Een eenvoudige bestelling controleren | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: At a food pickup counter, two adults check that the drinks and food match the receipt before carrying them..

NL → EN / Niveau: A1

Over deze les

Met Een eenvoudige bestelling controleren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

Let's check the order.

lets tsjek dhi órder. Laten we de bestelling controleren.
B

The drinks are here.

dhuh drinks ar hier. De drankjes zijn hier.
A

Do we have the food too?

doe wie hèv dhuh foed toe? Hebben we het eten ook?
B

It's in this bag.

its in dhis bèg. Het zit in deze tas.
A

Is everything correct?

iz evri-thing kuh-rekt? Klopt alles?
B

It matches the receipt.

it mètsjiz dhuh risiet. Het klopt met de bon.
A

I can take the drinks.

ai kən teek dhuh drinks. Ik kan de drankjes meenemen.
B

I'll carry the food bag.

ail kèrie dhuh foed bèg. Ik draag de tas met eten.

Woord voor woord

Let's “Let's” stelt hier voor om samen de bestelling te controleren. Het is een vaste manier om iemand bij een gezamenlijke actie te betrekken, zoals in “Let's check the order.” Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je samen iets wilt bekijken of doen.
check “Check” betekent hier controleren of de bestelling klopt. In “Let's check the order.” volgt het werkwoord direct op “Let's”. Je gebruikt het bijvoorbeeld om informatie, een lijst of een bestelling na te kijken.
the “The” verwijst in “the order” naar een specifieke bestelling die in deze situatie bekend is. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt “the” wanneer de luisteraar weet over welke persoon of zaak je het hebt.
order “Order” betekent hier de bestelde drankjes en het bestelde eten. In “the order” staat het na “the” om de specifieke bestelling aan te duiden. Je gebruikt “order” bijvoorbeeld bij eten dat iemand heeft besteld.
drinks “Drinks” betekent hier drankjes. De vorm staat in “The drinks are here.” voor de drankjes van de bestelling. Je gebruikt “drinks” bijvoorbeeld wanneer je meerdere dranken aanbiedt, verzamelt of controleert.
are “Are” verbindt in “The drinks are here.” de drankjes met hun locatie: ze zijn hier. Het hoort bij het onderwerp “The drinks”. Je gebruikt “are” ook in korte mededelingen over waar meerdere dingen zijn.
here “Here” betekent in “The drinks are here.” op deze plaats, bij de sprekers. Het staat aan het einde van de zin en geeft de locatie aan. Je gebruikt het bijvoorbeeld om te zeggen dat een persoon of voorwerp aangekomen of beschikbaar is.
Do “Do” vormt in “Do we have the food too?” een vraag over wat beschikbaar is. Het staat vooraan, vóór “we”, en wordt gevolgd door de werkwoordsvorm “have”. Je gebruikt deze vraagvorm bijvoorbeeld om te controleren of iets aanwezig is.
we “We” verwijst naar de spreker en minstens één andere persoon. In “Do we have the food too?” gaat het om wat zij samen beschikbaar hebben. Je gebruikt “we” wanneer je jezelf samen met anderen bedoelt.
have “Have” betekent hier beschikbaar hebben of bij de bestelling hebben. In “Do we have the food too?” staat het na “we” en na het vraagwoord “Do”. Je gebruikt “have” bijvoorbeeld om te vragen of iemand iets heeft of bij zich heeft.
food “Food” betekent hier het eten van de bestelling. In “the food” verwijst “the” naar specifiek eten dat bij deze bestelling hoort. Je gebruikt “food” bijvoorbeeld wanneer je over eten als onderdeel van een maaltijd of bestelling praat.
too “Too” betekent hier ook en voegt het eten toe aan de drankjes die al genoemd zijn. In “Do we have the food too?” staat het aan het einde van de vraag. Je gebruikt “too” vaak aan het einde om extra informatie toe te voegen.
It's “It's” verwijst hier naar het eten en zegt dat het zich in deze tas bevindt. De vorm staat in “It's in this bag.” vóór de plaatsaanduiding. Je gebruikt “It's in ...” bijvoorbeeld om te zeggen waar iets zich bevindt.
in “In” geeft in “It's in this bag.” aan dat het eten zich binnen in de tas bevindt. Het staat vóór “this bag”, de container waarin iets zit. Je gebruikt “in” bijvoorbeeld voor iets dat zich in een tas, doos of kamer bevindt.
this “This” wijst in “this bag” naar een specifieke tas die dichtbij of duidelijk aanwezig is. Het staat direct vóór “bag”. Je gebruikt “this” om iets concreets aan te wijzen dat je bedoelt.
bag “Bag” betekent hier de tas waarin het eten zit. In “this bag” wordt de tas met “this” als een specifieke tas aangeduid. Je gebruikt “bag” bijvoorbeeld voor een tas waarin je eten of andere spullen meeneemt.
Is “Is” vormt in “Is everything correct?” de vraag of alles klopt. Het staat voor “everything” aan het begin van de vraag. Je gebruikt “Is ...?” bijvoorbeeld om te vragen naar een toestand of beoordeling van één situatie.
everything “Everything” betekent hier alle onderdelen van de bestelling samen. In “Is everything correct?” vraagt het of niets ontbreekt of verkeerd is. Je gebruikt “everything” wanneer je naar alle dingen binnen een bepaalde situatie verwijst.
correct “Correct” betekent hier juist en in overeenstemming met wat besteld is. In “Is everything correct?” beschrijft het de toestand van de hele bestelling. Je gebruikt “correct” bijvoorbeeld om informatie, een antwoord of een bestelling te beoordelen.
It “It” verwijst in “It matches the receipt.” naar de bestelling of de inhoud ervan. Het is het onderwerp van de zin en krijgt daarna de werkwoordsvorm “matches”. Je gebruikt “it” om naar een eerder genoemd ding of een eerder genoemde situatie te verwijzen.
matches “Matches” betekent hier dat de bestelling overeenkomt met de bon. De basisvorm is “match”; in deze zin staat “matches” bij “It”. Je gebruikt “matches” bijvoorbeeld om te zeggen dat twee lijsten, gegevens of voorwerpen met elkaar overeenkomen.
receipt “Receipt” betekent hier de bon waarop de bestelling staat. In “the receipt” verwijst “the” naar de specifieke bon die bij deze bestelling hoort. Je gebruikt “receipt” bijvoorbeeld wanneer je een aankoop of bestelling met de bon vergelijkt.
I “I” verwijst naar de spreker zelf. In “I can take the drinks.” is de spreker degene die de drankjes kan meenemen. Je gebruikt “I” als onderwerp wanneer je over jezelf praat.
can “Can” geeft in “I can take the drinks.” aan dat de spreker in staat of bereid is om de drankjes mee te nemen. Na “can” staat de werkwoordsvorm “take”. Je gebruikt “can” bijvoorbeeld om vermogen of een mogelijkheid aan te geven.
take “Take” betekent hier de drankjes oppakken en meenemen. In “I can take the drinks.” staat het na “can” en blijft het in deze vorm. Je gebruikt “take” bijvoorbeeld wanneer je iets van de ene plaats naar een andere plaats meeneemt.
I'll “I'll” geeft hier aan dat de spreker de voedselzak zal dragen. In “I'll carry the food bag.” staat het vóór de werkwoordsvorm “carry” en maakt het een toezegging over een actie. Je gebruikt “I'll ...” bijvoorbeeld wanneer je aanbiedt iets te doen of een beslissing aankondigt.
carry “Carry” betekent hier de tas vasthouden en verplaatsen. In “I'll carry the food bag.” staat het na “I'll” en beschrijft het de actie van de spreker. Je gebruikt “carry” bijvoorbeeld wanneer je een tas, doos of ander voorwerp met je meeneemt.

