Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Alles controleren voor vertrek oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.
Dialoog
Do we have everything before we leave?
Doe wie hev evrie-thing bifoor wie liev? Hebben we alles voordat we weggaan?Let's check now.
Lets tsek nau. Laten we het nu controleren.Do you have your keys?
Djoe hev jor kie-z? Heb je je sleutels?They're in my pocket.
Dèr in mai pokit. Ze zitten in mijn zak.Is your wallet in your bag?
Iz jor wolit in jor beg? Zit je portemonnee in je tas?I put it in there.
Ai poet it in dèr. Ik heb hem erin gedaan.Is the door locked?
Iz de door lokt? Zit de deur op slot?I checked it just now.
Ai tsjekt it djast nau. Ik heb het net gecontroleerd.Uitleg van de zinnen
Do we have everything before we leave?
Hebben we alles voordat we weggaan?
- Do we
- vraagpatroon met ‘we’
- have
- hebben
- everything
- alles
- before
- voordat
- leave
- weggaan
Uitgebreide uitleg
Do we vormt hier het begin van een ja/nee-vraag in de tegenwoordige tijd. In het Engels staat bij een gewoon werkwoord vaak do vóór het onderwerp: Do we ...? Het hulpwerkwoord do draagt de vraagvorm; we betekent “wij”. Vergelijk: Do they agree? = “Zijn zij het ermee eens?” have betekent hier “hebben” en staat in de basisvorm na do. In een gewone bevestigende zin krijgt het werkwoord bij we ook deze vorm: We have enough time. = “We hebben genoeg tijd.” Bij he, she en it is de vorm in de tegenwoordige tijd has, maar na does blijft de basisvorm staan: Does she have time? = “Heeft zij tijd?” everything is een zelfstandig gebruikt onbepaald voornaamwoord met de betekenis “alles”: alle relevante dingen samen. De zin noemt niet welke dingen met “alles” worden bedoeld. Een voorbeeld: Everything is ready. = “Alles is klaar.” before leidt hier een tijdsbepaling in: iets gebeurt vóór een andere gebeurtenis. Het kan een hele bijzin inleiden, zoals in het patroon before + onderwerp + werkwoord: Call me before you go. = “Bel me voordat je gaat.” leave betekent hier “weggaan” of “vertrekken”. Het is de basisvorm na we: we leave. In de derde persoon enkelvoud is de tegenwoordige vorm leaves: She leaves at six. = “Zij vertrekt om zes uur.” In deze bijzin kan de tegenwoordige vorm verwijzen naar een toekomstige gebeurtenis: before we leave betekent “voordat we weggaan”. De volledige vraag combineert Do we have ...? met de tijdsbepaling before we leave. Zo vraagt de spreker of de betrokken personen alles hebben vóór het moment waarop zij weggaan: “Hebben we alles voordat we weggaan?”
Let's check now.
Laten we het nu controleren.
- Let's
- laten we
- check
- controleren
- now
- nu
Uitgebreide uitleg
Let's is de verkorte vorm van let us. In deze zin vormt het een voorstel om samen iets te doen: “laten we …”. Het is dus geen gewone mededeling over een bestaand plan. Het patroon Let's + werkwoord is direct herbruikbaar, bijvoorbeeld: Let's wait. — “Laten we wachten.” check is hier de basisvorm van het werkwoord en betekent “controleren” of “nakijken”. Na Let's staat het werkwoord in de basisvorm: Let's check, niet een vervoegde vorm. Check kan in andere contexten ook “controleren of iets klopt” betekenen; in deze zin wordt niet specifieker gezegd wat er gecontroleerd wordt. now betekent “nu” en plaatst de voorgestelde handeling in het huidige moment. Het verandert niet de vorm van check; het geeft alleen aan wanneer het voorstel uitgevoerd wordt. Bijvoorbeeld: Let's start now. — “Laten we nu beginnen.” Samen betekent Let's check now.: “Laten we het nu controleren.” De structuur is Let's + basisvorm van het werkwoord + tijdsbepaling: een gezamenlijk voorstel om de controle op dit moment uit te voeren. De Nederlandse vertaling maakt met het een object expliciet, maar het Engelse origineel noemt niet welk ding gecontroleerd wordt.
Do you have your keys?
Heb je je sleutels?
