De tafel dekken | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: At home, two adults check a list for setting a table and notice that one spoon is still needed..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met De tafel dekken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

Let's look at the list.

lets loek ut de list. Laten we naar de lijst kijken.
B

I have it here.

ai hev it hier. Ik heb hem hier.
A

Are the cups ready?

ar de kaps redDie? Zijn de kopjes klaar?
B

I washed them all.

ai wosjt dem ol. Ik heb ze allemaal gewassen.
A

Is anything missing?

iz ennie-sing missing? Ontbreekt er iets?
B

We still need one spoon.

wie stil nied wan spoen. We hebben nog één lepel nodig.
A

I can get another one.

ai ken get enadder wan. Ik kan er nog een halen.
B

Then the table is set.

den de teebel iz set. Dan is de tafel gedekt.

Uitleg van de zinnen

  1. Let's look at the list.

    Laten we naar de lijst kijken.

    Let's
    laten we
    look at
    naar ... kijken
    list
    lijst
    Uitgebreide uitleg

    Let's is de verkorte vorm van let us. In deze zin vormt het een voorstel voor een gezamenlijke handeling: de spreker en de aangesprokene zullen samen iets doen. Het is hier dus geen gewone beschrijving van bezit of toestemming. Een bruikbaar patroon is Let's + werkwoord: Let's start. — Laten we beginnen. look at betekent hier doelgericht ergens naar kijken. Het werkwoord look krijgt met at deze constructie; look zonder at kan ook voorkomen wanneer alleen het kijken zelf wordt genoemd. Vergelijk: Look at the map. — Kijk naar de kaart. Het daaropvolgende element benoemt waar de aandacht op gericht is. list is een zelfstandig naamwoord voor een geordende opsomming van zaken. Het meervoud is lists. In deze zin verwijst the list naar een specifieke lijst die in de situatie bedoeld is; the markeert die bepaaldheid, niet een bepaald aantal. Samen vormen de delen Let's + look at + the list: de spreker stelt voor dat spreker en aangesprokene gezamenlijk naar de bedoelde lijst kijken. De Nederlandse vertaling Laten we naar de lijst kijken geeft precies die uitnodiging tot een gezamenlijke handeling weer.

  2. I have it here.

    Ik heb hem hier.

    I
    ik
    have
    heb
    it
    het bedoelde object of wezen
    here
    hier
    Uitgebreide uitleg

    I is de eerste persoon enkelvoud: de spreker verwijst naar zichzelf. Als onderwerp blijft deze vorm in het Engels onveranderd. Voorbeeld: I see it — “Ik zie het.” have is hier de tegenwoordige vorm van to have. Met I is de vorm have; bij de derde persoon enkelvoud is de vorm has: She has it — “Zij heeft het.” Hier drukt have uit dat de spreker het bedoelde referent heeft. it is hier een Engels voornaamwoord voor het bedoelde niet-menselijke object of wezen, zonder dat het Engelse voornaamwoord grammaticaal geslacht uitdrukt. De vaste vertaling gebruikt daarvoor hem; zonder extra informatie wordt het concrete referent hier niet nader benoemd. Voorbeeld: I see it — “Ik zie het.” here is een plaatsbijwoord met de betekenis “op deze plaats” of “bij de spreker”. Het staat in deze zin na it en geeft aan waar de spreker het bedoelde referent heeft. Samen vormen I have it en here de betekenis dat de spreker het bedoelde referent hier heeft. De hele uiting betekent: “Ik heb hem hier.”

  3. Are the cups ready?

    Zijn de kopjes klaar?

    Are
    zijn
    cups
    kopjes
    ready
    klaar
    Uitgebreide uitleg

    Are is hier de tegenwoordige vorm van be in een vraag met een meervoudig onderwerp. In een vraag staat are vóór het onderwerp. Hetzelfde woord kan ook bij you staan; in deze zin wordt het door the cups als meervoudsvorm bepaald. Het patroon is: Are + meervoudig onderwerp + adjective? Bijvoorbeeld: Are the doors open? — Zijn de deuren open? cups betekent hier kopjes. Het is het meervoud van cup: one cup, two cups. Het Engelse woord heeft op zichzelf geen verkleiningsbetekenis; de Nederlandse vertaling kiest hier voor kopjes. ready is een bijvoeglijk naamwoord en betekent hier dat iets klaar of gereed is. Het verandert in het Engels niet voor enkelvoud of meervoud: The cup is ready en The cups are ready. Samen vormen Are the cups ready? een ja-neevraag naar de toestand van de kopjes: Zijn de kopjes klaar? Het meervoudige onderwerp the cups vraagt om are, en ready beschrijft de toestand waarnaar gevraagd wordt.

