Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Wachten op je beurt in de rij oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.
Dialoog
Is this line for the counter?
iz dis lain fer de kaunter? Is dit de rij voor de balie?This is where it starts.
dis iz weer it staarts. Hier begint de rij.Do I need a ticket?
doe ai nied e tiket? Heb ik een ticket nodig?Take one from this box.
teik wan frem dis boks. Pak er een uit deze doos.When is my turn?
wen iz mai tern? Wanneer ben ik aan de beurt?You're after that person.
jur after det pursen. U bent na die persoon aan de beurt.I will wait here.
ai wil weit hir. Ik wacht hier.The person ahead is almost finished.
de pursen ehed iz olmoust finisht. De persoon voor u is bijna klaar.Uitleg van de zinnen
Is this line for the counter?
Is dit de rij voor de balie?
- Is this
- Is dit …?
- line
- rij
- for
- voor
- counter
- balie
Uitgebreide uitleg
Is this vormt hier het begin van een ja/nee-vraag: is is de vorm van be bij this, en this wijst naar één nabij object of één nabij situatie. Het geheel betekent hier “Is dit …?”. In een mededeling staat de volgorde anders: This is the entrance. = “Dit is de ingang.” line betekent hier “rij”, in de betekenis van mensen die wachten; de Nederlandse vertaling en de volgende zin ondersteunen die betekenis. Het zelfstandig naamwoord heeft in deze vorm geen zichtbaar meervoud: line is enkelvoud, lines meervoud. Voorbeeld: The line is long. = “De rij is lang.” for verbindt line met het doel of de bestemming ervan. In a line for the counter betekent het “voor de balie”: de rij is bestemd voor mensen die naar die balie gaan. Het is hier geen onderdeel van het zelfstandig naamwoord line, maar een voorzetsel dat een relatie uitdrukt. Voorbeeld: This line is for tickets. = “Deze rij is voor kaartjes.” counter is hier een balie, dus de plaats waar iemand wordt geholpen of iets regelt. Het zelfstandig naamwoord kan ook andere concrete betekenissen hebben, maar die zijn hier niet bedoeld. Voorbeeld: The counter is over there. = “De balie is daar.” Samen vormt Is this line for the counter? de vraag “Is dit de rij voor de balie?”. Is this vraagt of iets de bedoelde rij is; line benoemt die rij; for the counter specificeert waarvoor de rij bestemd is. De formulering is een alledaagse, directe vraag om de juiste rij te herkennen.
This is where it starts.
Hier begint de rij.
- This
- dit
- where
- waar
- it
- het; hier: de rij
- starts
- begint
Uitgebreide uitleg
This is hier een aanwijzend voornaamwoord en vormt het onderwerp van de zin: “dit”. In deze uiting wijst het naar een plaats of situatie die in de context wordt aangewezen. Het Engelse this verandert niet naar mannelijk of vrouwelijk; voor iets verder weg kan that worden gebruikt. where betekent hier “waar” en leidt een bijzin over een plaats aan. Het patroon where + onderwerp + werkwoord is herbruikbaar: where it starts betekent “waar het begint”. it is hier het onderwerp van starts. Volgens de vaste vertaling verwijst het naar de rij: “de rij”. In het Engels blijft it voor zo’n enkelvoudig, niet-persoonlijk referent hetzelfde; de vorm verandert niet met mannelijk of vrouwelijk geslacht. starts komt van het werkwoord start, “beginnen”. Starts is de tegenwoordige tijd bij een derde-persoons enkelvoudig onderwerp zoals it; bij I, you, we en they staat de vorm start. Voorbeeld: The film starts at eight. — “De film begint om acht uur.” Samen vormen This is where it starts de structuur This is where + onderwerp + werkwoord: “Dit is waar de rij begint.” De zin wijst dus een plek aan en zegt dat daar het beginpunt van de rij is.
Do I need a ticket?
Heb ik een ticket nodig?
- Do I
- heb ik …?
