Samen een tas controleren | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a daily life setting, two adults check a bag together and find a small notebook under a jacket..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Samen een tas controleren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

Can you help me check my bag?

ken joe help mie tsjek mai beg? Kun je me helpen mijn tas te controleren?
B

I can look through it with you.

ai ken loek sroe it with joe. Ik kan de tas samen met je doorzoeken.
A

Do you see anything missing?

doe joe sie eniesing missing? Zie je iets dat ontbreekt?
B

Your wallet and phone are both here.

jor wollet end foon ar bous hier. Je portemonnee en je telefoon zijn er allebei.
A

Where is my small notebook?

wer iz mai smol nootboek? Waar is mijn kleine notitieboekje?
B

It is under your jacket.

it iz ander jor djekit. Het ligt onder je jas.
A

Then I have everything.

den ai hev evriesing. Dan heb ik alles.
B

You can close the bag now.

joe ken klooz de beg nau. Je kunt de tas nu sluiten.

Uitleg van de zinnen

  1. Can you help me check my bag?

    Kun je me helpen mijn tas te controleren?

    Can you
    Kun je…?
    help me
    me helpen
    check
    controleren
    my bag
    mijn tas
    Uitgebreide uitleg

    Can you opent hier een beleefd verzoek: “Kun je…?” Can is het modale werkwoord voor vermogen of mogelijkheid, maar in een vraag kan het ook een verzoek inleiden. Het verandert niet met het onderwerp: I can, you can, she can. Na can staat een werkwoord in de basisvorm, zonder to. help me betekent hier “me helpen”. Help staat in de basisvorm omdat het na can komt. Me is de objectvorm van het persoonlijk voornaamwoord: I is onderwerp, me is object. De combinatie help me + basisvorm is een bruikbaar patroon: Can you help me carry this? — “Kun je me helpen dit te dragen?” check betekent hier “controleren” of “nakijken”: nagaan wat er in de tas zit. Het is een regelmatig werkwoord; de basisvorm is check, met bijvoorbeeld checks bij he/she/it in de tegenwoordige tijd en checked voor de verleden tijd. In deze zin blijft het check omdat het na can staat. my bag betekent “mijn tas”. My is een bezittelijke bepaler bij de eerste persoon enkelvoud; het verwijst naar iets dat bij de spreker hoort. Bag is het zelfstandig naamwoord “tas”. My verandert niet mee met het aantal van het bezit: my bag betekent “mijn tas” en my bags “mijn tassen”. Het bezittelijke woord hangt dus samen met de bezitter, niet met het enkelvoud of meervoud van bag. Samen vormen de delen de vraag Can you help me check my bag?: “Kun je me helpen mijn tas te controleren?” De structuur is Can you + help me + basisvorm + bezit + zelfstandig naamwoord. Het modale werkwoord maakt er een verzoek van; me is degene die hulp ontvangt, check benoemt de handeling en my bag is wat gecontroleerd wordt.

  2. I can look through it with you.

    Ik kan de tas samen met je doorzoeken.

    I can
    ik kan
    look through
    doorzoeken
    it
    de tas
    with you
    samen met jou
    Uitgebreide uitleg

    I can drukt uit dat de spreker iets kan of aanbiedt te doen. Na can staat het werkwoord in de basisvorm, zonder to: I can help = “Ik kan helpen”. Can verandert in de tegenwoordige tijd niet mee met de persoon: I can, she can, they can. look through betekent hier iets zorgvuldig doorzoeken of nalopen. Het is een vaste combinatie van look en through; look blijft na can in de basisvorm staan. Voorbeeld: We can look through the documents. = “We kunnen de documenten doornemen.” it is hier het voornaamwoord voor de tas die in de vertaling en de vorige zin genoemd wordt. Het staat als object na through: look through it. Engels gebruikt it voor een enkelvoudig, niet-persoonlijk genoemd voorwerp; het voornaamwoord zelf geeft niet aan dat het om een tas gaat, maar de context doet dat hier wel. with you geeft aan met wie de handeling samen gebeurt: samen met jou. You heeft in het Engels dezelfde vorm voor één persoon en voor meerdere personen. Voorbeeld: I can go with you. = “Ik kan met je meegaan.” Samen betekent I can look through it with you: “Ik kan de tas samen met je doorzoeken.” De spreker biedt aan om de tas samen met de andere persoon na te kijken. De herbruikbare structuur is I can + basisvorm + object + with you, bijvoorbeeld I can check it with you. = “Ik kan het samen met je controleren.”

