Kiezen tussen twee tassen | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: During a daily errand, two adults compare two bags and choose the stronger one for work papers..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Kiezen tussen twee tassen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

Which bag should I choose?

Witsj beg sjoed ai tsjoez? Welke tas moet ik kiezen?
B

This one is light.

Dhis wan iz lait. Deze is licht.
A

The other bag looks stronger.

Dhie udher beg loeks strong-ur. De andere tas ziet er steviger uit.
B

It also has two pockets.

It olsoow hez toe pokits. Hij heeft ook twee vakken.
A

I need a bag for work.

Ai nied uh beg fur wurk. Ik heb een tas voor mijn werk nodig.
B

Then the stronger one makes sense.

Dhen dhuh strong-ur wan meeks sens. Dan is de stevigere een goede keuze.
A

I can put my papers in the pockets.

Ai ken poet mai pee-purz in dhuh pokits. Ik kan mijn papieren in de vakken doen.
B

That should work well for you.

Dhet sjoed wurk wel fur joe. Dat zou goed voor je moeten werken.

Uitleg van de zinnen

  1. Which bag should I choose?

    Welke tas moet ik kiezen?

    Which
    welke
    bag
    tas
    should I
    moet ik
    choose
    kiezen
    Uitgebreide uitleg

    Which vraagt om een keuze uit bepaalde of beschikbare mogelijkheden. In Which bag staat het vóór het zelfstandig naamwoord en bepaalt het welk exemplaar wordt bedoeld. Vergelijk Which book? = “Welk boek?”; what vraagt algemener naar informatie, terwijl which een selectie veronderstelt. bag betekent hier “tas”. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord; in het enkelvoud staat er in deze vraag geen lidwoord na which, omdat which die bepalende functie al vervult. Voorbeelden: a bag = “een tas”, two bags = “twee tassen”. should I bestaat uit het modale werkwoord should en het onderwerp I. In deze vraag geeft should aan welke keuze volgens de spreker passend of verstandig is; de vaste vertaling geeft dat weer met moet ik. In een ja/nee-vraag staat het modale werkwoord vóór het onderwerp: Should I wait? = “Moet ik wachten?” Na should blijft het volgende werkwoord in de basisvorm staan. choose betekent “kiezen”. De basisvorm is choose; de belangrijke vormen zijn choose – chose – chosen. Hier staat de basisvorm na should: should ... choose, niet de verleden tijd chose. Voorbeeld: I chose the blue bag. = “Ik koos de blauwe tas.” Samen vormt Which bag should I choose? een vraag naar welke tas de spreker moet of zou moeten kiezen. Which bag is datgene waaruit gekozen wordt, en should I choose vraagt welke keuze passend is voor de spreker. De vervolgzinscontext noemt vervolgens één tas als licht, maar de vraag zelf specificeert niet welke concrete tas uiteindelijk gekozen wordt.

  2. This one is light.

    Deze is licht.

    This
    deze
    one
    exemplaar
    light
    licht (niet zwaar)
    Uitgebreide uitleg

    This betekent hier “deze” en wijst naar het object dat in de situatie wordt bedoeld; in de gegeven context gaat het om een tas. Het is een aanwijzend woord. Vergelijk this voor iets dichtbij of in de actuele aandacht met that voor iets verder weg of minder direct aangewezen. Voorbeeld: This is my bag. = “Dit is mijn tas.” one betekent hier “exemplaar” en neemt het zelfstandig naamwoord over dat uit de context al duidelijk is. In this one betekent het dus “deze [tas]”, zonder het woord bag opnieuw te noemen. Dit gebruik van one verwijst naar één exemplaar van een eerder genoemd of begrepen telbaar zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: I prefer the blue one. = “Ik heb liever de blauwe.” light betekent hier “licht van gewicht”, dus “niet zwaar”. Het is een bijvoeglijk naamwoord en staat na is, omdat het iets zegt over het onderwerp. De vergrotende trap is lighter (“lichter”) en de overtreffende trap the lightest (“het lichtst”). In een andere context kan light bijvoorbeeld “helder” betekenen, maar die betekenis past hier niet bij de vertaling en de vergelijking met de andere tas. Samen vormen This one is light. de betekenis “Deze is licht.” De constructie This one is ... is bruikbaar om één gekozen exemplaar aan te wijzen en er daarna een eigenschap van te geven. Hier wordt dus de bedoelde tas aangewezen en wordt gezegd dat die tas niet zwaar is.

