Wachten op je beurt in de rij | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: At a counter line, two adults check where the line starts, take a ticket, and wait for the next turn..

NL → EN / Niveau: A1

Over deze les

Met Wachten op je beurt in de rij oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

Is this line for the counter?

iz dis lain fer de kaunter? Is dit de rij voor de balie?
B

This is where it starts.

dis iz weer it staarts. Hier begint de rij.
A

Do I need a ticket?

doe ai nied e tiket? Heb ik een ticket nodig?
B

Take one from this box.

teik wan frem dis boks. Pak er een uit deze doos.
A

When is my turn?

wen iz mai tern? Wanneer ben ik aan de beurt?
B

You're after that person.

jur after det pursen. U bent na die persoon aan de beurt.
A

I will wait here.

ai wil weit hir. Ik wacht hier.
B

The person ahead is almost finished.

de pursen ehed iz olmoust finisht. De persoon voor u is bijna klaar.

Woord voor woord

Is “Is” geeft in “Is this line for the counter?” aan dat de spreker vraagt of iets ergens voor bedoeld is. In “The person ahead is almost finished.” staat dezelfde vorm als verbindingswerkwoord. Herbruikbaar patroon: “Is this …?” om naar een voorwerp of plaats te vragen; nieuw voorbeeld: “Is this seat free?”
this “this” verwijst in “Is this line for the counter?” naar de rij die de spreker aanwijst of bedoelt. Het staat vóór “line” om iets specifieks dichtbij de spreker aan te wijzen. Herbruikbaar patroon: “this + zelfstandig naamwoord”; nieuw voorbeeld: “this ticket”.
line “line” betekent hier de rij mensen die bij de balie wachten. In “This is where it starts.” verwijst “the line” naar diezelfde rij. Herbruikbaar patroon: “wait in line” voor wachten in een rij; nieuw voorbeeld: “We are waiting in line.”
for “for” geeft in “Is this line for the counter?” aan waarvoor de rij bestemd is: voor de balie. Het staat vóór “the counter” om het doel of de bestemming van de rij te noemen. Herbruikbaar patroon: “for + persoon, plaats of doel”; nieuw voorbeeld: “This queue is for tickets.”
the “the” verwijst naar een specifieke, bekende balie, rij of persoon, zoals in “the counter”, “the line” en “The person ahead”. Het maakt duidelijk dat het om iets bepaalds in deze situatie gaat. Herbruikbaar patroon: “the + zelfstandig naamwoord” wanneer de luisteraar weet welk ding bedoeld wordt.
counter “counter” betekent hier de balie waar iemand geholpen wordt. In “the counter” gaat het om de specifieke balie waarvoor de rij staat. Herbruikbaar patroon: “at the counter” voor spreken over hulp krijgen aan een balie; nieuw voorbeeld: “Please go to the counter.”
where “where” geeft in “This is where it starts.” de plaats aan waar iets begint. Samen met “it starts” wijst het naar het beginpunt van de rij. Herbruikbaar patroon: “where + onderwerp + werkwoord” om een plaats te beschrijven; nieuw voorbeeld: “This is where we meet.”
it “it” verwijst in “This is where it starts.” naar de rij: daar begint die. Het is hier het woord waarmee naar iets dat al bekend is wordt verwezen. Herbruikbaar patroon: “it starts” om te zeggen waar of wanneer iets begint; nieuw voorbeeld: “It starts here.”
starts “starts” betekent in “where it starts” dat de rij op die plaats begint. De vorm hoort bij “it” in deze zin en beschrijft het begin van de rij. Herbruikbaar patroon: “it starts + plaats of tijd”; nieuw voorbeeld: “The meeting starts at nine.”
Do “Do” helpt in “Do I need a ticket?” om een vraag te vormen; hier betekent het niet “doen”. Het staat vóór “I” en “need”. Herbruikbaar patroon: “Do I need + zelfstandig naamwoord?” om te vragen of iets vereist is.
I “I” verwijst naar de spreker zelf, zowel in “Do I need a ticket?” als in “I will wait here.” Het is het onderwerp van de handeling of vraag. Herbruikbaar patroon: “I + werkwoord” om over jezelf te spreken; nieuw voorbeeld: “I need help.”
need “need” betekent in “Do I need a ticket?” dat de spreker een ticket nodig heeft of nodig kan hebben. Het staat na “Do I” en vóór “a ticket”. Herbruikbaar patroon: “Do I need + zelfstandig naamwoord?” om naar een vereiste te vragen.
a “a” introduceert in “a ticket” één ticket zonder een specifiek ticket aan te wijzen. Het staat vóór het enkelvoudige zelfstandig naamwoord “ticket”. Herbruikbaar patroon: “a + enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord”; nieuw voorbeeld: “a chair”.
ticket “ticket” betekent hier een kaartje of nummer waarmee de volgorde in de rij wordt bepaald. In “a ticket” gaat het om één zo’n kaartje. Herbruikbaar patroon: “take a ticket” wanneer iemand een kaartje uit een automaat of doos pakt; nieuw voorbeeld: “I have a ticket.”
Take “Take” is in “Take one from this box.” een instructie om één ticket uit de doos te pakken. De vorm staat aan het begin van de zin omdat de spreker een opdracht geeft. Herbruikbaar patroon: “Take + voorwerp + from + plaats”; nieuw voorbeeld: “Take a form from the desk.”
one “one” betekent in “Take one from this box.” één exemplaar en verwijst hier naar één ticket. Het voorkomt dat “ticket” opnieuw genoemd moet worden. Herbruikbaar patroon: “Take one” wanneer duidelijk is welk soort voorwerp bedoeld wordt.
from “from” geeft in “from this box” de plaats aan waaruit het ticket genomen moet worden. Het staat vóór “this box”. Herbruikbaar patroon: “take + voorwerp + from + bron of plaats”; nieuw voorbeeld: “Take a card from the table.”
box “box” betekent in “this box” de doos waar de tickets in zitten. “This” wijst de doos aan die bij de spreker staat of zichtbaar is. Herbruikbaar patroon: “a box” of “the box” om naar een doos te verwijzen; nieuw voorbeeld: “The box is here.”
When “When” vraagt in “When is my turn?” naar het moment waarop de beurt van de spreker komt. Het staat aan het begin van de vraag. Herbruikbaar patroon: “When is + mijn/je + beurt?” om naar een beurt te vragen.
my “my” geeft in “my turn” aan dat de beurt bij de spreker hoort. Het staat vóór “turn”. Herbruikbaar patroon: “my + zelfstandig naamwoord” om iets dat bij de spreker hoort te benoemen; nieuw voorbeeld: “my ticket”.
turn “turn” betekent in “my turn” de beurt van de spreker in de wachtrij. De uitdrukking gaat dus over het moment waarop de spreker aan de beurt is. Herbruikbaar patroon: “When is my turn?” in een rij, spel of gesprek.
You're “You're” betekent in “You're after that person” dat de aangesprokene na die persoon aan de beurt is. Het is de verkorte vorm van “you are”, waarbij “you” de aangesprokene aanduidt. Herbruikbaar patroon: “You're after + persoon” om iemands plaats in een volgorde uit te leggen.
after “after” geeft in “after that person” de volgorde aan: de aangesprokene komt na die persoon. Het staat vóór de persoon die als referentie wordt genoemd. Herbruikbaar patroon: “after + persoon, tijdstip of gebeurtenis”; nieuw voorbeeld: “We meet after lunch.”
that “that” wijst in “that person” naar een bepaalde persoon die de spreker bedoelt of aanwijst. Het staat vóór “person”. Herbruikbaar patroon: “that + zelfstandig naamwoord” om iets of iemand op enige afstand of uit de context aan te wijzen; nieuw voorbeeld: “that box”.
person “person” betekent in “that person” en “The person ahead” een mens die in de rij staat. In beide gevallen helpt het woord om een specifieke wachtende aan te duiden. Herbruikbaar patroon: “the person + verdere beschrijving”; nieuw voorbeeld: “the person at the desk.”
will “will” geeft in “I will wait here” aan dat het wachten na dit moment zal gebeuren of de beslissing van de spreker is. Het staat vóór het werkwoord “wait”. Herbruikbaar patroon: “I will + werkwoord” om een voorgenomen handeling aan te kondigen; nieuw voorbeeld: “I will call later.”
wait “wait” betekent in “I will wait here” dat de spreker op deze plaats blijft totdat de beurt komt. Het volgt op “will”. Herbruikbaar patroon: “wait here” om iemand te zeggen dat die op de huidige plaats moet blijven.
here “here” geeft in “I will wait here” de plaats aan waar de spreker zal blijven wachten. Het staat aan het einde van de zin. Herbruikbaar patroon: “wait here” in een situatie waarin iemand op de huidige plaats moet blijven.
ahead “ahead” betekent in “The person ahead” dat de persoon vóór de spreker in de rij staat. Het beschrijft dus de positie van die persoon ten opzichte van de spreker. Herbruikbaar patroon: “the person ahead” om iemand vóór je in een rij aan te duiden.
almost “almost” betekent in “almost finished” dat iets nog net niet klaar is, maar dat het einde dichtbij is. Het staat vóór “finished” en verzwakt de betekenis tot “bijna klaar”. Herbruikbaar patroon: “almost + voltooid of bereikt resultaat”; nieuw voorbeeld: “The work is almost finished.”
finished “finished” betekent in “The person ahead is almost finished” dat de persoon bijna klaar is met wat die aan de balie moet doen. Samen met “almost” zegt het dat de handeling nog niet helemaal afgelopen is. Herbruikbaar patroon: “be finished” om te zeggen dat iets klaar of afgelopen is; nieuw voorbeeld: “I am finished.”

