Een ruimte controleren | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a shared room, two adults check the chairs, screen, markers, and open space before using it..

NL → EN / Niveau: A1

Over deze les

Met Een ruimte controleren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

Is the room ready?

iz də roem reddie? Is de ruimte klaar?
B

The chairs are in place.

də tsjèrz ər in plees. De stoelen staan op hun plaats.
A

Is the screen working?

iz də skrien wèrking? Werkt het scherm?
B

The picture looks clear.

də piksjər loeks klir. Het beeld ziet er helder uit.
A

Do we have markers?

doe wie hev maarkers? Hebben we stiften?
B

They're on the table.

dèr an də tee-bəl. Ze liggen op tafel.
A

Is there space to move around?

iz dèr spees tə moev əraund? Is er ruimte om rond te lopen?
B

There's enough room to walk around.

dèrz inuf roem tə wok əraund. Er is genoeg ruimte om rond te lopen.

Woord voor woord

Is In “Is the room ready?” is “Is” het hulpwerkwoord waarmee een ja-neevraag wordt gevormd. Het staat voor het onderwerp in de vraag. Je gebruikt hetzelfde patroon in “Is the screen working?” wanneer je vraagt of iets functioneert.
the In “Is the room ready?” verwijst “the” naar een specifieke ruimte die de gesprekspartners kennen. Het is het Engelse bepaalde lidwoord. Gebruik “the” vóór een concreet, bekend zelfstandig naamwoord, zoals “the room” of “the screen”.
room “Room” betekent hier de gedeelde binnenruimte die gecontroleerd wordt. In “the room” gaat het om één specifieke ruimte. Een nieuwe voorbeeldzin is: “The room is open.”
ready “Ready” betekent hier klaar voor gebruik: de ruimte kan gebruikt worden. In “the room ready” beschrijft het woord de toestand van de ruimte. Je kunt ook vragen: “Are you ready?” wanneer je wilt weten of iemand klaar is.
chairs “Chairs” verwijst hier naar de stoelen in de ruimte. De vorm is meervoud, omdat het om meerdere stoelen gaat. Gebruik “chairs” bijvoorbeeld in “The chairs are near the table.”
are In “The chairs are in place” verbindt “are” het meervoudige onderwerp “the chairs” met hun toestand of positie. Hier helpt het om te zeggen dat de stoelen op hun plaats staan. Hetzelfde patroon is “The markers are on the table.”
in place “In place” betekent in “The chairs are in place” dat de stoelen staan waar ze moeten staan. De hele uitdrukking bestaat uit “in” voor de positie en “place” voor de bedoelde plek; samen betekent ze dat iets correct geplaatst is. Je kunt zeggen “Everything is in place” wanneer alles klaarstaat voor een activiteit.
screen “Screen” betekent hier het scherm in de ruimte waarop een beeld wordt getoond. In “the screen” gaat het om een specifiek scherm. Een nieuwe voorbeeldzin is: “The screen is large.”
working In “Is the screen working?” betekent “working” dat het scherm correct functioneert. De vraag controleert of het scherm gebruikt kan worden. Gebruik het patroon “Is the ... working?” ook voor andere apparaten, bijvoorbeeld in een nieuwe zin: “Is the printer working?”
picture “Picture” betekent hier het beeld dat op het scherm verschijnt. In “The picture looks clear” beoordeel je hoe dat beeld eruitziet. Een nieuwe voorbeeldzin is: “The picture is on the screen.”
looks In “The picture looks clear” betekent “looks” dat het beeld er op een bepaalde manier uitziet. Het onderwerp “the picture” krijgt daarna de beschrijving “clear”. Een bruikbaar patroon is “X looks + bijvoeglijk naamwoord”, zoals in de nieuwe zin “The room looks clean.”
clear “Clear” betekent hier dat het beeld gemakkelijk te zien is. In “looks clear” gaat het om de indruk die het beeld geeft. Je kunt “clear” ook gebruiken voor een uitleg die gemakkelijk te begrijpen is, bijvoorbeeld in een nieuwe zin: “The instruction is clear.”
Do In “Do we have markers?” is “Do” het hulpwerkwoord waarmee een vraag over bezit of beschikbaarheid wordt gevormd. Het staat vóór “we”, de persoon die de vraag stelt samen met anderen. Gebruik het patroon “Do we have ...?” om te vragen of iets beschikbaar is.
we “We” verwijst in “Do we have markers?” naar de spreker samen met minstens één andere persoon. De groep controleert samen wat er beschikbaar is. Een nieuwe voorbeeldzin is: “We have enough chairs.”
have In “Do we have markers?” betekent “have” hier dat iets beschikbaar is voor de groep. Samen met “Do” vormt het de vraag naar de aanwezigheid van de stiften. Gebruik “have” met een voorwerp, zoals in “We have a screen.”
markers “Markers” zijn hier stiften om op een bord of ander schrijfoppervlak te schrijven. De vorm is meervoud, omdat er meerdere stiften bedoeld zijn. Een nieuwe voorbeeldzin is: “The markers are new.”
They're “They're” betekent in “They're on the table” “they are” en verwijst naar de markers. Het is de verkorte vorm van “they are”; “they” verwijst naar meerdere dingen en “are” verbindt ze met hun plaats. Je kunt “They're” gebruiken om meerdere voorwerpen te beschrijven, bijvoorbeeld in een nieuwe zin: “They're ready.”
on In “They're on the table” geeft “on” aan dat de markers op het oppervlak van de tafel liggen. Het woord beschrijft hier een positie bovenop een oppervlak. Gebruik “on” bijvoorbeeld in “The book is on the desk.”
table “Table” betekent hier het meubel met een vlak oppervlak waarop de markers liggen. In “the table” gaat het om een specifieke tafel in de ruimte. Een nieuwe voorbeeldzin is: “The chairs are near the table.”
there In “Is there space to move around?” introduceert “there” iets waarvan je vraagt of het bestaat of beschikbaar is. Het verwijst hier niet naar een concrete plaats; “there” hoort bij de constructie “Is there ...?”. Gebruik die constructie om naar de aanwezigheid van iets te vragen, zoals in een nieuwe zin: “Is there a table?”
space “Space” betekent hier vrije ruimte waarin mensen kunnen bewegen. In “Is there space to move around?” vraag je of er genoeg open gebied beschikbaar is. Een bruikbaar patroon is “space to + werkwoord”, zoals in “space to sit.”
to In “Is there space to move around?” leidt “to” de handeling in die de ruimte mogelijk moet maken. Het verbindt “space” met “move”. Gebruik hetzelfde patroon in “There is space to work” wanneer je zegt welke activiteit mogelijk is.
move “Move” betekent hier van positie veranderen binnen de ruimte. In “to move around” gaat het om bewegen terwijl je door de ruimte gaat. Een nieuwe voorbeeldzin is: “We need space to move.”
around In “to move around” voegt “around” toe dat de beweging door verschillende delen van de ruimte gaat. Het beschrijft dus niet alleen één verplaatsing naar een vaste plek. Je kunt “walk around” gebruiken wanneer iemand zich lopend door een gebied beweegt.
There's “There's” betekent in “There's enough room to walk around” “there is” en introduceert de beschikbare ruimte. Het is de verkorte vorm van “there is”. Gebruik “There's” om te zeggen dat iets aanwezig of beschikbaar is, zoals in een nieuwe zin: “There's a chair by the door.”
enough “Enough” betekent hier zoveel als nodig is. In “enough room” zegt het dat er voldoende ruimte is om rond te lopen. Gebruik “enough” vóór een zelfstandig naamwoord, zoals in “enough chairs.”
walk “Walk” betekent hier je lopend door de ruimte verplaatsen. In “to walk around” is het de handeling waarvoor er genoeg ruimte is. Een nieuwe voorbeeldzin is: “We can walk around the room.”

