Praten over koken | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: At home, two adults talk about cooking simple soup and sharing it when it is ready..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Praten over koken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

Is cooking your hobby?

iz koek-ing jor hobbie? Is koken jouw hobby?
B

I like making simple food at home.

ai laik meik-ing sim-pul foed ut hoem. Ik maak thuis graag eenvoudig eten.
A

What do you like to make?

wot doe joe laik tuh meik? Wat maak je graag?
B

I often make a simple soup.

ai of-un meik uh sim-pul soep. Ik maak vaak een eenvoudige soep.
A

Do you use a recipe?

doe joe joez uh ress-uh-pie? Gebruik je een recept?
B

I follow an easy one.

ai fol-oh un ie-zie wun. Ik volg een eenvoudig recept.
A

I would like to try it when it is ready.

ai wud laik tuh trai it wen it iz reddie. Ik zou de soep graag willen proberen als die klaar is.
B

I will save some soup for you.

ai wil seev sum soep fer joe. Ik zal wat soep voor je bewaren.

Uitleg van de zinnen

  1. Is cooking your hobby?

    Is koken jouw hobby?

    cooking
    koken
    your hobby
    jouw hobby
    Uitgebreide uitleg

    cooking betekent hier de activiteit koken. De vorm op -ing functioneert in deze zin als een zelfstandig naamwoord voor een activiteit; het is hier niet de persoonsvorm. De basisvorm is cook; bijvoorbeeld: Cooking is easy. — Koken is gemakkelijk. In deze zin verwijst cooking naar koken als hobby of bezigheid, niet naar een specifieke maaltijd. your hobby betekent jouw hobby. your is een bezittelijke bepaler: het geeft aan dat de hobby bij de aangesprokene hoort. your verandert in het Engels niet naar het enkelvoud of meervoud van het daaropvolgende zelfstandig naamwoord: your hobby en your hobbies. hobby is het zelfstandig naamwoord voor een activiteit die iemand voor plezier in de vrije tijd doet. Het meervoud is hobbies; bijvoorbeeld: Reading is my hobby. — Lezen is mijn hobby. Is is hier de enkelvoudige tegenwoordige vorm van be. Het onderwerp is cooking, opgevat als één activiteit; Is stemt dus daarmee overeen, niet met your. In een Engelse ja-neevraag staat Is vóór het onderwerp. Het patroon is: Is + activiteit + your hobby?. Samen betekent de zin: Is koken jouw hobby? De vraag onderzoekt of koken de hobby van de aangesprokene is.

  2. I like making simple food at home.

    Ik maak thuis graag eenvoudig eten.

    I like
    Ik vind ... leuk
    making
    maken
    simple
    eenvoudig
    food
    eten
    at home
    thuis
    Uitgebreide uitleg

    I like geeft hier aan dat de spreker iets prettig vindt. I is het onderwerp en like is de tegenwoordige tijd van het werkwoord like; bij I blijft de vorm like, niet likes. Na like kan een activiteit met een vorm op -ing volgen: I like reading. = “Ik lees graag.” making is de -ing-vorm van make (“maken”). In I like making ... benoemt deze vorm de activiteit die de spreker prettig vindt. Het is dus niet alleen een handeling die nu bezig is. Vergelijk: I am making food. = “Ik ben eten aan het maken.” Daar vormt making samen met am de voortdurende tijd. simple betekent hier “eenvoudig” of “niet ingewikkeld”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat food beschrijft. Het verandert in deze zin niet omdat food enkelvoud of meervoud kan zijn: simple food en simple meals gebruiken allebei simple. food betekent hier “eten” of “voedsel” in algemene zin. Het is vaak een ontelbaar zelfstandig naamwoord: I like simple food. = “Ik houd van eenvoudig eten.” Voor afzonderlijke bereide porties of gerechten gebruikt het Engels vaak a meal of a dish; dat zijn andere zelfstandige naamwoorden, niet meervoudsvormen van food. at home betekent “thuis” en geeft de plaats aan. at wordt hier gebruikt voor een locatie; home verwijst naar de eigen woonplaats of woning. Een vergelijkbaar patroon is I study at home. = “Ik studeer thuis.” Samen vormt I like making simple food at home de betekenis: de spreker vindt het maken van eenvoudig eten thuis prettig. De structuur is: I like + een activiteit (making simple food) + de plaats (at home).

