Praten over wandelen als hobby | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a free-time conversation, two adults talk about walking in a park and going there together..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Praten over wandelen als hobby oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

Is walking your hobby?

Iz wóking jor hóbbi? Is wandelen jouw hobby?
B

I like going for walks in my free time.

Ai laik gou-ing fer woks in mai frie taim. Ik ga in mijn vrije tijd graag wandelen.
A

Where do you usually go?

Wer də joe joezjoewuhlie gou? Waar ga je meestal heen?
B

I walk in the park.

Ai wok in dhuh paark. Ik wandel in het park.
A

Is the route long?

Iz dhuh roet long? Is de route lang?
B

It is a short, easy walk.

It iz uh sjort, iezie wok. Het is een korte, gemakkelijke wandeling.
A

That sounds relaxing.

Dhat saundz rilèksing. Dat klinkt ontspannend.
B

We can go there together.

Wie ken gou dher tugedher. We kunnen daar samen naartoe gaan.

Uitleg van de zinnen

  1. Is walking your hobby?

    Is wandelen jouw hobby?

    walking
    wandelen
    your
    jouw
    hobby
    hobby
    Uitgebreide uitleg

    walking betekent hier ‘wandelen’ en fungeert als onderwerp van de vraag. In het Engels kan de vorm op -ing zo’n activiteit als een zelfstandig naamwoordachtige eenheid voorstellen: Walking is relaxing. = ‘Wandelen is ontspannend.’ Het is hier niet de persoonsvorm; de persoonsvorm is is. your betekent ‘jouw’ en geeft bezit of betrekking aan. Het verwijst hier naar de aangesprokene: de hobby is van die persoon. Vergelijk my hobby = ‘mijn hobby’ en their hobby = ‘hun hobby’. Your verandert niet voor enkelvoud of meervoud van de aangesprokene. hobby is een zelfstandig naamwoord voor een activiteit die iemand in de vrije tijd doet. Het meervoud is hobbies: Reading is one of my hobbies. = ‘Lezen is een van mijn hobby’s.’ De vraag gebruikt de volgorde Is + onderwerp (walking) + bezitsbepaling (your) + naamwoord (hobby)? In een ja-neevraag staat de vorm van be voor het onderwerp. Samen betekent de zin: ‘Is wandelen jouw hobby?’ De formulering vraagt of wandelen de hobby van de aangesprokene is.

  2. I like going for walks in my free time.

    Ik ga in mijn vrije tijd graag wandelen.

    like
    leuk vinden; graag doen
    going for walks
    gaan wandelen
    free
    vrij
    time
    tijd
    in my free time
    in mijn vrije tijd
    Uitgebreide uitleg

    like betekent hier dat de spreker wandelen prettig vindt of dat graag doet. In deze betekenis kan like gevolgd worden door een werkwoord op -ing: I like reading. = Ik lees graag. Het onderwerp I staat vóór like; like zelf verandert in de tegenwoordige tijd niet bij I, maar bij he/she/it krijg je likes. going for walks verwijst hier naar de activiteit wandelen. go is de basisvorm; going is de -ing-vorm die na like de activiteit als geheel benoemt. go for a walk betekent een wandeling maken; het meervoud walks in de vaste zin geeft de activiteit in algemene zin weer. Voorbeeld: They like going for walks. = Ze gaan graag wandelen. free beschrijft hier time: het gaat om tijd waarin de spreker niet bezet is. De basisvorm is free; deze vorm heeft hier geen verbuiging. Het tegenovergestelde in deze betekenis is busy: I am free this afternoon. = Ik ben vanmiddag vrij. time betekent hier beschikbare tijd, niet bijvoorbeeld een afzonderlijk moment of een herhaling. Het is in deze uitdrukking een ontelbaar zelfstandig naamwoord: free time, niet normaal gesproken free times. Voorbeeld: I have time to read. = Ik heb tijd om te lezen. in my free time is de tijdsbepaling: deze hele woordgroep zegt wanneer de voorkeur of gewoonte geldt. in leidt de periode in, my geeft aan dat die vrije tijd bij de spreker hoort, en free time benoemt de beschikbare tijd. Een vergelijkbaar patroon is in my spare time = in mijn vrije tijd of in mijn overgebleven tijd; spare is daar een ander bijvoeglijk naamwoord. Samen bestaat de zin uit I like + going for walks + in my free time. Dat betekent: Ik ga in mijn vrije tijd graag wandelen. De zin drukt een voorkeur voor die activiteit uit en plaatst die voorkeur in de vrije tijd van de spreker.