- Do you
- vraagvorm met je
- have
- hebben
- your
- je / jouw
- keys
- sleutels
Uitgebreide uitleg
Do you vormt hier het begin van een Engelse ja-neevraag: do is het hulpwerkwoord en you is het onderwerp. In dit do-vraagpatroon staat het hulpwerkwoord vóór het onderwerp. Het hulpwerkwoord draagt de vraagvorm; daarom blijft het daaropvolgende werkwoord in de basisvorm. have betekent hier ‘hebben’ of ‘in bezit hebben’. De basisvorm blijft have na do: Do you have ...? In een gewone mededelende zin zonder derde persoon enkelvoud staat bijvoorbeeld You have your keys. Bij een derde persoon enkelvoud verschijnt in een tegenwoordige mededeling has, maar na does blijft ook dan de basisvorm staan: Does she have her keys? — ‘Heeft zij haar sleutels?’ your is een bezittelijke bepaler: het geeft aan dat de sleutels bij de aangesprokene horen. De vorm your wordt in het Engels niet aangepast aan enkelvoud of meervoud van het bezittelijke zelfstandig naamwoord: your key en your keys. Hier komt de betekenis overeen met ‘je/jouw’ in de vaste vertaling. keys is het meervoud van het zelfstandig naamwoord key, ‘sleutel’. De uitgang -s markeert hier het meervoud: één key, meerdere keys. Als geheel bestaat de vraag uit het vraagpatroon Do + onderwerp + basisvorm van het werkwoord + bezittelijke bepaler + zelfstandig naamwoord: Do you have your keys? De betekenis is: ‘Heb je je sleutels?’ De vraag gaat na of de aangesprokene de sleutels heeft.
They're in my pocket.
Ze zitten in mijn zak.
- They're
- ze zitten
- in
- in
- my
- mijn
- zak
Uitgebreide uitleg
They're is de samentrekking van they are: they is een meervoudig persoonlijk voornaamwoord en are is de vorm van be bij you, we en they. Hier vormt they are de bewering dat de bedoelde meervoudige zaken zich ergens bevinden. De vertaling ondersteunt ze zitten; ze identificeert niet nader waarnaar they verwijst. Voorbeelden: They're here. = Ze zijn hier.; They're in the car. = Ze zitten in de auto. in geeft hier de plaatsrelatie aan: iets bevindt zich binnen de grenzen van een ruimte of voorwerp. Hetzelfde patroon is bijvoorbeeld in the bag = in de tas. In deze zin hoort in samen met de daaropvolgende plaatsbepaling my pocket. my is een bezittelijk woord bij de eerste persoon enkelvoud: de spreker presenteert de zak als behorend bij of verbonden met zichzelf. Het verandert in het Engels niet naar geslacht of meervoud van het bezeten zelfstandig naamwoord: my pocket, my keys, my bags. Vergelijk your pocket, waarbij de bezitter de aangesprokene is. pocket is het zelfstandig naamwoord voor een zakje of opbergvak in kleding of een ander voorwerp. Het meervoud is pockets. In my pocket staat het zelfstandig naamwoord in het enkelvoud; my blijft daarbij dezelfde vorm. Samen vormen de delen They're + in + my pocket de betekenis: de bedoelde meervoudige zaken bevinden zich in de zak van de spreker. De vorm is een gewone, compacte mededeling over locatie. Het volgende voorbeeld gebruikt hetzelfde patroon met een ander zelfstandig naamwoord: They're in my bag. = Ze zitten in mijn tas.
Is your wallet in your bag?
Zit je portemonnee in je tas?
- Is
- is
- your
- je; jouw
- wallet
- portemonnee
- in
- in
- bag
- tas
Uitgebreide uitleg
Is staat hier vóór het onderwerp your wallet omdat het een ja/nee-vraag in de tegenwoordige tijd is. Het is de vorm van be voor he, she, it en enkelvoudige zelfstandige naamwoorden; in een mededeling staat dezelfde combinatie bijvoorbeeld als Your wallet is in your bag. — Je portemonnee zit in je tas. Bij een meervoudig onderwerp gebruik je are: Are your keys in your bag? — Zitten je sleutels in je tas? your drukt bezit uit en verwijst hier naar de aangesprokene: your wallet en later opnieuw your bag betekenen respectievelijk ‘je portemonnee’ en ‘je tas’. Engels gebruikt your zowel voor één aangesprokene als voor meerdere aangesproken personen; de vorm verandert dus niet op basis van dat aantal. Het verandert ook niet naar het aantal van het bezeten zelfstandig naamwoord: your wallet, maar ook your bags. Een voorbeeld: Is your phone here? — Is je telefoon hier? wallet is het zelfstandig naamwoord voor een portemonnee. Het is in deze zin enkelvoud, wat ook de keuze voor is ondersteunt. Het meervoud is wallets: My wallets are in the drawer. — Mijn portemonnees zitten in de lade. in geeft hier aan dat iets zich binnen de grenzen van een ruimte of voorwerp bevindt. Het is een voorzetsel en verbindt your wallet met your bag. Vergelijk in the box — in de doos met on the box — op de doos; on beschrijft contact met het oppervlak, niet de binnenkant. bag is het zelfstandig naamwoord voor een tas. Hier staat het enkelvoud na your; het meervoud is bags. In your bag is de tas de plaats die door in wordt aangeduid. Een voorbeeld: The keys are in my bag. — De sleutels zitten in mijn tas. Samen vormen Is + your wallet de vraag over de locatie van de portemonnee. in your bag specificeert die locatie: binnen in de tas. De hele vraag betekent daarom: Zit je portemonnee in je tas? De vraagvorm met is aan het begin is neutraal en alledaags.
I put it in there.
Ik heb hem erin gedaan.