- need
- nodig hebben
- ticket
- ticket
Uitgebreide uitleg
Do I staat hier aan het begin van een ja-neevraag. In het Engels komt do vóór het onderwerp I; do draagt hier de vraagvorm, terwijl I naar de spreker verwijst. Vergelijk: Do you need a ticket? = “Heb jij een ticket nodig?” Bij een vraag met be of een modaal werkwoord wordt niet op dezelfde manier do gebruikt. need is het zelfstandige werkwoord met als basisvorm need; hier betekent het “nodig hebben”. Na do staat het hoofdwerkwoord in de basisvorm: Do I need ...? Een bruikbaar voorbeeld is: I need a ticket. = “Ik heb een ticket nodig.” ticket is een zelfstandig naamwoord voor een ticket of toegangsbewijs. In a ticket staat het in het enkelvoud en krijgt het de onbepaalde bepaler a, omdat het om een niet nader bepaald ticket gaat. A drukt op zichzelf geen expliciete numerieke hoeveelheid uit. Het meervoud is tickets, bijvoorbeeld: Do you need tickets? = “Heb je tickets nodig?” Samen vormen de delen de vraag Do I need a ticket?: de spreker vraagt of de spreker een ticket nodig heeft. De herbruikbare constructie is Do + onderwerp + basisvorm van het werkwoord ...?, bijvoorbeeld Do I need a passport? = “Heb ik een paspoort nodig?”
Take one from this box.
Pak er een uit deze doos.
- Take
- pak
- one
- één exemplaar
- this
- deze
- box
- doos
Uitgebreide uitleg
Take is hier de gebiedende wijs van take (‘pakken’/‘nemen’). De gebiedende wijs gebruikt de werkwoordsvorm zonder to en zonder uitgedrukt onderwerp: Take one. betekent ‘Pak er een.’ In een gewone mededelende zin staat bijvoorbeeld You take one (‘Jij pakt er een’), maar in deze opdrachtzin wordt you niet gezegd. one verwijst hier naar één exemplaar van iets dat in de doos zit. Het is een zelfstandig gebruikt telwoord/pronomen en voorkomt dat het bedoelde voorwerp opnieuw genoemd moet worden. Vergelijk: Take a pen. (‘Pak een pen.’) en Take one. (‘Pak er een.’). In deze zin wordt het concrete soort voorwerp niet benoemd; de doos levert de relevante context. this betekent ‘deze’ en staat vóór het zelfstandig naamwoord box. Het is een aanwijzend woord voor één nabij of als nabij voorgesteld object. Het meervoudige contrast is these, bijvoorbeeld these boxes (‘deze dozen’). Hier bepaalt this niet zelfstandig welk object bedoeld is; samen met box vormt het de verwijzing naar één specifieke doos. box betekent ‘doos’. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord: het meervoud is boxes. In this box staat het in het enkelvoud, omdat de aanwijzing this naar één doos verwijst. De combinatie one from this box betekent ‘er een uit deze doos’: from geeft aan uit welke bron of verzameling het exemplaar wordt genomen. Samen vormen Take en die woordgroep de volledige opdracht: ‘Pak één exemplaar uit deze doos.’
When is my turn?
Wanneer ben ik aan de beurt?
- When
- wanneer
- my turn
- mijn beurt
Uitgebreide uitleg
When vraagt naar het tijdstip of moment waarop iets gebeurt. In deze zin betekent het “wanneer”; het is een vraagwoord voor tijd. Vergelijk: When do we start? = “Wanneer beginnen we?” my turn betekent hier “mijn beurt”: het moment waarop de spreker aan de beurt is om iets te doen binnen een beurtwisseling. my is het bezittelijke woord bij de eerste persoon enkelvoud; het verwijst hier naar de spreker. turn is een zelfstandig naamwoord. Hetzelfde patroon is bruikbaar met andere personen: your turn = “jouw/uw beurt” en her turn = “haar beurt”. Samen vormt When is my turn? een vraag naar het moment waarop de beurt van de spreker komt: “Wanneer ben ik aan de beurt?” is verbindt de vraag naar het moment met my turn. De context ondersteunt een volgorde van beurten: de spreker vraagt wanneer die aan de beurt is.
You're after that person.
U bent na die persoon aan de beurt.
- You're
- u bent
- after
- na
- that
- die
- person
- persoon
Uitgebreide uitleg
You're is de samentrekking van you are: you + are. In deze zin is you de aangesprokene; het Engels markeert hier niet op zichzelf of dat een formele of informele aanspreekvorm is. Het Nederlandse u bent volgt de vaste vertaling en de gekozen aanspreekvorm. after betekent hier niet dat iemand fysiek achtervolgd wordt. In de constructie be after someone geeft het de volgorde van beurten aan: iemand komt na de genoemde persoon aan de beurt. Vergelijk: I am after you. — Ik ben na jou aan de beurt. that is een aanwijzend woord voor één, doorgaans niet-dichtbij aangeduide persoon of zaak. Het blijft in het Engels hetzelfde bij mannelijke en vrouwelijke personen en verandert hier niet door het enkelvoudige zelfstandig naamwoord. this verwijst typisch naar iets dat als dichterbij wordt aangewezen; that naar iets dat als verder weg of eerder aangeduid wordt. person is een zelfstandig naamwoord voor één mens. Het meervoud is onregelmatig: person → people; persons bestaat ook in enkele formele of specifieke contexten, maar is niet het gewone algemene meervoud. Voorbeeld: Three people are waiting. — Drie mensen wachten. Samen vormt You're after that person de volgordeconstructie be after + persoon: de aangesprokene komt na die persoon aan de beurt. De hele zin betekent daarom: U bent na die persoon aan de beurt.