  3. Where do you usually go?

    Waar ga je meestal heen?

    Where
    waarheen
    do you
    vraagvorm met je
    usually
    meestal
    go
    gaan
    Uitgebreide uitleg

    Where vraagt hier naar de bestemming: in het Nederlands past “waarheen” bij de vertaling “Waar ga je meestal heen?”. Het kan in andere zinnen ook naar een plaats vragen zonder beweging, bijvoorbeeld: “Where are you?” — “Waar ben je?” do you is het vraagpatroon voor een gewone tegenwoordige-tijdvraag met onderwerp you. Do draagt hier de vraagvorm; you is het onderwerp. Na do staat het hoofdwerkwoord in de basisvorm: “Do you work here?” — “Werk je hier?” Bij be gebruik je dit patroon niet: “Are you ready?” — “Ben je klaar?” usually betekent dat iets gewoonlijk gebeurt. Het staat in deze zin vóór het hoofdwerkwoord go. Vergelijk: “I usually walk in the park.” — “Ik wandel meestal in het park.” Het woord geeft frequentie aan, maar zegt niet dat de handeling altijd gebeurt. go is hier de basisvorm van het werkwoord “gaan”. De tegenwoordige vormen zijn bijvoorbeeld go bij I/you/we/they en goes bij he/she/it: “She usually goes home.” — “Ze gaat meestal naar huis.” In de vraag blijft het go, omdat do de vraagvorm draagt. Samen vormen de delen de vraag: Where + do you + usually + go = “Waar ga je meestal heen?” De vraag gaat dus over de plaats waar de aangesprokene gewoonlijk naartoe gaat, zonder dat de zin specificeert welke plaats dat is.

  4. I walk in the park.

    Ik wandel in het park.

    I
    ik
    walk
    wandelen
    in
    in
    park
    park
    Uitgebreide uitleg

    I is het Engelse persoonlijk voornaamwoord voor de spreker: “ik”. Het wordt altijd met een hoofdletter geschreven, ook midden in een zin. Voor een andere persoon gebruik je bijvoorbeeld you (“jij/u” of “jullie”), maar I verwijst hier naar de spreker. walk betekent hier “wandelen”. Dit is de basisvorm van het werkwoord. In de tegenwoordige tijd blijft de vorm bij I gelijk: I walk. Bij he, she of it krijgt het werkwoord normaal -s: She walks. Voor een handeling die nu plaatsvindt of regelmatig gebeurt kan het Engels de simple present gebruiken; de context vertaalt deze zin als een gewone mededeling over wandelen. in geeft hier aan dat de wandeling zich binnen een bepaalde plek afspeelt: “in”. Het is een voorzetsel. Een vergelijkbaar patroon is in the house — “in het huis”. park is een zelfstandig naamwoord voor een park. Het Engelse meervoud is parks; het enkelvoud blijft park. In the park verwijst the naar een bepaald of in de situatie herkenbaar park. The drukt op zichzelf geen aantal uit. Samen vormen I walk en in the park de volledige mededeling: de spreker wandelt in het park. De volgorde is onderwerp + werkwoord + plaatsbepaling: I walk in the park.

  5. Is the route long?

    Is de route lang?

