Praten over lezen in je vrije tijd | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: At home, two adults talk about reading a short book in a quiet room..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Praten over lezen in je vrije tijd oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

What are you reading?

Wot ur joe rieding? Wat lees je?
B

I am reading a short book.

Ai em rieding uh sjort boek. Ik lees een kort boek.
A

Do you like the story?

Djoe laik də stoorie? Vind je het verhaal leuk?
B

It is easy to follow.

It iz iezie tə falow. Het is makkelijk te volgen.
A

Where do you usually read?

Wèr də joe joezjoeweli ried? Waar lees je meestal?
B

I usually read in a quiet room at home.

Ai joezjoeweli ried in uh kwaiət roem et hoom. Ik lees meestal in een rustige kamer thuis.
A

That sounds calm.

Dèt saundz kaam. Dat klinkt rustig.
B

It helps me enjoy my free time.

It helps mie en-dzjoi mai frie taim. Het helpt me om van mijn vrije tijd te genieten.

Uitleg van de zinnen

  1. What are you reading?

    Wat lees je?

    What
    wat
    are you
    ben je
    reading
    lezen
    Uitgebreide uitleg

    What vraagt naar het ding of de inhoud waarnaar de handeling gericht is. In deze zin betekent het wat; het is het vraagwoord dat de onbekende inhoud van het lezen aanduidt. Vergelijk: What are you writing? — Wat schrijf je? are you vormt hier samen het vraagpatroon met onderwerp you. Are is de tegenwoordige vorm van be die bij you hoort; in een vraag staat deze vorm vóór het onderwerp: Are you ...? Het werkwoord be draagt hier niet zelfstandig de betekenis zijn, maar helpt de duratieve tegenwoordige tijd vormen. Het onderwerp you kan in het Engels zowel één persoon als meerdere personen aanduiden; de vorm blijft hetzelfde. reading komt van het werkwoord read. De vorm met -ing laat hier zien dat de activiteit op het bedoelde moment gaande is. De relevante vormketen is: read — reading. In deze vraag staat reading na are you, volgens het patroon Are you + werkwoord-ing ...? Voorbeeld: Are you working? — Ben je aan het werk? Samen vormen de delen What + are you + reading? de vraag Wat lees je? De vraag gebruikt de tegenwoordige duratieve vorm om te vragen welke inhoud jij op dat moment aan het lezen bent. De Nederlandse vertaling gebruikt daarvoor natuurlijk de tegenwoordige tijd lees, zonder een afzonderlijke vorm die letterlijk met Engels are ... -ing overeenkomt.

  2. I am reading a short book.

    Ik lees een kort boek.

    I am
    ik ben
    reading
    lezen
    short
    kort
    book
    boek
    Uitgebreide uitleg

    I am geeft hier het onderwerp en het werkwoord be weer: de spreker is degene die de handeling uitvoert. Samen met een werkwoord op -ing vormt dit in het Engels de present continuous, voor iets dat nu aan de gang is. Het patroon is I am + werkwoord-ing; bijvoorbeeld: I am cooking. — Ik ben aan het koken. reading komt van het werkwoord read. In deze vorm beschrijft het een activiteit die op dit moment voortduurt. De basisvorm is read; na am staat de -ing-vorm reading. Bijvoorbeeld: She is reading. — Zij is aan het lezen. short beschrijft hier het boek als niet lang. Het is een bijvoeglijk naamwoord en staat vóór het zelfstandig naamwoord dat het beschrijft. De vergrotende trap is shorter en de overtreffende trap shortest. Bijvoorbeeld: This is a shorter book. — Dit is een korter boek. book is het zelfstandig naamwoord voor een boek. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord; daarom staat er in deze zin a voor. A book betekent hier een niet nader bepaald enkelvoudig boek; het lidwoord maakt het zelfstandig naamwoord niet tot een nadrukkelijke uitspraak over het getal. In het meervoud wordt het books, bijvoorbeeld: I am reading books. — Ik ben boeken aan het lezen. Samen vormen de delen I am reading en a short book de volledige betekenis: de spreker is nu bezig met het lezen van een kort boek. De Engelse vorm met am reading legt de nadruk op de lopende activiteit; de Nederlandse vertaling Ik lees een kort boek geeft dezelfde bedoelde betekenis weer.

  3. Do you like the story?

    Vind je het verhaal leuk?

    Do you
    vind je...?
    like
    leuk vinden
    story
    verhaal
    Uitgebreide uitleg

    Do you opent hier een ja/nee-vraag in de tegenwoordige tijd. In het Engels staat bij een gewone vraag het hulpwerkwoord do vóór het onderwerp you; het zelfstandige werkwoord blijft daarna in de basisvorm. Vergelijk: Do you read? = “Lees je?” Bij you verandert do niet voor enkelvoud of meervoud. like betekent hier “leuk vinden” of “graag hebben”. De basisvorm staat na do: Do you like ...? In een bevestigende zin zonder do krijgt het werkwoord bij he, she of it de vorm likes: She likes the story. = “Zij vindt het verhaal leuk.” In de vraag blijft het like: Does she like the story? story betekent “verhaal”. Het meervoud is stories; de spelling verandert daarbij van y in ies. Met the wordt een bepaald, voor de gesprekssituatie geïdentificeerd verhaal aangeduid. Een ander voorbeeld: I am reading a story. = “Ik ben een verhaal aan het lezen.” Samen vormen de delen de vraag Do you like the story?: “Vind je het verhaal leuk?” De vraag gebruikt do om een gewone tegenwoordige vraag te vormen, you als aangesproken persoon, like voor de beoordeling en the story als dat specifieke verhaal.

