Praten over rugpijn | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: At home, two adults talk about a sore back, sitting more comfortably, and standing up slowly..

NL → EN / Niveau: A1

Over deze les

Met Praten over rugpijn oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

My back feels sore.

mai bek fielz soor Mijn rug doet pijn.
B

Try to sit up straight.

trai tuh sit up streit Probeer rechtop te zitten.
A

I sat too long today.

ai set toe long tuh-dei Ik heb vandaag te lang gezeten.
B

Stretch slowly if you can.

stretsj sloowlie if joe ken Rek je langzaam uit als je kunt.
A

This chair feels better.

dhis tsjeer fielz betuh Deze stoel zit beter.
B

Stay there for a few minutes.

stei dher fuh uh fjoe minits Blijf daar een paar minuten.
A

A short rest should help.

uh shoort rest shud help Een korte rustpauze zou moeten helpen.
B

Move slowly when you stand up.

moev sloowlie wen joe stend up Beweeg langzaam als je opstaat.

Woord voor woord

My “My” verwijst hier naar de spreker als eigenaar van de rug: “My back”. Het staat vóór het lichaamsdeel dat erbij hoort; zo kun je ook andere persoonlijke dingen of lichaamsdelen aanduiden.
back “back” betekent hier de rug, het lichaamsdeel waarover de spreker pijn meldt. Het wordt in “My back feels sore” gebruikt als onderwerp van de lichamelijke gewaarwording; je gebruikt het vaak met een bezittelijk woord of een beschrijving.
feels “feels” geeft hier aan hoe de rug lichamelijk aanvoelt: “My back feels sore”. Na feel kan een beschrijving van een gevoel of toestand volgen, bijvoorbeeld om lichamelijk ongemak te melden.
sore “sore” betekent hier pijnlijk of gevoelig, in de beschrijving “My back feels sore”. Je gebruikt het om een lichaamsdeel of plek met pijn of gevoeligheid te beschrijven, bijvoorbeeld wanneer je een klacht uitlegt.
Try “Try” is hier een vriendelijke aansporing om iets te proberen: “Try to sit up straight”. Het staat vóór to en de handeling die iemand wordt aangeraden; je gebruikt het bijvoorbeeld bij praktisch advies.
to “to” verbindt “Try” met de handeling “sit up straight” die iemand moet proberen. Na try to volgt de handeling zelf; deze vorm is bruikbaar wanneer je iemand tot een poging aanmoedigt.
sit “sit” betekent hier zitten, binnen de instructie “sit up straight”. In “Try to sit up straight” volgt sit na to; je gebruikt het wanneer iemand een zittende houding moet aannemen of aanpassen.
up “up” draagt in “sit up straight” bij aan het idee dat iemand zich opricht. Samen met sit beschrijft het een verandering naar een rechtere houding; in “stand up” verwijst up ook naar een opwaartse beweging.
straight “straight” betekent hier rechtop en niet voorovergebogen, in “sit up straight”. Het beschrijft de gewenste houding na de handeling; je gebruikt het bijvoorbeeld bij aanwijzingen over lichaamshouding.
I “I” verwijst in “I sat too long today” naar de persoon die spreekt. Het staat als onderwerp vóór de handeling; je gebruikt het om je eigen ervaring of actie te vertellen.
sat “sat” betekent hier dat de spreker in een zittende positie was: “I sat too long today”. “sat” is de verleden vorm van sit en past bij iets wat eerder op de dag gebeurde; je gebruikt het om een eerdere zithouding of zitperiode te beschrijven.
too “too” geeft in “I sat too long today” aan dat de duur meer was dan prettig of wenselijk. Het versterkt hier “long”; je gebruikt het vóór een beschrijving wanneer iets een ongewenst hoge graad heeft.
long “long” verwijst hier naar een lange tijdsduur, in “sat too long”. Het beschrijft hoe lang de spreker zat; je gebruikt het bij handelingen of toestanden die gedurende een bepaalde tijd aanhouden.
today “today” betekent hier op deze dag, in “I sat too long today”. Het geeft aan wanneer de gebeurtenis plaatsvond; je gebruikt het om een ervaring aan de huidige dag te koppelen.
Stretch “Stretch” is hier een directe aansporing om de spieren te rekken: “Stretch slowly if you can”. Je gebruikt deze vorm wanneer je iemand praktische lichamelijke instructie geeft, bijvoorbeeld tijdens een korte oefening.
slowly “slowly” betekent hier op een rustige, niet gehaaste manier, in “Stretch slowly”. Het beschrijft hoe de handeling moet gebeuren; je gebruikt het om bij een beweging het tempo aan te geven.
if “if” introduceert in “if you can” een voorwaarde: de persoon moet alleen rekken wanneer dat mogelijk is. Je gebruikt if vóór een voorwaardelijke bijzin om een advies afhankelijk te maken van een omstandigheid.
you “you” verwijst in “if you can” naar de persoon tegen wie wordt gesproken. Het is de persoon die de handeling eventueel kan uitvoeren; je gebruikt het om rechtstreeks instructies of advies te geven.
can “can” geeft in “if you can” aan dat de aangesprokene daartoe in staat is of het kan doen. In combinatie met if maakt het de instructie voorwaardelijk; je gebruikt het vaak om ruimte te laten voor iemands mogelijkheden.
This “This” wijst in “This chair feels better” naar een specifieke stoel, waarschijnlijk de stoel die dichtbij of zojuist gekozen is. Het staat vóór chair om precies aan te geven over welk voorwerp je spreekt.
chair “chair” betekent hier stoel, het voorwerp waarop de spreker zit. In “This chair feels better” wordt de stoel gekoppeld aan een beoordeling van het zitcomfort; je gebruikt het bij gesprekken over zitten of meubels.
better “better” betekent hier comfortabeler of geschikter dan de eerdere stoel of houding, in “This chair feels better”. Het drukt een verbetering uit; je gebruikt het om twee ervaringen of toestanden met elkaar te vergelijken.
Stay “Stay” is hier een aansporing om op dezelfde plaats of in dezelfde houding te blijven: “Stay there”. Je gebruikt deze vorm wanneer iemand niet moet weggaan of van positie moet veranderen.
there “there” verwijst in “Stay there” naar de plaats waar de aangesprokene zich op dat moment bevindt. Het maakt de instructie plaatsgebonden; je gebruikt het om naar een eerder genoemde of aangewezen plek te verwijzen.
for “for” geeft in “for a few minutes” aan hoe lang iemand daar moet blijven. Het staat vóór een tijdsduur; je gebruikt het om de duur van een handeling of toestand aan te geven.
a “a” introduceert in “a few minutes” een niet nader bepaalde kleine hoeveelheid. Het hoort bij de uitdrukking “a few” en staat vóór het telbare meervoud minutes; je gebruikt het om een beperkte hoeveelheid aan te duiden.
few “few” betekent hier een klein aantal, in “a few minutes”. Het staat bij een telbaar meervoud en geeft een korte, beperkte tijdsduur aan; je gebruikt het bijvoorbeeld om een kleine hoeveelheid tijd te noemen.
minutes “minutes” zijn hier tijdseenheden waarin de persoon moet blijven zitten: “a few minutes”. Het meervoud past bij een klein aantal minuten; je gebruikt het om een korte of langere duur precies te benoemen.
short “short” betekent hier kort van duur, in “A short rest”. Het beschrijft hoe lang de rustpauze duurt; je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord om een beperkte duur aan te geven.
rest “rest” betekent hier een rustpauze, een periode waarin iemand niet actief is: “A short rest should help”. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer iemand na inspanning of bij lichamelijk ongemak even moet ontspannen.
should “should” geeft in “should help” aan dat iets naar verwachting of volgens het advies zal helpen. Het maakt de uitspraak minder absoluut dan een zekerheid; je gebruikt het bij een verwachting of aanbeveling.
help “help” betekent hier de situatie verbeteren of de pijn verlichten, in “A short rest should help”. Na should staat de handeling in deze korte vorm; je gebruikt help wanneer iets ondersteuning of verbetering kan geven.
Move “Move” is hier een instructie om het lichaam langzaam te bewegen: “Move slowly”. Je gebruikt deze vorm bij praktisch advies over een beweging, vooral wanneer voorzichtigheid belangrijk is.
when “when” introduceert in “when you stand up” het moment waarop de beweging plaatsvindt. Het verbindt de hoofdhandeling met een tijdsomstandigheid; je gebruikt het om aan te geven wanneer iemand iets moet doen.
stand “stand” betekent hier rechtop gaan staan, binnen de uitdrukking “stand up”. In “when you stand up” verwijst het naar het opstaan uit de stoel; je gebruikt deze combinatie wanneer iemand van zitten naar staan gaat.

