Klaar voor koud weer | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: Before going outside, two adults talk about wearing a scarf and gloves for cold weather..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Klaar voor koud weer oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

It feels cold outside.

It fiels kould autsaid. Buiten voelt het koud aan.
B

Wear your scarf.

Weer jor skaarf. Doe je sjaal om.
A

Do I need gloves too?

Doo ai nied glavz too? Heb ik ook handschoenen nodig?
B

They'll keep your hands warm.

Deel kiep jor hendz worm. Ze houden je handen warm.
A

Where are my gloves?

Weer ar mai glavz? Waar zijn mijn handschoenen?
B

They're next to your coat.

Deer nekst toe jor koot. Ze liggen naast je jas.
A

I'll put them on before I go.

Ail poet dem on bifo(o)r ai gou. Ik doe ze aan voordat ik ga.
B

Then you'll be ready for the cold.

Den joel bie reddie for de kould. Dan ben je klaar voor de kou.

Uitleg van de zinnen

  1. It feels cold outside.

    Buiten voelt het koud aan.

    It
    het
    feels
    voelt aan
    cold
    koud
    outside
    buiten
    Uitgebreide uitleg

    It is hier een onpersoonlijk onderwerp: het verwijst niet naar een specifiek genoemd ding of persoon. In Engelse zinnen over weer en algemene omstandigheden staat vaak it als grammaticaal onderwerp. Vergelijk: It is raining. — “Het regent.” feels komt van feel, “aanvoelen” of “voelen”. In deze zin beschrijft feel hoe de omgeving wordt ervaren; het betekent hier dus niet dat een genoemd persoon iets aanraakt. feels is de vorm voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: I feel, maar it feels. Voorbeeld: The room feels warm. — “De kamer voelt warm aan.” cold is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “koud”. Na feel beschrijft het een toestand of indruk: iets voelt koud aan. De basisvorm is cold; de vergrotende trap is colder en de overtreffende trap coldest. outside betekent hier “buiten” en geeft de plaats of omgeving aan. Het wordt hier als bijwoord gebruikt, zonder voorzetsel. Voorbeeld: It is warmer inside. — “Binnen is het warmer.” Samen vormt It feels cold outside. de betekenis: “Buiten voelt het koud aan.” It is het onpersoonlijke onderwerp, feels geeft de ervaren toestand aan, cold benoemt die toestand en outside beperkt haar tot buiten.

  2. Wear your scarf.

    Doe je sjaal om.

    Wear
    doe om
    your
    je; jouw
    scarf
    sjaal
    Uitgebreide uitleg

    Wear staat hier aan het begin als bevel: de basisvorm van het werkwoord wordt gebruikt voor een gebiedende zin. In deze context betekent wear dat je de sjaal omdoet en draagt; de vaste vertaling geeft dat weer met “omdoen”. De vormen zijn: wear – wore – worn. Voorbeeld: Wear a hat. = “Doe een hoed op.” your is een bezittelijke bepaler: het verwijst naar de persoon die wordt aangesproken en geeft aan dat de sjaal bij die persoon hoort. In het Engels verandert your niet naar het geslacht of het enkelvoud/meervoud van het daaropvolgende zelfstandig naamwoord. Het verschil tussen your en you’re is belangrijk: your betekent “jouw/je”, terwijl you’re de verkorte vorm is van you are. scarf is het zelfstandig naamwoord voor “sjaal”. Het meervoud is scarves: one scarf, two scarves. In deze zin staat de enkelvoudsvorm scarf; dat is de vorm die hier bij deze sjaal wordt gebruikt, zonder dat de zin zelf een exact aantal vastlegt. Samen vormen de delen een gebiedende zin: Wear your scarf. betekent “Doe je sjaal om.” De aangesprokene is degene die de handeling moet uitvoeren, en your maakt duidelijk dat het om diens sjaal gaat.

