Praten over rugpijn | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: At home, two adults talk about a sore back, sitting more comfortably, and standing up slowly..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Praten over rugpijn oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

My back feels sore.

mai bek fielz soor Mijn rug doet pijn.
B

Try to sit up straight.

trai tuh sit up streit Probeer rechtop te zitten.
A

I sat too long today.

ai set toe long tuh-dei Ik heb vandaag te lang gezeten.
B

Stretch slowly if you can.

stretsj sloowlie if joe ken Rek je langzaam uit als je kunt.
A

This chair feels better.

dhis tsjeer fielz betuh Deze stoel zit beter.
B

Stay there for a few minutes.

stei dher fuh uh fjoe minits Blijf daar een paar minuten.
A

A short rest should help.

uh shoort rest shud help Een korte rustpauze zou moeten helpen.
B

Move slowly when you stand up.

moev sloowlie wen joe stend up Beweeg langzaam als je opstaat.

Uitleg van de zinnen

  1. My back feels sore.

    Mijn rug doet pijn.

    My
    mijn
    back
    rug
    feels
    voelt aan
    sore
    pijnlijk
    Uitgebreide uitleg

    My is de bezittelijke vorm bij I: het betekent dat iets bij de spreker hoort of met de spreker verbonden is. Het verandert niet omdat het daaropvolgende zelfstandig naamwoord enkelvoud of meervoud is: my back, my hands. Voorbeeld: My shoulder hurts. = Mijn schouder doet pijn. back betekent hier rug, het lichaamsdeel aan de achterkant van de romp. Het zelfstandig naamwoord heeft als meervoud backs. In andere contexten kan back ook naar de achterkant of naar een terugkeer verwijzen, maar hier gaat het om het lichaamsdeel. Voorbeeld: She hurt her back. = Zij heeft haar rug bezeerd. feels is de vorm van het werkwoord feel in de tegenwoordige tijd bij he, she of it; daarom staat er -s. Feel kan beschrijven hoe iets lichamelijk of emotioneel aanvoelt. Voorbeeld: The fabric feels soft. = De stof voelt zacht aan. In deze zin is my back het onderwerp: de rug voelt op een bepaalde manier aan. sore is een bijvoeglijk naamwoord voor een pijnlijke, gevoelige of geïrriteerde plek. Het heeft hier geen aparte meervouds- of geslachtsvorm. Een nuttig contrast is sore tegenover fine: My arm feels sore. = Mijn arm voelt pijnlijk aan; My arm feels fine. = Mijn arm voelt goed aan. Samen vormt feels sore het patroon iets voelt + bijvoeglijk naamwoord: het onderwerp ervaart een lichamelijke toestand. My back feels sore. betekent daarom letterlijk dat mijn rug pijnlijk aanvoelt. De vaste Nederlandse vertaling geeft dezelfde bedoelde klacht natuurlijk weer als Mijn rug doet pijn. De zin zegt dat de rug van de spreker pijn doet; my verwijst hier naar de spreker.

  2. Try to sit up straight.

    Probeer rechtop te zitten.

    Try
    proberen
    sit up
    rechtop zitten
    straight
    rechtop
    Uitgebreide uitleg

    Try betekent hier dat je iemand aanspoort om iets te proberen. De vorm is de basisvorm in een gebiedende zin: try = proberen. Na try kan een infinitief met to volgen: try to + werkwoord, bijvoorbeeld: Try to relax. = Probeer te ontspannen. Dat is iets anders dan try + werkwoord-ing, dat vaak betekent dat je iets als mogelijke oplossing uitprobeert, bijvoorbeeld: Try changing your position. = Probeer je houding te veranderen. Sit up is een samengesteld werkwoord dat hier betekent dat je vanuit een ingezakte of liggende houding meer rechtop gaat zitten. Sit heeft als belangrijke vormen sit (tegenwoordige tijd), sat (verleden tijd) en sat (voltooid deelwoord). Het partikel up maakt duidelijk dat er een verandering naar een hogere, meer opgerichte houding wordt bedoeld; sit alleen betekent gewoon zitten. Voorbeeld: Sit up slowly. = Ga langzaam rechtop zitten. Straight betekent hier rechtop en beschrijft hoe iemand zit. In deze zin werkt het als een bijwoord bij de houding of de manier van zitten, niet als een zelfstandig benoemde persoon of zaak. Het kan ook een bijvoeglijk naamwoord zijn, bijvoorbeeld in a straight line = een rechte lijn. Een bruikbare tegenstelling in deze betekenis is slouched: He sat up straight instead of slouching. = Hij ging rechtop zitten in plaats van onderuitgezakt te zitten. Samen vormen de delen Try to + sit up + straight de aansporing: probeer rechtop te gaan zitten. De gebiedende vorm spreekt de aangesprokene rechtstreeks aan; het onderwerp you wordt in het Engels niet uitgesproken. De vaste vertaling is daarom: Probeer rechtop te zitten.