  3. The other bag looks stronger.

    De andere tas ziet er steviger uit.

    The other
    de andere
    bag
    tas
    looks
    ziet eruit
    stronger
    steviger
    Uitgebreide uitleg

    The other verwijst hier naar de andere tas, tegenover de tas die eerder met this one is aangewezen. The maakt de combinatie bepaald, en other markeert het onderscheid met die andere mogelijkheid. Een bruikbaar patroon is the other + zelfstandig naamwoord: “de andere …”. bag betekent hier “tas”. Het is een zelfstandig naamwoord; het meervoud is bags. In the other bag wordt het enkelvoudige zelfstandig naamwoord nader bepaald door the other. looks betekent hier “ziet eruit”. De basisvorm is look; bij een onderwerp in de derde persoon enkelvoud krijgt de tegenwoordige tijd de vorm looks: The bag looks .... In deze betekenis beschrijft look hoe iets overkomt of lijkt, niet noodzakelijk het actief bekijken ervan. Voorbeeld: The plan looks simple. — “Het plan lijkt eenvoudig.” stronger is de vergrotende trap van het bijvoeglijk naamwoord strong: strong — stronger — the strongest. Hier betekent het dat de andere tas steviger is dan de eerder aangewezen tas. De vergelijkende vorm verwijst dus naar een vergelijking, ook al staat het tweede deel daarvan niet opnieuw in deze zin. Voorbeeld: This material is stronger than that one. — “Dit materiaal is steviger dan dat materiaal.” Samen vormen The other bag (de andere tas), looks (ziet eruit) en stronger (steviger) de volledige betekenis: “De andere tas ziet er steviger uit.”

  4. It also has two pockets.

    Hij heeft ook twee vakken.

    It
    hij
    also
    ook
    has
    heeft
    two
    twee
    pockets
    vakken
    Uitgebreide uitleg

    It is hier het onderwerp en betekent hij, zoals de vaste vertaling aangeeft. In deze context verwijst het naar de tas uit de voorafgaande zin. Engels gebruikt it als persoonlijk voornaamwoord voor een ding of dier wanneer het grammaticale onderwerp niet als persoon wordt aangeduid; de vertaling kan in het Nederlands toch hij of zij hebben, afhankelijk van het zelfstandig naamwoord. also betekent ook. Het voegt deze informatie toe aan iets dat al bekend is: de tas heeft niet alleen de eerder genoemde eigenschap, maar ook twee vakken. De plaats van also tussen het onderwerp en het werkwoord is hier een gewone neutrale plaatsing. has is de vorm van have bij een derde-persoonsonderwerp in het enkelvoud: I/you/we/they have, maar he/she/it has. Het onderwerp it is dus een relevante voorwaarde voor has; het getal van two pockets verandert de vorm van dit werkwoord niet. Voorbeeld: The bag has a handle. — De tas heeft een handvat. two is het hoofdtelwoord voor de hoeveelheid twee. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord en vereist hier de meervoudsvorm pockets, niet het enkelvoud pocket. pockets betekent hier vakken en is het meervoud van pocket: one pocket, two pockets. De vorm met -s geeft in dit geval het meervoud aan. Voorbeeld: This jacket has two pockets. — Deze jas heeft twee zakken/vakken. Samen vormen de delen de mededeling: It verwijst naar de tas, also voegt een extra eigenschap toe, en has two pockets zegt dat die tas twee vakken bezit. De volledige betekenis is daarom: Hij heeft ook twee vakken.

  5. I need a bag for work.

    Ik heb een tas voor mijn werk nodig.

