Een bericht controleren | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a daily life setting, two adults check a message for clarity and a small spelling mistake before sending it..

NL → EN / Niveau: A1

Over deze les

Met Een bericht controleren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

Can you check this message?

ken joe tsjek dhis mesidzj? Kun je dit bericht controleren?
B

I can read it now.

ai ken ried it nau. Ik kan het nu lezen.
A

Does it look clear?

daz it loek klir? Ziet het er duidelijk uit?
B

The main point is easy to understand.

dhə mein point iz iezie tə anderstend. De hoofdboodschap is gemakkelijk te begrijpen.
A

Do you see any mistakes?

doe joe sie eni misteeks? Zie je fouten?
B

I see one small spelling mistake near the end.

ai sie wan smol speling misteek nir dhi end. Ik zie tegen het einde één kleine spelfout.
A

I will fix that now.

ai wil fiks dhat nau. Ik zal dat nu verbeteren.
B

After that, it should be ready to send.

aafter dhat, it sjoed bi redi tə send. Daarna zou het klaar moeten zijn om te versturen.

Woord voor woord

Can In “Can you check this message?”, “Can” expresses ability and functions as a polite request. After “Can” comes the person and then the base form of the verb, as in “Can you check this message?”. Je gebruikt dit bijvoorbeeld om iemand te vragen iets voor je te doen.
you In “Can you check this message?”, “you” verwijst naar de persoon die wordt aangesproken. Het staat hier na “Can” en vóór de handeling “check”. Een veelgebruikt patroon is “Can you ...?” wanneer je iemand iets wilt vragen.
check In “Can you check this message?”, “check” betekent dat je het bericht zorgvuldig bekijkt. Na “Can you” blijft het werkwoord in de basisvorm: “Can you check ...?”. Je gebruikt dit bijvoorbeeld wanneer je iemand vraagt een tekst of informatie na te kijken.
this In “this message” verwijst “this” naar het specifieke bericht dat wordt aangewezen of besproken. Het staat direct vóór “message”. Een bruikbaar patroon is “this” plus een zelfstandig naamwoord voor iets specifieks dat dichtbij de gesprekssituatie is.
message In “this message” betekent “message” een geschreven bericht dat iemand wil controleren. Het woord staat hier na “this”. Je kunt “message” bijvoorbeeld gebruiken voor een bericht dat je wilt lezen, controleren of versturen.
I In “I can read it now”, “I” verwijst naar de spreker zelf. Het staat vóór “can” en maakt duidelijk wie de handeling uitvoert. Je gebruikt “I” wanneer je over jezelf spreekt.
read In “I can read it now”, “read” betekent dat de spreker de geschreven woorden kan bekijken en begrijpen. Na “can” staat de basisvorm “read”. Een veelgebruikt patroon is “I can read ...” gevolgd door wat je kunt lezen.
it In “I can read it now”, “it” verwijst naar het bericht dat eerder is genoemd. Het staat na het werkwoord “read” als het object van de handeling. Je gebruikt “it” om niet opnieuw naar hetzelfde ding of onderwerp te hoeven verwijzen.
now In “I can read it now” betekent “now” op dit moment. Het maakt duidelijk dat de spreker het bericht juist nu kan lezen. Je gebruikt “now” om een handeling met het huidige moment te verbinden.
Does In “Does it look clear?”, “Does” maakt een vraag over “it”. Na “Does” staat het onderwerp en daarna de basisvorm van het werkwoord: “Does it look ...?”. Je gebruikt dit patroon om te vragen hoe iets eruitziet of overkomt.
look In “Does it look clear?”, “look” betekent hier ‘lijken’ of ‘overkomen’, niet alleen met de ogen kijken. Samen met “clear” vraagt “look” of het bericht duidelijk lijkt. Een bruikbaar patroon is “Does it look ...?” wanneer je naar de indruk van iets vraagt.
clear In “Does it look clear?”, “clear” betekent gemakkelijk te begrijpen. Het beschrijft hoe het bericht overkomt in de vraag. Je kunt “clear” bijvoorbeeld gebruiken om te vragen of een uitleg, tekst of instructie begrijpelijk is.
The In “The main point”, “The” verwijst naar een specifiek punt dat in het bericht centraal staat. Het staat vóór “main point”. Je gebruikt “the” wanneer de luisteraar kan weten over welk specifiek ding of idee je spreekt.
main In “The main point”, “main” betekent het belangrijkste of centrale. Het beschrijft “point” en helpt aangeven welk idee in het bericht bedoeld wordt. Een veelgebruikt patroon is “the main” plus een zelfstandig naamwoord voor het belangrijkste onderdeel.
point In “The main point”, “point” betekent hier de hoofdgedachte of kern van het bericht. Samen met “main” verwijst het naar de belangrijkste inhoud. Je gebruikt “point” bijvoorbeeld wanneer je de kern van een uitleg of gesprek benoemt.
is In “The main point is easy to understand”, verbindt “is” het onderwerp met de beschrijving “easy to understand”. Het zegt hier wat de eigenschap van het belangrijkste punt is. Je gebruikt “is” ook in patronen zoals “The idea is clear” wanneer je iets beschrijft.