    Is
    is
    route
    route
    long
    lang
    Uitgebreide uitleg

    Is is hier de tegenwoordige-tijdsvorm van be voor een derde persoon enkelvoud, passend bij het enkelvoudige onderwerp the route. In een ja-neevraag staat deze vorm vóór het onderwerp: Is the route ...? Vergelijk de mededelende volgorde The route is .... Bij een meervoudig onderwerp gebruik je are: Are the routes long? = “Zijn de routes lang?” Hier is is het koppelwerkwoord dat het onderwerp met de beschrijving long verbindt; er volgt geen ander werkwoord dat het helpt. route betekent hier “route”. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord: a route, the route, two routes. The maakt de route bepaald: de spreker behandelt deze route als identificeerbaar. Het zelfstandig naamwoord staat hier in het enkelvoud; het meervoud is routes. long beschrijft hier de lengte van de route en betekent “lang”. Het bijvoeglijk naamwoord verandert in het Engels niet door enkelvoud of meervoud: a long route, long routes. De vergrotende trap is longer en de overtreffende trap the longest: This route is longer. = “Deze route is langer.” Samen vormen Is + the route + long de vraag Is the route long?: “Is de route lang?” De vraag gaat hier over de lengte van de route. Een kort antwoord kan zijn Yes, it is. = “Ja.” of No, it isn't. = “Nee.”

  6. It is a short, easy walk.

    Het is een korte, gemakkelijke wandeling.

    It is
    Het is
    short
    kort
    easy
    gemakkelijk
    walk
    wandeling
    Uitgebreide uitleg

    It is vormt hier een eenvoudige mededeling met it als onderwerp en is als tegenwoordige tijd van be. In deze zin wordt niet verder gespecificeerd waarnaar it verwijst; de vaste vertaling geeft wel de bedoelde volledige betekenis weer. Herbruikbaar patroon: It is + beschrijving — bijvoorbeeld: It is quiet. = “Het is rustig.” short betekent hier dat de wandeling weinig tijd of afstand vraagt. Het is een bijvoeglijk naamwoord. De vergelijkingsreeks is short, shorter, the shortest: This walk is shorter. = “Deze wandeling is korter.” easy beschrijft hier de wandeling als niet moeilijk of inspannend. De vorm verandert in de vergelijking: easy, easier, the easiest; de y wordt vóór -er en -est een i. Voorbeeld: This path is easier. = “Dit pad is gemakkelijker.” walk is hier een zelfstandig naamwoord met de betekenis “wandeling”. Hetzelfde woord kan ook een werkwoord zijn: I walk every day. = “Ik loop elke dag.” In de vaste zin is het echter een telbaar zelfstandig naamwoord. Daarom staat ervoor a: a walk betekent “een wandeling”; a drukt op zichzelf niet noodzakelijk een specifieke numerieke telling uit. De twee bijvoeglijke naamwoorden staan vóór het zelfstandig naamwoord: a short, easy walk = “een korte, gemakkelijke wandeling”. Samen met It is ontstaat de volledige betekenis: “Het is een korte, gemakkelijke wandeling.”

  7. That sounds relaxing.

    Dat klinkt ontspannend.

    That
    dat
    sounds
    klinkt
    relaxing
    ontspannend
    Uitgebreide uitleg

    That is hier een zelfstandig aanwijzend voornaamwoord en verwijst naar iets dat eerder is genoemd of besproken. De precieze referent wordt in deze zin niet zelfstandig vastgelegd. Het staat als onderwerp en is niet het lidwoord in een naamwoordgroep. Hetzelfde patroon kan naar een voorstel of situatie verwijzen: That sounds useful. = “Dat klinkt nuttig.” sounds is de tegenwoordige tijd van sound in de derde persoon enkelvoud. Bij he, she en it krijgt deze vorm de uitgang -s: I sound, maar it sounds. Hier is sound een koppelwerkwoord: het verbindt that met een beschrijving die volgt. Sound kan in andere zinnen ook letterlijk “geluid maken” betekenen, maar hier betekent het “klinken” in de beoordeling van iets. relaxing is hier een bijvoeglijk gebruikt tegenwoordig deelwoord. Het beschrijft iets dat ontspanning veroorzaakt of als ontspannend wordt ervaren. De vorm komt van relax; relaxed beschrijft daarentegen meestal de toestand van iemand die ontspannen is: The walk is relaxing. = “De wandeling is ontspannend”; I feel relaxed. = “Ik voel me ontspannen.” Samen vormt de zin het herbruikbare patroon That sounds + bijvoeglijk naamwoord: That is het onderwerp, sounds betekent hier “klinkt”, en relaxing geeft de beoordeling van datgene waarnaar that verwijst. De volledige betekenis is: “Dat klinkt ontspannend.”