  4. It is easy to follow.

    Het is makkelijk te volgen.

    It
    het
    easy
    makkelijk; gemakkelijk
    follow
    volgen
    Uitgebreide uitleg

    It staat hier aan het begin als formeel onderwerp. Het verwijst in deze constructie niet naar een specifiek genoemd ding. Het patroon It is + bijvoeglijk naamwoord + to ... geeft een algemene beoordeling: iets is bijvoorbeeld gemakkelijk, moeilijk of belangrijk om te doen. easy betekent hier dat de handeling weinig moeite kost. Het is een bijvoeglijk naamwoord. De vergelijkingsvormen zijn easy, easier en the easiest; de spelling verandert daarbij van y in i vóór -er en -est. Voorbeeld: This exercise is easier. — Deze oefening is gemakkelijker. follow is de basisvorm van het werkwoord. In to follow staat het na to als infinitief; het krijgt daar geen persoonsuitgang. Hier betekent het volgen. Voorbeeld: It is difficult to follow. — Het is moeilijk te volgen. Samen vormen It is easy en to follow het patroon It is easy to follow.: het is gemakkelijk om te volgen. De vaste Nederlandse vertaling is daarom: Het is makkelijk te volgen.

  5. Where do you usually read?

    Waar lees je meestal?

    Where
    waar
    do you
    je ...?
    usually
    meestal
    read
    lezen
    Uitgebreide uitleg

    Where vraagt naar een plaats: “waar”. Het staat hier aan het begin omdat de spreker de plaats van de handeling wil weten. Vergelijk Where do you work? — “Waar werk je?” do you vormt hier samen het Engelse vraagpatroon voor een vraag in de tegenwoordige tijd met onderwerp you. do draagt de vraagvorm; you is het onderwerp “je/jij”. Het zelfstandige werkwoord staat daarna in de basisvorm: Do you read? — “Lees je?” In deze constructie betekent do dus niet zelfstandig “doen”. usually betekent “meestal” en geeft aan dat het om een gewoonte of gebruikelijke situatie gaat, niet noodzakelijk om precies dit moment. Het staat hier vóór het werkwoord read. Bijvoorbeeld: I usually walk home. — “Ik loop meestal naar huis.” read betekent hier “lezen”. Dit is de basisvorm die na do you nodig is. In de tegenwoordige tijd blijft het bij you read: You read every day. — “Je leest elke dag.” Bij he, she of it krijgt het werkwoord in een gewone bevestigende zin meestal de vorm reads: She reads every day. — “Zij leest elke dag.” Samen vormen de delen Where + do you read de vraag “Waar lees je?”, en usually voegt de betekenis “meestal” toe. De volledige zin betekent daarom: “Waar lees je meestal?”

  6. I usually read in a quiet room at home.

    Ik lees meestal in een rustige kamer thuis.

    I
    ik
    usually
    meestal
    read
    lezen
    quiet
    rustig of stil
    room
    kamer
    at home
    thuis
    Uitgebreide uitleg

    I is het persoonlijke voornaamwoord voor de spreker als onderwerp. Het is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud en wordt in het Engels altijd met een hoofdletter geschreven. usually betekent hier dat iets in de meeste gevallen gebeurt, maar niet altijd. Het is een bijwoord en staat in deze zin vóór het gewone werkwoord: I usually read. read is hier de tegenwoordige vorm van het werkwoord read, met de betekenis ‘lezen’. Na I gebruikt het Engels in de present simple de basisvorm: I read, niet I reads. Voorbeeld: I read every evening. — Ik lees elke avond. De verleden tijd wordt ook als read geschreven, maar anders uitgesproken; dat is een andere tijd dan de vorm in deze zin. quiet beschrijft room: de kamer is rustig of stil. Het is een bijvoeglijk naamwoord en staat in het Engels vóór het zelfstandig naamwoord: a quiet room. Het verandert niet omdat room enkelvoud is. room is een zelfstandig naamwoord voor een kamer of ruimte in een gebouw. In a quiet room markeert a een enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord dat niet nader bepaald is; het artikel drukt op zichzelf geen expliciete hoeveelheid uit. Voorbeeld: The room is quiet. — De kamer is stil. at home is een vaste plaatsaanduiding met de betekenis ‘thuis’. home verwijst hier naar de plaats waar de spreker woont of verblijft; in deze uitdrukking is geen lidwoord nodig. Voorbeeld: I work at home. — Ik werk thuis. Samen vormen de delen: I + usually read geeft aan dat de spreker meestal leest; in a quiet room noemt de plaats als een rustige kamer, en at home specificeert die plaats verder als thuis. De volledige betekenis is: ‘Ik lees meestal in een rustige kamer thuis.’

