Tekenen in je vrije tijd | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: At home, two adults talk about drawing in free time and trying the hobby with an old pencil..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Tekenen in je vrije tijd oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

What do you do in your free time?

Wut duh jə doe in jər frie taim? Wat doe je in je vrije tijd?
B

I enjoy drawing at home.

Ai indzjoi droo-ing et hoom. Ik teken graag thuis.
A

That sounds like a relaxing hobby.

Dæt saundz laik ə rilæk-sing hob-bi. Dat klinkt als een rustige hobby.
B

I usually sketch small things in my notebook.

Ai joe-zjoe-uh-li sketsj smol fingz in mai nootboek. Ik schets meestal kleine dingen in mijn notitieboek.
A

Do you practice often?

Də jə præktis ofən? Oefen je vaak?
B

A little, mostly when I have time.

Ə litəl, moust-li wen ai hev taim. Een beetje, meestal als ik tijd heb.
A

Maybe I can try it too.

Mee-bi ai ken trai it toe. Misschien kan ik het ook proberen.
B

You can use my old pencil.

Jə ken joez mai ould pensəl. Je kunt mijn oude potlood gebruiken.

Uitleg van de zinnen

  1. What do you do in your free time?

    Wat doe je in je vrije tijd?

    What
    wat
    do
    helpt de vraag vormen
    do
    doen
    your
    je/jouw
    free
    vrije
    time
    tijd
    Uitgebreide uitleg

    What vraagt hier naar informatie over de activiteit of activiteiten die iemand doet. Als vraagwoord staat het vooraan: What do you do ...? betekent hier niet letterlijk dat what zelf iets doet. Vergelijk als leerpatroon: What do you read? — “Wat lees je?” Het eerste do is een hulpwerkwoord dat de tegenwoordige vraagvorm maakt; het draagt daar niet zelfstandig de betekenis “doen”. Het tweede do is het inhoudelijke werkwoord “doen”. Bij he, she of it wordt het hulpwerkwoord does: What does she do? — “Wat doet zij?” In dat voorbeeld is het eerste does het hulpwerkwoord en het laatste do het inhoudelijke werkwoord. your is een bezittelijk woord: het verbindt time met de aangesprokene en betekent hier “je/jouw”. your verandert niet afhankelijk van enkelvoud of meervoud van het bezit. Het is niet hetzelfde als you, dat als zelfstandig persoonlijk voornaamwoord “je/jij” betekent. free beschrijft time: het gaat hier om tijd waarin iemand niet bezig is met werk of een andere verplichting. De vorm is het gewone bijvoeglijke naamwoord, niet de vergrotende trap. De vergelijkingsreeks is free — freer — freest; in free time betekent free gewoon “vrije”. free time is een vaste, zeer gebruikelijke combinatie voor “vrije tijd”. time is het zelfstandig naamwoord voor tijd. In free time wordt het algemeen gebruikt voor beschikbare tijd, niet voor één afzonderlijk telbaar moment. Voor kloktijd gebruik je bijvoorbeeld What time do you leave? — “Hoe laat vertrek je?” Dat is een ander gebruik van hetzelfde woord. Samen vormen de woorden het vraagpatroon What do you do in your free time?: What vraagt welke activiteit(en), do you do vraagt wat de aangesprokene doet, en in your free time beperkt de vraag tot diens vrije tijd. De volledige betekenis is: “Wat doe je in je vrije tijd?” Dit is een gewone, neutrale manier om naar iemands vrijetijdsactiviteiten te vragen.

  2. I enjoy drawing at home.

    Ik teken graag thuis.

    enjoy
    genieten van; graag doen
    drawing
    tekenen
    at home
    thuis
    Uitgebreide uitleg

    enjoy betekent hier dat de spreker plezier heeft in een activiteit. Het is de basisvorm van het werkwoord; bij I blijft die vorm in de tegenwoordige tijd onveranderd. Na enjoy staat voor een activiteit gewoonlijk een werkwoordsvorm op -ing: I enjoy reading. = Ik lees graag. drawing is hier de -ing-vorm van draw en benoemt de activiteit tekenen. In deze zin is het geen persoonsvorm: enjoy draagt de tijd en de vorm drawing vult aan waar de spreker plezier in heeft. Vergelijk draw voor de basisvorm en drawing voor de activiteit: Drawing helps me relax. = Tekenen helpt me ontspannen. at home geeft de plaats aan: thuis, dus op de eigen woonplek. Home wordt in deze vaste plaatsbepaling zonder lidwoord gebruikt. Het patroon at home is niet hetzelfde als alleen home in bijvoorbeeld I go home, waar home de richting naar huis uitdrukt. Samen vormen I, enjoy drawing en at home de betekenis: de spreker zegt dat die persoon plezier heeft in tekenen en dat dit thuis gebeurt. De tegenwoordige tijd presenteert dit als een algemene of huidige voorkeur, zonder een extra tijdstip te noemen.

