Een kleine vlek schoonmaken | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: At a table, two adults clean a small stain with a sponge and a little soap..

NL → EN / Niveau: A1

Over deze les

Met Een kleine vlek schoonmaken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

There is a stain on the table.

Dèr iz uh stein on duh tee-bul. Er zit een vlek op de tafel.
B

I can see it near the cup.

Ai ken sie it nier duh kap. Ik zie hem bij de kop.
A

Do we have a clean sponge?

Doe wie hev uh klien spandzj? Hebben we een schone spons?
B

The sponge is by the sink.

Duh spandzj iz bai duh singk. De spons ligt bij de gootsteen.
A

Should I use some soap?

Sjoed ai joez sam soop? Zal ik wat zeep gebruiken?
B

Put a little soap on the sponge.

Poet uh litl soop on duh spandzj. Doe een beetje zeep op de spons.
A

The stain is almost gone.

Duh stein iz olmoust gon. De vlek is bijna weg.
B

The table looks clean.

Duh tee-bul loeks klien. De tafel ziet er schoon uit.

Woord voor woord

There There staat hier in There is a stain om het bestaan van een vlek te introduceren; het verwijst hier niet naar een plaats. Een bruikbaar patroon is There is + een enkelvoudig ding, bijvoorbeeld wanneer je thuis iets aanwijst dat er is.
is Is drukt in There is a stain uit dat de vlek bestaat of aanwezig is. De woorden There is vormen samen de gebruikelijke manier om het bestaan van iets aan te geven; je gebruikt is ook in There is a problem. De vorm is hoort bij be.
a A betekent hier één niet nader bepaalde vlek: er wordt voor het eerst over de vlek gesproken. Het staat vóór een enkelvoudig zelfstandig naamwoord, zoals in a stain of a cup. Gebruik a wanneer de luisteraar nog niet weet om welk exemplaar het gaat.
stain Stain betekent hier een vuile of gekleurde plek op de tafel. In There is a stain staat het na a en vóór de plaatsbepaling op de tafel. Je gebruikt stain bijvoorbeeld wanneer je tijdens het schoonmaken een vlek aanwijst.
on On geeft in on the table aan dat de vlek zich op het oppervlak van de tafel bevindt. Het staat hier vóór de plaats the table. Gebruik on ook om te zeggen waar iets zich op een oppervlak bevindt.
the The verwijst in the table naar de specifieke tafel die in de situatie bekend is. Het staat vóór table en maakt duidelijk dat het om die tafel gaat, niet om een willekeurige tafel. Je gebruikt the wanneer spreker en luisteraar kunnen bepalen welk ding bedoeld wordt.
table Table betekent hier de tafel waarop de vlek zit. In on the table staat het na the als het zelfstandig naamwoord van de plaatsbepaling. Je gebruikt table wanneer je over een meubel met een vlak oppervlak praat.
I I verwijst in I can see it naar de persoon die spreekt. Het staat vóór can en maakt duidelijk wie iets kan zien. Gebruik I wanneer je over jezelf spreekt, bijvoorbeeld om te zeggen wat je ziet of doet.
can Can geeft in I can see it aan dat de spreker de vlek kan zien. Na can volgt rechtstreeks het werkwoord see zonder to. Gebruik de constructie I can + werkwoord om een mogelijkheid of vaardigheid uit te drukken.
see See betekent in I can see it dat de spreker de vlek met de ogen waarneemt. Na can staat see in de basisvorm. Je gebruikt see wanneer je iets opmerkt of kunt waarnemen, zoals een vlek bij een kopje.
it It verwijst in I can see it naar de eerder genoemde stain. Het voorkomt dat stain opnieuw moet worden herhaald en staat na see als datgene wat gezien wordt. Gebruik it voor een eerder genoemd ding wanneer duidelijk is waarnaar je verwijst.
near Near betekent in near the cup dat iets dicht bij het kopje is. Het staat vóór the cup als aanduiding van de plaats. Je gebruikt near om de locatie van een voorwerp of plek ongeveer aan te geven.
cup Cup betekent hier een klein drinkbakje waar de vlek in de buurt van zit. In near the cup staat het na the als het herkenbare referentiepunt voor de plaats. Je gebruikt cup bijvoorbeeld wanneer je een drinkbakje op tafel benoemt.
Do Do vormt in Do we have a clean sponge de vraag over beschikbaarheid. Het staat aan het begin van de vraag, vóór we, terwijl have de hoofdhandeling uitdrukt. Gebruik Do + onderwerp + werkwoord om in de tegenwoordige tijd een vraag te vormen.
we We verwijst in Do we have naar de spreker en minstens één andere persoon. Het staat na Do en vóór have. Je gebruikt we wanneer je een gezamenlijke voorraad, handeling of beslissing bespreekt.
have Have betekent in Do we have a clean sponge dat er een schone spons beschikbaar is of in ons bezit is. Na Do staat have in de basisvorm. Gebruik Do we have + voorwerp om te vragen of iets beschikbaar is; de vorm have hoort bij be? No, have is zelfstandig.
clean Clean betekent in a clean sponge dat de spons vrij van vuil is. Het staat vóór sponge en beschrijft welke spons gewenst is. Je gebruikt clean vóór een zelfstandig naamwoord om een schoon voorwerp aan te duiden.
sponge Sponge betekent hier een zacht voorwerp waarmee je de vlek kunt schoonmaken. In a clean sponge staat het na a clean als het voorwerp waarnaar gevraagd wordt. Je gebruikt sponge bijvoorbeeld bij schoonmaken met water of zeep.
by By betekent in by the sink dat de spons naast of vlak bij de gootsteen ligt. Het staat vóór the sink en vormt samen de plaatsbepaling. Gebruik by + plaats om aan te geven dat iets ernaast of dichtbij is.
sink Sink betekent hier de gootsteen waar de spons ligt. In by the sink staat het na the als plaats waar je de spons kunt vinden. Je gebruikt sink wanneer je praat over de bak waarin je afwast of schoonmaakt.
Should Should vraagt in Should I use some soap of het verstandig of gewenst is dat de spreker zeep gebruikt. Het staat aan het begin van de vraag, vóór I, en use volgt zonder to. Gebruik Should I + werkwoord om advies over je eigen volgende handeling te vragen.
use Use betekent in Should I use some soap zeep inzetten om de vlek schoon te maken. Na Should staat use in de basisvorm en het voorwerp some soap volgt erna. Je gebruikt use + voorwerp wanneer je zegt welk hulpmiddel of materiaal je toepast.
some Some betekent in some soap een niet nader bepaalde hoeveelheid zeep. Het staat vóór soap en geeft aan dat niet de exacte hoeveelheid belangrijk is. Gebruik some vóór een hoeveelheid materiaal wanneer je er een beetje of een bepaalde, niet gespecificeerde hoeveelheid van bedoelt.
soap Soap betekent hier het schoonmaakmiddel dat op de spons wordt gedaan. In some soap staat het na some als het materiaal dat gebruikt wordt. Je gebruikt soap bijvoorbeeld wanneer je uitlegt waarmee je een oppervlak schoonmaakt.
Put Put betekent in Put a little soap on the sponge dat iemand een kleine hoeveelheid zeep op de spons moet doen. Als eerste woord van de zin geeft Put hier een directe opdracht. Gebruik Put + voorwerp + plaats om te zeggen dat iemand iets ergens moet neerleggen of doen.
little Little betekent in a little soap een kleine hoeveelheid zeep. Samen met a staat het vóór het materiaal soap. Je gebruikt a little + materiaal wanneer je om een kleine hoeveelheid vraagt, bijvoorbeeld bij het schoonmaken.
almost Almost betekent in almost gone dat de vlek bijna verdwenen is, maar nog niet helemaal. Het staat vóór gone en beperkt de mate waarin de vlek weg is. Je gebruikt almost wanneer iets dicht bij een toestand of resultaat is.
gone Gone betekent in The stain is almost gone dat de vlek niet meer zichtbaar of aanwezig is. Samen met is almost beschrijft het de toestand van de vlek nadat deze is schoongemaakt. Je gebruikt gone wanneer iets verdwenen is of niet meer op zijn plaats is; de vorm gone hoort bij go.
looks Looks betekent in The table looks clean dat de tafel er schoon uitziet volgens wat je waarneemt. Het staat vóór clean in de constructie looks + bijvoeglijk naamwoord. Gebruik iets looks + beschrijving wanneer je zegt hoe iets eruitziet, zonder te beweren hoe het diepgaand of werkelijk is.