- put
- plaatsen; doen
- it
- het; hem
- in there
- daarin
Uitgebreide uitleg
put betekent hier dat de spreker iets heeft geplaatst. Het werkwoord heeft in het Engels dezelfde vorm in de basisvorm, de verleden tijd en het voltooid deelwoord: put – put – put. De vorm zelf laat de tijd dus niet zien. In deze vaste zin geeft de Nederlandse vertaling de bedoelde voltooide handeling aan. Voorbeeld: I put the book on the table. = Ik legde het boek op tafel. it verwijst hier naar het voorwerp dat wordt geplaatst. Het is een Engels persoonlijk voornaamwoord dat vaak voor een ding of dier wordt gebruikt wanneer geen persoonlijk he of she bedoeld is. Het is hier het lijdend voorwerp van put. De Nederlandse vertaling gebruikt hem voor het bedoelde voorwerp; dat maakt het Engelse it niet grammaticaal mannelijk. in there geeft de plaats aan: in drukt uit dat iets zich binnen een plek bevindt, en there wijst die plek aan als daar. Samen betekent dit hier daarin. Voorbeeld: Put it in here. = Doe het hierin. Samen vormen de delen I put it in there: I is de uitvoerder, put beschrijft het plaatsen, it is het geplaatste voorwerp en in there is de plaats. De vaste betekenis is dus: Ik heb hem erin gedaan.
Is the door locked?
Zit de deur op slot?
- Is
- is ...?
- door
- deur
- locked
- op slot; vergrendeld
Uitgebreide uitleg
Is staat hier vooraan als hulpwerkwoord be in een ja-neevraag. In een mededelende zin staat de volgorde bijvoorbeeld The door is locked.; in de vraag wisselen is en het onderwerp van plaats: Is the door ...? De vorm is hoort bij een enkelvoudig onderwerp in de tegenwoordige tijd. Vergelijk voor meervoud: Are the doors locked? = “Zijn de deuren op slot?” door betekent hier “deur”. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord; the door verwijst naar een specifieke deur die voor de gesprekspartners herkenbaar is. Het meervoud is doors. Voor een niet-specifieke deur gebruik je bijvoorbeeld a door: I opened a door. = “Ik opende een deur.” locked beschrijft de toestand “op slot” of “vergrendeld”. Het is de vorm die bij het werkwoord lock hoort; in deze zin werkt het als beschrijvend voltooid deelwoord na be: The door is locked. betekent dat de deur op slot is. Dat is iets anders dan de actieve vorm Someone locked the door. = “Iemand deed de deur op slot.” Samen vormen de delen Is + the door + locked? een vraag naar de huidige toestand van een specifieke deur: “Zit de deur op slot?” De vorm zegt niet wie de deur op slot heeft gedaan.
I checked it just now.
Ik heb het net gecontroleerd.
- I
- ik
- checked
- gecontroleerd
- it
- het
- just now
- net
Uitgebreide uitleg
I is het Engelse persoonlijk voornaamwoord voor de spreker. Het blijft I ongeacht of de spreker mannelijk of vrouwelijk is. In I checked ... is het de uitvoerder van de handeling. checked is hier het werkwoord check in de simple past: check → checked. Het betekent in deze zin dat de spreker iets heeft nagekeken of gecontroleerd. Bij regelmatige werkwoorden wordt de verleden tijd vaak met -ed gevormd: check → checked. Voorbeeld: I checked the message. — Ik heb het bericht gecontroleerd. it is een Engels objectvoornaamwoord voor één eerder vastgesteld of uit de situatie begrijpelijk ding, dier of onderwerp. Het heeft in het Engels geen mannelijke of vrouwelijke vorm. In de vaste vertaling wordt dit weergegeven met het; de precieze identiteit van het gecontroleerde object wordt door deze zin zelf niet verder benoemd. just now is een tijdsbepaling voor iets dat zeer kort geleden gebeurde. Het staat hier na het object en maakt duidelijk dat het controleren pas net heeft plaatsgevonden. Vergelijk: I checked it yesterday. — Ik heb het gisteren gecontroleerd. Samen vormen de delen de betekenis: de spreker (I) zegt dat die persoon iets (it) heeft nagekeken (checked), en just now plaatst die handeling vlak vóór het moment van spreken. De Engelse simple past checked wordt in de Nederlandse vertaling natuurlijk weergegeven met het voltooid tegenwoordige tijd: Ik heb het net gecontroleerd.
Grammatica
before + subject + verb
Check everything before you leave.
Tsek evrie-thing bifoor djoe liev.Controleer alles voordat je vertrekt.
Na before volgt in het Engels een volledige bijzin met onderwerp en werkwoord.
Engels woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Laten we het nu controleren.
Antwoord tonen
Let's check now.Heb je je sleutels?
Antwoord tonen
Do you have your keys?Ze zitten in mijn zak.
Antwoord tonen
They're in my pocket.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
sleutels
Antwoord tonen
keysportemonnee
Antwoord tonen
walletcontroleren
Antwoord tonen
checkalles