  3. That sounds like a relaxing hobby.

    Dat klinkt als een rustige hobby.

    That
    dat
    sounds like
    klinkt als
    relaxing
    ontspannend
    hobby
    hobby
    Uitgebreide uitleg

    That verwijst hier naar de eerder genoemde activiteit, tekenen thuis. Als zelfstandig aanwijzend voornaamwoord betekent het ‘dat’ en staat het als onderwerp. Het verwijst niet naar een expliciet genoemd zelfstandig naamwoord in deze zin; de context maakt de activiteit de bedoelde referent. Vergelijk: This sounds good. = ‘Dit klinkt goed.’ Sounds like bestaat hier uit sound + de uitgang -s en like. Sound staat in de tegenwoordige tijd in de vorm voor een derde persoon enkelvoud: sound → sounds. Na that is die vorm nodig. Like betekent hier ‘als’: het geheel geeft aan welke indruk iets maakt. Hoewel sound ook letterlijk over geluid kan gaan, betekent het in deze zin ‘klinken’ in de zin van ‘de indruk wekken’. Voorbeeld: That sounds difficult. = ‘Dat klinkt moeilijk.’ Relaxing is een bijvoeglijk naamwoord bij hobby: de hobby wordt voorgesteld als iets dat ontspanning geeft of ontspannend is. Het is gevormd bij het werkwoord relax, maar hier beschrijft het niet een handeling die door de hobby zelf wordt uitgevoerd. Het paar relaxing en relaxed is nuttig om te onderscheiden: The hobby is relaxing. = ‘De hobby is ontspannend’; I feel relaxed. = ‘Ik voel me ontspannen.’ Hobby is een zelfstandig naamwoord voor een activiteit die iemand in de vrije tijd doet. Het meervoud is hobbies, met een spellingverandering van y naar ies: one hobby, two hobbies. Voorbeeld: Drawing is my hobby. = ‘Tekenen is mijn hobby.’ Samen betekent That + sounds like + a relaxing hobby: ‘Dat klinkt als een ontspannende hobby.’ Het onbepaalde lidwoord a hoort bij het enkelvoudige telbare zelfstandig naamwoord hobby; de zin stelt daarmee een hobby als soort of typering voor, zonder een aantal te noemen. De hele zin geeft dus de indruk dat de bedoelde activiteit, namelijk tekenen thuis, een ontspannende vrijetijdsactiviteit is.

  4. I usually sketch small things in my notebook.

    Ik schets meestal kleine dingen in mijn notitieboek.

    I
    ik
    usually
    meestal
    sketch
    schets
    small
    klein
    things
    dingen
    in
    in
    my
    mijn
    notebook
    notitieboek
    Uitgebreide uitleg

    I is het Engelse persoonlijk voornaamwoord voor de spreker. Het verwijst hier naar degene die de zin uitspreekt. In het Engels schrijf je I altijd met een hoofdletter. Voorbeeld: I read. = Ik lees. usually betekent hier dat iets gewoonlijk gebeurt, maar niet noodzakelijk elke keer. Het staat vaak vóór het zelfstandige werkwoord: I usually walk. = Ik loop meestal. sketch is hier het werkwoord sketch in de tegenwoordige tijd. Met I blijft de vorm sketch; de derde persoon enkelvoud heeft meestal sketches: She sketches. = Zij schetst. De tegenwoordige tijd kan zo een gewoonte uitdrukken. small betekent klein en beschrijft things. Het is hier een gewone vorm van het bijvoeglijk naamwoord; Engelse bijvoeglijke naamwoorden krijgen in deze positie geen aparte meervoudsvorm: small objects = kleine voorwerpen. Het tegenovergestelde is large of big, afhankelijk van de context. things betekent hier dingen. Dit is het meervoud van thing: one thing, two things. Het woord is algemeen; het specificeert niet precies welke voorwerpen worden geschetst. in geeft hier de plaats aan waar iets gebeurt: in een notitieboek. Het staat vóór een zelfstandig naamwoord of naamwoordgroep: in the room = in de kamer. my is een bezittelijke bepaler bij notebook en betekent mijn. Het geeft aan dat het notitieboek bij de spreker hoort of aan de spreker is gekoppeld. My verandert niet omdat het daaropvolgende zelfstandig naamwoord enkelvoud of meervoud is: my notebook, my notebooks. notebook betekent notitieboek. Het is een samengesteld zelfstandig naamwoord van note en book, maar in deze zin functioneert het als één woord. Het meervoud is notebooks. Samen vormen I usually sketch en small things de betekenis ik schets meestal kleine dingen. De woordgroep in my notebook zegt waar het schetsen plaatsvindt. De hele zin betekent dus: Ik schets meestal kleine dingen in mijn notitieboek. De tegenwoordige tijd en usually presenteren dit als een gewoonte.

