It's
In “It's sunny outside.” betekent “It's” dat iets het geval is: het weer is zonnig. Dit is de verkorte vorm van “it is”. Je gebruikt “It's” vaak vóór een beschrijving, zoals in “It's warm.”
sunny
In “It's sunny outside.” betekent “sunny” dat er veel zonlicht is. Het beschrijft hier het weer na “It's”. Je gebruikt “sunny” bijvoorbeeld om buitenomstandigheden te beschrijven.
outside
In “It's sunny outside.” verwijst “outside” naar de open lucht, buiten het gebouw. Het geeft aan waar de beschreven weersomstandigheid geldt. Je kunt het gebruiken in een zin als “It’s warm outside.”
Bring
In “Bring your sunglasses.” is “Bring” een directe aansporing om iets mee te nemen naar de plaats waar je naartoe gaat. Het staat hier vóór het voorwerp “your sunglasses”. Je gebruikt deze vorm wanneer je iemand praktisch advies of een instructie geeft.
your
In “Bring your sunglasses.” geeft “your” aan dat de zonnebril van de aangesproken persoon is. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord “sunglasses”. Je gebruikt “your” op dezelfde manier bij iets dat bij de gesprekspartner hoort.
sunglasses
In “Bring your sunglasses.” betekent “sunglasses” een bril die de ogen tegen fel zonlicht beschermt. Het is hier het voorwerp dat iemand moet meenemen. Je gebruikt het woord wanneer je over bescherming tegen de zon praat.
Is
Aan het begin van “Is it too hot for a walk?” maakt “Is” van de zin een vraag over de omstandigheden. Het staat vóór “it” in deze vraag. Je gebruikt “Is” bijvoorbeeld in “Is it warm?” wanneer je naar het weer vraagt.
it
In “Is it too hot for a walk?” verwijst “it” naar het weer of de situatie, niet naar een genoemd voorwerp. Het komt ook voor in “It's warm”. Je gebruikt “it” vaak om in het Engels over het weer te praten.
too
In “too hot” geeft “too” aan dat de temperatuur hoger is dan geschikt voor de wandeling. Het versterkt “hot” met de betekenis ‘te’. Je gebruikt de combinatie “too” plus een beschrijving wanneer iets een grens overschrijdt.
hot
In “Is it too hot for a walk?” beschrijft “hot” een hoge temperatuur. Samen met “too” wordt gevraagd of die temperatuur ongeschikt is voor een wandeling. Je gebruikt “hot” om warm weer of een heet voorwerp te beschrijven.
for
In “too hot for a walk.” geeft “for” aan met welke activiteit de temperatuur in verband wordt gebracht. Het staat vóór “a walk”. Je gebruikt dezelfde combinatie wanneer je beoordeelt of het weer geschikt is voor een activiteit.
a
In “a walk” verwijst “a” naar één niet nader bepaalde wandeling. Het staat vóór “walk”. Je gebruikt “a” vóór een enkelvoudig, niet specifiek genoemd ding of activiteit.
walk
In “a walk” betekent “walk” een wandeling te voet. Hier gaat het om de activiteit waarvoor het weer wordt beoordeeld. Je gebruikt “walk” in de vaste combinatie “for a walk” voor een wandeling.
warm
In “It's warm, but we can still go.” beschrijft “warm” een aangename of gematigde warmte. De zin maakt duidelijk dat het ondanks die warmte mogelijk blijft om te gaan. Je gebruikt “warm” om het weer of de temperatuur te beschrijven.
but
In “It's warm, but we can still go.” introduceert “but” een tegenstelling. De warmte vormt geen reden om de wandeling af te zeggen. Je gebruikt “but” om twee tegengestelde ideeën met elkaar te verbinden.
we
In “we can still go” verwijst “we” naar de spreker en minstens één andere persoon. Het is de groep die samen kan gaan. Je gebruikt “we” wanneer je jezelf samen met anderen bedoelt.
can
In “we can still go.” geeft “can” aan dat gaan mogelijk is. Na “can” volgt hier de basisvorm “go”; in “We can stay” volgt “stay”. Je gebruikt “can” om mogelijkheid of vermogen uit te drukken.
still
In “we can still go” betekent “still” dat gaan ondanks de warmte nog steeds mogelijk is. Het staat vóór “go” na “can”. Je gebruikt de combinatie “can still” wanneer een mogelijkheid blijft bestaan ondanks een omstandigheid.