  4. I washed them all.

    Ik heb ze allemaal gewassen.

    I
    ik
    washed
    waste
    them
    ze
    all
    allemaal
    Uitgebreide uitleg

    I is het onderwerp: de spreker zelf. Het Engelse onderwerpvoornaamwoord is I voor de eerste persoon enkelvoud; het wordt niet vervangen door me, want me is de vorm voor een object. Voorbeeld: I washed the cups. — “Ik waste de kopjes.” washed is hier de verleden-tijdsvorm van wash (“wassen”). De bruikbare vormreeks is wash — washed — washed: tegenwoordige tijd, verleden tijd en voltooid deelwoord. De verleden tijd heeft bij wash voor alle personen dezelfde vorm: I washed, she washed, they washed. In deze zin zegt washed dat het wassen in het verleden plaatsvond. them is het objectvoornaamwoord voor meervoud: de personen of dingen waarop de handeling gericht is. In de gegeven context verwijst het naar de kopjes uit de voorafgaande vraag. Engels gebruikt them ongeacht het grammaticale geslacht van die meervoudige referenten. Vergelijk I washed it — “Ik waste het” — met I washed them — “Ik waste ze.” all geeft hier aan dat de volledige groep bedoeld is. In de combinatie them all betekent het “ze allemaal”, dus niet slechts een deel van de kopjes. Voorbeeld: She read all the messages. — “Zij las alle berichten.” Samen vormen I washed them all het patroon onderwerp + verleden tijd van het werkwoord + meervoudig object + all: de spreker heeft alle bedoelde kopjes gewassen. De Nederlandse vertaling gebruikt heb ... gewassen, maar het Engelse werkwoord staat hier in de simple past washed.

  5. Is anything missing?

    Ontbreekt er iets?

    Is
    is
    anything
    iets
    missing
    ontbrekend; niet aanwezig
    Uitgebreide uitleg

    Is staat hier vooraan omdat het een ja-neevraag in de tegenwoordige tijd inleidt. Het is de vorm van be voor de derde persoon enkelvoud: I am, you/we/they are, maar he/she/it is. In een gewone mededeling staat het onderwerp ervoor: Something is missing. In de vraag wisselen werkwoord en onderwerp van plaats: Is something missing? anything is een onbepaald voornaamwoord met de betekenis ‘iets’ in deze vraag. Het verwijst niet naar een specifiek benoemd voorwerp. In vragen en ontkenningen is anything gebruikelijk: Is anything wrong? = ‘Is er iets mis?’ In een bevestigende mededeling is something vaak natuurlijker: Something is missing. missing beschrijft hier iets dat niet aanwezig is of ontbreekt. Het is in deze zin een beschrijvend woord na is; het drukt geen handeling van het onderwerp uit. Vergelijk: The key is missing. = ‘De sleutel ontbreekt.’ Het tegenovergestelde is present of, afhankelijk van de situatie, there. Samen vormen de delen de vraag Is anything missing?: is staat vóór het onderwerpachtige anything, en missing beschrijft de toestand daarvan. De vaste Nederlandse betekenis is: ‘Ontbreekt er iets?’ De vraag stelt niet vast wát er ontbreekt; dat wordt niet in deze zin genoemd.

  6. We still need one spoon.

    We hebben nog één lepel nodig.

    We
    we
    still
    nog
    need
    nodig hebben
    one
    één
    spoon
    lepel
    Uitgebreide uitleg

    We betekent hier “wij” en is het onderwerp: de spreker rekent zichzelf samen met minstens één andere persoon tot de groep. Het is de onderwerpsvorm; als lijdend voorwerp gebruikt het Engels us, bijvoorbeeld: “They help us.” — “Zij helpen ons.” still betekent hier “nog”: de behoefte bestaat op dit moment nog. Het staat vóór het werkwoord need, een veelvoorkomende plaats voor dit bijwoord. Vergelijk: “We still work.” — “We werken nog steeds.” need is de basisvorm van het werkwoord “nodig hebben”. In de tegenwoordige tijd blijft deze vorm bij I, you, we en they; bij he, she en it krijgt het werkwoord needs: “She needs a spoon.” — “Zij heeft een lepel nodig.” one geeft hier expliciet het aantal aan: precies één. Het is een bepaler vóór het zelfstandig naamwoord en niet alleen een onbepaald lidwoord. Het verschil is zichtbaar in one spoon (“één lepel”) tegenover some spoons (“enkele lepels”). spoon is het zelfstandig naamwoord “lepel”. Het is hier enkelvoud, omdat het met one wordt gecombineerd. Het meervoud is spoons: “We need two spoons.” — “We hebben twee lepels nodig.” Samen vormen de delen We still need one spoon de mededeling: “We hebben nog één lepel nodig.” Het onderwerp is we, still geeft aan dat de behoefte nog voortduurt, need benoemt die behoefte en one spoon specificeert precies wat en hoeveel nodig is.