Grammatica

Everything + verb in the third-person singular

Everything matches.

evri-thing mètsjiz.

Alles komt overeen.

Everything is enkelvoud. Daarom krijgt het werkwoord in de tegenwoordige tijd de uitgang -s: matches.

Engels woordenschat

bag zelfstandig naamwoord
bèg tas

It's in this bag.

carry werkwoord
kèrie dragen

I'll carry the food bag.

check werkwoord
tsjek controleren

Let's check the order.

correct bijvoeglijk naamwoord
kuh-rekt correct

Is everything correct?

drink zelfstandig naamwoord
dringk drankje drinks

The drinks are here.

everything voornaamwoord
evri-thing alles

Is everything correct?

food zelfstandig naamwoord
foed eten

Do we have the food too?

here bijwoord
hier hier

The drinks are here.

match werkwoord
mètsj overeenkomen met matches

It matches the receipt.

order zelfstandig naamwoord
órder bestelling

Let's check the order.

receipt zelfstandig naamwoord
risiet bon

It matches the receipt.

take werkwoord
teek meenemen

I can take the drinks.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Laten we de bestelling controleren.

Antwoord tonenLet's check the order.

De drankjes zijn hier.

Antwoord tonenThe drinks are here.

Hebben we het eten ook?

Antwoord tonenDo we have the food too?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

bestelling

Antwoord tonenorder

eten

Antwoord tonenfood

drankje

Antwoord tonendrinks

controleren

Antwoord tonencheck