Grammatica

enough + meervoudig zelfstandig naamwoord

enough chairs

inuf tsjèrz

genoeg stoelen

enough staat vóór een zelfstandig naamwoord om een voldoende aantal aan te geven.

be + in place

They're in place.

dèr in plees

Ze staan op hun plaats.

in place is een vaste uitdrukking die aangeeft dat iets op de juiste plek staat.

Engels woordenschat

chairs zelfstandig naamwoord
tsjèrz stoelen
clear bijvoeglijk naamwoord
klir helder
in place uitdrukking
in plees op zijn plaats
markers zelfstandig naamwoord
maarkers stiften
on voorzetsel
an op
picture zelfstandig naamwoord
piksjər beeld
ready bijvoeglijk naamwoord
reddie klaar
room zelfstandig naamwoord
roem ruimte
screen zelfstandig naamwoord
skrien scherm
table zelfstandig naamwoord
tee-bəl tafel
they're voornaamwoord
dèr ze zijn
working bijvoeglijk naamwoord
wèrking werkend

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Is de ruimte klaar?

Antwoord tonenIs the room ready?

De stoelen staan op hun plaats.

Antwoord tonenThe chairs are in place.

Werkt het scherm?

Antwoord tonenIs the screen working?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

stoelen

Antwoord tonenchairs

klaar

Antwoord tonenready

beeld

Antwoord tonenpicture

helder

Antwoord tonenclear