Kiezen tussen salade en sandwich | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: At a food counter, two adults choose between a salad and a sandwich before ordering..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Kiezen tussen salade en sandwich oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

Should I choose a sandwich or a salad?

sjoed ai tsjoez uh sendwitsj or uh sèləd? Zal ik een sandwich of een salade kiezen?
B

The salad is a lighter option.

də sèləd iz uh laiter opsjun. De salade is een lichtere keuze.
A

I am not very hungry.

ai əm not veri hanggri. Ik heb niet veel honger.
B

Then it may suit you better.

den it mei soet joe better. Dan past die misschien beter bij jou.
A

What are you getting?

wot ər joe geting? Wat neem jij?
B

I want something bigger.

ai wont samting biggur. Ik wil iets groters.
B

I will choose the sandwich.

ai wil tsjoez də sendwitsj. Ik kies de sandwich.
A

The salad works for me.

də sèləd wurks fur mie. De salade is goed voor mij.
B

Let's order when the server comes back.

lets ordur wen də survur kumz bek. Laten we bestellen als de medewerker terugkomt.

Uitleg van de zinnen

  1. Should I choose a sandwich or a salad?

    Zal ik een sandwich of een salade kiezen?

    Should I
    zal ik ...?
    choose
    kiezen
    a sandwich
    een sandwich
    or
    of
    a salad
    een salade
    Uitgebreide uitleg

    Should I is een vraagpatroon waarmee de spreker om advies vraagt over een eigen handeling of keuze. Hier betekent het “Zal ik …?”. Na should staat het onderwerp I, gevolgd door de basisvorm van het werkwoord. Voorbeeld: Should I wait? — “Zal ik wachten?” choose betekent hier “kiezen”. Het is de basisvorm na should en krijgt daarom geen uitgang: Should I choose …? Belangrijke vormen zijn choose — “kiezen”, chose — “koos” en chosen in have chosen — “heb gekozen”. a sandwich betekent “een sandwich”. A is hier een onbepaald lidwoord bij het enkelvoudige telbare zelfstandig naamwoord sandwich. Het verwijst naar een niet nader bepaalde sandwich; het lidwoord drukt niet automatisch een nadruk op het aantal uit. Voorbeeld: I want a sandwich. — “Ik wil een sandwich.” or betekent “of” en verbindt alternatieven. Het introduceert hier de tweede mogelijkheid in de keuzevraag. a salad betekent “een salade”. Ook hier staat a bij het enkelvoudige telbare zelfstandig naamwoord salad, waarmee een niet nader bepaalde salade wordt aangeduid. Voorbeeld: She ordered a salad. — “Zij bestelde een salade.” Samen vormt Should I choose a sandwich or a salad? de vraag “Zal ik een sandwich of een salade kiezen?”. Should I choose vraagt om advies over de eigen keuze; a sandwich en a salad zijn de twee alternatieven, verbonden door or.

  2. The salad is a lighter option.

    De salade is een lichtere keuze.

    salad
    salade
    lighter
    lichter
    option
    keuze
    Uitgebreide uitleg

    salad betekent hier “salade”. Het is een zelfstandig naamwoord. Het meervoud is salads: one salad → two salads. lighter betekent hier “lichter”. Dit is de vergrotende trap van light: light → lighter → lightest. De vorm lighter vergelijkt deze optie met iets anders; in deze context wordt de salade als de lichtere keuze gepresenteerd. Voorbeelden: This bag is lighter. — “Deze tas is lichter.” This meal is lighter than that one. — “Deze maaltijd is lichter dan die andere.” option betekent hier “keuze” of “mogelijkheid”. Het is een zelfstandig naamwoord. Het meervoud is options. In a lighter option benoemt het een mogelijke keuze; a geeft hier niet op zichzelf een bepaald aantal aan. Voorbeeld: Tea is an option. — “Thee is een mogelijkheid.” De omliggende constructie The ... is a ... option gebruikt is om te zeggen dat iets een bepaalde soort keuze is. The salad verwijst hier naar de salade die in de vraag als een van de keuzes wordt genoemd. Samen betekent The salad is a lighter option: “De salade is een lichtere keuze.”

  3. I am not very hungry.

    Ik heb niet veel honger.

