier aan dat iets zich op een oppervlak bevindt en daarmee in contact is. Voorbeeld: The book is on the table. — “Het boek ligt op de tafel.” table betekent “tafel”; het meervoud is tables. In deze zin wordt de tafel als plaats of oppervlak genoemd. Voorbeeld: The cup is on the table. — “De kop staat op de tafel.” Samen vormt There is a stain on the table de structuur There is + ding + plaats: “Er zit een vlek op de tafel.” De zin stelt dus vast dat er een vlek aanwezig is en lokaliseert die op het oppervlak van de tafel.

  2. I can see it near the cup.

    Ik zie hem bij de kop.

    I can
    ik kan
    see
    zien
    it
    hem
    near
    bij
    cup
    kop
    Uitgebreide uitleg

    I can vormt samen met het daaropvolgende werkwoord een bruikbaar patroon voor wat de spreker kan doen: I can + werkwoord. can blijft bij I dezelfde vorm. In deze zin gaat het om kunnen zien, dus om de mogelijkheid of waarneming die door see wordt uitgedrukt. Voorbeeld: I can hear you. — Ik kan je horen. see is het werkwoord see — zien. Hier staat de basisvorm, omdat hij na het modale hulpwerkwoord can komt: can see, niet can sees of can saw. De verleden tijd is saw en het voltooid deelwoord is seen. it is een Engels persoonlijk voornaamwoord in de derde persoon en enkelvoud; het is hier het object van see. De Engelse vorm zelf geeft geen mannelijk of vrouwelijk geslacht aan. In de vaste Nederlandse vertaling is it weergegeven als hem, en die vertaling bepaalt hier de bedoelde lezing. Voorbeeld: I found it. — Ik heb het gevonden. near geeft nabijheid aan: iets bevindt zich in de buurt van iets anders. Een bruikbaar patroon is near + zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld near the door — bij de deur / in de buurt van de deur. Het woord drukt nabijheid uit, niet noodzakelijk aanraking. cup is het zelfstandig naamwoord cup — kop of beker. Het staat hier in het enkelvoud. In de volledige woordgroep the cup staat the ervoor als bepaler: the cup — de kop/beker. Het Engelse meervoud is cups. Samen vormen I can see it en near the cup de betekenis dat de spreker het bedoelde als hem weergegevene kan zien, en dat dit zich bij de kop bevindt. De volledige betekenis is: “Ik zie hem bij de kop.”

  3. Do we have a clean sponge?

    Hebben we een schone spons?

    Do we
    vraaginleiding met ‘we’ als onderwerp
    have
    hebben
    clean
    schoon
    sponge
    spons
    Uitgebreide uitleg

    Do we opent een ja-neevraag in de tegenwoordige tijd. Do is hier een hulpwerkwoord en we is het onderwerp. Bij we blijft het hulpwerkwoord do; bij he, she of it staat in zulke vragen meestal does: Does she have a sponge? = ‘Heeft zij een spons?’ have betekent hier ‘hebben’ of ‘beschikken over’. Het is het zelfstandige werkwoord; na do gebruikt het Engels de basisvorm have, niet has. Vergelijk: We have a sponge. = ‘We hebben een spons.’ en Do we have a sponge? = ‘Hebben we een spons?’ clean beschrijft de spons als schoon. Het is een bijvoeglijk naamwoord en staat in deze naamwoordgroep vóór het zelfstandig naamwoord. De vergrotende vorm is cleaner: This sponge is cleaner. = ‘Deze spons is schoner.’ sponge betekent ‘spons’. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord. In deze zin staat a ervoor als onbepalend lidwoord bij een enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord; het wijst niet op een nader bepaalde spons en de vraag stelt geen exact aantal vast. Samen vormen Do we have + a clean sponge de vraag of de betrokkenen over een schone spons beschikken. De volledige betekenis is: ‘Hebben we een schone spons?’