  3. What do you like to make?

    Wat maak je graag?

    What
    wat
    do you
    vraagpatroon met je
    like
    leuk vinden
    to make
    maken
    Uitgebreide uitleg

    What vraagt naar een zaak, handeling of soort ding: hier naar wat iemand graag maakt. In deze vraag staat het aan het begin. Vergelijk: “What do you read?” = “Wat lees je?” en “Which book do you read?” vraagt specifieker naar één boek uit bekende opties. do you vormt hier samen het vraagpatroon voor de tegenwoordige tijd. Do is het hulpwerkwoord; you is het onderwerp en verwijst naar de aangesprokene. Bij een gewone vraag met een ander werkwoord staat do vóór het onderwerp: “Do you cook?” = “Kook je?” In een bevestigende zin verdwijnt dit hulpwerkwoord: “You cook.” Bij he, she en it wordt het patroon “does he/she/it ...?”: “What does she make?” like betekent hier dat je iets leuk of prettig vindt en er een voorkeur voor hebt. De vorm voor I, you, we en they is like; na he, she of it krijgt het werkwoord likes: “She likes music.” = “Zij houdt van muziek.” Na like kan een activiteit staan met to plus de basisvorm, zoals like to make, of met een werkwoord op -ing, zoals “I like making soup.” Beide patronen drukken hier een voorkeur voor de activiteit uit. to make betekent “maken”. Make is de basisvorm; to markeert hier de infinitief. De verleden tijd is made, met een onregelmatige vorm: “I made soup.” = “Ik maakte soep.” In het patroon like to make blijft make de basisvorm, omdat to eraan voorafgaat. Een bruikbaar voorbeeld is: “What do you like to cook?” = “Wat kook je graag?” De volledige structuur is What + do + you + like + to make?. What vraagt naar het gemaakte ding, do you like vraagt naar de voorkeur van de aangesprokene, en to make benoemt de activiteit. Daarom betekent de hele zin: “Wat maak je graag?” De vraag kan bijvoorbeeld slaan op eenvoudig eten, zoals in de omliggende zinnen, maar de Engelse vraag zelf specificeert niet welk soort ding dat is.

  4. I often make a simple soup.

    Ik maak vaak een eenvoudige soep.

    I
    ik
    often
    vaak
    make
    maken
    simple
    eenvoudig
    soup
    soep
    Uitgebreide uitleg

    I betekent hier de spreker en staat als onderwerp van de zin. In de tegenwoordige tijd heeft het werkwoord bij I de basisvorm: I make, niet een vorm met -s. Voorbeeld: I read every day. — Ik lees elke dag. often is een bijwoord van frequentie: het betekent dat iets vaak gebeurt, zonder een exact aantal te geven. Voorbeeld: I often cook at home. — Ik kook vaak thuis. Andere veelgebruikte frequentiewoorden zijn always (altijd) en never (nooit). make betekent hier ‘maken’ of ‘bereiden’. De vorm make is de basisvorm en wordt in deze zin gebruikt omdat het onderwerp I is. In de derde persoon enkelvoud krijgt het werkwoord in de tegenwoordige tijd meestal -s: I make soup, maar She makes soup. De verleden tijd is made. simple is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis ‘eenvoudig’ of ‘simpel’. Het beschrijft hier soup en staat ervoor: a simple soup. De vergelijkingsvormen zijn simpler (eenvoudiger) en the simplest (het eenvoudigst). Voorbeeld: This is a simpler recipe. — Dit is een eenvoudiger recept. soup is een zelfstandig naamwoord voor soep. Het kan zonder lidwoord worden gebruikt wanneer soep als voedsel of substantie wordt bedoeld: I make soup. In a simple soup wordt soup als een enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord in deze naamwoordgroep gebruikt. Het onbepaalde lidwoord a markeert die vorm; op zichzelf beweert het niet noodzakelijk een numerieke telling. Het meervoud is soups wanneer verschillende soorten of bereidingen bedoeld zijn. Samen vormen I often make en a simple soup de betekenis: de spreker maakt vaak een eenvoudige soep. De volgorde is onderwerp + frequentiebijwoord + werkwoord + het beschreven zelfstandig naamwoordelijk geheel: I often make a simple soup.