Grammatica

feel(s) + adjective

My back feels sore.

mai bek fielz soor

Mijn rug voelt pijnlijk aan.

Na feel(s) gebruik je een bijvoeglijk naamwoord, zoals sore, om een gevoel of toestand te beschrijven.

try to + verb

Try to sit up straight.

trai tuh sit up streit

Probeer rechtop te zitten.

Na try gebruik je to plus het werkwoord voor iets wat je probeert te doen.

Engels woordenschat

back zelfstandig naamwoord
bek rug

My back feels sore.

better bijvoeglijk naamwoord
betuh beter

This chair feels better.

chair zelfstandig naamwoord
tsjeer stoel

This chair feels better.

feels werkwoord
fielz voelt aan

My back feels sore.

sat werkwoord
set zat

I sat too long today.

sit up straight uitdrukking
sit up streit rechtop zitten

Try to sit up straight.

slowly bijwoord
sloowlie langzaam

Stretch slowly if you can.

sore bijvoeglijk naamwoord
soor pijnlijk

My back feels sore.

stretch werkwoord
stretsj rekken

Stretch slowly if you can.

today bijwoord
tuh-dei vandaag

I sat too long today.

too long uitdrukking
toe long te lang

I sat too long today.

try werkwoord
trai proberen

Try to sit up straight.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Mijn rug doet pijn.

Antwoord tonenMy back feels sore.

Probeer rechtop te zitten.

Antwoord tonenTry to sit up straight.

Ik heb vandaag te lang gezeten.

Antwoord tonenI sat too long today.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

voelt aan

Antwoord tonenfeels

pijnlijk

Antwoord tonensore

rekken

Antwoord tonenstretch

vandaag

Antwoord tonentoday