    I
    ik
    need
    nodig hebben
    bag
    tas
    work
    werk
    Uitgebreide uitleg

    I betekent hier ik: de spreker verwijst naar zichzelf. Het is de onderwerpsvorm; vergelijk me in bijvoorbeeld She sees me, waar de spreker het voorwerp is. need is de tegenwoordige vorm van het werkwoord need (nodig hebben). In deze zin drukt het een behoefte of vereiste uit. In de derde persoon enkelvoud wordt het needs: She needs a bag = Zij heeft een tas nodig. bag betekent hier tas. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord. Daarom staat er a voor: a bag verwijst naar een niet nader bepaalde tas; het lidwoord stelt op zichzelf geen concreet aantal vast. Het meervoud is bags. work betekent hier werk, in de betekenis van werk als activiteit of verplichting. In for work geeft for het doel aan: de tas is bedoeld om voor het werk te gebruiken. In deze betekenis is work meestal niet-telbaar en krijgt het doorgaans geen lidwoord. Dat verschilt van a job, dat naar een baan of functie kan verwijzen. Samen vormen de woorden I need a bag de mededeling Ik heb een tas nodig. De woordgroep for work specificeert waarvoor de tas nodig is. De volledige zin betekent dus: Ik heb een tas voor mijn werk nodig.

  6. Then the stronger one makes sense.

    Dan is de stevigere een goede keuze.

    Then
    dan
    stronger
    sterkere
    one
    degene
    makes sense
    is logisch; is een goede keuze
    Uitgebreide uitleg

    Then betekent hier “dan” en plaatst deze conclusie na de eerdere informatie. Het kan ook naar een later moment verwijzen, maar in deze zin gaat het om de gevolgtrekking. stronger is de vergrotende trap van strong: strong → stronger → strongest. Het beschrijft hier de stevigere tasoptie; de vertaling maakt duidelijk dat het om stevigheid gaat. Een vergelijkbaar patroon is small → smaller → smallest. one staat hier zelfstandig en vervangt een eerder genoemde soort zaak, zodat het zelfstandig naamwoord niet opnieuw hoeft te worden gezegd. Samen met stronger betekent the stronger one “de stevigere”. Het lidwoord the markeert de bedoelde optie binnen de context; one zelf is hier geen telwoord. makes sense is een vaste uitdrukking. In deze zin betekent zij volgens de vaste vertaling dat de stevigere optie een goede keuze is. In een andere context kan That makes sense bijvoorbeeld betekenen: “Dat is logisch.” Het werkwoord is make, met in de derde persoon enkelvoud de vorm makes; sense maakt deel uit van de uitdrukking. De volledige opbouw is Then + the stronger one + makes sense: “Dan is de stevigere een goede keuze.” De voorafgaande informatie gaat over een tas voor werk en de volgende zin over het gebruik van de vakken; binnen die context verwijst the stronger one naar de stevigere tasoptie. De zin presenteert die optie als de passende keuze.

  7. I can put my papers in the pockets.

    Ik kan mijn papieren in de vakken doen.

    I can
    ik kan
    put
    doen; leggen
    my
    mijn
    papers
    papieren
    in
    in
    pockets
    vakken
    Uitgebreide uitleg

    I can: Hier betekent can dat de spreker iets kan doen of daartoe in staat is: “ik kan”. Na can staat het volgende werkwoord in de basisvorm: can put, niet can puts of can to put. Can verandert hier niet voor de persoon: I can, you can en they can. put: Dit is hier de basisvorm na can en betekent dat de spreker de papieren ergens plaatst. De relevante vormen hebben dezelfde spelling: put (tegenwoordige tijd), put (verleden tijd) en put (voltooid deelwoord). Voorbeeld: I can put the book here. — “Ik kan het boek hier leggen.” my: My is een bezittelijk bepalend woord: het verwijst naar iets dat bij de spreker hoort of met de spreker verbonden is. Het verandert in het Engels niet voor mannelijk/vrouwelijk of enkelvoud/meervoud. Vergelijk my paper — “mijn papier” — met my papers — “mijn papieren”. papers: Hier is papers het meervoud van paper en betekent het “papieren”, hier opgevat als documenten. De uitgang -s markeert het meervoud. Voorbeeld: My papers are on the table. — “Mijn papieren liggen op de tafel.” in: In geeft hier aan waar de papieren terechtkomen: binnen in iets. Het kan een plaatsrelatie verbinden met een zelfstandig naamwoord, zoals in in the box — “in de doos”. pockets: Hier is pockets het meervoud van pocket en betekent het “vakken”, dus opbergvakken waarin de papieren worden geplaatst. De uitgang -s markeert het meervoud. Voorbeeld: The cards are in the pockets. — “De kaarten zitten in de vakken.” Het lidwoord in het doelzinstuk the pockets maakt de vakken bepaald; de phrase-entry hierboven citeert alleen het zelfstandige naamwoord pockets. Samen vormen I can + put de betekenis “ik kan plaatsen/doen”. my papers is wat geplaatst wordt, en in the pockets geeft de plaats aan. De volledige zin betekent volgens de vaste vertaling: “Ik kan mijn papieren in de vakken doen.”