  5. Do you use a recipe?

    Gebruik je een recept?

    Do you
    vraagvorm met je
    use
    gebruiken
    recipe
    recept
    Uitgebreide uitleg

    Do you staat hier aan het begin van een ja/nee-vraag. In de tegenwoordige eenvoudige tijd gebruikt het Engels do als hulpwerkwoord bij een gewoon werkwoord. Het patroon is Do you + basisvorm ...?; you kan naar één persoon of naar meerdere personen verwijzen. Voorbeelden: Do you cook? = “Kook je?” en Do you cook often? = “Kook je vaak?” use is hier de basisvorm van het werkwoord “gebruiken”. Na do blijft het hoofdwerkwoord in de basisvorm: Do you use ...?, niet Do you uses ...?. In een gewone tegenwoordige zin zonder do krijgt de derde persoon enkelvoud vaak -s: She uses a recipe. = “Zij gebruikt een recept.” recipe betekent hier “recept”: een beschrijving van ingrediënten en bereidingsstappen. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord. a staat hier bij de enkelvoudige vorm recipe en verwijst onbepaald naar een recept, zonder een specifiek recept aan te wijzen. Het meervoud is recipes: I use recipes. = “Ik gebruik recepten.” Samen vormen deze delen de vraag Do you use a recipe?: do en you vormen het vraagpatroon, use benoemt de handeling en a recipe benoemt wat je gebruikt. De volledige betekenis is: “Gebruik je een recept?”

  6. I follow an easy one.

    Ik volg een eenvoudig recept.

    follow
    volgen
    easy
    eenvoudig; gemakkelijk
    one
    een exemplaar; hier: recept
    Uitgebreide uitleg

    follow betekent hier dat de spreker een recept volgt, dus de stappen of aanwijzingen ervan uitvoert. De basisvorm is follow; in de tegenwoordige tijd krijgt de derde persoon enkelvoud follows: “She follows the recipe.” = “Zij volgt het recept.” In deze zin staat follow bij I, daarom blijft de vorm follow zonder uitgang. easy beschrijft hier het recept als eenvoudig om te volgen. Het is een bijvoeglijk naamwoord. De vergrotende trap is easier en de overtreffende trap the easiest: “This recipe is easier.” = “Dit recept is eenvoudiger.” one vervangt hier een eerder genoemd zelfstandig naamwoord. Door de vaste vertaling en de context verwijst het naar één recept; het is hier dus geen losse telmededeling over een onbekend voorwerp. In “I follow an easy one” voorkomt one herhaling van recipe. Vergelijk: “I follow an easy recipe. I follow an easy one.” = “Ik volg een eenvoudig recept. Ik volg een eenvoudig exemplaar.” Samen bestaat de zin uit I follow (“ik volg”), an easy (“een eenvoudig”) en one (“recept” als vervanging van het zelfstandig naamwoord). De volledige betekenis is daarom: “Ik volg een eenvoudig recept.”

  7. I would like to try it when it is ready.

    Ik zou de soep graag willen proberen als die klaar is.

    would like
    graag willen
    to try
    proberen
    it
    de soep
    when
    als; wanneer
    ready
    klaar
    Uitgebreide uitleg