  3. Do I need gloves too?

    Heb ik ook handschoenen nodig?

    Do I
    vraagbegin met ‘ik’
    need
    nodig hebben
    gloves
    handschoenen
    too
    ook
    Uitgebreide uitleg

    Do I is hier het begin van een ja-neevraag. In de tegenwoordige tijd gebruikt het Engels do vóór het onderwerp I wanneer het hoofdwerkwoord een gewoon werkwoord is. Het patroon is Do I + werkwoord ...?, bijvoorbeeld: Do I need a ticket? — Heb ik een kaartje nodig? In een gewone mededeling staat: I need a ticket. need betekent hier ‘nodig hebben’ of ‘nodig zijn voor iemand’. De basisvorm is need. Na I, you, we en they blijft die vorm in de tegenwoordige tijd gelijk; bij he, she en it krijgt het werkwoord in een mededeling meestal -s: She needs help. — Zij heeft hulp nodig. In een vraag met does blijft het hoofdwerkwoord echter in de basisvorm: Does she need help? — Heeft zij hulp nodig? gloves betekent hier ‘handschoenen’. Het is het meervoud van glove (‘handschoen’); het meervoud krijgt hier -s. Voorbeeld: I need a glove. — Ik heb een handschoen nodig. I need gloves. — Ik heb handschoenen nodig. too betekent hier ‘ook’. Het staat in deze korte vraag aan het einde en voegt iets toe aan wat al ter sprake is: Do I need a hat too? — Heb ik ook een muts nodig? Samen vormen Do I need een vraag naar noodzakelijkheid. gloves is datgene wat nodig kan zijn en fungeert hier als het object van need; too voegt de betekenis ‘ook’ toe. De hele zin betekent daarom: Heb ik ook handschoenen nodig?

  4. They'll keep your hands warm.

    Ze houden je handen warm.

    They'll
    ze zullen
    keep
    houden
    hands
    handen
    warm
    warm
    Uitgebreide uitleg

    They'll is de samentrekking van they will: they is het onderwerp en will markeert hier een verwachting of toekomst. They verwijst naar meerdere personen of dingen; in deze zin wordt het precieze referent niet grammaticaal door de vorm zelf aangegeven. Voorbeeld: They'll arrive soon. — Ze zullen snel aankomen. keep betekent hier niet simpelweg alleen “houden”, maar “in een bepaalde toestand houden”. De vorm keep is de basisvorm na will; na will gebruik je dus niet een verleden of derde-persoonsvorm. Het patroon keep + object + adjective betekent dat iets ervoor zorgt dat het object in die toestand blijft. Voorbeeld: This jacket keeps me dry. — Deze jas houdt me droog. your hands bestaat uit your en het meervoudige zelfstandig naamwoord hands. Your geeft bezit of verbondenheid aan en verandert in het Engels niet naar enkelvoud of meervoud van het bezittene: your hand en your hands. Hands is het meervoud van hand; het enkelvoud is hand. Voorbeeld: Wash your hands. — Was je handen. warm is een bijvoeglijk naamwoord dat de toestand van your hands beschrijft. In het patroon keep + object + adjective staat het na het object: keep your hands warm. Het bijvoeglijk naamwoord verandert hier niet omdat hands meervoud is; het Engels kent in deze positie geen afzonderlijke meervoudsvorm van warm. Samen betekent They'll keep your hands warm: iets of meerdere personen zullen ervoor zorgen dat je handen warm blijven. They'll geeft het onderwerp en de toekomstige werking aan, keep drukt het in stand houden van een toestand uit, en your hands warm benoemt het object en de toestand ervan. De vaste Nederlandse betekenis is: Ze houden je handen warm.

  5. Where are my gloves?

    Waar zijn mijn handschoenen?