  3. I sat too long today.

    Ik heb vandaag te lang gezeten.

    I
    ik
    sat
    zat
    too
    te
    long
    lang
    today
    vandaag
    Uitgebreide uitleg

    I betekent hier de spreker. Dit Engelse persoonlijk voornaamwoord is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud, ongeacht het geslacht van de spreker. Het staat als onderwerp van de zin. sat is hier de verleden tijd van sit (‘zitten’). De belangrijke vormreeks is sit – sat – sat: de verleden tijd en het voltooid deelwoord hebben dezelfde vorm. In deze zin geeft sat aan dat het zitten vandaag al heeft plaatsgevonden. Voorbeeld: She sat by the window. — Zij zat bij het raam. too betekent hier ‘te’ in de betekenis ‘meer dan wenselijk of goed’. Het versterkt long en geeft aan dat de duur volgens de spreker buitensporig was. Dit is niet hetzelfde als very long, dat alleen ‘heel lang’ betekent zonder noodzakelijkerwijs afkeuring. Voorbeeld: The meeting was too long. — De vergadering duurde te lang. long betekent hier ‘lang’ en beschrijft de duur van het zitten, niet de lengte van een persoon of voorwerp. In deze betekenis kan het als bijwoord bij een werkwoord staan. De combinatie too long betekent ‘te lang’. today betekent ‘vandaag’. Het is een tijdsbepaling voor de dag waarop de spreker spreekt en plaatst de gebeurtenis in die tijd. Voorbeeld: I work today. — Ik werk vandaag. Samen vormen de delen I sat (‘ik zat’), too long (‘te lang’) en today (‘vandaag’) de betekenis: ‘Ik heb vandaag te lang gezeten.’ Het Engels gebruikt hier de eenvoudige verleden tijd sat; de Nederlandse vertaling gebruikt een voltooide tijd, maar beide drukken in deze vaste context uit dat de spreker vandaag te lang heeft gezeten.

  4. Stretch slowly if you can.

    Rek je langzaam uit als je kunt.

    Stretch
    rek je uit
    slowly
    langzaam
    if you can
    als je kunt
    Uitgebreide uitleg

    Stretch staat hier als bevel in de basisvorm van het werkwoord stretch: “rek je uit”. Het onderwerp you wordt in een Engelse gebiedende wijs meestal niet uitgesproken maar wel begrepen. De vaste combinatie stretch out betekent vaak lichamelijk uitrekken; in deze zin staat alleen Stretch, omdat de betekenis door de context al duidelijk is. Voorbeeld: “Stretch your legs.” = “Rek je benen uit.” slowly is een bijwoord en beschrijft hoe de handeling wordt uitgevoerd: langzaam. Het hoort bij het werkwoord stretch, niet bij you. Het bijvoeglijk naamwoord is slow; de vergelijkingsvormen zijn slower en slowest. Voorbeeld: “Move slowly.” = “Beweeg langzaam.” if you can is een voorwaardelijke bijzin: “als je kunt”. if leidt de voorwaarde in, you is het onderwerp en can drukt hier het vermogen of de mogelijkheid uit om de handeling uit te voeren. Can verandert niet met het onderwerp: “I can”, “she can” en “they can”. Voorbeeld: “Come if you can.” = “Kom als je kunt.” Samen vormt de zin een vriendelijke, voorwaardelijke instructie: “Rek je langzaam uit als je kunt.” Eerst geeft Stretch de handeling, slowly geeft het tempo aan en if you can beperkt de instructie tot het geval waarin de aangesprokene dit kan doen.