    would like drukt hier een beleefde wens uit: “graag willen”. Het is een veelgebruikte constructie met daarna to + werkwoord: I would like to try = “Ik zou graag willen proberen”. Een directere formulering is I want to try; die klinkt stelliger. to try is de infinitief van try en betekent “proberen”. Na would like blijft het werkwoord in de infinitief met to staan. Voorbeeld: She would like to learn. — “Zij zou graag willen leren.” it is hier een enkelvoudig niet-persoonlijk voornaamwoord. Volgens de vaste vertaling verwijst het in deze zin naar de soep. Het Engelse it geeft geen Nederlands lidwoord weer; het verandert hier ook niet op basis van natuurlijk geslacht, zoals he en she dat voor personen kunnen doen. when leidt hier een tijdsbepalende bijzin in en betekent in deze context “als” of “wanneer”. De bijzin geeft aan op welk moment de handeling plaatsvindt: when it is ready = “als die klaar is”. Voorbeeld: We will eat when it is ready. — “We zullen eten als het klaar is.” ready betekent hier “klaar” of “gereed”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na is de toestand van it beschrijft: it is ready. Het krijgt in het Engels in deze constructie geen aparte enkelvouds- of meervoudsvorm. Voorbeeld: The meals are ready. — “De maaltijden zijn klaar.” Samen bestaat de zin uit de wens I would like to try it en de tijdsbepalende bijzin when it is ready. De volledige betekenis is: “Ik zou de soep graag willen proberen als die klaar is.”

  8. I will save some soup for you.

    Ik zal wat soep voor je bewaren.

    I will
    ik zal
    save
    bewaren
    some
    wat
    soup
    soep
    for you
    voor jou
    Uitgebreide uitleg

    I will drukt hier uit dat de spreker iets in de toekomst zal doen: “ik zal”. Will staat vóór de werkwoordelijke basisvorm: will save. In deze zin gaat het om een toekomstige handeling; will verandert niet naar persoon of getal. Save betekent hier “bewaren” of “apart houden”, niet “redden”. De basisvorm is save; na will blijft het werkwoord in de basisvorm: I will save. Voorbeeld: I save some bread for later. = “Ik bewaar wat brood voor later.” Some betekent hier “wat” en geeft een niet nader bepaalde hoeveelheid aan. Het zegt niet precies hoeveel soep het is. Bij een niet-telbare stof zoals soup is some soup een natuurlijke combinatie. Voorbeeld: We need some water. = “We hebben wat water nodig.” Soup is het zelfstandig naamwoord voor “soep”. In deze zin wordt het als niet-telbare stof gebruikt; daarom staat er niet automatisch een meervoudsvorm. Some soup betekent hier een niet nader bepaalde hoeveelheid soep. For you betekent “voor jou” en geeft aan voor wie de soep bestemd is. You is in het Engels zowel de vorm voor één persoon als voor meerdere personen; de vorm zelf maakt het aantal niet duidelijk. Het Nederlandse je in de vertaling laat dat aantal hier evenmin expliciet zien. Samen vormen de delen I will save some soup for you. de betekenis: “Ik zal wat soep voor je bewaren.” De spreker zegt dus dat die persoon in de toekomst een niet nader bepaalde hoeveelheid soep apart zal houden met het doel die voor de aangesprokene te bewaren. Will staat vóór save, waardoor save in de basisvorm blijft; some soup benoemt de hoeveelheid en de stof, en for you geeft aan voor wie die bestemd is.

Grammatica

like + verb-ing

I like cooking.

ai laik koek-ing.

Ik vind koken leuk.

Na like gebruik je voor een activiteit vaak een werkwoord op -ing: like cooking.

Engels woordenschat

cooking zelfstandig naamwoord
koek-ing koken
follow werkwoord
fol-oh volgen
food zelfstandig naamwoord
foed eten
hobby zelfstandig naamwoord
hobbie hobby
home zelfstandig naamwoord
hoem thuis
like werkwoord
laik leuk vinden
make werkwoord
meik maken
often bijwoord
of-un vaak
recipe zelfstandig naamwoord
ress-uh-pie recept
simple bijvoeglijk naamwoord
sim-pul eenvoudig
soup zelfstandig naamwoord
soep soep
use werkwoord
joez gebruiken

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Is koken jouw hobby?

Antwoord tonenIs cooking your hobby?

Wat maak je graag?

Antwoord tonenWhat do you like to make?

Ik maak vaak een eenvoudige soep.

Antwoord tonenI often make a simple soup.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

leuk vinden

Antwoord tonenlike

eenvoudig

Antwoord tonensimple

maken

Antwoord tonenmake

vaak

Antwoord tonenoften