  8. We can go there together.

    We kunnen daar samen naartoe gaan.

    We can
    we kunnen
    go
    gaan
    there
    daarheen
    together
    samen
    Uitgebreide uitleg

    We can combineert het onderwerp we (“wij”) met het modale werkwoord can (“kunnen”). We verwijst hier naar de spreker en minstens één andere persoon; can drukt hier mogelijkheid of vermogen uit. Na can staat in het Engels de onverbogen basisvorm van het werkwoord: We can go, niet We can goes of We can to go. Voorbeeld: They can help. = “Zij kunnen helpen.” go betekent hier “gaan” en staat na can in de basisvorm. De basisvorm is ook go; in de tegenwoordige tijd krijgt de derde persoon enkelvoud normaal goes, bijvoorbeeld She goes home. = “Zij gaat naar huis.” Na modale werkwoorden zoals can blijft de vorm echter go. there geeft hier de bestemming aan: “daarheen”, in overeenstemming met de vaste Nederlandse vertaling. In het Engels kan there ook een plaats aanduiden zonder nadruk op beweging, maar in deze zin wordt het samen met go als bestemming begrepen. Voorbeeld: We can go there tomorrow. = “We kunnen daar morgen naartoe gaan.” together betekent “samen”: de genoemde personen voeren het gaan gezamenlijk uit. Het is een bijwoord en beschrijft hier de manier waarop we gaat. Voorbeeld: They work together. = “Zij werken samen.” Samen vormen de delen de herbruikbare structuur subject + can + basisvorm van het werkwoord + bestemming + together: We can go there together. betekent “We kunnen daar samen naartoe gaan.” De zin zegt dat de spreker en minstens één andere persoon de mogelijkheid hebben om gezamenlijk naar die bestemming te gaan.

Grammatica

be + adjective

The route is short and easy.

Dhuh roet iz sjort end iezie.

De route is kort en gemakkelijk.

In het Engels staat een bijvoeglijk naamwoord na be om een toestand of kenmerk te beschrijven.

gerund as subject

Going for walks is relaxing.

Gou-ing fer woks iz rilèksing.

Wandelen is ontspannend.

Een werkwoord op -ing kan als onderwerp van een zin gebruikt worden.

Engels woordenschat

easy bijvoeglijk naamwoord
iezie gemakkelijk

It is a short, easy walk.

free time uitdrukking
frie taim vrije tijd

I like going for walks in my free time.

going for walks uitdrukking
gou-ing fer woks wandelen

I like going for walks in my free time.

hobby zelfstandig naamwoord
hóbbi hobby

Is walking your hobby?

park zelfstandig naamwoord
paark park

I walk in the park.

relaxing bijvoeglijk naamwoord
rilèksing ontspannend

That sounds relaxing.

route zelfstandig naamwoord
roet route

Is the route long?

short bijvoeglijk naamwoord
sjort kort

It is a short, easy walk.

together bijwoord
tugedher samen

We can go there together.

usually bijwoord
joezjoewuhlie meestal

Where do you usually go?

walk zelfstandig naamwoord
wok wandeling

It is a short, easy walk.

walking zelfstandig naamwoord
wóking wandelen

Is walking your hobby?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Is wandelen jouw hobby?

Antwoord tonenIs walking your hobby?

Waar ga je meestal heen?

Antwoord tonenWhere do you usually go?

Ik wandel in het park.

Antwoord tonenI walk in the park.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

kort

Antwoord tonenshort

meestal

Antwoord tonenusually

wandeling

Antwoord tonenwalk

wandelen

Antwoord tonenwalking