    I am
    ik ben
    not very
    niet erg
    hungry
    hongerig
    Uitgebreide uitleg

    I am bevat het onderwerp I en de tegenwoordige vorm am van be. Bij I gebruik je in de tegenwoordige tijd am; vergelijk: you are, he is. In deze zin vormt am samen met het bijvoeglijk naamwoord daarna de beschrijving van de spreker. Voorbeeld: I am tired. — Ik ben moe. not very maakt de beschrijving negatief en verzacht tegelijk de graad: not very betekent hier “niet erg”. not ontkent, terwijl very de graad van een bijvoeglijk naamwoord versterkt. Samen staat de combinatie vóór hungry. Voorbeeld: She is not very tired. — Zij is niet erg moe. hungry is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “hongerig” of, natuurlijker in het Nederlands, “honger hebben”. Het staat na be: be hungry. Het tegenovergestelde is full (“vol”, na het eten). Engels gebruikt hier dus een bijvoeglijk naamwoord; Nederlands zegt in de vaste uitdrukking vaak honger hebben. Voorbeeld: They are hungry. — Zij hebben honger. Samen vormt I am not very hungry. de betekenis: de spreker heeft niet veel honger. De structuur is I am + not very + adjective: eerst wordt de spreker genoemd, daarna de toestand, en vervolgens wordt de mate van die toestand beperkt. De eerdere vertaling en de Nederlandse betekenis maken duidelijk dat hungry hier over honger gaat, niet over een andere mogelijke betekenis van een afzonderlijk woord.

  4. Then it may suit you better.

    Dan past die misschien beter bij jou.

    Then
    dan
    it
    die
    may
    misschien
    suit
    passen bij
    you
    jou
    better
    beter
    Uitgebreide uitleg

    Then betekent hier dan: het verbindt deze uitspraak met wat eerder is gezegd en geeft een gevolgtrekking aan. Het kan ook een tijdsaanduiding zijn, maar in deze zin is de gevolgbetekenis passend. it is een persoonlijk voornaamwoord als onderwerp. In de vaste vertaling wordt het hier weergegeven met die, voor de bedoelde zaak waarover wordt gesproken. De precieze referent wordt in de vaste zin niet benoemd. De Engelse vorm it geeft op zichzelf geen meervoud aan. Voorbeeld: It may suit you. — Die past misschien bij jou. may is een modaal werkwoord. Hier drukt het mogelijkheid uit: iets kan geschikt zijn, zonder dat dit als zekerheid wordt voorgesteld. Na may staat het volgende werkwoord in de basisvorm: may suit, niet may suits en niet may to suit. In deze betekenis kan may in het Nederlands met misschien of met kan worden weergegeven. suit betekent hier passen bij of geschikt zijn voor. Het onderwerp van suit is it, en degene voor wie iets geschikt is, staat in suit you. Het werkwoord heeft in de tegenwoordige tijd de vormen suit en suits: This suits me. — Dit past bij mij. Na het modale may blijft de vorm suit. you is het Engelse persoonlijke voornaamwoord voor de aangesproken persoon. Dezelfde vorm wordt gebruikt als onderwerp en als object: You may choose. — Jij mag kiezen.; It suits you. — Die past bij jou. De Nederlandse vertaling jou maakt hier de objectrol duidelijk. better is hier de vergrotende vorm die suit nader bepaalt: iets past meer bij de aangesproken persoon dan een eerder of anders besproken mogelijkheid. Better is de vergrotende vorm van good en ook van well; in deze zin functioneert het als vergelijkend bijwoord bij suit, niet als een eigenschap van een zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: This option suits me better. — Deze optie past beter bij mij. Samen vormen de delen de betekenis: Then geeft de gevolgtrekking aan, it may suit you zegt dat de bedoelde zaak mogelijk bij de aangesproken persoon past, en better voegt de vergelijking toe. De volledige betekenis is daarom: Dan past die misschien beter bij jou.

  5. What are you getting?

    Wat neem jij?

    What
    wat
    are you
    ben jij
    getting
    nemen
    Uitgebreide uitleg