Grammatica

The line starts here.

The line starts here.

de lain staarts hir.

De rij begint hier.

Bij he/she/it krijgt een werkwoord in de tegenwoordige tijd meestal -s: start wordt starts.

almost + adjective

The line is almost finished.

de lain iz olmoust finisht.

De rij is bijna klaar.

almost staat vóór een bijvoeglijk naamwoord en betekent ‘bijna’; finished beschrijft de toestand van de rij.

Engels woordenschat

after voorzetsel
after na

You're after that person.

box zelfstandig naamwoord
boks doos

Take one from this box.

counter zelfstandig naamwoord
kaunter balie

Is this line for the counter?

line zelfstandig naamwoord
lain rij

Is this line for the counter?

need werkwoord
nied nodig hebben

Do I need a ticket?

person zelfstandig naamwoord
pursen persoon

You're after that person.

start werkwoord
staart beginnen starts

This is where it starts.

take werkwoord
teik pakken Take

Take one from this box.

ticket zelfstandig naamwoord
tikit ticket

Do I need a ticket?

turn zelfstandig naamwoord
tern beurt

When is my turn?

when bijwoord
wen wanneer

When is my turn?

where bijwoord
weer waar

This is where it starts.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Is dit de rij voor de balie?

Antwoord tonenIs this line for the counter?

Hier begint de rij.

Antwoord tonenThis is where it starts.

Heb ik een ticket nodig?

Antwoord tonenDo I need a ticket?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

pakken

Antwoord tonenTake

nodig hebben

Antwoord tonenneed

rij

Antwoord tonenline

balie

Antwoord tonencounter