easy In “easy to understand” betekent “easy” dat iets niet moeilijk is. Het beschrijft hoe gemakkelijk de hoofdgedachte te begrijpen is. Een bruikbaar patroon is “easy to” plus een werkwoord, zoals in “easy to understand”.
to In “easy to understand” leidt “to” het werkwoord “understand” in deze constructie in. De combinatie betekent dat iets gemakkelijk te begrijpen is. Een veelgebruikt patroon is een beschrijving zoals “easy” gevolgd door “to” en een werkwoord.
understand In “easy to understand” betekent “understand” de betekenis van iets vatten. Het staat na “to” in de constructie “easy to understand”. Je gebruikt dit bijvoorbeeld wanneer je zegt dat een uitleg, bericht of idee gemakkelijk te begrijpen is.
Do In “Do you see any mistakes?”, “Do” maakt een vraag in de tegenwoordige tijd. Daarna volgen het onderwerp “you” en de basisvorm “see”. Je gebruikt “Do you ...?” om iemand rechtstreeks naar een handeling of waarneming te vragen.
see In “Do you see any mistakes?”, “see” betekent hier fouten opmerken tijdens het controleren. Na “Do you” staat de basisvorm “see”. Je gebruikt “Do you see ...?” bijvoorbeeld wanneer je iemand vraagt of die iets kan waarnemen of ontdekken.
any In “any mistakes” verwijst “any” naar één of meer fouten zonder te bepalen welke. Het staat vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord “mistakes” in een vraag. Een bruikbaar patroon is “Do you see any ...?” wanneer je vraagt of er iets aanwezig of zichtbaar is.
mistakes In “Do you see any mistakes?” betekent “mistakes” fouten in het bericht. De vorm verwijst naar mogelijke fouten in het algemeen, niet naar één bepaalde fout. Je gebruikt “mistakes” bijvoorbeeld wanneer je een tekst, taak of antwoord controleert.
small In “one small spelling mistake” betekent “small” dat de fout beperkt of onbelangrijk is. Het staat vóór “spelling mistake” en verzacht de beschrijving van de fout. Je kunt “small” gebruiken om een geringe fout of een klein probleem aan te duiden.
spelling In “spelling mistake” verwijst “spelling” naar het correct schrijven van woorden met de juiste letters. Samen met “mistake” gaat het om een fout in de schrijfwijze. Je gebruikt “spelling mistake” wanneer een woord in een tekst verkeerd geschreven is.
mistake In “one small spelling mistake” betekent “mistake” een fout. Hier gaat het specifiek om één fout in de spelling van het bericht. Een bruikbaar patroon is “a mistake” of, zoals hier, “one ... mistake” wanneer je het aantal of type fout benoemt.
near In “near the end” betekent “near” dicht bij. Het geeft aan dat de spellingfout zich dicht bij het laatste deel van het bericht bevindt. Je gebruikt “near” vóór een plaats- of tijdsaanduiding, zoals “near the end”.
end In “near the end” betekent “end” het laatste deel van het bericht. Samen met “near” geeft het de plaats van de fout aan. Je gebruikt “the end” bijvoorbeeld om naar het laatste deel van een tekst, activiteit of periode te verwijzen.
will In “I will fix that now”, “will” geeft aan dat de spreker van plan is de fout te herstellen. Het staat vóór de basisvorm “fix”. Je gebruikt “I will ...” bijvoorbeeld om een beslissing of voornemen voor de nabije toekomst uit te drukken.
fix In “I will fix that now”, “fix” betekent hier een fout corrigeren. Na “will” staat de basisvorm “fix”. Je gebruikt “fix” bijvoorbeeld wanneer je een fout, probleem of beschadigd onderdeel herstelt.
that In “I will fix that now”, “that” verwijst naar de zojuist genoemde spellingfout. Het voorkomt dat de spreker de fout opnieuw hoeft te benoemen. Je gebruikt “that” vaak om naar iets specifieks te verwijzen dat al in het gesprek genoemd is.
After In “After that”, “After” geeft aan dat iets later gebeurt dan de genoemde correctie. Het staat vóór “that”, dat naar die eerdere handeling verwijst. Je gebruikt “After” bijvoorbeeld om de volgorde van twee gebeurtenissen aan te geven.
should In “it should be ready to send”, “should” drukt een verwachte of passende uitkomst uit: daarna wordt het bericht naar verwachting klaar. Het staat vóór “be”, de basisvorm van het volgende werkwoord. Je gebruikt “should” om een verwachting of redelijke conclusie uit te drukken.
be In “it should be ready to send”, “be” verbindt “it” met de toestand “ready to send”. Na “should” staat de basisvorm “be”. Je gebruikt “be” hier om te zeggen in welke toestand iets naar verwachting is.
ready In “ready to send” betekent “ready” voorbereid om de volgende handeling uit te voeren. Het beschrijft de toestand van het bericht nadat de fout is verbeterd. Een bruikbaar patroon is “ready to” plus een werkwoord, zoals “ready to send”.
send In “ready to send” betekent “send” het bericht laten bezorgen aan de ontvanger. Het staat na “to” in de constructie “ready to send”. Je gebruikt dit bijvoorbeeld wanneer een bericht, e-mail of document klaar is om naar iemand te worden verstuurd.