  5. Do you practice often?

    Oefen je vaak?

    Do you
    je ...?
    practice
    oefenen
    often
    vaak
    Uitgebreide uitleg

    Do you staat hier aan het begin van een ja/nee-vraag. In de tegenwoordige tijd gebruikt het Engels do als hulpwerkwoord vóór het onderwerp you; het hoofdwerkwoord blijft daarna in de basisvorm. You kan naar één persoon of naar meerdere personen verwijzen; de vorm verandert niet voor dit onderscheid. Voorbeeld: Do you work here? = ‘Werk je hier?’ practice betekent hier ‘oefenen’, dus een vaardigheid regelmatig gebruiken om die te verbeteren. Het is hier de basisvorm na do. In een bevestigende zin zonder hulpwerkwoord krijgt het bij he, she of it meestal -s: I practice = ‘Ik oefen’, maar She practices = ‘Zij oefent’. Voorbeeld: They practice every day. = ‘Ze oefenen elke dag.’ often is een bijwoord van frequentie en betekent ‘vaak’. Het zegt dat iets geregeld gebeurt, zonder een precies aantal keer vast te leggen. Het staat in deze vraag achter het werkwoord: Do you practice often? Voorbeeld: I often read in the evening. = ‘Ik lees vaak ’s avonds.’ Samen vormen Do you + practice + often de vraag ‘Oefen je vaak?’: de vraag gaat over de frequentie waarmee de aangesprokene oefent. De vraag gebruikt een neutrale, alledaagse formulering.

  6. A little, mostly when I have time.

    Een beetje, meestal als ik tijd heb.

    A little
    een beetje
    mostly
    meestal
    have
    hebben
    time
    tijd
    Uitgebreide uitleg

    A little betekent hier “een beetje” en geeft een kleine hoeveelheid of mate aan. Het is een vaste, veelgebruikte combinatie van het onbepaalde lidwoord a en little. Vergelijk: little zonder a betekent meestal “weinig” met een nadruk op een tekort, terwijl a little een kleine maar aanwezige hoeveelheid uitdrukt. Voorbeeld: I speak a little English. — “Ik spreek een beetje Engels.” Mostly betekent “meestal” en geeft aan dat iets in het grootste deel van de gevallen zo is, maar niet altijd. Het bijwoord staat hier vóór de tijdsbepalende bijzin when I have time en beperkt dus de frequentie van de bedoelde activiteit. Voorbeeld: I mostly work in the morning. — “Ik werk meestal ’s ochtends.” Have is hier de tegenwoordige vorm van het werkwoord have, met I als onderwerp: I have. In deze zin betekent het “hebben” in de betekenis van tijd beschikbaar hebben. In de tegenwoordige tijd verandert have bij he, she en it in has: I have time, maar She has time. Voorbeeld: I have time today. — “Ik heb vandaag tijd.” Time betekent hier “tijd” als beschikbare tijd in het algemeen. In deze betekenis is het vaak een ontelbaar zelfstandig naamwoord: I have time, niet normaal gesproken I have a time wanneer je bedoelt dat je tijd beschikbaar hebt. Als time een afzonderlijk moment of een gebeurtenis betekent, kan het wel telbaar zijn, bijvoorbeeld three times — “drie keer”. De volledige structuur is: A little, mostly when I have time. Eerst geeft A little de beperkte mate aan. Mostly nuanceert dat dit doorgaans zo is, en when I have time bepaalt de voorwaarde: wanneer de spreker tijd beschikbaar heeft. Samen betekent de uiting: “Een beetje, meestal als ik tijd heb.”

  7. Maybe I can try it too.

    Misschien kan ik het ook proberen.

    Maybe
    misschien
    I can
    ik kan
    try
    proberen
    it
    het / dat
    too
    ook
    Uitgebreide uitleg