  7. I can get another one.

    Ik kan er nog een halen.

    I can
    ik kan
    get
    halen
    another one
    nog een
    Uitgebreide uitleg

    I can betekent hier dat de spreker aangeeft iets te kunnen doen. can is een modaal werkwoord; er komt daarna geen to en geen persoonsuitgang bij: I can get, maar ook she can get. Zonder can staat het gewone werkwoord in de tegenwoordige tijd bijvoorbeeld als I get of she gets. Voorbeeld: I can help. — Ik kan helpen. get is hier het werkwoord in de basisvorm na can. In deze zin betekent het, volgens de vaste vertaling, een extra exemplaar gaan halen of verkrijgen. De vorm blijft na can onveranderd; vergelijk I get buiten deze constructie met I can get. Voorbeeld: Can you get some water? — Kun je wat water halen? another one verwijst hier naar nog één extra exemplaar van het bedoelde voorwerp. another drukt ‘nog een’ of ‘een andere’ uit, en one neemt de plaats in van een eerder genoemd of uit de context bekend zelfstandig naamwoord. one is hier dus niet alleen een los telwoord; het voorkomt herhaling van de naam van het voorwerp. Voorbeeld: I need another one. — Ik heb er nog een nodig. Samen vormen de delen I can + get + another one: de spreker zegt dat die persoon nog een extra exemplaar kan halen. De tijd en modaliteit komen uit can; get benoemt de handeling en another one wat er gehaald wordt. In de gegeven context sluit dat aan bij de behoefte aan nog één exemplaar voordat de tafel gedekt is.

  8. Then the table is set.

    Dan is de tafel gedekt.

    Then
    dan
    table
    tafel
    is set
    is gedekt
    Uitgebreide uitleg

    Then betekent hier dan: het verbindt deze situatie met wat eraan voorafgaat en plaatst haar daarna in de tijd of volgorde. Een bruikbaar patroon is Then + volledige zin, bijvoorbeeld: Then we leave. — Dan vertrekken we. table is hier het zelfstandig naamwoord voor tafel. Het meervoud is tables; het enkelvoud staat in deze zin na het lidwoord the, dat verwijst naar een bepaalde tafel. Voorbeeld: The table is small. — De tafel is klein. is set beschrijft de toestand van de tafel: de tafel is gedekt. is is de tegenwoordige tijd van be bij een enkelvoudig onderwerp in de derde persoon; bij een meervoudig onderwerp staat bijvoorbeeld are: The tables are set. — De tafels zijn gedekt. set komt hier overeen met het voltooid deelwoord van set. Dit werkwoord heeft in deze betekenis dezelfde vorm in de basisvorm, verleden tijd en het voltooid deelwoord: set – set – set. In is set kan de vorm een voltooide handeling in passieve vorm weergeven, maar in deze vaste uitdrukking ligt vooral de huidige toestand gedekt voor de hand. Samen vormen de delen Then + the table + is set: Dan is de tafel gedekt. De tafel is dus op dat moment in de toestand dat zij gedekt is. De zin staat in een neutraal, alledaags register.

Grammatica

another + singular noun

another spoon

enadder spoen

nog een lepel

another betekent ‘nog een’ of ‘een andere’ en staat vóór een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud.

still + verb

still need

stil nied

nog nodig hebben

still betekent hier ‘nog’ en staat meestal vóór het hoofdwerkwoord.

Engels woordenschat

all voornaamwoord
ol allemaal

I washed them all.

anything voornaamwoord
ennie-sing iets

Is anything missing?

cup zelfstandig naamwoord
kap kopje cups

Are the cups ready?

have werkwoord
hev hebben

I have it here.

here bijwoord
hier hier

I have it here.

list zelfstandig naamwoord
list lijst

Let's look at the list.

look werkwoord
loek kijken

Let's look at the list.

missing bijvoeglijk naamwoord
missing ontbrekend

Is anything missing?

need werkwoord
nied nodig hebben

We still need one spoon.

ready bijvoeglijk naamwoord
reddie klaar

Are the cups ready?

still bijwoord
stil nog

We still need one spoon.

wash werkwoord
wosj wassen washed

I washed them all.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Laten we naar de lijst kijken.

Antwoord tonenLet's look at the list.

Ik heb hem hier.

Antwoord tonenI have it here.

Zijn de kopjes klaar?

Antwoord tonenAre the cups ready?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

kijken

Antwoord tonenlook

kopje

Antwoord tonencups

hebben

Antwoord tonenhave

hier

Antwoord tonenhere