  5. This chair feels better.

    Deze stoel zit beter.

    This
    deze
    chair
    stoel
    feels
    zit / voelt aan
    better
    beter
    Uitgebreide uitleg

    This wijst hier een enkelvoudig ding aan dat in de situatie als zitplaats bedoeld is. Het is een aanwijzend woord: this chair betekent “deze stoel”. Voor afstand staat vaak that: That chair feels hard. = “Die stoel voelt hard aan.” chair is het zelfstandig naamwoord voor een stoel. Het meervoud is chairs: These chairs feel comfortable. = “Deze stoelen voelen comfortabel aan.” In het vaste voorbeeld verwijst chair naar de stoel die met This wordt aangewezen. feels is de vorm van het werkwoord feel in de tegenwoordige tijd bij een enkelvoudig onderwerp zoals this chair; de uitgang -s hoort dus bij feels, niet bij chair. Hier betekent feel dat de stoel bij het zitten als comfortabeler wordt ervaren. I feel better. = “Ik voel me beter.” In die zin gaat feel over de toestand van de spreker; in het vaste voorbeeld gaat het over de indruk die de stoel geeft. better is de vergrotende trap van good: good – better – best. Het vergelijkt deze stoel met een andere stoel of met een eerdere zitervaring; de vergelijking zelf wordt niet verder benoemd. This chair feels better. = “Deze stoel zit beter.” Samen vormen This chair het onderwerp, feels het werkwoord en better de vergelijking. De hele zin zegt dat deze stoel bij het zitten beter aanvoelt of comfortabeler zit dan het relevante alternatief. De tegenwoordige tijd presenteert dit als de huidige ervaring.

  6. Stay there for a few minutes.

    Blijf daar een paar minuten.

    Stay
    blijf
    there
    daar
    a few
    een paar
    minutes
    minuten
    Uitgebreide uitleg

    Stay is hier de gebiedende wijs van stay: blijven of op een plaats blijven. De vorm is gelijk aan de basisvorm; bij een bevel wordt het onderwerp meestal niet uitgesproken. Voorbeeld: Stay here. = Blijf hier. there betekent hier daar, een plaatsaanduiding. Het woord zelf verandert niet naar getal of grammaticaal geslacht; welke plaats bedoeld is, wordt door de situatie bepaald. a few is een vaste hoeveelheidsexpressie voor een klein, niet nader bepaald aantal. In deze uitdrukking betekent a niet dat er precies één is. Vergelijk a few minutes = een paar minuten met many minutes = veel minuten. minutes is het meervoud van minute, een tijdseenheid van zestig seconden. Het meervoud past hier bij a few: one minute, maar a few minutes. Het niet-geselecteerde woord for verbindt de handeling met een duur: for a few minutes betekent gedurende een paar minuten. Samen vormen Stay there for a few minutes een bevel om op de bedoelde plaats te blijven gedurende die korte, onbepaalde tijd. In het Nederlands is dat: Blijf daar een paar minuten.

  7. A short rest should help.

    Een korte rustpauze zou moeten helpen.

    short
    kort
    rest
    rustpauze
    should
    zou moeten
    help
    helpen
    Uitgebreide uitleg

    short betekent hier “kort” en beschrijft rest: de rustpauze duurt niet lang. De vergrotende trap is shorter (“korter”) en de overtreffende trap shortest (“kortst”). Voorbeeld: “Take a short break.” — “Neem een korte pauze.” rest is hier een zelfstandig naamwoord voor een rustpauze, niet het werkwoord “rusten”. Het meervoud is rests, hoewel in gewone situaties ook andere woorden voor een pauze mogelijk zijn, zoals break. Voorbeeld: “I need a rest.” — “Ik heb rust nodig.” should drukt hier een verwachting of waarschijnlijk gevolg uit: volgens de spreker zal de rustpauze waarschijnlijk helpen. De vorm blijft hetzelfde bij alle personen: “I should help”, “she should help”. Na should staat het werkwoord in de basisvorm, dus help, niet bijvoorbeeld helps of helped. Voorbeeld: “You should wait.” — “Je zou moeten wachten.” help betekent hier “helpen” of “verbetering brengen”. In deze zin is het onderwerp A short rest, dus de rustpauze is datgene waarvan verwacht wordt dat het helpt. Na should blijft het werkwoord in de basisvorm; zonder should zou een enkelvoudig onderwerp in de tegenwoordige tijd normaal helps geven: “A short rest helps.” — “Een korte rustpauze helpt.” Samen vormen de woorden A short rest en should help de betekenis: “Een korte rustpauze zou moeten helpen.” A introduceert hier een niet nader bepaalde rustpauze; het lidwoord stelt op zichzelf geen exact aantal vast. De constructie subject + should + basisvorm is herbruikbaar voor een verwachting of aanbeveling, afhankelijk van de context. Hier gaat het, volgens de vaste vertaling, om de verwachting dat de rustpauze effect zal hebben.