go
In “we can still go” betekent “go” dat de personen kunnen vertrekken of doorgaan met hun plan. Na “can” staat de vorm “go”. Je gebruikt het in deze situatie om te zeggen dat de wandeling nog kan plaatsvinden.
stay
In “We can stay in the shade.” betekent “stay” op een plaats blijven. Het staat vóór de plaatsaanduiding “in the shade”. Je gebruikt “stay in” wanneer je zegt dat iemand in een bepaalde ruimte of omgeving blijft.
in
In “in the shade” geeft “in” de plaats aan waar iemand blijft: in het beschutte gebied. Het vormt samen met “the shade” de plaatsaanduiding. Je gebruikt “stay in” om te zeggen dat iemand ergens blijft.
the
In “the shade” verwijst “the” naar de specifieke schaduw die in deze situatie beschikbaar is. Het staat vóór “shade”. Je gebruikt “the” wanneer de gesprekspartners weten over welke plaats of welk ding het gaat.
shade
In “the shade” betekent “shade” een gebied dat tegen direct zonlicht beschermd is. De personen kunnen daar blijven om minder warmte van de zon te voelen. Je gebruikt “in the shade” voor een plaats buiten die door bijvoorbeeld bomen wordt beschut.
trees
In “The trees should keep us cool.” verwijst “trees” naar de bomen die voor schaduw kunnen zorgen. De vorm wordt gebruikt voor meer dan één boom. Je gebruikt “the trees” wanneer je naar bekende bomen in de omgeving verwijst.
should
In “The trees should keep us cool.” drukt “should” een verwachting uit over het effect van de bomen. Het staat vóór de basisvorm “keep”. Je gebruikt “should” wanneer je verwacht dat iets zal gebeuren of een bepaald resultaat zal hebben.
keep
In “keep us cool” betekent “keep” ervoor zorgen dat iemand in een bepaalde toestand blijft. Hier zorgen de bomen ervoor dat “us” koel blijft. De bruikbare structuur is “keep” plus een persoon of zaak plus een beschrijving, zoals in “keep us cool”.
us
In “keep us cool” verwijst “us” naar de spreker en de andere persoon als degenen die koel blijven. Het staat na “keep”. Je gebruikt “us” wanneer jezelf en anderen het voorwerp van een handeling zijn.
cool
In “keep us cool” betekent “cool” dat de personen niet te warm worden. Het beschrijft de toestand waarin de bomen hen zouden houden. Je gebruikt “cool” hier om het gewenste effect van schaduw te beschrijven.
I'll
In “I'll bring a bottle of water.” kondigt “I'll” aan dat de spreker iets zal meenemen. Het is de verkorte vorm van “I will” en staat vóór “bring”. Je gebruikt “I'll” vaak voor een aanbod, besluit of voornemen op het moment van spreken.
bottle
In “a bottle of water” betekent “bottle” een fles, dus een houder voor vloeistof. Het woord staat vóór “of water” om aan te geven wat de fles bevat. Je gebruikt “a bottle of” om een hoeveelheid vloeistof in een fles te benoemen.
of
In “a bottle of water” verbindt “of” de fles met de vloeistof die erin zit. Het maakt duidelijk dat het om een fles water gaat. Je gebruikt “of” in deze structuur om de inhoud van een houder te noemen.
water
In “a bottle of water” betekent “water” de vloeistof die de spreker meeneemt om tijdens de wandeling te drinken. Het staat na “of” als inhoud van de fles. Je gebruikt deze combinatie wanneer je een fles met water bedoelt.
It'll
In “It'll come in handy during the walk.” verwijst “It'll” naar de fles water die net genoemd is en voorspelt het nut daarvan. Het is de verkorte vorm van “It will”. Je gebruikt “It'll” vóór een werkwoord wanneer je over een verwachte toekomstige werking of gebeurtenis spreekt.
come in handy
In “It'll come in handy during the walk.” betekent de hele uitdrukking dat iets op het juiste moment nuttig zal zijn. “Come” draagt het idee dat iets van pas komt, “in” hoort bij deze vaste verbinding en “handy” geeft het idee van bruikbaarheid. Je gebruikt “come in handy” voor een voorwerp of hulpmiddel dat later nuttig kan blijken.
during
In “during the walk” geeft “during” aan dat iets binnen de periode van de wandeling gebeurt. Het staat vóór “the walk”. Je gebruikt “during” vóór een gebeurtenis of periode om aan te geven wanneer iets plaatsvindt.