Rust voor een zere been | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: At home, two adults talk about resting a sore leg after walking too much..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Rust voor een zere been oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

My leg hurts a little.

mai leg herts uh liddəl. Mijn been doet een beetje pijn.
B

Sit on this chair for a moment.

sit on dhis tsjer for uh moomənt. Ga even op deze stoel zitten.
A

I walked too much today.

ai wokt tu mutsj tuh-dei. Ik heb vandaag te veel gelopen.
B

Put your leg up here and rest.

put jor leg up hier en rest. Leg je been hier omhoog en rust uit.
A

Can I walk around a little later?

ken ai wok uh-raund uh liddəl leitter? Kan ik straks een beetje rondlopen?
B

Walk only if it feels all right.

wok oonlie if it fielz ol rait. Loop alleen als het goed voelt.
A

The sofa feels better than this chair.

dhuh soo-fuh fielz bedder dhen dhis tsjer. Op de bank zit ik beter dan op deze stoel.
B

Then sit there and keep your leg still.

dhen sit dher en kiep jor leg stil. Ga dan daar zitten en houd je been stil.

Uitleg van de zinnen

  1. My leg hurts a little.

    Mijn been doet een beetje pijn.

    My
    mijn
    leg
    been
    hurts
    doet pijn
    a little
    een beetje
    Uitgebreide uitleg

    My staat voor een zelfstandig naamwoord en geeft bezit of verbondenheid aan: hier gaat het om het been van de spreker. Het verandert niet naar mannelijk of vrouwelijk; het blijft my voor enkelvoud en meervoud. Voorbeelden: my arm = mijn arm, my legs = mijn benen. leg betekent hier been, in de betekenis van het lichaamsdeel tussen heup en voet. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord: one leg, two legs. Het meervoud is regelmatig legs. Voorbeeld: My legs are tired. = Mijn benen zijn moe. hurts is de vorm van het werkwoord hurt in de tegenwoordige tijd. In deze zin is leg het onderwerp; omdat het om één been gaat, krijgt het werkwoord in de derde persoon enkelvoud de vorm hurts. De basisvorm is hurt; na I, you, we en they staat de tegenwoordige vorm hurt, bijvoorbeeld: My legs hurt. = Mijn benen doen pijn. In deze betekenis beschrijft hurt lichamelijke pijn; hurts betekent hier dus doet pijn. a little geeft aan dat de pijn in geringe mate aanwezig is: een beetje. Het is hier een bijwoordelijke bepaling bij hurts, niet een beschrijving van het been zelf. Voorbeeld: My arm hurts a little. = Mijn arm doet een beetje pijn. Samen vormen de delen: My leg = mijn been, hurts = doet pijn, en a little = een beetje. De Engelse zin heeft dus de volgorde onderwerp + werkwoord + mate: My leg hurts a little. De vaste betekenis is: Mijn been doet een beetje pijn.

  2. Sit on this chair for a moment.

    Ga even op deze stoel zitten.

    Sit
    ga zitten
    on
    op
    this
    deze
    chair
    stoel
    for a moment
    even
    Uitgebreide uitleg

    Sit is hier de gebiedende wijs van sit: de spreker geeft een verzoek of opdracht om te gaan zitten. De basisvorm is sit; de verleden tijd en het voltooid deelwoord zijn sat. In deze zin hoort sit bij de aangesproken persoon, zonder uitgesproken onderwerp. on geeft de plaatsrelatie aan: de persoon neemt plaats op het oppervlak van iets. In sit on + plaats betekent het dus dat iemand op die plaats gaat zitten. Voorbeeld: Sit on the bench. — Ga op de bank zitten. this is een aanwijzend woord voor één dichtbij aangewezen ding. Het staat hier bij chair en past daarbij in getal: this chair betekent deze stoel. De meervoudsvorm is these, zoals in these chairs — deze stoelen. chair is een zelfstandig naamwoord voor een zitmeubel voor één persoon. Het meervoud is chairs. Het woord kan met verschillende bepalers worden gecombineerd, bijvoorbeeld a chair — een stoel en the chair — de stoel. for a moment is een korte tijdsbepaling: het gaat om een korte tijd, hier weergegeven als even. for leidt in deze uitdrukking de duur aan. Voorbeeld: Wait here for a moment. — Wacht hier even. Samen vormt Sit on this chair for a moment een verzoek om op de aangewezen stoel te gaan zitten en dat korte tijd te doen. De gebiedende wijs laat het onderwerp weg; on this chair geeft de plaats aan en for a moment de duur. De volledige betekenis is: Ga even op deze stoel zitten.