Grammatica

look + adjective

The message looks clear.

dhə mesidzj loeks klir.

Het bericht ziet er duidelijk uit.

Na look staat een bijvoeglijk naamwoord, niet een bijwoord: look beschrijft hoe iets eruitziet.

after that + clause

After that, send the message.

aafter dhat, send dhə mesidzj.

Daarna stuur je het bericht.

After that verbindt twee stappen. Het staat vaak aan het begin van de volgende zin.

Engels woordenschat

check werkwoord
tsjek controleren
clear bijvoeglijk naamwoord
klir duidelijk
easy bijvoeglijk naamwoord
iezie gemakkelijk
look werkwoord
loek eruitzien
main point uitdrukking
mein point hoofdboodschap
message zelfstandig naamwoord
mesidzj bericht
mistake zelfstandig naamwoord
misteek fout mistakes
now bijwoord
nau nu
read werkwoord
ried lezen
see werkwoord
sie zien
small bijvoeglijk naamwoord
smol klein
understand werkwoord
anderstend begrijpen

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Kun je dit bericht controleren?

Antwoord tonenCan you check this message?

Ik kan het nu lezen.

Antwoord tonenI can read it now.

Ziet het er duidelijk uit?

Antwoord tonenDoes it look clear?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

controleren

Antwoord tonencheck

duidelijk

Antwoord tonenclear

eruitzien

Antwoord tonenlook

bericht

Antwoord tonenmessage