    What vraagt hier naar de zaak of optie die de aangesprokene kiest of neemt. Het is een vraagwoord; vergelijk Who are you getting?, waarin Who naar een persoon vraagt. In deze zin staat What vooraan omdat het gevraagde element in de vraag eerst komt. are you vormt samen het onderwerp en de tegenwoordige vorm van be in de vraag. you verwijst naar de aangesprokene en heeft in het Engels de vorm you, zowel voor één persoon als voor meerdere personen. In een gewone mededelende zin staat de volgorde you are; in deze vraag staat de persoonsvorm ervoor: are you ...?. getting is de vorm van het werkwoord get. In deze context betekent get niet algemeen alleen “verkrijgen”, maar “nemen of kiezen” wat je wilt hebben. getting is de -ing-vorm. Samen met are vormt die de present progressive: are you getting ...? vraagt naar een handeling of keuze die nu aan de gang is of nu wordt gemaakt. Voor een vaste gewoonte kan bijvoorbeeld What do you get? worden gebruikt: “Wat neem je gewoonlijk?” Samen vormen What + are you + getting de vraag What are you getting?: “Wat neem jij?” De vraag vraagt dus welke zaak de aangesprokene nu kiest of neemt; what benoemt die nog niet genoemde zaak, en are you getting geeft de actuele keuzehandeling weer.

  6. I want something bigger.

    Ik wil iets groters.

    want
    willen
    something
    iets; een onbepaald ding
    bigger
    groter
    Uitgebreide uitleg

    want is de tegenwoordige vorm van het werkwoord want voor I, you, we en they; bij he, she en it wordt dat wants. Het betekent hier dat de spreker iets wenst. Na want kan een zelfstandig naamwoord of voornaamwoord staan: I want coffee. = “Ik wil koffie.” Voor een handeling volgt meestal to plus de basisvorm: I want to leave. = “Ik wil weggaan.” something is een onbepaald voornaamwoord voor een niet nader bepaald ding of iets. Het is niet hetzelfde als een specifiek benoemd object. In something bigger vormt het samen met het bijvoeglijke naamwoord één onbepaalde nominale uitdrukking: “iets dat groter is”. bigger is de vergrotende trap van het bijvoeglijk naamwoord big: big → bigger → biggest. Bij big wordt de eindmedeklinker verdubbeld voordat -er wordt toegevoegd. Bigger vergelijkt de bedoelde zaak met een andere zaak of met een eerder veronderstelde maatstaf; die maatstaf wordt hier niet uitgedrukt. Voorbeeld: We need a bigger table. = “We hebben een grotere tafel nodig.” In I want something bigger geeft I de spreker als onderwerp aan, want de wens aan, en something bigger wat die persoon wil: iets dat groter is. De hele zin betekent dus: “Ik wil iets groters.”

  7. I will choose the sandwich.

    Ik kies de sandwich.

    I will
    ik zal
    choose
    kiezen
    the
    de
    sandwich
    sandwich
    Uitgebreide uitleg

    I will drukt hier uit dat de spreker een keuze in de toekomst zal maken. will is een hulpwerkwoord voor de future: I will choose = “ik zal kiezen”. In het Nederlands kan dezelfde bedoeling ook met de tegenwoordige tijd worden weergegeven: Ik kies de sandwich. Het onderwerp I is de vorm voor de spreker; bij andere onderwerpen verandert het Engelse pronomen, bijvoorbeeld she will choose = “zij zal kiezen”. choose betekent hier “kiezen”. De basisvorm is choose; na will blijft het werkwoord in de basisvorm staan: will choose, niet een vervoegde vorm. Belangrijke vormen zijn choose (tegenwoordige basisvorm), chose (verleden tijd) en chosen (voltooid deelwoord), bijvoorbeeld: I chose the salad. = “Ik koos de salade.” the verwijst naar een specifieke sandwich die voor de gesprekspartners identificeerbaar is. Het Engelse bepaalde lidwoord heeft in deze vorm geen verschil voor enkelvoud of meervoud en geen grammaticaal geslacht: the sandwich en the sandwiches gebruiken allebei the. Het onbepaalde lidwoord is bijvoorbeeld a sandwich, wanneer niet een specifieke sandwich wordt aangewezen. sandwich is het zelfstandig naamwoord voor “sandwich”. Het meervoud is sandwiches: The sandwiches are ready. = “De sandwiches zijn klaar.” In de vaste zin staat het woord in het enkelvoud; het lidwoord the maakt de bedoelde sandwich specifiek. Samen vormen I will choose en the sandwich de betekenis “Ik zal de sandwich kiezen”. De hele uiting is een mededeling over de keuze van de spreker; de Nederlandse vertaling gebruikt daarvoor natuurlijk de tegenwoordige vorm Ik kies de sandwich.