Grammatica

There is + noun

There is a stain near the cup.

Dèr iz uh stein nier duh kap.

Er is een vlek bij het kopje.

Gebruik “there is” om te zeggen dat iets ergens aanwezig is. Het zelfstandig naamwoord volgt daarna.

look(s) + adjective

It looks almost gone.

It loeks olmoust gon.

Het ziet er bijna weg uit.

Na “looks” komt een bijvoeglijk naamwoord. “Almost” versterkt hier “gone” en betekent “bijna”.

Engels woordenschat

clean bijvoeglijk naamwoord
klien schoon

Do we have a clean sponge?

cup zelfstandig naamwoord
kap kopje

I can see it near the cup.

it voornaamwoord
it het

I can see it near the cup.

near voorzetsel
nier bij, dichtbij

I can see it near the cup.

see werkwoord
sie zien

I can see it near the cup.

sink zelfstandig naamwoord
singk gootsteen

The sponge is by the sink.

some bepaler
sam wat

Should I use some soap?

sponge zelfstandig naamwoord
spandzj spons

Do we have a clean sponge?

stain zelfstandig naamwoord
stein vlek

There is a stain on the table.

table zelfstandig naamwoord
tee-bul tafel

There is a stain on the table.

there is uitdrukking
dèr iz er is

There is a stain on the table.

use werkwoord
joez gebruiken

Should I use some soap?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Hebben we een schone spons?

Antwoord tonenDo we have a clean sponge?

De spons ligt bij de gootsteen.

Antwoord tonenThe sponge is by the sink.

Zal ik wat zeep gebruiken?

Antwoord tonenShould I use some soap?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

schoon

Antwoord tonenclean

spons

Antwoord tonensponge

tafel

Antwoord tonentable

bij, dichtbij

Antwoord tonennear