  3. Do you see anything missing?

    Zie je iets dat ontbreekt?

    Do you
    doe je …?
    see
    zien
    anything
    iets
    missing
    ontbrekend; niet aanwezig
    Uitgebreide uitleg

    Do you opent hier een ja/nee-vraag in de tegenwoordige tijd. Do is het hulpwerkwoord en you is het onderwerp. Bij you blijft do de vorm; bij he/she/it wordt dit in zulke vragen does: Does she see it? = “Ziet zij het?” Na do staat het hoofdwerkwoord in de basisvorm. see betekent hier “zien” of “kunnen waarnemen”. De vorm is de basisvorm omdat hij na het hulpwerkwoord do staat. De tegenwoordige vormen zijn bijvoorbeeld I/you/we/they see en he/she/it sees; in een vraag met does blijft het echter see: Do they see the problem? = “Zien zij het probleem?” anything betekent hier “iets” in een vraag. Het is een onbepaald voornaamwoord voor een niet nader bepaald ding of aantal dingen. Vergelijk in een bevestigende zin something (“iets”): I see something. = “Ik zie iets.” In deze vraag verwijst anything niet naar één specifiek genoemd voorwerp. missing betekent hier “ontbrekend” of “niet aanwezig”. Het is de vorm van het werkwoord miss die als beschrijving bij iets kan staan: iets is missing wanneer het er niet is terwijl het er wel verwacht wordt. Bijvoorbeeld: One page is missing. = “Eén pagina ontbreekt.” De vorm missing kan ook in andere constructies voorkomen, maar hier beschrijft hij de toestand van het onbepaalde anything. Samen vormen de delen de vraag Do you see anything missing?: “Zie je iets dat ontbreekt?” De vraag vraagt of de aangesprokene iets opmerkt dat niet aanwezig is. In de context gaat het om het controleren van de spullen; de vraag noemt zelf niet welk specifiek voorwerp eventueel ontbreekt.

  4. Your wallet and phone are both here.

    Je portemonnee en je telefoon zijn er allebei.

    Your
    je / jouw
    wallet
    portemonnee
    and
    en
    phone
    telefoon
    both
    allebei
    here
    hier
    Uitgebreide uitleg

    Your is het bezittelijk bepalend woord bij de twee zelfstandige naamwoorden die erop volgen. In deze zin betekent het dat de portemonnee en telefoon van de aangesprokene zijn. Engels maakt in your geen onderscheid tussen één en meer aangesproken personen en laat het woord ook niet veranderen naar grammaticaal geslacht. wallet betekent hier ‘portemonnee’. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord: één exemplaar is a wallet, meer dan één zijn wallets. Voorbeeld: My wallet is here. — ‘Mijn portemonnee is hier.’ and verbindt twee gelijkwaardige elementen. In your wallet and phone verbindt het twee zelfstandige naamwoorden, zodat ze samen het onderwerp vormen. phone betekent hier ‘telefoon’, in deze context een afzonderlijk voorwerp. Het is eveneens telbaar: a phone tegenover phones. Voorbeeld: Her phone is new. — ‘Haar telefoon is nieuw.’ both betekent ‘allebei’ en verwijst hier naar de twee samen genoemde voorwerpen: de portemonnee én de telefoon. Het benadrukt dus dat de uitspraak voor elk van die twee geldt. Voorbeeld: Both keys are here. — ‘Beide sleutels zijn hier.’ here is een plaatsbijwoord en betekent ‘hier’, dus op de plaats van de spreker of op de in de situatie aangewezen plaats. Voorbeeld: Your book is here. — ‘Je boek is hier.’ Samen vormen your wallet and phone het meervoudige onderwerp. Daarom staat het werkwoord in are en niet in is. both benadrukt vervolgens dat beide genoemde voorwerpen op de bedoelde plaats zijn: ‘Je portemonnee en je telefoon zijn allebei hier.’

