Werken in een gedeeld kantoor | Leer engels in het Nederlands

English lesson set in a contemporary everyday setting in the United States: In a shared office, two adults talk about choosing an open desk, finding a quiet place, and leaving the desk clean..

NL → EN / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Werken in een gedeeld kantoor oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het engels.

Dialoog

A

Can I work in this shared office?

ken ai wörk in dis sjèrd ofis? Kan ik in dit gedeelde kantoor werken?
B

Choose an open desk.

tjoez en oopen desk. Kies een vrij bureau.
A

I can use the one near the door.

ai ken joez de wan nier de door. Ik kan het bureau bij de deur gebruiken.
B

Leave it clean when you finish.

liev it klien wen joe finisj. Laat het schoon achter als je klaar bent.
A

I need a quiet place.

ai nied een kwaiət plees. Ik heb een rustige plek nodig.
B

Try the desk by the wall.

trai de desk bai de wool. Probeer het bureau bij de muur.
A

I will clear my things before I leave.

ai wil klier mai thingz bifoor ai liev. Ik ruim mijn spullen op voordat ik wegga.
B

That keeps the desk ready for the next person.

det kieps de desk redi for de nekst pörsen. Zo blijft het bureau klaar voor de volgende persoon.

Uitleg van de zinnen

  1. Can I work in this shared office?

    Kan ik in dit gedeelde kantoor werken?

    Can I
    Kan ik ...?
    work
    werken
    this
    dit
    shared
    gedeeld
    office
    kantoor
    Uitgebreide uitleg

    Can I is een vaste, beleefde manier om toestemming te vragen: “Mag ik …?” of letterlijker “Kan ik …?”. Can drukt hier mogelijkheid of toestemming uit; het is dus geen verleden tijd. Het patroon is Can I + werkwoord in de basisvorm ...?, bijvoorbeeld: Can I sit here? — “Mag ik hier zitten?” Bij work staat de basisvorm na Can I. Het betekent hier “werken”, zonder dat de zin zelf een specifieke duur of voltooiing aangeeft. Vergelijk: I work here. — “Ik werk hier.” Na een modaal werkwoord zoals can blijft het volgende werkwoord in de basisvorm: Can I work ...?, niet een vorm met to. this betekent “dit” en wijst naar iets specifieks dat de spreker als nabij of direct relevant presenteert. Hier bepaalt this samen met de daaropvolgende naamwoordgroep welk kantoor bedoeld wordt; het is niet op zichzelf een zelfstandig naamwoord. Het Engelse this verandert niet naar geslacht of naamval. shared betekent hier “gedeeld”: het kantoor wordt door meer dan één persoon gebruikt. De vorm hangt samen met het werkwoord share (“delen”), maar in shared office beschrijft shared het kantoor. Als werkwoordsvorm kan shared de verleden tijd of het voltooid deelwoord van share zijn. In They shared the room. — “Ze deelden de kamer.” is het de verleden tijd. office betekent “kantoor”. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord; an office betekent “een kantoor” en the office “het kantoor”. In deze zin staat het na this, dus de volledige woordgroep is this shared office: “dit gedeelde kantoor”. Samen vormen de delen de vraag Can I work in this shared office?: “Kan ik in dit gedeelde kantoor werken?” in geeft de plaats aan, this shared office benoemt die plaats, en Can I work vraagt of de spreker daar mag werken.

  2. Choose an open desk.

    Kies een vrij bureau.

    Choose
    kiezen
    open
    vrij, beschikbaar
    desk
    bureau
    Uitgebreide uitleg

    Choose betekent hier “kies” en is de gebiedende wijs van choose (“kiezen”). In een Engelse gebiedende zin staat het onderwerp meestal niet expliciet: het aangesproken onderwerp is begrepen als you. Voorbeeld: Choose a seat. — “Kies een zitplaats.” open beschrijft hier desk: de tafel is vrij of beschikbaar om aan te werken. Het betekent hier dus niet “geopend”. Het is een bijvoeglijk naamwoord en staat in het Engels vóór het zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: The desk is open. is in deze betekenis minder gebruikelijk dan The desk is available.; an open desk benoemt een beschikbare werkplek. desk betekent “bureau”, hier een werkplek in het gedeelde kantoor. Het meervoud is desks. Voorbeeld: There are two desks near the door. — “Er staan twee bureaus bij de deur.” Samen vormt Choose an open desk. een directe instructie: kies een bureau dat vrij is om te gebruiken. an hoort bij het enkelvoudige telbare zelfstandig naamwoord desk; het zegt hier niet op zichzelf hoeveel bureaus er in totaal zijn. De klinker aan het begin van open verklaart de vorm an in plaats van a.