  4. The sponge is by the sink.

    De spons ligt bij de gootsteen.

    sponge
    spons
    is
    is / bevindt zich
    by
    bij, dicht bij
    sink
    gootsteen
    Uitgebreide uitleg

    sponge betekent hier “spons”. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord. De vorm is enkelvoud; het meervoud is sponges. Voorbeeld: The sponge is wet. = “De spons is nat.” is is hier de tegenwoordige vorm van be bij een onderwerp in de derde persoon enkelvoud: the sponge. De andere tegenwoordige vormen zijn am bij I en are bij you, we, they en meervoudige onderwerpen. In deze zin verbindt is het onderwerp met de plaatsaanduiding; samen betekent is by the sink dat de spons zich daar bevindt. by geeft hier een plaats dichtbij aan: “bij” of “dicht bij”. Het heeft in deze zin niet de betekenis “door”, zoals in a book by the author (“een boek van de auteur”). Voorbeeld: The towel is by the sink. = “De handdoek ligt bij de gootsteen.” sink betekent hier “gootsteen”. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord; het meervoud is sinks. The voor sponge maakt duidelijk dat het om een identificeerbare spons gaat, en the voor sink doet hetzelfde voor de gootsteen. The sponge is het onderwerp. De combinatie by the sink geeft de plaats van de spons aan. Daarom betekent de hele zin: “De spons ligt bij de gootsteen.”

  5. Should I use some soap?

    Zal ik wat zeep gebruiken?

    Should I
    Zal ik…?
    use
    gebruiken
    some
    wat
    soap
    zeep
    Uitgebreide uitleg

    Should I vormt hier een vraag over wat de spreker moet doen: “Zal ik …?” Het modale werkwoord should staat vóór het onderwerp I, en daarna volgt het werkwoord in de basisvorm. In een bevestigende zin staat dezelfde volgorde niet: I should use ... = “Ik zou ... moeten gebruiken”. Voorbeeld: Should I wait? — “Zal ik wachten?” use betekent hier iets toepassen of gebruiken. Na should blijft het werkwoord in de basisvorm: should use, niet should uses of should used. De basisvorm is use; andere vormen zijn bijvoorbeeld uses bij he/she/it in de tegenwoordige tijd en used voor verleden tijd of als voltooid deelwoord. Voorbeeld: I use a sponge. — “Ik gebruik een spons.” some geeft hier een niet nader bepaalde hoeveelheid aan. Bij soap, dat in deze betekenis meestal een ontelbare stofnaam is, betekent het some soap dus “wat zeep”. Het legt geen precieze hoeveelheid vast; die kan klein of groter zijn. Voorbeeld: We need some water. — “We hebben wat water nodig.” soap is de stof of het product waarmee je iets wast. In deze zin wordt het als ontelbare stofnaam gebruikt, daarom staat er niet a soap. Als je afzonderlijke stukken bedoelt, kun je in een passende context bijvoorbeeld two bars of soap zeggen: “twee stukken zeep”. Samen vormen de delen de vraag Should I use some soap?: de spreker vraagt of het een goed idee of de bedoeling is om wat zeep te gebruiken. De vraag noemt wel zeep, maar geen exacte hoeveelheid; de daaropvolgende context kan aangeven hoeveel passend is.

  6. Put a little soap on the sponge.

    Doe een beetje zeep op de spons.

    Put
    doe
    a little
    een beetje
    soap
    zeep
    on
    op
    sponge
    spons
    Uitgebreide uitleg

    Put is de gebiedende wijs van to put: je geeft een directe instructie om iets ergens te plaatsen of aan te brengen. Het onderwerp you staat in het Engels meestal niet in de gebiedende wijs. Vergelijk: Put the book here. — “Leg het boek hier.” a little geeft een kleine hoeveelheid aan. In deze zin gaat het om een beetje zeep, niet om één afzonderlijk stuk zeep. Voor een grotere of onbepaalde hoeveelheid kan Engels ook some gebruiken: Put some soap on the sponge. — “Doe wat zeep op de spons.” soap is hier een ontelbaar zelfstandig naamwoord voor zeep als substantie. Daarom staat er geen meervoudsvorm achter a little; a little soap betekent “een beetje zeep”. Een telbaar voorwerp zou anders worden uitgedrukt, bijvoorbeeld a small bar of soap — “een klein stuk zeep”. on geeft hier de plaats of het oppervlak aan waarop iets terechtkomt. Het koppelt de aangebrachte zeep aan het oppervlak van de spons: Put water on the cloth. — “Doe water op de doek.” Sponge is een zelfstandig naamwoord voor een spons. Het meervoud is sponges: two sponges — “twee sponzen”. In deze zin is the sponge de specifieke spons die met het bepaalde lidwoord wordt aangeduid; de Nederlandse vertaling maakt dat ook specifiek met de spons. Samen vormt Put a little soap on the sponge een gebiedende zin met het patroon Put + hoeveelheid/materiaal + on + oppervlak of voorwerp. De betekenis is: doe een kleine hoeveelheid zeep op de spons. De gebiedende wijs maakt er een instructie van; a little soap benoemt wat je moet aanbrengen en on the sponge waar je dat moet aanbrengen.