  7. That sounds calm.

    Dat klinkt rustig.

    That
    dat
    sounds
    klinkt
    calm
    rustig
    Uitgebreide uitleg

    That betekent hier “dat” en staat zelfstandig als aanwijzend voornaamwoord. Het verwijst naar iets dat al ter sprake is gekomen of waarnaar wordt gewezen; de exacte referent wordt in de gegeven zin niet nader bepaald. In andere zinnen kan this verwijzen naar iets dat dichterbij of directer aanwezig is: This sounds good. = “Dit klinkt goed.” Sounds is de vorm van het werkwoord sound in de tegenwoordige tijd bij een derde persoon enkelvoud: That sounds .... Het betekent hier dat iets een bepaalde indruk geeft wanneer je het hoort of wanneer je erover hoort. Na sound volgt vaak een bijvoeglijk naamwoord dat die indruk beschrijft: It sounds interesting. = “Het klinkt interessant.” Calm betekent hier “rustig” en beschrijft de indruk die that geeft. Het is een bijvoeglijk naamwoord; na een koppelwerkwoord zoals sound staat het als beschrijving, niet als zelfstandig naamwoord. Calm heeft hier dezelfde vorm voor enkelvoud en meervoud: The plans sound calm zou grammaticaal mogelijk zijn, hoewel een andere beschrijving in zo’n context natuurlijker kan zijn. Samen vormen de delen That + sounds + calm: “Dat klinkt rustig.” De spreker geeft dus een beoordeling van iets waarnaar that verwijst; sounds verbindt dat onderwerp met de indruk calm. De tegenwoordige tijd presenteert die indruk als geldig op het moment van spreken.

  8. It helps me enjoy my free time.

    Het helpt me om van mijn vrije tijd te genieten.

    helps
    helpt
    me
    mij
    enjoy
    genieten van
    my
    mijn
    free
    vrije
    time
    tijd
    Uitgebreide uitleg

    helps betekent hier dat iets ondersteuning biedt bij wat daarna komt. De basisvorm is help; bij een derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd krijgt die vorm -s: help → helps. In deze zin is It het onderwerp, daarom staat helps in deze vorm. me is de objectvorm van het persoonlijke voornaamwoord voor de spreker: I is onderwerpelijk, me is lijdend voorwerp. De combinatie help someone do something is een herbruikbaar patroon: help + persoon + werkwoord. Na help kan ook to staan, maar in deze zin staat het volgende werkwoord zonder to. enjoy is de basisvorm van het werkwoord en betekent hier dat de spreker plezier beleeft aan iets. Het patroon enjoy + zelfstandig naamwoord betekent dat je plezier hebt in datgene. Voorbeeld: They enjoy music. — Zij genieten van muziek. my is een bezittelijk woord dat aangeeft dat iets bij de spreker hoort. Het verwijst hier naar de vrije tijd van de spreker. Vergelijk my time — mijn tijd met your time — jouw tijd; het bezittelijke woord verandert volgens de bezitter, niet volgens het zelfstandig naamwoord. free beschrijft time als tijd waarin de spreker geen andere verplichting heeft. Het is de basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord; de vergelijkende vorm is freer en de overtreffende vorm freest, hoewel die vormen in deze uitdrukking niet nodig zijn. free time is een vaste, veelgebruikte combinatie voor tijd voor jezelf of tijd zonder verplichtingen. time is het zelfstandig naamwoord voor tijd. In free time gaat het om beschikbare tijd in het algemeen, niet om één specifiek tijdstip. Voorbeeld: I have free time this evening. — Ik heb vanavond vrije tijd. Samen vormt It helps me enjoy my free time het patroon It helps me + basisvorm: iets helpt de spreker om plezier te beleven aan zijn of haar vrije tijd. De natuurlijke Nederlandse vertaling is daarom: Het helpt me om van mijn vrije tijd te genieten.

Grammatica

enjoy + werkwoord op -ing

I enjoy reading.

Ai en-dzjoi rieding.

Ik geniet van lezen.

Na enjoy gebruik je een werkwoord op -ing, niet de infinitief.

Engels woordenschat

at home uitdrukking
et hoom thuis
book zelfstandig naamwoord
boek boek
calm bijvoeglijk naamwoord
kaam kalm
easy bijvoeglijk naamwoord
iezie makkelijk
follow werkwoord
falow volgen
like werkwoord
laik leuk vinden
quiet bijvoeglijk naamwoord
kwaiət rustig
reading werkwoord
rieding lezen
room zelfstandig naamwoord
roem kamer
short bijvoeglijk naamwoord
sjort kort
story zelfstandig naamwoord
stoorie verhaal
usually bijwoord
joezjoeweli meestal

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Wat lees je?

Antwoord tonenWhat are you reading?

Ik lees een kort boek.

Antwoord tonenI am reading a short book.

Vind je het verhaal leuk?

Antwoord tonenDo you like the story?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

lezen

Antwoord tonenreading

verhaal

Antwoord tonenstory

boek

Antwoord tonenbook

leuk vinden

Antwoord tonenlike