  3. I can use the one near the door.

    Ik kan het bureau bij de deur gebruiken.

    I can
    ik kan
    use
    gebruiken
    the one
    het bedoelde exemplaar
    near
    bij, vlak bij
    door
    deur
    Uitgebreide uitleg

    I can betekent hier dat de spreker iets kan of mag doen. can is een modaal hulpwerkwoord; na can komt het werkwoord in de basisvorm, zonder to: I can use = “ik kan gebruiken”. Het verandert niet voor he of she: I can, she can, they can. Voorbeeld: We can wait. = “We kunnen wachten.” use betekent hier “gebruiken”. De basisvorm is use; in de tegenwoordige tijd krijgt alleen een derde-persoon enkelvoud doorgaans -s: I use, maar she uses. Voorbeeld: You can use this chair. = “Je kunt deze stoel gebruiken.” the one verwijst hier naar het bedoelde afzonderlijke exemplaar van iets dat al in de situatie bekend is. Volgens de vaste vertaling en de context gaat het om het bureau: the one = “het bedoelde bureau”. one kan zo een eerder genoemd zelfstandig naamwoord vervangen, zodat je het niet herhaalt. Het is niet hetzelfde als het telwoord “één” in deze zin. near geeft een plaatsrelatie aan: iets bevindt zich dichtbij een ander punt of voorwerp. In near the door betekent het “bij de deur”. Voorbeeld: The chair is near the window. = “De stoel staat bij het raam.” door is het zelfstandig naamwoord voor “deur”. Het enkelvoudige zelfstandig naamwoord staat hier na the, omdat het om een bepaalde, in de situatie herkenbare deur gaat. Het meervoud is doors: near the doors = “bij de deuren”. Samen vormt the one near the door een naamwoordgroep: the one kiest het bedoelde bureau en near the door bepaalt welk exemplaar. I can use zegt dat de spreker het kan of mag gebruiken. De volledige zin betekent daarom: “Ik kan het bureau bij de deur gebruiken.”

  4. Leave it clean when you finish.

    Laat het schoon achter als je klaar bent.

    Leave
    achterlaten
    it
    het
    clean
    schoon
    finish
    klaar zijn
    Uitgebreide uitleg

    Leave staat hier vooraan als gebiedende wijs: de spreker geeft een instructie. Het onderwerp you wordt in een Engelse gebiedende wijs meestal niet uitgesproken. De basisvorm is leave; in andere tijden kan bijvoorbeeld left staan. Voorbeeld: Leave the window open. — Laat het raam open. it is het objectpronomen voor één eerder geïdentificeerd of uit de situatie begrepen ding. De vorm verandert hier niet door de grammaticale rol: it kan zowel onderwerp als object zijn, maar in deze zin is het object van leave. De vertaling maakt de bedoelde verwijzing weer met het, zonder hier een specifieker zelfstandig naamwoord vast te leggen. clean is een bijvoeglijk naamwoord. Na leave beschrijft het de toestand waarin het object moet worden achtergelaten: niet alleen weggaan, maar het schoon achterlaten. Hetzelfde patroon werkt met andere toestanden. Voorbeeld: Leave the table clear. — Laat de tafel leeg/vrij achter. Clean is hier niet de gebiedende wijs; de gebiedende werkwoordsvorm is leave. finish is de basisvorm van het werkwoord in you finish. Het betekent hier een activiteit of taak afronden; in de vertaling wordt dat natuurlijk weergegeven als klaar zijn. Na when gebruikt het Engels voor een toekomstige situatie vaak de tegenwoordige vorm: when you finish, niet noodzakelijk een toekomstige vorm. Het onderwerp is you, en finish heeft in deze vorm geen zichtbare uitgang. Voorbeeld: Call me when you finish. — Bel me als je klaar bent. Samen vormt Leave it clean de hoofdopdracht: laat het bedoelde ding schoon achter. when you finish geeft aan wanneer die opdracht moet worden uitgevoerd: als jij klaar bent met de relevante activiteit. De hele uiting betekent dus: Laat het schoon achter als je klaar bent.

  5. I need a quiet place.

    Ik heb een rustige plek nodig.