    Maybe maakt de mededeling onzeker of mogelijk: de spreker zegt niet dat het zeker zal gebeuren. Het staat vooraan en beïnvloedt de hele mededeling. I can bevat het onderwerp I en het modale hulpwerkwoord can. Hier drukt can uit dat de spreker de mogelijkheid of het vermogen heeft om iets te doen. Na can komt in het Engels de onverbogen basisvorm: can try, niet can tries of can to try. Voorbeelden: I can help. — Ik kan helpen. She can help. — Zij kan helpen. Can verandert daarbij niet met de persoon. try is de basisvorm van het werkwoord en betekent hier een poging doen. De vormen zijn bijvoorbeeld try, tries bij he/she/it in de tegenwoordige tijd en tried in de verleden tijd. Na een modaal werkwoord zoals can blijft de basisvorm staan: I can try. — Ik kan het proberen. it is een persoonlijk voornaamwoord voor een enkelvoudig niet-menselijk referent, zoals een ding, dier of situatie. De Nederlandse vertaling geeft hier het; de Engelse vorm it geeft zelf geen grammaticaal geslacht aan. De precieze referent wordt in deze zin niet benoemd, maar try it verwijst naar iets dat de spreker wil proberen. too betekent hier ook: de spreker voegt deze mogelijkheid toe aan iets dat al in de context aanwezig is. Een vergelijkbaar voorbeeld is I can come too. — Ik kan ook komen. Samen vormen de delen Maybe + I can try it + too. De volledige betekenis is: Misschien kan ik het ook proberen. De spreker presenteert het proberen van de bedoelde zaak als een mogelijke extra optie.

  8. You can use my old pencil.

    Je kunt mijn oude potlood gebruiken.

    You can
    je kunt
    use
    gebruiken
    my
    mijn
    old
    oud
    pencil
    potlood
    Uitgebreide uitleg

    You can betekent hier “je kunt”: het drukt een mogelijkheid, vermogen of toestemming uit, zonder dat de precieze nuance verder wordt vastgelegd. Can is een modaal hulpwerkwoord en verandert in de tegenwoordige tijd niet met het onderwerp: I can, you can, she can. Na can staat het volgende werkwoord in de basisvorm, zonder to. use betekent hier “gebruiken”. Het is de basisvorm na can: You can use it. = “Je kunt het gebruiken.” Zonder een modaal hulpwerkwoord krijgt de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd meestal uses: She uses a pencil. = “Zij gebruikt een potlood.” my betekent “mijn” en geeft aan dat het genoemde voorwerp met de spreker verbonden is als bezitter. Het verandert niet met enkelvoud of meervoud: my pencil, my pencils. old betekent hier “oud” en beschrijft pencil. Als Engels bijvoeglijk naamwoord verandert het niet voor enkelvoud of meervoud: an old pencil, old pencils. Het tegenovergestelde is new: a new pencil = “een nieuw potlood”. pencil betekent “potlood”. Het meervoud is pencils: I have two pencils. = “Ik heb twee potloden.” Samen vormen You can en use de betekenis “je kunt gebruiken”. My old pencil betekent “mijn oude potlood”: my geeft de bezitsrelatie aan, old staat vóór het zelfstandig naamwoord pencil, en mijn oude potlood is de passende Nederlandse vorm in deze volledige woordgroep. De volledige zin betekent: “Je kunt mijn oude potlood gebruiken.”

Grammatica

enjoy + verb-ing

I enjoy drawing at home.

Ai indzjoi droo-ing et hoom.

Ik vind het leuk om thuis te tekenen.

Na enjoy gebruik je vaak de -ing-vorm, niet to + werkwoord: enjoy drawing.

usually + hoofdwerkwoord

I usually practice drawing at home.

Ai joe-zjoe-uh-li præktis droo-ing et hoom.

Ik oefen meestal thuis met tekenen.

Bij een gewoonte staat usually vaak vóór het hoofdwerkwoord: I usually practice.

Engels woordenschat

at home uitdrukking
et hoom thuis

I enjoy drawing at home.

draw werkwoord
droo tekenen drawing

I enjoy drawing at home.

enjoy werkwoord
indzjoi leuk vinden; genieten van

I enjoy drawing at home.

free time uitdrukking
frie taim vrije tijd

What do you do in your free time?

hobby zelfstandig naamwoord
hob-bi hobby

That sounds like a relaxing hobby.

notebook zelfstandig naamwoord
nootboek notitieboek

I usually sketch small things in my notebook.

practice werkwoord
præktis oefenen

Do you practice often?

relaxing bijvoeglijk naamwoord
rilæk-sing ontspannend; rustgevend

That sounds like a relaxing hobby.

sketch werkwoord
sketsj schetsen

I usually sketch small things in my notebook.

small bijvoeglijk naamwoord
smol klein

I usually sketch small things in my notebook.

sound werkwoord
saund klinken sounds

That sounds like a relaxing hobby.

usually bijwoord
joe-zjoe-uh-li meestal; gewoonlijk

I usually sketch small things in my notebook.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik teken graag thuis.

Antwoord tonenI enjoy drawing at home.

Dat klinkt als een rustige hobby.

Antwoord tonenThat sounds like a relaxing hobby.

Oefen je vaak?

Antwoord tonenDo you practice often?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

tekenen

Antwoord tonendrawing

ontspannend; rustgevend

Antwoord tonenrelaxing

leuk vinden; genieten van

Antwoord tonenenjoy

schetsen

Antwoord tonensketch