  3. I walked too much today.

    Ik heb vandaag te veel gelopen.

    I
    ik
    walked
    liep
    too much
    te veel
    today
    vandaag
    Uitgebreide uitleg

    I betekent hier de spreker zelf. Het is een persoonlijk voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud. In een andere rol verandert de vorm bijvoorbeeld: I walk = “ik loop”, maar you walk = “jij loopt”. walked is de verleden tijd van walk (“lopen”). De vorm walked wordt gebruikt voor een gebeurtenis die vóór het huidige moment plaatsvond; de uitgang -ed markeert hier de regelmatige verleden tijd. Voorbeeld: She walked home. = “Zij liep naar huis.” too much betekent hier “te veel”: de hoeveelheid lopen was groter dan wenselijk of prettig. Too geeft aan dat iets een grens overschrijdt; much wordt gebruikt bij een niet-telbare hoeveelheid of activiteit. Vergelijk I walked a lot. = “Ik heb veel gelopen”: dat zegt alleen dat de hoeveelheid groot was, niet dat ze overdreven was. today betekent “vandaag” en verwijst naar de huidige dag. Het kan zowel bij een tegenwoordige als bij een verleden gebeurtenis staan, zoals in I worked today. = “Ik heb vandaag gewerkt.” Samen vormen de delen de betekenis: de spreker (I) vertelt dat die persoon vandaag (today) heeft gelopen, en dat de hoeveelheid volgens de spreker te groot was (too much). De Engelse verleden tijd in walked wordt in de vaste Nederlandse vertaling natuurlijk weergegeven met heb ... gelopen.

  4. Put your leg up here and rest.

    Leg je been hier omhoog en rust uit.

    Put
    leg
    your
    je/jouw
    leg
    been
    up
    omhoog
    here
    hier
    rest
    rust uit
    Uitgebreide uitleg

    Put staat hier aan het begin als gebiedende wijs: de spreker geeft een instructie. De basisvorm is put; in de tegenwoordige tijd blijft die vorm gelijk in I put, you put en they put, en ook de verleden tijd is put. In deze zin krijgt het samen met up de betekenis “omhoog leggen of brengen”. Voorbeeld: Put the book here. — Leg het boek hier. your is een bezittend woord voor iets dat bij de aangesprokene hoort. Het verandert in het Engels niet naar het grammaticale geslacht of het enkelvoud/meervoud van het bezit: your leg en your legs gebruiken allebei your. Het kan bovendien naar één of meer aangesproken personen verwijzen. Voorbeeld: Move your leg slowly. — Beweeg je been langzaam. leg betekent hier “been”. Het meervoud is legs. Voorbeeld: My leg hurts. — Mijn been doet pijn. up geeft hier een richting of positie omhoog aan. Met put vormt het de betekenis “omhoog leggen of brengen”; het staat hier dus niet los van de handeling als de volledige vertaling van Put. Vergelijk: Lift your arm up. — Til je arm omhoog. here betekent “hier”, op de plaats die de spreker bedoelt. Het is een plaatsbijwoord en verandert niet naar enkelvoud of meervoud. Voorbeeld: Sit here. — Ga hier zitten. rest is opnieuw een gebiedende wijs met de basisvorm rest. Hier betekent het “rusten” of “uitrusten”; het is niet de verleden tijd. Voorbeeld: Rest for a while. — Rust een tijdje uit. Samen geeft Put your leg up here de instructie om het been van de aangesprokene hier omhoog te leggen of te houden. Daarna voegt and rest een tweede, gecoördineerde instructie toe: rust uit. De hele zin betekent dus: Leg je been hier omhoog en rust uit.

  5. Can I walk around a little later?

    Kan ik straks een beetje rondlopen?