  8. The salad works for me.

    De salade is goed voor mij.

    salad
    salade
    works
    werkt
    for me
    voor mij
    Uitgebreide uitleg

    salad betekent hier “salade”, het gerecht. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord; het meervoud is salads. In deze zin is salad het onderwerp van works. works betekent hier “werkt”. De basisvorm is work; works is in de tegenwoordige tijd de vorm bij een onderwerp in de derde persoon enkelvoud, zoals the salad. In combinatie met for me krijgt work for someone de betekenis dat iets voor die persoon geschikt of aanvaardbaar is. Vergelijk: These salads work for me. — “Deze salades zijn geschikt voor mij.” for me betekent “voor mij”. Me is de objectvorm van het persoonlijke voornaamwoord; als onderwerp staat I: I like the salad. — “Ik vind de salade lekker.” Het patroon That works for me. is een herbruikbare manier om te zeggen dat een voorstel of optie voor jou geschikt is. Samen vormen de delen The salad + works for me de betekenis: “De salade is goed voor mij” of natuurlijker: “De salade is geschikt voor mij.” Het lidwoord the maakt van salad een bepaalde salade, en works stemt als werkwoordsvorm af op het enkelvoudige onderwerp.

  9. Let's order when the server comes back.

    Laten we bestellen als de medewerker terugkomt.

    Let's
    laten we
    order
    bestellen
    when
    als; wanneer
    server
    medewerker
    comes back
    terugkomt
    Uitgebreide uitleg

    Let's is de verkorte vorm van let us. In deze zin leidt het een voorstel aan de spreker en de aangesprokene in: “laten we …”. Het drukt hier geen bevel aan één persoon uit. order betekent hier “bestellen”. Het is een zelfstandig werkwoord; de basisvorm is order, met bijvoorbeeld orders bij he/she/it en ordered als verleden tijd en voltooid deelwoord. Voorbeeld: We order lunch. = “We bestellen lunch.” when betekent hier “als/wanneer” en leidt een tijdsbepaling in. De bijzin geeft het moment aan waarop de hoofdhandeling plaatsvindt. In een Engelse tijdsbepaling over de toekomst staat na when vaak de tegenwoordige tijd, niet will: I’ll call when she arrives. = “Ik bel als ze aankomt.” server is hier het zelfstandig naamwoord voor de medewerker die de bestelling opneemt of bedient, zoals uit de vaste vertaling blijkt. Het meervoud is servers. Het woord kan in andere contexten ook een computer of een andere soort dienstverlener aanduiden; die betekenissen zijn hier niet bedoeld. comes back bestaat uit comes, de vorm van come voor he/she/it in de tegenwoordige tijd, en het partikel back, dat terugkeer aanduidt. De basisuitdrukking is come back; andere vormen zijn bijvoorbeeld came back (verleden tijd) en has come back (voltooid tegenwoordige tijd). Voorbeeld: The server comes back soon. = “De medewerker komt snel terug.” Samen vormt when the server comes back de tijdsbepaling “als de medewerker terugkomt”. De hoofdzin Let's order is het voorstel om te bestellen. De volledige betekenis is daarom: “Laten we bestellen als de medewerker terugkomt.”

Grammatica

Should I + werkwoord ...?

Should I choose the sandwich?

sjoed ai tsjoez də sendwitsj?

Zal ik de sandwich kiezen?

Gebruik Should I + werkwoord om beleefd om advies of toestemming te vragen.

Let's + werkwoord

Let's order a salad.

lets ordur uh sèləd.

Laten we een salade bestellen.

Gebruik Let's + werkwoord om een voorstel te doen dat je samen wilt uitvoeren.

Engels woordenschat

better bijwoord
better beter
bigger bijvoeglijk naamwoord
biggur groter
choose werkwoord
tsjoez kiezen
getting werkwoord
geting halen of nemen
hungry bijvoeglijk naamwoord
hanggri hongerig
lighter bijvoeglijk naamwoord
laitur lichter
option zelfstandig naamwoord
opsjun optie
salad zelfstandig naamwoord
sèləd salade
sandwich zelfstandig naamwoord
sendwitsj sandwich
something voornaamwoord
samting iets
suit werkwoord
soet passen bij
then bijwoord
den dan

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

De salade is een lichtere keuze.

Antwoord tonenThe salad is a lighter option.

Ik heb niet veel honger.

Antwoord tonenI am not very hungry.

Dan past die misschien beter bij jou.

Antwoord tonenThen it may suit you better.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

sandwich

Antwoord tonensandwich

salade

Antwoord tonensalad

kiezen

Antwoord tonenchoose

hongerig

Antwoord tonenhungry