    Where are
    waar zijn
    my
    mijn
    gloves
    handschoenen
    Uitgebreide uitleg

    Where are vraagt naar de plaats van iets meervoudigs. Where betekent “waar” en are is de vorm van be bij you, we en meervoudige onderwerpen. In een vraag staat het werkwoord hier vóór het onderwerp: Where are the keys? betekent “Waar zijn de sleutels?” Bij één ding gebruik je is: Where is my coat? betekent “Waar is mijn jas?” my betekent “mijn” en geeft bezit aan vanuit het perspectief van de spreker. Het verandert niet voor enkelvoud of meervoud: my glove en my gloves gebruiken allebei my. Vergelijk your voor “jouw/uw”: Where are your gloves? betekent “Waar zijn jouw handschoenen?” gloves betekent “handschoenen”. Het is het meervoud van glove, “handschoen”. De uitgang -s markeert hier meer dan één handschoen. Een voorbeeld: I need two gloves. betekent “Ik heb twee handschoenen nodig.” Samen vormen Where are my gloves? een vraag naar de plaats van de handschoenen van de spreker: “Waar zijn mijn handschoenen?”

  6. They're next to your coat.

    Ze liggen naast je jas.

    They're
    ze zijn
    next to
    naast
    your
    je; jouw
    coat
    jas
    Uitgebreide uitleg

    They're is de verkorte vorm van they are: they is een meervoudig persoonlijk voornaamwoord en are is de tegenwoordige vorm van be bij they. In deze context verwijst they naar de handschoenen uit de vorige vraag. De Nederlandse vertaling maakt bovendien duidelijk dat ze daar liggen. Voorbeeld: They're on the table. — Ze liggen op tafel. next to betekent dat iets direct naast iets anders is; het is hier een vaste voorzetselgroep voor een plaatsrelatie. Voorbeeld: The keys are next to the phone. — De sleutels liggen naast de telefoon. your is een bezittelijk bepaler: het geeft aan dat de jas bij de aangesprokene hoort. Het verandert in het Engels niet door enkelvoud of meervoud van het bezit: your coat en your gloves. Dit verschilt van you're, de verkorting van you are. coat is het zelfstandig naamwoord voor een jas of mantel. Het meervoud is coats. In deze zin staat het in het enkelvoud na your: your coat. Samen vormt They're next to your coat. de structuur onderwerp + be + plaatsbepaling: de handschoenen bevinden zich naast de jas van de aangesprokene. De hele zin betekent dus: Ze liggen naast je jas.

  7. I'll put them on before I go.

    Ik doe ze aan voordat ik ga.

    I'll
    ik zal / ik ga
    put … on
    aantrekken (een kledingstuk)
    them
    ze / hen
    before I go
    voordat ik ga
    Uitgebreide uitleg

    I'll is de samentrekking van I will: I is de spreker en will vormt hier een uitspraak over een voorgenomen handeling. In deze zin verwijst I'll dus naar wat de spreker zal of van plan is te doen. In gewone Engelse zinnen staat ook de vorm I will; de samentrekking is vooral compacter en gebruikelijk in gesprek. put ... on is een scheidbaar werkwoordelijk patroon met de betekenis ‘aantrekken’ wanneer het over kleding of vergelijkbare draagbare dingen gaat. Het werkwoord is put; de vorm blijft in de tegenwoordige tijd en verleden tijd put, terwijl on het partikel is dat de betekenis ‘aantrekken’ helpt vormen. Met een voornaamwoord staat dat voornaamwoord tussen beide delen: put them on. Voorbeeld: Put your shoes on. — Trek je schoenen aan. them is het meervoudige objectvoornaamwoord: de dingen die de spreker zal aantrekken. Het staat hier na put en vóór on, zoals gebruikelijk bij dit patroon met een voornaamwoord. De precieze dingen worden in de Engelse zin niet benoemd; de context plaatst ze bij de jas en de vaste vertaling geeft de bedoeling als ‘ze aantrekken’ weer. Vergelijk: I found them. — Ik heb ze gevonden. before I go is een tijdsbepaling: de handeling gebeurt eerder dan het weggaan van de spreker. Before leidt hier een bijzin in. I is opnieuw het onderwerp van de spreker, en go is de basisvorm in de tegenwoordige tijd. Engels gebruikt na tijdswoorden zoals before vaak de tegenwoordige vorm voor een toekomstige handeling: I'll call you before I leave. — Ik bel je voordat ik vertrek. Samen vormt de zin het patroon I’ll + werkwoordelijk patroon + object + before + onderwerp + werkwoord: de spreker zal de bedoelde dingen aantrekken en dat doen vóór het eigen vertrek. De hele betekenis is: ‘Ik doe ze aan voordat ik ga.’