I will wait here.
Ik wacht hier.
- I will
- ik zal
- wait
- wachten
- here
- hier
Uitgebreide uitleg
I will drukt hier uit dat de spreker van plan is iets te doen: “ik zal”. will staat na het onderwerp I en vormt met het daaropvolgende werkwoord de toekomende betekenis. Het werkwoord na will blijft in de basisvorm: I will wait, niet een vervoegde vorm. Voor een andere persoon blijft will ook hetzelfde: She will wait = “Zij zal wachten”. wait betekent hier “wachten”. De basisvorm is wait; na will wordt die vorm gebruikt. Zonder will verandert de vorm volgens tijd of onderwerp, bijvoorbeeld I wait (“ik wacht”) en She waits (“zij wacht”). Een bruikbaar contrast is wait tegenover leave: I will wait = “Ik zal wachten”, terwijl I will leave = “Ik zal vertrekken”. here betekent “hier” en geeft de plaats van het wachten aan. Het is een bijwoord; het benoemt geen persoon of zelfstandig naamwoord. Het tegenovergestelde plaatswoord is there: I will wait there = “Ik zal daar wachten”. Samen vormen de delen I will + wait + here de betekenis: “Ik zal hier wachten.” De spreker zegt dus dat die persoon op deze plaats zal blijven wachten; de Engelse zin legt met will de nadruk op de toekomstige handeling of het voornemen. In het Nederlands kan dezelfde bedoeling natuurlijk met de tegenwoordige tijd worden weergegeven: “Ik wacht hier.”
The person ahead is almost finished.
De persoon voor u is bijna klaar.
- person
- persoon
- ahead
- voor u
- almost
- bijna
- finished
- klaar
Uitgebreide uitleg
person betekent hier “persoon”. Het meervoud is people, niet persons in het gewone gebruik. Voorbeeld: One person is waiting. = “Eén persoon wacht.” ahead betekent hier “voor u”: de persoon bevindt zich vóór de aangesproken persoon, waarschijnlijk in dezelfde richting of rij. Het is hier geen werkwoord; ahead of kan een explicietere vergelijking uitdrukken, bijvoorbeeld She is ahead of me. = “Zij is voor mij / loopt op mij vooruit.” almost betekent “bijna” en geeft aan dat iets nog niet helemaal het geval is. Het staat vaak direct vóór het woord of de woordgroep waarop het betrekking heeft, zoals in almost finished. finished betekent hier “klaar” of “af”. Het is de vorm van finish (“afmaken; eindigen”) en beschrijft de toestand na het voltooien van iets. finish kan ook als werkwoord worden gebruikt: I finish at five. = “Ik ben om vijf uur klaar.” In deze zin beschrijft finished de persoon als iemand die bijna klaar is met een niet nader genoemd proces of taak; het zegt niet dat de persoon zelf “af” is. Samen vormt The person ahead het onderwerp: “de persoon voor u”. is almost finished zegt dat die persoon bijna klaar is. The verwijst naar een specifieke persoon die in de situatie herkenbaar is. De volledige betekenis is daarom: “De persoon voor u is bijna klaar.”
Grammatica
The line starts here.
The line starts here.
de lain staarts hir.De rij begint hier.
Bij he/she/it krijgt een werkwoord in de tegenwoordige tijd meestal -s: start wordt starts.
almost + adjective
The line is almost finished.
de lain iz olmoust finisht.De rij is bijna klaar.
almost staat vóór een bijvoeglijk naamwoord en betekent ‘bijna’; finished beschrijft de toestand van de rij.
Engels woordenschat
You're after that person.
Take one from this box.
Is this line for the counter?
Is this line for the counter?
Do I need a ticket?
You're after that person.
This is where it starts.
Take one from this box.
Do I need a ticket?
When is my turn?
When is my turn?
This is where it starts.
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Is dit de rij voor de balie?
Antwoord tonen
Is this line for the counter?Hier begint de rij.
Antwoord tonen
This is where it starts.Heb ik een ticket nodig?
Antwoord tonen
Do I need a ticket?Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
pakken
Antwoord tonen
Takenodig hebben
Antwoord tonen
needrij
Antwoord tonen
linebalie