    I
    ik
    need
    nodig hebben
    quiet
    rustig
    place
    plek
    Uitgebreide uitleg

    I is het Engelse persoonlijk voornaamwoord voor de spreker als onderwerp. Het wordt altijd met een hoofdletter geschreven, ook midden in een zin. Vergelijk: I need help. = “Ik heb hulp nodig.” need betekent hier “nodig hebben”. De basisvorm is need; bij I blijft die vorm onveranderd: I need. In de tegenwoordige tijd krijgt het werkwoord bij he, she of it wel meestal -s: She needs help. = “Zij heeft hulp nodig.” Na need staat vaak het zelfstandig naamwoord of de handeling die noodzakelijk is: I need water. = “Ik heb water nodig.” quiet beschrijft place: de plek is rustig en maakt weinig geluid. Het is een bijvoeglijk naamwoord. De gewone vergelijkingsvormen zijn quiet, quieter en quietest: This room is quieter. = “Deze kamer is rustiger.” place is een zelfstandig naamwoord voor een plek of locatie. Het meervoud is places: We need two places. = “We hebben twee plekken nodig.” In deze zin staat a voor een niet nader bepaalde plek. Het lidwoord markeert hier een enkelvoudige zelfstandig-naamwoordgroep, maar drukt op zichzelf niet een geteld aantal als boodschap uit. Samen vormen de woorden I need + a quiet place de betekenis “Ik heb een rustige plek nodig.” I is degene die iets nodig heeft, need drukt de noodzaak uit, en a quiet place benoemt wat nodig is. De Engelse volgorde is onderwerp + werkwoord + zelfstandig naamwoordgroep: I need a quiet place.

  6. Try the desk by the wall.

    Probeer het bureau bij de muur.

    Try
    probeer
    desk
    bureau
    by
    bij
    wall
    muur
    Uitgebreide uitleg

    Try is hier de gebiedende wijs van try (“proberen”). De vorm geeft een voorstel of instructie aan de aangesprokene; het onderwerp you wordt in het Engels meestal niet uitgesproken. Vergelijk: Try this chair. — “Probeer deze stoel.” In een gewone mededelende zin staat bijvoorbeeld I try — “Ik probeer”. desk betekent hier een bureau, dus een tafel of werkplek om aan te werken. Het is een zelfstandig naamwoord; het meervoud is desks. Voor een ander soort tafel gebruik je bijvoorbeeld table: The desk is near the window. — “Het bureau staat bij het raam.” by geeft hier een plaatsrelatie aan: “bij” of “naast”. In by the wall beschrijft het de plaats van het bureau. Deze betekenis verschilt van bijvoorbeeld by bus, waar by een vervoermiddel aanduidt: “met de bus”. wall betekent “muur”. Het meervoud is walls. In the wall verwijst the naar een bepaalde muur die voor de gesprekspartners identificeerbaar is; het woord wall zelf draagt geen getalsmarkering in deze vorm. Samen vormt Try the desk by the wall. een korte instructie: Try + het object the desk + de plaatsbepaling by the wall. De betekenis is: “Probeer het bureau bij de muur.” De zin vraagt dus om dat bureau uit te proberen, waarbij by the wall aangeeft welk bureau bedoeld wordt.

  7. I will clear my things before I leave.

    Ik ruim mijn spullen op voordat ik wegga.

    I will
    ik zal
    clear
    opruimen
    my things
    mijn spullen
    before I leave
    voordat ik wegga
    Uitgebreide uitleg

    I will drukt uit dat de spreker van plan is iets later te doen. I is de eerste persoon enkelvoud; will is hier het hulpwerkwoord voor een toekomstige handeling of voornemen. Het hoofdwerkwoord komt daarna in de basisvorm: I will clear, niet *I will cleared*. Voorbeeld: I will call you later. — Ik bel je later. clear betekent hier dat de spreker zijn spullen wegneemt of opruimt, zodat de plek vrij wordt. Het is het werkwoord in de basisvorm na will. In andere contexten kan clear ook bijvoorbeeld ‘vrijmaken’ of ‘helder maken’ betekenen; hier bepaalt my things dat het om opruimen gaat. Voorbeeld: Please clear the table. — Ruim de tafel alsjeblieft af. my things betekent ‘mijn spullen’. my is een bezittelijk woord bij de eerste persoon enkelvoud: het verwijst naar wat bij de spreker hoort. things is het meervoud van thing; het verwijst hier algemeen naar meerdere voorwerpen, zonder ze afzonderlijk te benoemen. Voorbeeld: Where are my things? — Waar zijn mijn spullen? before I leave geeft aan wanneer het opruimen plaatsvindt: eerst opruimen, daarna vertrekken. before leidt een tijdsbepaling in. Hoewel de hoofdzin naar de toekomst verwijst met will, staat na before in het Engels vaak de tegenwoordige vorm leave, niet will leave, wanneer de toekomstige tijd al duidelijk is. leave betekent hier ‘vertrekken’ en heeft in deze zin geen genoemd object. Voorbeeld: Call me before you leave. — Bel me voordat je vertrekt. Samen betekent I will clear my things before I leave: de spreker zal zijn eigen spullen opruimen of wegnemen voordat die persoon vertrekt. De volgorde is: toekomstig voornemen (I will), de handeling (clear my things) en de tijdsgrens (before I leave).