  5. Where is my small notebook?

    Waar is mijn kleine notitieboekje?

    Where is
    Waar is
    my
    mijn
    small
    klein
    notebook
    notitieboekje
    Uitgebreide uitleg

    Where is staat aan het begin van deze vraag en vraagt naar de plaats van iets. Het patroon is Where is + zelfstandig naamwoord?, bijvoorbeeld: Where is the key? — Waar is de sleutel? Where betekent hier dus ‘waar’, en is is de vorm van be bij een enkelvoudig onderwerp. my geeft hier bezit of verbondenheid met de spreker aan. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord: my notebook. Vergelijk your notebook — jouw/je notitieboekje. My verandert in het Engels niet voor enkelvoud of meervoud: my notebook, maar ook my notebooks. small beschrijft de grootte van het notitieboekje. Dit is de basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord. De vergrotende trap is smaller — kleiner; de overtreffende trap is the smallest — de/het kleinste, afhankelijk van het zelfstandig naamwoord dat erbij hoort. notebook betekent hier een boekje waarin je notities schrijft. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord: one notebook, two notebooks. Het meervoud wordt gevormd met -s: notebooks. Samen vormen my small notebook het onderwerp waarnaar gevraagd wordt. In een Engelse vraag met be komt de werkwoordsvorm vóór het onderwerp: Where is my small notebook? De volledige zin betekent: Waar is mijn kleine notitieboekje?.

  6. It is under your jacket.

    Het ligt onder je jas.

    It
    het
    under
    onder
    your
    je; jouw
    jacket
    jas
    Uitgebreide uitleg

    It is hier het Engelse onderwerppronomen voor een ding. In deze context verwijst het naar het kleine notitieboekje uit de vorige vraag. Engels gebruikt it voor een enkelvoudig ding wanneer dat ding al bekend is. Voor personen gebruik je meestal he of she, afhankelijk van de bedoelde persoon. under geeft hier een plaatsrelatie aan: iets bevindt zich lager dan iets anders, in dit geval onder de jas. Het voorzetsel zegt op zichzelf niet dat het andere voorwerp het volledig bedekt. Voorbeelden: The keys are under the table. — De sleutels liggen onder de tafel. The picture is above the sofa. — De afbeelding hangt boven de bank. above drukt hier de tegenovergestelde verticale relatie uit. your drukt bezit of verbondenheid met de aangesprokene uit: your jacket betekent “je jas” of “jouw jas”. Het woord verandert in het Engels niet voor enkelvoud of meervoud van de bezitter: your jacket kan tegen één persoon gezegd worden, en your jackets tegen meerdere personen. Het zelfstandig naamwoord erna heeft wel zijn eigen enkelvouds- of meervoudsvorm. jacket is een telbaar zelfstandig naamwoord voor een jas of jack. De vorm jacket is enkelvoud; het meervoud is jackets. Na your vormt het de woordgroep your jacket: “je jas”. Samen vormen It + is + under + your jacket de plaatsmededeling “Het ligt onder je jas.” is verbindt het onderwerp met de plaatsbepaling; in de Nederlandse vertaling wordt dat voor een voorwerp natuurlijk weergegeven met ligt. De zin zegt dus dat het bedoelde notitieboekje zich onder de jas van de aangesprokene bevindt.

  7. Then I have everything.

    Dan heb ik alles.