    Can I
    kan/mag ik
    walk around
    rondlopen
    a little
    een beetje
    later
    straks
    Uitgebreide uitleg

    Can I: In deze vraag maakt can duidelijk dat de spreker vraagt of rondlopen mogelijk of toegestaan is. De vaste vertaling Kan ik past daarbij; zonder extra context hoeft can niet uitsluitend toestemming te betekenen. Het onderwerp is I; can verandert niet met de persoon: I can, you can, she can. In een vraag staat can vóór het onderwerp: Can I sit here? = “Kan of mag ik hier zitten?” Na can komt de basisvorm van het werkwoord, dus walk, niet een vervoegde vorm. walk around: Dit betekent hier “rondlopen”: te voet wat bewegen zonder dat er een specifieke bestemming wordt genoemd. walk is de basisvorm; bijvoorbeeld I walk around the room. = “Ik loop door de kamer rond.” In deze zin benoemt walk around de handeling waarnaar de vraag verwijst. a little: Dit betekent “een beetje” of “ietwat”. In de volledige reeks a little later maakt het het tijdsverschil klein: “iets later”, zonder een precies meetbare hoeveelheid aan te geven. Voor een hoeveelheid bij een zelfstandig naamwoord kan Engels ook a little water gebruiken: “een beetje water”. later: Dit betekent “later”, dus op een tijdstip na het relevante moment. Het is de vergrotende vorm van late: late = “laat”, later = “later”. In a little later betekent het “iets later”. Voor een vergelijking met een expliciet tijdstip gebruikt Engels bijvoorbeeld later than five = “later dan vijf uur”. Samen vormen de delen de vraag Can I + walk around + a little later: de spreker vraagt of het mogelijk of toegestaan is om iets later rond te lopen. De vaste Nederlandse vertaling “Kan ik straks een beetje rondlopen?” geeft die bedoelde betekenis weer. De vraag bepaalt niet precies hoeveel later of hoe lang het rondlopen duurt.

  6. Walk only if it feels all right.

    Loop alleen als het goed voelt.

    Walk
    loop
    only if
    alleen als
    feels
    voelt
    all right
    goed
    Uitgebreide uitleg

    Walk staat hier aan het begin als bevel of aansporing. De gebiedende wijs gebruikt de basisvorm van het werkwoord: walk betekent dus “loop”, zonder uitgesproken onderwerp. In een gewone mededelende zin zie je bijvoorbeeld I walk (“ik loop”) en she walks (“zij loopt”); de -s hoort bij de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd, niet bij deze bevelsvorm. only if beperkt wanneer de aansporing geldt: de handeling geldt uitsluitend onder de genoemde voorwaarde. Het patroon only if + zin is herbruikbaar, bijvoorbeeld: Call me only if you need help. — “Bel me alleen als je hulp nodig hebt.” Only if is hier dus geen gewone opsomming van twee losse betekenissen, maar een voorwaardelijke beperking. feels is de derde persoon enkelvoud van feel, hier in de tegenwoordige tijd. De basisvorm is feel; de relevante reeks is feel – feels – felt – felt. Het onderwerp van feels is het voornaamwoord it, dat in de volledige bronzin vóór feels staat. In it feels ... beschrijft feel hoe iets aanvoelt of ervaren wordt; het betekent hier niet dat iets letterlijk met een hand wordt aangeraakt. Bijvoorbeeld: This bed feels comfortable. — “Dit bed voelt comfortabel aan.” all right vormt samen een vaste adjectivische uitdrukking met de betekenis “in orde”, “goed” of “zonder probleem”. In deze zin beschrijft de uitdrukking hoe het lopen aanvoelt via it feels all right: het voelt goed of acceptabel aan. All right staat hier niet voor een afzonderlijke richting of handeling. Samen vormen de delen de voorwaardelijke aansporing Walk only if it feels all right.: “Loop alleen als het goed voelt.” Walk geeft de handeling als bevel, terwijl only if it feels all right precies aangeeft onder welke voorwaarde dat bevel van toepassing is. De formulering is praktisch en voorzichtig: lopen wordt alleen voorgesteld wanneer het voor de betrokkene goed aanvoelt.

  7. The sofa feels better than this chair.

    Op de bank zit ik beter dan op deze stoel.

    sofa
    bank
    feels
    voelt aan
    better
    beter
    than
    dan
    this
    deze
    chair
    stoel
    Uitgebreide uitleg