  8. That keeps the desk ready for the next person.

    Zo blijft het bureau klaar voor de volgende persoon.

    That
    daardoor / zo
    keeps
    houdt
    desk
    bureau
    ready
    klaar
    next
    volgende
    person
    persoon
    Uitgebreide uitleg

    That betekent hier zo en verwijst, met de voorafgaande zin als context, naar het opruimen van de spullen. Het is hier dus geen aanwijzend woord voor een zelfstandig naamwoord, maar een verwijzing naar die handeling of het resultaat ervan. Vergelijk: That helps. — Dat helpt. keeps is de vorm van keep bij een onderwerp in de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: keep → keeps. In deze zin betekent keep niet simpelweg ‘bewaren’, maar ‘ervoor zorgen dat iets in een bepaalde toestand blijft’. Het patroon is keep + object + adjective: The lid keeps the box closed. — Het deksel houdt de doos gesloten. desk betekent hier bureau en is het object dat in de genoemde toestand blijft. Het meervoud is desks: Two desks are ready. — Twee bureaus zijn klaar. ready is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis klaar of gereed. In keeps the desk ready beschrijft het de toestand waarin het bureau blijft; keeps drukt het handhaven van die toestand uit. Ready kan ook zelfstandig na een koppelwerkwoord staan: The desk is ready. — Het bureau is klaar. next betekent hier volgende: het duidt de persoon aan die daarna aan de beurt komt of daarna gebruikmaakt van het bureau. Het is in deze zin geen werkwoordsvorm en geen gewone vergelijking van new; het vormt samen met the en person de bepaalde woordgroep the next person. person betekent persoon. Het meervoud is people, niet doorgaans persons in gewone alledaagse taal: The next person is waiting. — De volgende persoon wacht. In the next person verwijst the naar de bedoelde volgende persoon als lid van die volgorde; de zin zegt niet hoeveel andere personen er zijn. Samen vormt That keeps the desk ready for the next person de structuur That + keeps + the desk + ready + for the next person. De handeling waarnaar That verwijst, zorgt ervoor dat het bureau klaar blijft voor de volgende persoon. De gegeven vertaling Zo blijft het bureau klaar voor de volgende persoon maakt deze gevolg- en toestandsbetekenis expliciet.

Grammatica

try to + verb

Try to clear the desk.

trai toe klier de desk.

Probeer het bureau op te ruimen.

Na try gebruik je to + het werkwoord: try to clear.

be + adjective

The office is quiet.

de ofis iz kwaiət.

Het kantoor is rustig.

Na is volgt een bijvoeglijk naamwoord, zoals quiet, om een toestand te beschrijven.

Engels woordenschat

choose werkwoord
tjoez kiezen

Choose an open desk.

clean bijvoeglijk naamwoord
klien schoon

Leave it clean

desk zelfstandig naamwoord
desk bureau

Choose an open desk.

door zelfstandig naamwoord
door deur

near the door

finish werkwoord
finisj klaar zijn; afmaken

when you finish

leave werkwoord
liev achterlaten

Leave it clean when you finish.

near voorzetsel
nier bij; dichtbij

near the door

office zelfstandig naamwoord
ofis kantoor

this shared office

open bijvoeglijk naamwoord
oopen vrij; open

an open desk

shared bijvoeglijk naamwoord
sjèrd gedeeld

this shared office

use werkwoord
joez gebruiken

I can use the one near the door.

work werkwoord
wörk werken

Can I work in this shared office?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Kies een vrij bureau.

Antwoord tonenChoose an open desk.

Laat het schoon achter als je klaar bent.

Antwoord tonenLeave it clean when you finish.

Ik heb een rustige plek nodig.

Antwoord tonenI need a quiet place.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

vrij; open

Antwoord tonenopen

bij; dichtbij

Antwoord tonennear

werken

Antwoord tonenwork

kiezen

Antwoord tonenchoose