  8. That should work well for you.

    Dat zou goed voor je moeten werken.

    That
    dat
    should
    zou moeten
    work
    werken
    well
    goed
    for you
    voor jou
    Uitgebreide uitleg

    That is hier een aanwijzend voornaamwoord als onderwerp: dat. Het verwijst naar iets dat uit de situatie bekend is, maar de zin zelf benoemt niet wat dat precies is. That kan ook vóór een zelfstandig naamwoord staan, bijvoorbeeld: “That plan is useful.” — “Dat plan is nuttig.” should is de modale vorm die hier de verwachting of inschatting uitdrukt dat iets zal voldoen. In deze vaste vertaling komt dat overeen met zou ... moeten. Het staat vóór het werkwoord in de basisvorm: should work, niet should works. Voorbeeld: “This should help.” — “Dit zou moeten helpen.” work betekent hier niet lichamelijk werken, maar functioneren of geschikt blijken. De basisvorm is work; bij he, she en it krijgt de tegenwoordige tijd normaal works, maar na should blijft de vorm work: “It should work.” — “Het zou moeten werken.” well is hier een bijwoord dat beschrijft hoe goed iets functioneert. Het hoort bij work en betekent in deze combinatie goed. Het bijvoeglijk naamwoord is good: “The system works well.” — “Het systeem werkt goed.” for you geeft aan voor wie iets geschikt of nuttig is: voor jou. Engels you laat hier niet zien of het om één persoon of meerdere personen gaat. In “This works well for you.” betekent de combinatie dat dit voor de aangesprokene goed werkt. Samen vormen That should work well for you en de vaste vertaling Dat zou goed voor je moeten werken de betekenis: iets waarnaar That verwijst, zal naar verwachting goed functioneren of geschikt zijn voor de aangesprokene. De volgorde is: onderwerp That, verwachting should, werkwoord work, de manier waarop well, en ten slotte de persoon voor wie het geschikt is for you.

Grammatica

which + noun

Which bag?

Witsj beg?

Welke tas?

‘Which’ staat vóór het zelfstandig naamwoord om naar een keuze uit meerdere mogelijkheden te vragen.

this one / the other one

This one looks stronger.

Dhis wan loeks strong-ur.

Deze ziet er steviger uit.

‘One’ vervangt een eerder genoemd zelfstandig naamwoord; ‘this one’ verwijst naar één specifieke optie.

Engels woordenschat

also bijwoord
olsoow ook
bag zelfstandig naamwoord
beg tas
choose werkwoord
tsjoez kiezen
have werkwoord
hev hebben has
light bijvoeglijk naamwoord
lait licht
look werkwoord
loek eruitzien looks
one voornaamwoord
wan de ene
other bepaler
udher andere
strong bijvoeglijk naamwoord
strong stevig stronger
this bepaler
dhis deze
two telwoord
toe twee
which bepaler
witsj welke

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Welke tas moet ik kiezen?

Antwoord tonenWhich bag should I choose?

Deze is licht.

Antwoord tonenThis one is light.

De andere tas ziet er steviger uit.

Antwoord tonenThe other bag looks stronger.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

deze

Antwoord tonenthis

welke

Antwoord tonenwhich

kiezen

Antwoord tonenchoose

stevig

Antwoord tonenstronger