Slecht weer | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: At home, two adults decide to stay inside during bad weather and wait with tea..

NL → EN / Niveau: A1

Over deze les

Met Slecht weer oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

The weather looks bad.

Duh wedər looks bed. Het weer ziet er slecht uit.
B

A storm may be coming.

Uh storm mee bie kaming. Er komt misschien een storm aan.
A

Should we stay inside?

Sjoed wie stee insaid? Zullen we binnen blijven?
B

Let's wait here until it passes.

Lets weit hier uhntil it pasiz. Laten we hier wachten tot het voorbij is.
A

Can we go out after it stops?

Kuhn wie gou aut efter it stops? Kunnen we naar buiten gaan als het stopt?
B

We can check the weather again and decide then.

Wie kuhn tjek duh wedər uhgen en disaid den. We kunnen het weer opnieuw bekijken en dan beslissen.
A

We can make some tea while we wait.

Wie kuhn meek sam tie wail wie weit. We kunnen thee zetten terwijl we wachten.
B

That will help pass the time.

Det wil help pas duh taim. Dat helpt om de tijd door te komen.

Woord voor woord

The The maakt een zelfstandig naamwoord specifiek. In The weather en the time gaat het om het weer en de tijd die in deze situatie bekend zijn; gebruik the voor iets specifieks of al bekends.
weather Weather betekent hier de omstandigheden buiten, zoals regen, wind of een storm. In The weather is weather het onderwerp; een veelgebruikt patroon is check the weather wanneer je de omstandigheden buiten bekijkt.
looks Looks betekent hier dat iets een bepaalde indruk maakt of er zo uitziet. In looks bad staat looks samen met het bijvoeglijk naamwoord bad; gebruik looks + bijvoeglijk naamwoord om een indruk te beschrijven.
bad Bad betekent hier slecht of onaangenaam en beschrijft het weer. In The weather looks bad staat bad na looks; je kunt deze combinatie gebruiken om te zeggen dat iets er niet goed uitziet.
A A verwijst in A storm naar één niet nader bepaalde storm. Het staat voor een enkelvoudig zelfstandig naamwoord wanneer de luisteraar nog niet weet welke specifieke storm bedoeld wordt.
storm Storm betekent een periode met zeer slecht weer. In A storm may be coming is storm datgene wat mogelijk nadert; je gebruikt a storm om zo’n weersverschijnsel voor het eerst te noemen.
may May drukt in may be coming een mogelijkheid uit: het is mogelijk dat de storm eraan komt. May wordt hier gevolgd door de basisvorm be; gebruik may + werkwoord om een mogelijkheid aan te geven.
be Be maakt in may be coming deel uit van de uitdrukking voor iets dat mogelijk onderweg is. Na may staat be in deze vorm; samen met coming beschrijft het dat de storm mogelijk nadert.
coming Coming betekent hier naderend of eraan komend. In be coming wordt coming gecombineerd met be om te zeggen dat de storm onderweg kan zijn; gebruik be + coming voor iets dat op weg is naar een plaats of tijdstip.
Should Should vraagt in Should we stay inside? wat verstandig of wenselijk is. De vraag gebruikt Should + we + werkwoord in de basisvorm; dit is een bruikbaar patroon om samen een beslissing of advies te bespreken.
we We verwijst hier naar de spreker en de andere persoon samen. In Should we stay inside? gaat het om een gezamenlijke keuze; gebruik we als de spreker zichzelf samen met anderen bedoelt.
stay Stay betekent hier ergens blijven in plaats van naar buiten te gaan. Na Should staat stay in de basisvorm, en in stay inside geeft inside aan waar men blijft.
inside Inside betekent hier binnen in een gebouw. In stay inside beschrijft het de plaats waar de twee personen blijven; gebruik stay inside wanneer je wilt voorstellen om binnen te blijven.
Let's Let's stelt in Let's wait here voor om iets samen te doen. Het wordt gevolgd door een werkwoord in de basisvorm; gebruik Let's + werkwoord om een gezamenlijke actie voor te stellen.
wait Wait betekent hier blijven totdat de storm of het slechte weer voorbij is. In Let's wait here staat wait na Let's en wordt de plaats aangegeven met here; gebruik wait until wanneer je op een gebeurtenis wacht.
here Here betekent op de plaats waar de spreker en luisteraar nu zijn. In wait here geeft het aan dat ze op deze plek moeten blijven; gebruik here om naar de huidige plaats te verwijzen.
until Until geeft in wait here until it passes het tijdstip aan tot waarop het wachten duurt. Het verbindt wait met een gebeurtenis of toestand; gebruik wait until + gebeurtenis om een eindpunt van het wachten te noemen.
it It verwijst hier naar de eerder genoemde storm of het slechte weer. In until it passes is it het onderwerp van de gebeurtenis waarnaar de twee personen wachten; gebruik it voor iets dat al uit de context bekend is.
passes Passes betekent hier wegtrekt of ophoudt, in verband met de storm of het slechte weer. In it passes volgt passes op it; gebruik it passes om te zeggen dat slecht weer voorbijgaat.
Can Can vraagt in Can we go out? of iets mogelijk is. De vraag gebruikt Can + we + werkwoord in de basisvorm; gebruik dit patroon om naar mogelijkheid of haalbaarheid te vragen.
go Go betekent hier naar buiten gaan, samen met out in go out. Na Can staat go in de basisvorm; gebruik go + plaats of go out om een beweging naar een andere plek te beschrijven.
out Out betekent hier naar buiten. In go out vormt het samen met go de uitdrukking voor buiten gaan; gebruik go out wanneer iemand een gebouw of andere binnenruimte verlaat.
after After betekent later dan een gebeurtenis. In after it stops verwijst het naar de tijd nadat de storm of het slechte weer stopt; gebruik after + gebeurtenis om aan te geven wat daarna gebeurt.
stops Stops betekent hier ophoudt of eindigt, namelijk dat het slechte weer ophoudt. In after it stops volgt stops op it; gebruik it stops om het einde van een gebeurtenis of activiteit te beschrijven.
check Check betekent hier bekijken of controleren, namelijk het weer opnieuw bekijken. Na can staat check in de basisvorm, en het voorwerp staat er direct achter in check the weather; gebruik check + voorwerp voor een controle.
again Again betekent opnieuw of nog een keer. In check the weather again geeft het aan dat het weer al eerder bekeken is; gebruik again om een herhaling aan te geven.
and And verbindt hier twee acties: het weer bekijken en daarna beslissen. In check the weather again and decide then koppelt and twee werkwoorden of handelingen aan elkaar.
decide Decide betekent hier kiezen wat de twee personen daarna zullen doen. In and decide then staat decide als tweede gezamenlijke actie; gebruik decide wanneer je na het bekijken of bespreken een keuze maakt.
then Then betekent op dat latere moment, nadat het weer opnieuw is bekeken. In decide then geeft het aan wanneer de beslissing wordt genomen; gebruik then om naar een volgende stap in de tijd te verwijzen.
make Make betekent hier klaarmaken of bereiden, namelijk thee bereiden in make some tea. Na can staat make in de basisvorm; gebruik make + eten of drinken wanneer je iets klaarmaakt.
some Some geeft in some tea een niet nader bepaalde hoeveelheid aan. Het staat vóór tea en maakt duidelijk dat het om wat thee gaat zonder een exacte hoeveelheid te noemen; gebruik some vóór een onbepaalde hoeveelheid.
tea Tea betekent hier de warme drank die de twee personen tijdens het wachten klaarmaken. In make some tea is tea hetgene dat wordt bereid; make tea is een bruikbare combinatie voor thee klaarmaken.
while While betekent tijdens de tijd dat en verbindt hier het thee maken met het wachten. In while we wait staat er een volledige gebeurtenis na while; gebruik while + gebeurtenis voor twee gelijktijdige activiteiten.
That That verwijst hier naar de zojuist voorgestelde activiteit, namelijk thee maken tijdens het wachten. In That will help pass the time verwijst that naar iets uit de vorige zin; gebruik That + werkwoord om naar een eerder genoemde handeling of zaak te verwijzen.
will Will geeft in will help een verwacht toekomstig resultaat aan. In That will help staat will vóór de basisvorm help; gebruik will + werkwoord om een verwachting of gevolg aan te geven.
help Help betekent hier bijdragen aan het gemakkelijker of aangenamer maken van het wachten. In will help pass the time staat help vóór de handeling pass the time; gebruik help + werkwoord om te zeggen dat iets een andere handeling ondersteunt.
pass Pass betekent in pass the time de tijd laten voorbijgaan of de tijd doorkomen. De hele combinatie pass the time beschrijft hier hoe thee drinken het wachten aangenamer maakt; gebruik deze combinatie voor een activiteit tijdens het wachten.
time Time verwijst hier naar de periode die de twee personen doorbrengen terwijl ze wachten. In pass the time is time datgene wat voorbijgaat; pass the time is een vaste, bruikbare combinatie voor de tijd doorkomen.