  8. Then you'll be ready for the cold.

    Dan ben je klaar voor de kou.

    Then
    dan
    you'll
    je zult
    ready
    klaar
    cold
    kou
    Uitgebreide uitleg

    Then betekent hier dan en verwijst naar een volgend moment in de beschreven volgorde: eerst gebeurt iets, daarna ben je klaar. Het kan ook toen betekenen bij een gebeurtenis in het verleden, maar dat is hier niet de lezing. you'll is de samentrekking van you will: you + will. In deze zin drukt will uit dat een toestand later zal gelden. Samen met het daaropvolgende be vormt het you'll be, met de betekenis je zult zijn; in de vaste Nederlandse vertaling wordt dat natuurlijk weergegeven als je bent. De vorm you'll verandert niet voor enkelvoud of meervoud: dezelfde vorm kan ook jullie zullen betekenen, afhankelijk van de aangesproken persoon. ready is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis klaar of gereed. Na be beschrijft het een toestand: be ready = klaar zijn. De vergrotende trap is readier en de overtreffende trap readiest, al zijn die hier niet nodig. Voorbeeld: I am ready. — Ik ben klaar. cold betekent hier kou. In the cold wordt het bijvoeglijk naamwoord cold zelfstandig gebruikt: het verwijst naar koude omstandigheden of koud weer. De hele combinatie heeft hier de betekenis de kou. In een andere zin kan cold wel rechtstreeks een zelfstandig naamwoord beschrijven, bijvoorbeeld a cold day — een koude dag. Samen vormen de delen Then + you'll be ready + for the cold de betekenis: Dan ben je klaar voor de kou. For geeft aan waarvoor die gereedheid geldt. De zin voorspelt of stelt dus dat de aangesprokene op dat latere moment voorbereid is op de kou.

Grammatica

feel + adjective

It feels cold outside.

It fiels kould autsaid.

Het voelt koud buiten.

Na feel gebruik je een bijvoeglijk naamwoord, zoals cold, om een gevoel of indruk te beschrijven.

before + clause

Put them on before you go.

Poet dem on bifo(o)r joe gou.

Trek ze aan voordat je gaat.

before betekent ‘voordat’ en verbindt twee handelingen; de tweede handeling volgt later.

Engels woordenschat

cold bijvoeglijk naamwoord
kould koud
feels werkwoord
fiels voelt
gloves zelfstandig naamwoord
glavz handschoenen
hands zelfstandig naamwoord
hendz handen
keep werkwoord
kiep houden
need werkwoord
nied nodig hebben
next to voorzetsel
nekst toe naast
outside bijwoord
autsaid buiten
scarf zelfstandig naamwoord
skaar f sjaal
warm bijvoeglijk naamwoord
worm warm
wear werkwoord
weer draag
where bijwoord
weer waar

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Buiten voelt het koud aan.

Antwoord tonenIt feels cold outside.

Doe je sjaal om.

Antwoord tonenWear your scarf.

Heb ik ook handschoenen nodig?

Antwoord tonenDo I need gloves too?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

buiten

Antwoord tonenoutside

nodig hebben

Antwoord tonenneed

houden

Antwoord tonenkeep

handschoenen

Antwoord tonengloves