  7. The stain is almost gone.

    De vlek is bijna weg.

    stain
    vlek
    almost
    bijna
    gone
    weg
    Uitgebreide uitleg

    stain betekent hier een vlek of verkleuring die ergens op zit. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord: a stain = één vlek en stains = meerdere vlekken. Voorbeeld: There is a stain on the shirt. — Er zit een vlek op het shirt. almost betekent bijna: iets is zeer dichtbij een toestand of gebeurtenis, maar die is nog niet volledig bereikt. Het verandert niet van vorm. Voorbeeld: The glass is almost full. — Het glas is bijna vol. gone is hier de vorm gone van go, maar in be gone beschrijft het niet zozeer een beweging. Met is betekent het dat iets niet meer aanwezig is of verdwenen is. De relevante vormen zijn go (basisvorm), went (verleden tijd) en gone (voltooid deelwoord). In deze zin staat gone na is als beschrijving van de toestand. Voorbeeld: The noise is gone. — Het geluid is weg. In de volledige zin is The stain het onderwerp. The verwijst naar een bepaalde vlek die in de situatie herkenbaar is; het drukt op zichzelf geen aantal uit. is verbindt het onderwerp met de toestand gone. Almost verzacht die toestand: de vlek is nog niet helemaal weg, maar wel bijna verdwenen. Samen betekent The stain is almost gone: De vlek is bijna weg.

  8. The table looks clean.

    De tafel ziet er schoon uit.

    table
    tafel
    looks
    ziet eruit; lijkt
    clean
    schoon
    Uitgebreide uitleg

    table betekent hier “tafel”: het is een zelfstandig naamwoord. Het meervoud is tables. Voorbeeld: “The tables look clean.” = “De tafels zien er schoon uit.” looks is hier de vorm van look voor een onderwerp in de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. In deze betekenis beschrijft look hoe iets visueel lijkt of eruitziet. Bij een meervoudig onderwerp staat look: “The tables look clean.” = “De tafels zien er schoon uit.” clean is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “schoon”. Na look beschrijft het bijvoeglijk naamwoord de toestand of indruk van het onderwerp: look + adjective. Voorbeeld: “The room looks quiet.” = “De kamer ziet er rustig uit.” Samen vormen The table en looks clean de betekenis: “De tafel ziet er schoon uit.” The table is het onderwerp, looks geeft de visuele indruk aan en clean beschrijft die indruk. De tegenwoordige tijd presenteert dit als een huidige waarneming.

Grammatica

There is + noun

There is a stain near the cup.

Dèr iz uh stein nier duh kap.

Er is een vlek bij het kopje.

Gebruik “there is” om te zeggen dat iets ergens aanwezig is. Het zelfstandig naamwoord volgt daarna.

look(s) + adjective

It looks almost gone.

It loeks olmoust gon.

Het ziet er bijna weg uit.

Na “looks” komt een bijvoeglijk naamwoord. “Almost” versterkt hier “gone” en betekent “bijna”.

Engels woordenschat

clean bijvoeglijk naamwoord
klien schoon

Do we have a clean sponge?

cup zelfstandig naamwoord
kap kopje

I can see it near the cup.

it voornaamwoord
it het

I can see it near the cup.

near voorzetsel
nier bij, dichtbij

I can see it near the cup.

see werkwoord
sie zien

I can see it near the cup.

sink zelfstandig naamwoord
singk gootsteen

The sponge is by the sink.

some bepaler
sam wat

Should I use some soap?

sponge zelfstandig naamwoord
spandzj spons

Do we have a clean sponge?

stain zelfstandig naamwoord
stein vlek

There is a stain on the table.

table zelfstandig naamwoord
tee-bul tafel

There is a stain on the table.

there is uitdrukking
dèr iz er is

There is a stain on the table.

use werkwoord
joez gebruiken

Should I use some soap?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Hebben we een schone spons?

Antwoord tonenDo we have a clean sponge?

De spons ligt bij de gootsteen.

Antwoord tonenThe sponge is by the sink.

Zal ik wat zeep gebruiken?

Antwoord tonenShould I use some soap?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

schoon

Antwoord tonenclean

spons

Antwoord tonensponge

tafel

Antwoord tonentable

bij, dichtbij

Antwoord tonennear