Grammatica

until + subject + verb

Wait until the storm passes.

Weit uhntil duh storm passiz.

Wacht totdat de storm voorbijgaat.

Na until volgt een volledige bijzin met onderwerp en werkwoord. Bij he/she/it krijgt het werkwoord vaak -s.

while + subject + verb

Make tea while we wait.

Meek tie wail wie weit.

Maak thee terwijl we wachten.

While verbindt twee handelingen die tegelijkertijd plaatsvinden. Na while staat een volledige bijzin.

Engels woordenschat

after voegwoord
efter nadat

Can we go out after it stops?

bad bijvoeglijk naamwoord
bed slecht

The weather looks bad.

come werkwoord
kam komen coming

A storm may be coming.

go out uitdrukking
gou aut naar buiten gaan

Can we go out after it stops?

inside bijwoord
insaid binnen

Should we stay inside?

look werkwoord
loek eruitzien looks

The weather looks bad.

pass werkwoord
pas voorbijgaan passes

Let's wait here until it passes.

stay inside uitdrukking
stee insaid binnen blijven

Should we stay inside?

storm zelfstandig naamwoord
storm storm

A storm may be coming.

until voegwoord
uhntil totdat

Let's wait here until it passes.

wait werkwoord
weit wachten

Let's wait here until it passes.

weather zelfstandig naamwoord
wedər weer

The weather looks bad.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Het weer ziet er slecht uit.

Antwoord tonenThe weather looks bad.

Er komt misschien een storm aan.

Antwoord tonenA storm may be coming.

Zullen we binnen blijven?

Antwoord tonenShould we stay inside?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

storm

Antwoord tonenstorm

weer

Antwoord tonenweather

eruitzien

Antwoord tonenlooks

komen

Antwoord tonencoming