    Then
    dan
    have
    hebben
    everything
    alles
    Uitgebreide uitleg

    Then betekent hier “dan”: het verbindt deze uitspraak met een eerder genoemde of begrepen situatie en geeft het resultaat of het volgende moment aan. Het kan ook een volgorde aangeven, bijvoorbeeld: “First open the box. Then take the key.” — “Open eerst de doos. Pak dan de sleutel.” have is hier de tegenwoordige tijd van have bij I; in deze context betekent het “hebben” of “in bezit hebben”. De vorm verandert in de derde persoon enkelvoud: I have, maar she has. De verleden tijd is had: “I had everything.” — “Ik had alles.” everything betekent “alles” en verwijst naar alle relevante dingen samen, zonder ze afzonderlijk op te sommen. Het is een onbepaald voornaamwoord en krijgt in het Engels een enkelvoudige werkwoordsvorm: “Everything is ready.” — “Alles is klaar.” Het is dus niet hetzelfde als everyone, dat naar alle relevante personen verwijst. Samen vormen de delen Then + I have + everything: “Dan heb ik alles.” De Engelse volgorde is hier: eerst de tijds- of gevolgsaanduiding, daarna het onderwerp I, vervolgens het werkwoord have en ten slotte wat de spreker heeft, everything. De zin zegt dat de spreker op dat moment of als gevolg daarvan alles heeft.

  8. You can close the bag now.

    Je kunt de tas nu sluiten.

    You can
    je kunt
    close
    sluiten
    bag
    tas
    now
    nu
    Uitgebreide uitleg

    You can drukt hier uit dat de aangesprokene de handeling mag of kan uitvoeren; de precieze nuance tussen toestemming en mogelijkheid volgt uit de context. In het Engels staat na can de basisvorm van het werkwoord: can close, niet bijvoorbeeld een vorm met to. Can verandert niet naar persoon: I can, you can en she can hebben allemaal can. close betekent hier ‘sluiten’. Het is de basisvorm na het modale werkwoord can. Zonder can krijgt het werkwoord in de tegenwoordige tijd bij he, she of it meestal -s: The door closes = ‘De deur sluit’. Na can blijft het close: You can close the door = ‘Je kunt de deur sluiten’. bag is het zelfstandig naamwoord ‘tas’. In deze zin staat het met het bepaalde lidwoord the, dus the bag verwijst naar een specifieke tas die voor de gesprekspartners herkenbaar is. Het meervoud is bags: The bags are heavy = ‘De tassen zijn zwaar’. now betekent ‘nu’ en plaatst de handeling in het huidige moment of in de huidige situatie. Het kan ook elders in de zin staan: Now you can close the bag heeft dezelfde kernbetekenis, maar legt meer nadruk op het tijdstip. Samen vormen de delen You can + close + the bag + now: de aangesprokene kan of mag de specifieke tas op dit moment sluiten. De Nederlandse vertaling Je kunt de tas nu sluiten geeft die betekenis weer.

Grammatica

look through + object

look through the bag

loek sroe de beg

doorzoek de tas

In het Engels staat het object meestal na de vaste combinatie look through.

both + meervoudig zelfstandig naamwoord

both phones

bous foons

allebei de telefoons

Na both gebruik je een meervoudig zelfstandig naamwoord, niet het enkelvoud.

Engels woordenschat

bag zelfstandig naamwoord
beg tas
both bepaler
bous allebei
check werkwoord
tsjek controleren
help werkwoord
help helpen
look through uitdrukking
loek sroe doorzoeken
missing bijvoeglijk naamwoord
mising ontbrekend
notebook zelfstandig naamwoord
nootboek notitieboekje
phone zelfstandig naamwoord
foon telefoon
see werkwoord
sie zien
small bijvoeglijk naamwoord
smol klein
under voorzetsel
ander onder
wallet zelfstandig naamwoord
wollet portemonnee

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Zie je iets dat ontbreekt?

Antwoord tonenDo you see anything missing?

Waar is mijn kleine notitieboekje?

Antwoord tonenWhere is my small notebook?

Het ligt onder je jas.

Antwoord tonenIt is under your jacket.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

helpen

Antwoord tonenhelp

portemonnee

Antwoord tonenwallet

ontbrekend

Antwoord tonenmissing

telefoon

Antwoord tonenphone