    sofa betekent hier een bank waarop iemand kan zitten. Het meervoud is sofas; het woord heeft in het Engels geen grammaticaal geslacht. Samen met het voorafgaande The vormt het The sofa: een bepaalde bank die in de situatie herkenbaar is. feels is de vorm van feel bij he, she en it in de tegenwoordige tijd. De uitgang -s hoort dus bij het werkwoord, niet bij sofa. In deze zin gaat feel niet vooral over aanraken, maar over de ervaren eigenschap van de bank tijdens het zitten: de bank voelt comfortabeler aan. Voorbeeld: This fabric feels soft. — Deze stof voelt zacht aan. better is de vergrotende trap van good en ook van well in gebruikswijzen waar well een manier beschrijft. Hier vergelijkt better het zitcomfort van de bank met dat van de stoel. De reeks is good — better — best; better betekent dat iets in de vergelijking een gunstiger eigenschap heeft, niet noodzakelijk dat het in alle opzichten goed is. than leidt het tweede deel van een vergelijking in. Het maakt duidelijk waarmee better wordt vergeleken: hier met de stoel. Een bruikbaar patroon is X is better than Y — X is beter dan Y. this is een enkelvoudig aanwijzend woord. Het wijst in deze zin naar de bedoelde stoel en staat direct vóór chair als bepaler: this chair. Het meervoudige tegenstuk is these, zoals in these chairs — deze stoelen. This drukt hier niet op zichzelf een aantal uit; het markeert de stoel als de aangewezen, enkelvoudige referent. chair betekent hier een stoel. Het meervoud is chairs. In this chair bepaalt this de stoel nader; samen betekent de woordgroep deze stoel. De hele structuur is The sofa feels better than this chair. Het onderwerp is The sofa, gevolgd door feels better, dat de ervaren vergelijking uitdrukt. than this chair noemt het vergelijkingspunt. De zin betekent dus: de bank voelt comfortabeler aan dan deze stoel; in de vaste Nederlandse vertaling wordt dat natuurlijk weergegeven als: Op de bank zit ik beter dan op deze stoel.

  8. Then sit there and keep your leg still.

    Ga dan daar zitten en houd je been stil.

    Then
    dan
    sit
    zitten
    there
    daar
    keep … still
    iets stil houden
    leg
    been
    Uitgebreide uitleg

    Then betekent hier dan: het plaatst deze instructie na iets dat eerder gebeurt. In een andere zin kan then ook een later moment aanduiden: First wash your hands, then eat. — Was eerst je handen en eet dan. Sit is de basisvorm van to sit (zitten). Hier is het een gebiedende wijs; het onderwerp is de aangesprokene en wordt niet uitgesproken. Na to blijft dezelfde vorm staan: I want to sit here. — Ik wil hier zitten. There betekent daar en verwijst hier naar een plaats die in de situatie herkenbaar is. Sit there betekent ga daar zitten, of letterlijker zit daar. Keep ... still is een bruikbaar patroon: keep + voorwerp + bijvoeglijk naamwoord betekent dat je ervoor zorgt dat het voorwerp in die toestand blijft. Keep is de basisvorm van to keep; in dit patroon betekent het dat een toestand voortduurt. Vergelijk: Keep the door open. — Houd de deur open. Leg betekent hier been. Het meervoud is legs: one leg — één been; two legs — twee benen. In your leg blijft leg enkelvoud omdat er één been wordt genoemd; your geeft aan dat het been bij de aangesprokene hoort. De twee bevelen zijn Then sit there en keep your leg still, verbonden door and. Samen betekent de zin: Ga dan daar zitten en houd je been stil.

Grammatica

better ... than

The sofa is better than the chair.

dhuh soo-fuh iz bedder dhen dhuh tsjer.

De bank is beter dan de stoel.

Gebruik better than om twee dingen met elkaar te vergelijken. than betekent hier ‘dan’.

feel + bijvoeglijk naamwoord

The leg feels all right.

dhuh leg fielz ol rait.

Het been voelt goed.

Na feel gebruik je een bijvoeglijk naamwoord, zoals all right of better, om een toestand te beschrijven.

Engels woordenschat

a little uitdrukking
uh liddəl een beetje
chair zelfstandig naamwoord
tsjer stoel
for a moment uitdrukking
for uh moomənt even
hurt werkwoord
hert pijn doen hurts
leg zelfstandig naamwoord
leg been
put werkwoord
put leggen
rest werkwoord
rest rusten
sit werkwoord
sit zitten
today bijwoord
tuh-dei vandaag
too much uitdrukking
tu mutsj te veel
up bijwoord
up omhoog
walk werkwoord
wok lopen walked

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Mijn been doet een beetje pijn.

Antwoord tonenMy leg hurts a little.

Ik heb vandaag te veel gelopen.

Antwoord tonenI walked too much today.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

pijn doen

Antwoord tonenhurts

vandaag

Antwoord tonentoday

stoel

Antwoord tonenchair

lopen

Antwoord tonenwalked