  8. Move slowly when you stand up.

    Beweeg langzaam als je opstaat.

    Move
    beweeg
    slowly
    langzaam
    stand up
    opstaan
    Uitgebreide uitleg

    Move is hier de gebiedende wijs van move: “beweeg”. De gebiedende wijs gebruikt de basisvorm van het werkwoord en heeft geen uitgesproken onderwerp nodig; het bedoelde onderwerp is de aangesprokene. De gewone tegenwoordige vorm is bijvoorbeeld I move of you move. Voorbeeld: Move carefully. — “Beweeg voorzichtig.” slowly beschrijft hoe de beweging moet gebeuren: langzaam. Het is een bijwoord en is gevormd uit het bijvoeglijk naamwoord slow met -ly. Het staat hier na het werkwoord en geeft de manier van bewegen aan. Voorbeeld: She walks slowly. — “Zij loopt langzaam.” when leidt een tijdsbepaling in: “wanneer” of hier natuurlijk “als”. De bijzin when you stand up geeft aan op welk moment de opdracht geldt. In een dergelijke tijdsbepaling staat voor een algemene of toekomstige situatie vaak de tegenwoordige vorm, niet noodzakelijk een toekomende vorm. stand up is een werkwoordelijke combinatie met de betekenis “opstaan”: van zitten of liggen naar een staande positie gaan. Stand is de basisvorm; in de derde persoon enkelvoud is de vorm stands, en de verleden tijd is stood. Het partikel up hoort hier bij de combinatie en versterkt het idee van overeind komen. Voorbeeld: Please stand up slowly. — “Ga alstublieft langzaam staan.” Samen bestaat de zin uit de opdracht Move slowly en de tijdsbepaling when you stand up. De volledige betekenis is: beweeg langzaam op het moment dat je opstaat. De eerdere context over een korte rustpauze verandert deze grammaticale opbouw niet.

Grammatica

feel(s) + adjective

My back feels sore.

mai bek fielz soor

Mijn rug voelt pijnlijk aan.

Na feel(s) gebruik je een bijvoeglijk naamwoord, zoals sore, om een gevoel of toestand te beschrijven.

try to + verb

Try to sit up straight.

trai tuh sit up streit

Probeer rechtop te zitten.

Na try gebruik je to plus het werkwoord voor iets wat je probeert te doen.

Engels woordenschat

back zelfstandig naamwoord
bek rug

My back feels sore.

better bijvoeglijk naamwoord
betuh beter

This chair feels better.

chair zelfstandig naamwoord
tsjeer stoel

This chair feels better.

feels werkwoord
fielz voelt aan

My back feels sore.

sat werkwoord
set zat

I sat too long today.

sit up straight uitdrukking
sit up streit rechtop zitten

Try to sit up straight.

slowly bijwoord
sloowlie langzaam

Stretch slowly if you can.

sore bijvoeglijk naamwoord
soor pijnlijk

My back feels sore.

stretch werkwoord
stretsj rekken

Stretch slowly if you can.

today bijwoord
tuh-dei vandaag

I sat too long today.

too long uitdrukking
toe long te lang

I sat too long today.

try werkwoord
trai proberen

Try to sit up straight.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Mijn rug doet pijn.

Antwoord tonenMy back feels sore.

Probeer rechtop te zitten.

Antwoord tonenTry to sit up straight.

Ik heb vandaag te lang gezeten.

Antwoord tonenI sat too long today.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

voelt aan

Antwoord tonenfeels

pijnlijk

Antwoord tonensore

rekken

Antwoord tonenstretch

vandaag

Antwoord tonentoday